Sla over naar de inhoud

35 Comments

  1. zeehond zeehond

    Avatar van zeehond
    ach ja, alles is relatief.

  2. zeehond zeehond

    Avatar van zeehond
    ze hadden ook alleen ohio rood kunnen verfen en california en florida geel.

    maar nee hoor er moest zo veel mogelijk oppervlak ingekleurd worden ‘to bring the point across’.

    de dunbevolkste gebieden zijn geselecteerd, om zoveel mogelijk oppervlakte in te kunnen kleuren. je kunt het ook zien aan de pie-chart die qua verdeling niet overeenkomt met het landkaartje. ruim de helft van de landkaart is gekleurd tegenover 19% in de piechart

    daarnaast is het ook nog eens relatief natuurlijk, 19% van alle amerikanen is veel meer dan 19% van alle irakezen.

    propaganda!

    kennelijk bestaan drogredenen ook in plaatjes?

    zie ook http://www.freeimagehost.eu/image/b169b51033361

    Reactie is geredigeerd

  3. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    @zeehond

    Hoe zou jij het vinden als Iran Nederland zou binnen vallen en net zoveel Nederlanders dood zouden gaan als Irakezen nu?
    Reactie is geredigeerd

  4. zeehond zeehond

    Avatar van zeehond
    heel erg.

    maar je moet niet met dat soort plaatjes aankomen zetten. ik dacht dat jij zo zuiver redeneerde altijd, komt ie met zon ‘lies, damned lies and statistics’ plaatje aanzetten.

  5. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    @Zeehond

    Stel dat bin laden een atoombom gooit in al die dun bevolkte staten, die hierboven zijn gekleurd en al die mensen dood gaan. Door de straling worden de mensen in de gele staten vluchteling. Zou je dat op dezelfde manier relativeren?

  6. zeehond zeehond

    Avatar van zeehond
    nogmaals ik relativeer het menselijk leed in irak helemaal niet, ik spreek me daar eigenlijk niet eens over uit.

    het gaat mij puur over de manier waarop het plaatje bedacht is. je had zelf toch ook wel door dat het plaatje getweaked is om een bepaald gewenst effect te sorteren?

    of heb je wat geleerd vanavond? 🙂

  7. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    @zeehond

    ==het gaat mij puur over de manier waarop het plaatje bedacht is. je had zelf toch ook wel door dat het plaatje getweaked is om een bepaald gewenst effect te sorteren?==

    Ik had het wel door dat het plaatje het grootste mogelijk effect wilde bereiken, maar ondanks dat, het plaatje zegt nog steeds wat. Als we de slachtoffers van 11 september zouden inkleuren, zouden we het stipje waarschijnlijk in geen van de staten kunnen zien. En wat was de Westerse reactie op dat onzichtbaar stipje geweest?

    Reactie is geredigeerd

  8. zeehond zeehond

    Avatar van zeehond
    >>En wat was het Westerse reactie op dat onzichtbaar stipje geweest?

    als je een geschikt gebied in het tora bora gebergte kiest kun je nog een behoorlijk stuk inkleuren hoor als je het aantal 911 slachtoffers als uitgangspunt neemt.

    maar het ging mij alleen over het plaatje en de misleidende suggestie die er in verweven zit. een wiskunde oefening.

    laat nu de politiek geengageerden de discussie maar voortzetten.

  9. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    Het bovenste plaatje wordt versterkt door berichten uit Irak zoals het onderste:

    Cholera spreads in Iraq as health services collapse

    By Patrick Cockburn

    Published: 31 August 2007

    Lack of clean drinking water and poor sanitation has led to 5,000 people in northern Iraq contracting cholera.

    The outbreak is among the most serious signs yet that Iraqi health and social services are breaking down as the number of those living in camps and poor housing increases after people flee their homes.

    "The disease is spreading very fast," Dr Juan Abdallah, a senior official in Kurdistan’s health ministry, told a UN agency. "It is the first outbreak of its kind here in the past few decades."

    Doctors in Sulaimaiyah in Iraqi Kurdistan have appealed for help because of the rapidly increasing number of cases, saying there is a shortage of medicines. Although the city has been less affected by fighting than almost anywhere in Iraq, Unicef says that mains water is only available for two hours a day and many people have dug shallow wells outside their homes.

    "There is a shortage of medicines to control the disease and the focal point [the source of the disease] hasn’t been identified yet," Dr Dirar Iyad of Sulaimaniyah General Hospital told the UN news agency Irin. Ten people have already died and he expects more deaths to occur "over the next couple of days as victims are already in an advanced stage of illness."

    The number of Iraqis fleeing their homes has risen from 50,000 to 60,000 a month, the UN High Commission for Refugees reported earlier this week.

    "My two children, husband and mother have been affected by cholera because we weren’t able to get purified water and one of my children is very sick in hospital," said Um Abir, a 34-year-old mother. "We have been displaced since January and we have to camp near a rubbish tip which, according to the doctor, might be the reason for all of the family being affected." The number of Iraqi refugees stands at 4.2 million of whom two million have been displaced within Iraq. Many live in huts made out of rubbish and have no fresh water supplies. In addition to Sulaimamiyah, the cholera has spread to the oil city of Kirkuk.

    "The bad sanitation in Iraq, especially in the outskirts of cities where IDPs [internally displaced person] are camped, has put people at serious risk," said Dr Abdullah. "In Sulaimaniyah and Kirkuk, at least 42 per cent of the population don’t have access to clean water and proper sewage systems." Unicef says that local reports suggest that only 30 per cent of people in Sulaimaniyah have clean drinking water.

    Most of Iraq outside Kurdistan is flat so water and sewage need to be pumped, but this has often become impossible due to a lack of electricity. The water in the Tigris and Euphrates rivers is highly polluted and undrinkable.

    In central and southern Iraq, the Mehdi Army, commanded by the nationalist Shia cleric Muqtada al-Sadr, has so far obeyed his surprise instruction to suspend their activities for six months after clashes with police and rival militiamen in Kerbala left 52 dead and hundreds wounded. Checkpoints that normally protect the Sadrist bastion in Sadr City in Baghdad were unmanned yesterday.

    Militia leaders say they will fight if provoked. "It will be hard to stand still with our hands tied when we are attacked or arrested by the Americans," said Abu Hazim, a Mehdi commander. Ahmed al-Shaibani, an aide of Mr Sadr, said the suspension might only last a week if arrests continued.

    http://news.independent.co.uk/world/middle_east/article2914413.ece

    Reactie is geredigeerd

  10. An van den Burg An van den Burg

    Avatar van An van den Burg
    @ Mihai M. Ticu. Ik heb zojuist je naam gebruikt om aan te geven dat jij de initiatiefnemer bent van het nog op te richten Tribunaal v.d. Recten van de mens. Zie Peter Hofstede: Hans Achterhuis.Groet, An.

  11. zeehond zeehond

    Avatar van zeehond
    waar komt het plaatje eigenlijk vandaan?

  12. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    ==waar komt het plaatje eigenlijk vandaan?==

    Van mij dagelijkse propagandabronnen.

  13. An van den Burg An van den Burg

    Avatar van An van den Burg
    Mihai M. Ticu. N.B., van mij mag je ook nog voorzitter worden van dat tribunaal!

  14. Erik Erik

    Avatar van Erik
    En in aansluiting hierop, een interview met Kees van der Pijl (Tribune September 2007, een van mijn propagandabronnen)

    Politicoloog Kees van der Pijl is hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Sussex in Engeland. In zijn nieuwste boek Global rivalries, from the cold war to Iraq, (Wereldwijde wedijver, van de Koude Oorlog tot Irak), geeft hij een intrigerende analyse van de internationale betrekkingen. Centraal staat de verhouding tussen het Engels-Amerikaanse kapitalisme en de daarmee rivaliserende machten. De Tribune sprak met hem over de oorlog in Irak en wat de SP volgens hem zou moeten doen.

    “Natuurlijk gaat het bij de oorlog in Irak om de olie. Maar we kunnen die hele ontwikkeling niet begrijpen als we niet kijken naar de verhouding tussen de verschillende betrokken partijen; als we geen oog hebben voor de rivaliteit tussen aan de ene kant de VS en Groot-Brittannië en aan de andere kant landen als Frankrijk en Duitsland. Dat is niet toevallig de breuk tussen wat ik het ‘kerngebied’ noem – de Engelssprekende wereld, met het agressieve neoliberalisme dat alles via de markt wil regelen – en de meer op de staat georiënteerde landen, zoals Frankrijk en Duitsland. Er bestaan al heel lang spanningen over olie. Toen in de jaren zeventig vanuit Europa werd geprobeerd om door middel van een Euro-Arabische dialoog toegang tot de Arabische olie te krijgen, reageerden de VS als door een wesp gestoken.”

    Waarom spitst de rivaliteit zich toe op olie en op Irak?
    “Om de achtergrond van die spanning te begrijpen moeten we kijken naar het functioneren van de internationale oliemarkt. Olie wordt op de internationale markt betaald in dollars. Die worden in Londen gedeponeerd en vandaar weer in de hele wereld als krediet uitgezet. Daarmee zitten Engeland en de VS als het ware aan de knoppen van de wereldoliehandel. Zowel via de valuta waarin wordt gehandeld, als via de beleggingsstructuur. De andere (Europese) landen hebben dollars nodig om hun energierekening te voldoen. Die krijgen ze niet zomaar in handen. De Europese landen handelen voor negentig procent binnen Europa en maar voor tien procent met gebieden buiten Europa. De dollars komen dus niet ‘automatisch’ via de handel binnen. Die moeten echt gekocht worden en dan zijn ze duur. Daarmee helpt Europa via de energierekening steeds om de dollar sterk te houden. Steeds als de prijs van de olie omhoog gaat probeert Europa andere, goedkopere manieren te vinden om aan olie te komen. Telkens als ze dat doen, leidt dat tot grote spanning met de VS en Groot-Brittannië. In wezen is dat wat er aan de vooravond van de Irak-oorlog gebeurde.”

    Amerika en Engeland hielden na de Golfoorlog van 1990 Irak via economische sancties in een wurggreep. Die sancties leidden tot een enorme verarming en ontwrichting van het land. Voor de Verenigde Naties was dat reden om het olie-voor-voedselprogramma op te zetten. Via dat programma gingen voedsel en medicijnen naar Irak. Maar het regime controleerde de verdeling daarvan, met als gevolg dat Saddam Hoessein zijn positie versterkte. Van der Pijl: “De sancties leidden tot een enorme ellende voor de Iraakse bevolking, terwijl Saddam er alleen maar steviger door in het zadel kwam te zitten. De VS en Groot-Brittannië bleven voorstander van het handhaven van de sancties, maar over het algemeen ging men ervan uit dat die maatregelen tegen Irak hun langste tijd hadden gehad. Vooruitlopend op de beëindiging van de sancties sloten een aantal oliemaatschappijen met de regering van Saddam contracten af voor het weer opstarten van de oliewinning. Dan praat je over firma’s als het Franse Total, het Russische Lukol en maatschappijen uit China, India en Canada. Ze kregen contracten om Iraakse olievelden te ontginnen als de sancties eenmaal opgeheven waren.
    Ook de inschatting van de politiek van Saddam speelde een rol. Het was weliswaar niet duidelijk of Irak nog over massavernietigingswapens beschikte, maar over het algemeen werd aangenomen dat Saddam geen zin meer had om militaire avonturen aan te gaan.”

    De VS en Groot-Brittannië dreigden dus buitenspel te raken?
    “Precies. Voor hen werd het een heikele situatie. De buitenlandse concurrenten dreigden op termijn met de Iraakse olie aan de haal te gaan en daarmee kwam ook de positie van Saoedi-Arabië en Koeweit onder druk te staan. Immers: toen als gevolg van de sancties de Iraakse olieproductie vrijwel stil kwam te liggen, namen Saoedi-Arabië en Koeweit dat marktaandeel over. De olie-inkomsten van die landen werden voor een deel gebruikt om Amerikaanse wapens te kopen. Als de sancties tegen Irak opgeheven zouden worden en de Iraakse olieproductie weer op gang zou komen, zouden ze een deel van hun marktaandeel weer in moeten leveren. Saddam zou zijn olie-inkomsten zeker niet besteden bij de Amerikaanse wapenindustrie, maar zich tot zijn traditionele leveranciers wenden. Dat waren Rusland en Frankrijk.”

    De VS dreigden dus niet alleen de controle over een deel van de olie uit het Midden-Oosten te verliezen, maar het zou ook een klap zijn voor de Amerikaanse wapenindustrie en voor de militaire positie van de VS in de regio. Ook de stabiliteit van Saoedi-Arabië en Koeweit zou op het spel kunnen komen te staan. “Die situatie was ook voor de Israël-lobby in de VS zeer verontrustend. Gevreesd werd dat er bij stijgende olieprijzen een andere houding ten opzichte van de Arabische wereld zou ontstaan – en dat zowel in de olie-industrie als in de wapenindustrie de sympathie voor de Arabische wereld zou toenemen. Die werd immers een steeds belangrijkere marktpartij. Neem dat hele plaatje eens bij elkaar. Realiseer je dan ook nog dat Saddam als het ware ‘gedreigd’ heeft om de olie in euro’s af te rekenen. Dan kan je je voorstellen dat er in Washington en Londen nerveus werd gereageerd: Irak weer terug op de oliemarkt en de olie niet gewonnen en verhandeld door Anglo-Amerikaanse maatschappijen maar door bedrijven uit Frankrijk, Rusland, China en India. En dan nog betaald in euro’s ook! Dat laatste vormt een directe bedreiging voor de Amerikaanse economie en de positie van de Londense markt. Want een olieproducerend land dat euro’s voor zijn olie krijgt, gaat die natuurlijk niet bij voorkeur in de VS besteden. Toegegeven, dit waren allemaal geen afgeronde ontwikkelingen. Het gaat om tendenzen, om ontwikkelingen in een bepaalde richting. Maar die verklaren wel dat tegen het einde van de jaren negentig in de VS en Engeland het idee ontstond dat de situatie in Irak en het Midden-Oosten aan hun greep begon te ontsnappen. Dat was ook helemaal niet zo vreemd, want Frankrijk en Rusland waren heel lang de wapenleveranciers en de vertrouwelingen van het Baath-regime in Irak geweest. Wat dat betreft zou er sprake zijn van een terugkeer naar de oude situatie. Maar wel onder voor de Amerikanen zeer ongunstige omstandigheden.”

    De Amerikaanse en Britse opstelling ten opzichte van Irak kan volgens u dus vooral verklaard worden vanuit het streven controle te houden over de internationale olie-, wapen- en deviezenmarkt?
    “Ja, en over de hele situatie in het Midden-Oosten. Daarnaast speelt er natuurlijk ook een politiek-ideologisch element mee. Het initiatief om het doemscenario af te wenden kwam vooral vanuit de groep neoconservatieven, die met het aan de macht komen van George Bush een sterke positie hadden gekregen.” De sleutelfiguren van het neoconservatieve netwerk waren al heel lang politiek actief en speelden een centrale rol in het zogenaamde olie-wapen-Israël-conglomeraat. De politiek van deze groep werd vastgelegd in het ’Project for a New American Century’. Dat gaat ervan uit dat de Verenigde Staten een militair overwicht moeten hebben dat voldoende is om iedereen in de wereld hun wil op te leggen.

    “Dat is één aspect: een politieke benadering, een ideologie, die ervan uitgaat dat Amerika de wereld moet beheersen en als het ware herscheppen volgens zijn belangen. Het andere aspect dat de oorlog in Irak bepaalde, is de oliesituatie. Die werd geschetst in een rapport van vice-president Cheney van mei 2001. Daarin werd voorzien dat de Amerikaanse afhankelijkheid van buitenlandse olie zou stijgen van de toenmalige 52 procent naar 66 procent in 2020. Om ervoor te zorgen dat olie tegen die tijd echt in de VS terechtkwam, moesten buitenlandse producenten meer gaan produceren en van de meer geproduceerde olie ook meer aan de VS leveren. Dat was moeilijk verenigbaar met een situatie waarin Irak juist voor de Europese markt zou produceren. Dat hele beeld was al ruim voor 11 september 2001 duidelijk. Het is ook duidelijk dat er toen al een scenario voor een aanval op Irak klaar lag. Elf september gaf de regering-Bush de mogelijkheid om dat scenario ook werkelijk uit te voeren.”

    Welk plan hadden de Amerikanen op dat moment dan voor ná de bezetting van Irak?
    “Na de inname van Bagdad kondigde Bush publiekelijk aan dat er een vrijhandelsverdrag zou komen tussen een aantal landen in het Midden-Oosten en de VS. Op die manier wilden de VS een zo groot mogelijk deel van de olie-inkomsten van de regio terug laten vloeien naar de VS. Ook was het de bedoeling dat er een vredesverdrag zou komen tussen het nieuwe Irak, Jordanië en Israël en dat er een pijpleiding zou komen van Irak naar de Israëlische havenstad Haifa. Op die manier zou de energievoorziening van Israël gegarandeerd zijn en zou er een einde komen aan het isolement van Israël in de regio. En dat alles met volledig negeren van de Palestijnen. Het is duidelijk dat die opzet mislukt is. De Amerikanen werden niet als bevrijders binnengehaald, de wereld bleek niet zo maakbaar als de neoconservatieven dachten. Nu is de situatie in Irak uitzichtloos. Dagelijks vinden er vele aanslagen plaats. Er zijn naar schatting vier miljoen mensen op de vlucht, de economische situatie is rampzalig en de onderlinge strijd neemt alleen maar toe.”

    Wat zou er vanuit Nederland gedaan kunnen worden?
    “Er is bewust een oorlog begonnen zonder enige rechtvaardiging. Dat zou aangeklaagd moeten worden. Daar zou een partij als de SP een rol in kunnen spelen, als ik kijk naar het internationaal recht en de positie van Den Haag als in feite de juridische hoofdstad van de wereld. Amerika en Israël hebben het Internationaal Strafhof niet erkend, dus daar is niets te halen. Maar Engeland erkent het wel, dus Tony Blair kan aangepakt worden. Het heeft weinig zin om te pleiten voor een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog. Dat kan ik je zo wel vertellen: we zijn de thuishaven van Shell, we zijn bang, Jaap de Hoop Scheffer is beloond met zijn baan bij de NAVO. Die mechanismen kan een kind begrijpen. Maar waarom neemt de SP niet het initiatief voor een aanklacht tegen Blair? Als serieuze parlementaire partij kan de SP dat doen. Ik kan zo de namen geven van progressieve volkenrechtgeleerden die perfect uit kunnen leggen wat de stappen zijn om Blair aan te kagen bij het Internationaal Strafhof.”

    Het volkenrecht?
    “Ja. In mijn boek heb ik een hoofdstuk gewijd aan de geschiedenis van het volkenrecht. In Neurenberg, bij de processen tegen de kopstukken van het nazibewind en in Tokio, waar Japanse oorlogsmisdadigers werden berecht, ging men uit van drie soorten misdaden. Misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Die misdaden tegen de vrede zijn inmiddels helemaal vergeten. Een misdaad tegen de vrede is dat je een land zonder provocatie aanvalt. Daarvoor zijn nazi’s en Japanners veroordeeld en opgehangen. Het is van het grootste belang om dat element van het volkenrecht weer naar voren te halen. Dat zou kunnen door een zaak tegen Blair. Ook voor de SP zou dat van belang zijn. De groei van de SP is natuurlijk een belangrijk verschijnsel. Het is mijns inziens voor een belangrijk deel het gevolg van de fouten, of zo je wilt het verraad, van de PvdA. Maar als SP kun je daar niet altijd van blijven profiteren. Op een gegeven moment komt de vraag: blijven wij een linkse sociaal-democratische partij of zijn we meer? Gaan we echt de bakens verzetten? Nemen we echt initiatieven die onrust veroorzaken, die nieuwe zaken op de agenda zetten? Een zaak tegen Blair zou daar een voorbeeld van kunnen zijn.”

  15. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    Nu geeft het zelf Greenspan toe:

    September 16, 2007
    Alan Greenspan claims Iraq war was really for oil
    Graham Paterson

    AMERICAÂ’s elder statesman of finance, Alan Greenspan, has shaken the White House by declaring that the prime motive for the war in Iraq was oil.

    In his long-awaited memoir, to be published tomorrow, Greenspan, a Republican whose 18-year tenure as head of the US Federal Reserve was widely admired, will also deliver a stinging critique of President George W BushÂ’s economic policies.

    However, it is his view on the motive for the 2003 Iraq invasion that is likely to provoke the most controversy. “I am saddened that it is politically inconvenient to acknowledge what everyone knows: the Iraq war is largely about oil,” he says.

  16. Erik Erik

    Avatar van Erik
    @Mihai,

    Heb ik ook gelezen. Beetje gratuit om dat na je pensionering toe te geven, dat wel. Me’t z’n financieel-economische beleid is hij op z’n minst medeplichtig.

  17. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    == Dat was ook helemaal niet zo vreemd, want Frankrijk en Rusland waren heel lang de wapenleveranciers en de vertrouwelingen van het Baath-regime in Irak geweest.==

    Dit is onjuist. Saddam heeft van iedereen gekocht, omdat hij wist dat Amerika en Engeland de dictators onder de duim houden met wapens. Als je eenmaal wapens koopt, ben je afhankelijk voor onderdelen, training en zelfs functionering van de leverancier. Zo worden ook de marionetten, onder anderen, in de golfstaten gestuurd. Daarbij waren de V.S. een van de grootste leveranciers van wapens. Said K. Aburish, die betrokken was bij de onderhandelingen met Saddam schrijft: “USA gave Saddam the thumbs up to buy Western arms with no limits or restrictions. These arms included fighters, bombers, helicopters and the design for a chemical warfare plant…over four hundred Western companies helped supply Saddam with lethal weapons.”

    Volgens het Riegle Report van de Amerikaanse senaat hebben de VS, de volgende biologische wapens geleverd:
    • Bacillus Anthracis, gebruikt voor antrax.
    • Clostridium Botulinum, gebruikt voor botulinum toxine.
    • Histoplasma Capsulatam, die een ziekte veroorzaakt die de longen, hersenen, ruggengraat, en het haart aanvalt.
    • Brucella Melitensis, een bacterie die de grote organen aanvalt.
    • Clostridium Perfringens.
    • Clostridium tetani.
    • Escherichia coli (E. coli)
    • Genetische materiaal, menselijke en bacteriële DNA en veel meer andere biologische en ziekteproducerende materiaal.

    "These biological materials were not attenuated or weakened and were capable of reproduction," schrijft het rapport en dat betekent dat de het materiaal niet bedoeld was voor het ontwikkelen van vaccines.

    Donald Rumsfeld, de huidige minster van defensie, was destijds lid van PresidentÂ’s General Advisory Committee on Arms Control, commissie die al deze leveringen goedkeurde.

  18. Erik Erik

    Avatar van Erik
    Helemaal ongelijk heeft Van der Pijl niet. Iraks luchtmacht steunde op Franse technologie, zoals de Mirage F1 en Exocet raketten. De Iraki’s schoten op 17 mei 1987 twee Exocet’s af op de U.S.S. Stark. Het schip raakte zwaar beschadigd.

  19. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    @Erik
    Hij houdt een mythe in stand, dat Saddam vooral door Russen en Fransen in macht werd gehouden. Zelfs de wapens die hij van de Russen kocht, stuurde hij door naar de Amerikanen voor spionagedoeleinden. Zie Said K. Aburish, Saddam Hussein – The politics of Revenge

    Behalve een tweede Hitler te zijn, had Saddam ook andere kwaliteiten. Hij wilde zijn land in het twintigste eeuw zwepen. Daarmee heeft hij een generatie ontwikkelde Irakezen gemaakt, de allereerste kandidaten voor een verlichte Arabische regio. Het Westerse volk is verblind door het beeld van Saddam Hussein, dat door de vijandschap in het collectieve bewustzijn is ontstaan. Het Westen duwt Irak terug in het ravijn van het Islamitische fundamentalisme.

    Saddam was een gedreven visionair. Hij zag een ontwikkeling van zijn volk als belangrijke doel van zijn leven, voor meerdere, ook machiavellische redenen. Zijn maxime was bijvoorbeeld dat een volk met een volle maag geen goede revolutionairen maakte. En een ontwikkelde Irakese volk zou als voorbeeld voor de rest van de Arabieren dienen en Saddam als de geschikte leider voor het verenigen van alle Arabische volkeren zouden zien. Hij wist in het begin een populist te zijn en hoe je een nationale held wordt.

    Zijn eerste stap in de ontwikkeling begon met de leuze “Arabische olie voor de Arabieren”. Hij wist de Irakese Nationale Oliemaatschappij (INOC) door een reeks van minutieus voorbereide handelingen te nationaliseren, zonder represailles vanuit het Westen. De nieuwe inkomsten gebruikte hij ter ontwikkeling. Het geluk sloeg hem nog harder na de oorlog met Israël in 1973. Saddam weigerde om mee te doen met het olie-embargo tegen het westen, behalve het stoppen van de leveranties aan de VS en Nederland, die Israël in die oorlog een grote steun hadden verleend. Irak produceerde tijdens het embargo meer dan daarvoor en de inkomsten stijgen van 573 miljoen dollar in 1972 in slechts twee jaar tot 6,7 miljard. “It was this enormous increase in national income which offered Saddam his opportunity to change Iraq beyond recognition…He began by using Iraq’s wealth to initiate one of the largest economic development programs ever undertaken by a third world country…It was to change later, but at the time Saddam was crating social forces while other Arab rulers were building palaces”

    Tegelijkertijd pakte hij de corruptie in het land aan en executeerde twee van zijn corrupte plaatsvervanger ministers.

    Het oliegeld kwam goed van pas voor het mechaniseren van de landbouw en het oplossen van het grootste probleem, de irrigatie. Door de weinige regenval kan Irak slechts met water uit de Tigris en de Eufrat irrigeren, maar beiden hebben een hoge zoutconcentratie en dat betekent dat het land daardoor na een tijd in woestijn gaat veranderen. Oorspronkelijk bouwde hij grote collectieve boerderijen, naar stalinistisch model, maar het communistisch model beviel de boeren niet en Saddam keert terug naar individuele boerderijen.

    In 1977 verklaart Saddam een dag “de dag van de kennis” als startpunt van de uitroeiing van analfabetisme en in 18 maanden zijn er 62.000 leraren en ambtenaren betrokken bij het programma. In 1982 twee miljoen mensen hadden dat programma al afgerond. Alle Irakezen tussen vijftien en vijfenveertig hebben moeten leren schrijven en lezen. Onder gevangenisdreigement nota bene. UNESCO raakte zo onder de indruk dat Saddam het Kropeska prijs gegeven voor het uitroeien van analfabetisme.

    In deze periode waren zijn sleuteluitspraken: “technologische transfer”, “overbruggen van de technologische kloof” en “lenen van expertise”. Met andere woorden deed hij alles om zijn land technologisch te ontwikkelen en zijn adviseurs hadden het gevoel dat hij “de hemel voor het Irakese volk zocht”. De technologische transfer wilde hij om onafhankelijk te zijn van zoveel Rusland als het Westen, want hij zag in al de omringende landen hoe ze door technologie in slavernij gedreven werden.

  20. Erik Erik

    Avatar van Erik
    Lijkt mij ook wel duidelijk: je hoeft alleen maar naar de journaalbeelden te kijken van voor de Irak oorlog: een over het algemeen modern straatbeeld, in tegenstelling tot andere Arabische landen, zoals bijv. Koeweit.

  21. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    @Erik
    In Irak was er ook sprake van een ontwikkeling van parlamentaire democratie, maar dat hebben de Britten niet toegestaan. En Iran was ook hard bezig met een democratie en modernisering, totdat de Amerikanen en de Britten hebben besloten om een dictator aan de macht te brengen.

    “Until the need for oil, the Cold War and the desire to manipulate the outcome of the Arab Israeli conflict forced it into the open as the dominant power in the Middle East, republican non-colonial America was acceptable to the Arabs. Even in the late 1930s the Arabs believed in America’s neutrality on the problem of Palestine, as confirmed by the findings of the King-Crane Commission. Moreover, the Arabs admired Woodrow Wilson’s proclamations calling for the granting of independence to various national groups and making the world safe for democracy, and saw both as the antithesis of the policies of the traditional colonial powers. But America discarded its ideology, followed oil interests, turned a blind commitment to anti-communism into a wish to involve all people in this issue and manifested a desire to please Zionism and win elections at home at the expense of the Arabs. America has, during the past four decades followed it’s replacement of the old, tired colonial powers by adopting policies similar to theirs. In the process America became colonialist and made the Middle East unsafe for democracy.” Said K. Aburish , A Brutal Friendship, The West And the Arab Elite

  22. Erik Erik

    Avatar van Erik
    Effe zo dat ik het nog begrijp, die dictator in Iran was de Shah?

  23. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    If the CIA Had Butted Out …

    By AHMED BOUZID

    Imagine if Aug. 19, 1953, had come and gone, uneventfully. Imagine if Operation Ajax, coordinated by the British MI6 and the American CIA, which toppled the flourishing democracy in Iran of Mohammed Mossadeq, had never left the drawing board. Imagine if the Western-educated Mossadeq, a charismatic leader who was massively backed in Iran by a burgeoning middle class, had been allowed to peacefully lead his country to become the first truly Muslim democracy in the Middle East. And imagine if his government had been allowed to assume its obligations and responsibilities, as stipulated by the 1906 constitution, and if the shah had been allowed to reign but not rule, as again stipulated by the Iranian constitution, and imagine if Britain and the U.S. had not been egged on by oil companies livid over Mossadeq’s nationalization of oil interests in Iran but instead had stayed out of Iran’s business and not intervened. Imagine what would have likely happened.

    Had the coup never taken place, Iran probably would have gone on to build a sturdy, inclusive democracy that would have brought about a far more durable stability than what the shah–forever tainted in the eyes of his people as a weak, easily manipulated Western puppet–ever managed to deliver.

    Had the coup never taken place, democratic Iran would have long ago done away with the myth that Islam and democracy are incompatible. More important, nationalist and anti-colonialist as it was, Iran would have handsomely served as the model to follow for the dozens of Arab and Muslim states that had recently gained, or were about to gain, independence from colonial occupation, thus averting their alignment with the Soviet bloc as well as the rise of homegrown thugs and dictators.

    Had the coup never taken place, the ayatollahs, who had supported the coup against Mossadeq, would never have gained their political clout. Indeed, the shah saw in the conservative ayatollahs the perfect partners against the radicalism of the left and the liberalism of the middle class.

    Had the coup never taken place and the ayatollahs never been given the political clout they had enjoyed under the shah, the June uprising of 1963, which was fueled by the clerics’ unhappiness with the shah’s attempts at modernization, would also have never taken place.

    Hence no harsh crackdown would have followed the uprising, nor would have a little-known cleric, a certain Ayatollah Ruhollah Khomeini, gained international attention as the spiritual leader of that confrontation against the shah.

    Had the coup never taken place, Khomeini would have remained a little-known cleric. Instead, he was exiled for 14 years, a time during which he cultivated his image from that of a charismatic leader to that of a sacred returning messiah. And during those 14 years, the prospect for the emergence of a truly democratic Iran grew dimmer while Islamic radicalism, associating all that is Western with the hated shah and his supporters–principally the U.S.–took a deeper hold on the passions of an increasingly frustrated younger generation.

    Had the coup never taken place, there would not have been a hostage crisis, and neither would the U.S. have severed its relations with Iran and imposed economic sanctions. Both actions, more than 20 years later, remain in effect to this day.

    Had the coup never taken place, Saddam Hussein would have never dared invade Iran in September 1980. The U.S. would never have sided with Iraq’s dictator and neither would it have committed itself to a policy of ensuring that Iraq not lose the war. It would not have supplied Hussein with crucial assistance or turned a blind eye to his egregious crimes against his people.

    Had the coup never taken place, Hussein would not have found himself by the end of the war against Iran as the commander of one of the largest armies in the Middle East.

    More important, he would have never been under the impression that, as long as he restricted his aggression to fellow Muslims and kept off Israel, the world would only decry and condemn him but never act.

    Had the coup never taken place, chances are that Iraq never would have invaded Kuwait, and the U.S. never would have had to orchestrate a massive military campaign against his army, let alone establish bases on Saudi soil. It would not have rendered talk about human rights and international law totally meaningless and hypocritical to Arab and Muslim ears.

    Imagine a new era of foreign policy–an era in which international law is taken seriously, respected, in which sovereign democracies are encouraged, nurtured, applauded, rather than fought against, stifled and killed. Imagine if we abandoned, once and for all the poisonous doctrines of "Iron Chancellor" Bismarck and Henry Kissinger and instead subscribed to those of Amnesty International and Human Rights Watch. Imagine if we took the United Nations and The Hague seriously, rather than treating them as kangaroo courts in which only those causes championed by the mighty and powerful were pursued with vigor, while other grievances were neglected and scorned.

    How many millions of lives would we have saved, and how much safer and more prosperous would the world be today?
    Reactie is geredigeerd

  24. Erik Erik

    Avatar van Erik
    Kapitalisme richt zich alleen op korte termijn denken.

  25. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    @Erik

    ==Kapitalisme richt zich alleen op korte termijn denken.==

    Gelukkig. Stel dat ze plannen voor eeuwigheid zouden smeden.

  26. Erik Erik

    Avatar van Erik
    Hahahaha, ja, zo kun je het ook bekijken…Maar op de korte termijn kun je heeeel wat schade aanrichten.

  27. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    Dat is het verschil tussen een optimist en een pessimist.

    Pessimist: Erger dan dit kan gewoon niet.
    Optimist: Jawel, het kan.

  28. Erik Erik

    Avatar van Erik
    Ik ben een optimist met half leeg glas. Of ik heb weer eens te veel naar Pink Floyd geluisterd.

    Wat ben jij?

  29. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    I am the unreasonable man.

  30. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    Sommige mensen zeggen dat de moslims zich altijd de slachtoffers van het Westen zien. Deze mensen vragen zich af: we hebben toch niets gedaan? Maar de moslims kennen de geschiedenis heel anders dan de gemiddelde Westerling. En om dit te illustreren, zou ik je vragen: wat weet je over Panama? Nou kijk hoe de Panamezen hun geschiedenis kennen en de Westerse/Amerikaanse inmenging in hun land:
    Panama: Background And Buildup To Invasion Of 1989 September 18, 2007 By Jane Franklin

    In November 1989, three weeks before the U.S. invasion, I attended a conference in Panama hosted by Panama’s Center for International Studies to inform 118 U.S. delegates about what was taking place. Panamanians were already under constant attack by U.S. troops who staged almost-daily military exercises in Panamanian territory where U.S. forces were obligated by treaty not to operate. The Panamanians at the conference, including Provisional President Francisco RodrĂ­guez and General Manuel Noriega, made it clear that the issue was not Noriega or democracy or the safety of U.S. citizens. The issue was sovereignty–Panama’s right to determine its own history. Most people in the United States have little knowledge of Panama’s history. This chronology, an enlargement of one that I wrote in 1990, is an attempt to provide an historical context for the invasion.

    1501: Spanish exploration of the isthmus begins. The conquistadores introduce slavery and Catholicism.

    1519: Old Panama City founded. Sacked by British buccaneer Henry Morgan 1671.

    1751: Part of the Spanish Viceroyalty of New Granada, including at that time the present republics of Colombia, Ecuador, and Venezuela.

    1821: Independence from Spain during the battles for independence being waged with the leadership of SimĂłn BolĂ­var. Soon becomes part of BolĂ­var’s Greater Colombia union of Colombia, Venezuela and Ecuador. (Within this union present-day Colombia was known as New Granada and included Panama.) BolĂ­var is elected president of Greater Colombia.

    1823: On December 2, in what becomes known as the Monroe Doctrine, President James Monroe stakes out the Western Hemisphere as an exclusive U.S. sphere of influence.

    1830: When BolĂ­var’s union dissolves, Panama continues to be part of New Granada (which takes the name Colombia in 1863).

    1846: U.S. government concludes treaty with New Granada stating Washington would guarantee "perfect neutrality" of the isthmus.

    1855: The Panama Railroad across the isthmus from the Atlantic to the Pacific is finished on January 28.

    1856: U.S. troops land in Panama September 19-22 to protect U.S. interests, particularly the railroad.

    1865: U.S. troops land March 9-10 to protect lives and property of U.S. citizens and of course the railroad during revolutionary activity.

    1873: U.S. troops land at Bay of Panama, Colombia, May 7-22 and September 23-October 9 to protect U.S. interests during hostilities over who should govern Panama.

    1885: U.S. troops land at ColĂłn January 18-19 to guard valuables on the Panama Railroad and to protect the safes and vaults of the Panama Railroad Company. In March, April and May U.S. troops are in Panama at both ends of the railroad, ColĂłn and Panama City, to protect the railroad during revolutionary activity.

    1898: U.S. victory against Spain in the Spanish-American War yields four territories with major ports for the U.S. Navy: Cuba, Puerto Rico, Philippines, and Guam.

    1901: U.S. troops land in Panama November 20-December 4 to protect U.S. property and to keep the railroad open. Washington decides definitely to build the Panama Canal.

    1902: U.S. troops land September 17-November 18 to keep the railroad open.

    PERMANENT PRESENCE OF U.S. TROOPS

    1903: In November, the Theodore Roosevelt Administration engineers the separation of Panama from Colombia.. The Hay-Bunau-Varilla treaty is then negotiated for the building of a canal. U.S. troops become a permanent presence.

    1904: Extra U.S. troops to prevent insurrection during elections. Meanwhile, U.S. policy undermines and weakens the national army. No Panamanian can become president without the approval of Washington.

    1908: Extra U.S. troops to prevent insurrection during elections.

    1912: Extra U.S. troops to prevent insurrection during elections. In May, Washington appoints a commission of high-ranking U.S. Army officers to count the votes in June elections.

    1914: Panama Canal opens. U.S. troops control a ten-mile-wide Canal Zone across the middle of the country. In order to cross from one side of their country to the other, Panamanians must identify themselves to U.S. troops. In the Zone, U.S. employees receive more than twice the wage that Panamanians receive. At this time an oligarchy rules with land and money for the few while 90 percent are excluded. Segregation is enforced by a system of laws like the Jim Crow laws in the United States.

    1918-20: Extra U.S. troops to provide police duty at ChiriquĂ­ (western Panama) during election disturbances and subsequent unrest. In 1918, President Ciro Urriola issues a decree that postpones elections. Washington orders the decree revoked and U.S. troops occupy Panama City and ColĂłn.

    1920: Major labor strike directed by William Preston Stoute, who is banished from the country.

    1925: Extra U.S. troops on October 12-23 to keep order and protect U.S. interests during rent strikes by tenants.

    1930s-40s: Washington is occasionally forced to make deals. For instance, in exchange for more U.S. military sites outside the Canal Zone on the eve of entering World War II, the U.S. Government cancels some debt, gives monetary compensation for the sites, transfers to Panama certain properties of the Panama Railroad Company and control over the water and sewer systems of Panama City and ColĂłn, grants some jurisdictional control to Panama.

    1947: On December 10, Panamanian Foreign Minister Francisco A. Filos and U.S. Ambassador Frank Hines sign the Filos-Hines Treaty to extend the presence of the 140 U.S. military bases and defense sites used during World War II. Successful Panamanian resistance leads to the treaty’s defeat in the National Assembly two weeks later.

    1954: The CIA overthrows Guatemala’s government, ousting the elected president, Jacobo Arbenz, and installing the military dictatorship of Colonel Carlos Castillo Armas.

    1954: U.S. Supreme Court passes school desegregation decision (Brown v. Board of Education in Topeka). Developing U.S. Civil Rights Movement has profound influence in Panama.

    1955: Washington agrees to pay more for Canal expenses, to let Panama collect taxes from employees excepting U.S. citizens and some others, and to restore a little property to Panama.

    1958: Campaign demanding equal status for the Spanish language and the Panamanian flag in the Canal Zone. The Eisenhower Administration agrees both flags can fly at a specified place.

    1959: On January 1, Cuban Revolution triumphs, profoundly influencing the Panamanian people. Disturbances occur in each of the first four months of this year.

    1959: On Independence Day Panamanians march into the Canal Zone to raise the Panamanian flag; U.S. troops turn them back. Washington begins to convert police force into full-fledged military. Washington later fears this military because of its potential as a nationalist force.

    1964: On January 9, U.S. students raise the U.S. flag by itself at a high school in the Canal Zone. Protesting Panamanians march into the Zone and are turned back by U.S. troops. This leads to two days of demonstrations during which U.S. troops kill more than 20 civilians and wound more than 300. Panama breaks diplomatic relations and demands revision of treaties. Relations resume in April after Washington agrees to discuss treaties.

    OVERTHROW OF THE OLIGARCHY

    1968: On October 11, the National Guard, under Col. Omar Torrijos, overthrows the government of the oligarchy and installs a junta from which Torrijos emerges the leader. He heads the armed forces 1968-81. Torrijos moves toward independence from Washington, relying on the nationalist base. Torrijos is not part of the oligarchy; his base comes from the dispossessed. Under his leadership, the Panamanian Defense Forces become part of the movement for national liberation. During the government of Torrijos and the National Guard, public schools increase from fewer than 2,000 to more than 3,000; infant mortality decreases from 40 to 25 per 1,000 live births; social security is extended by more than 1 million; roads and electricity are brought to rural areas; labor unions grow.

    1972: Junta is confirmed by election. Torrijos remains as the head of Panamanian Defense Forces.

    1974: Panama and Cuba re-establish diplomatic relations.

    1976: General Omar Torrijos makes a state visit to Cuba. In the joint communiquĂ© issued by the two countries, Cuba supports Panama’s struggle for sovereignty in the Canal Zone.

    1976: On December 8, CIA Director George H.W. Bush meets with Manuel Noriega for lunch at the home of the Panamanian ambassador to the United States. Noriega, a graduate of the School of the Americas, is on the CIA payroll.

    1977: The Carter Administration signs three agreements known as the Carter-Torrijos treaties, arranging for the return of the Panama Canal Zone to Panama at midnight December 31, 1999.

    1979: The Carter-Torrijos treaties take effect October 1 and 65 percent of the Canal Zone is returned to Panama. Areas still under U.S. control are called green zones; those under Panamanian conrol are white zones. Washington has the responsibility of operating and defending the Canal through December 31, 1999, but not after that.

    1981: Ronald Reagan becomes president January 20, with his commitment not to "lose" the Canal. Six months later, on July 31, General Omar Torrijos is killed in an airplane crash.

    1983: On January 5, in an effort to settle Central American conflicts, the foreign ministers of Colombia, Mexico, Panama and Venezuela meet on the Panamanian island of Contadora and draft an initial proposal, calling for an end to all foreign intervention in the region, suspension of all military aid, and negotiations to end El Salvador’s civil war and the fighting in Nicaragua between government troops and "contras."

    1983: General Manuel Noriega takes over in August as commander of Panama’s Defense Forces. The National Assembly endows the Defense Forces with vast powers (control over National Guard which is merged into it, other military and police forces, Canal matters, and functions such as immigration control and regulation of civilian aircraft). Noriega has been working with the CIA since at least 1959 (as a contract agent since 1966 or 1967). The U.S. Army put him on its payroll as an intelligence asset in 1955 and keeps him there until 1986. But Noriega too faces a choice if he wants to achieve real power (see 1968): the choice between Washington and his nationalist base.

    1983: In December, Vice-President George H.W. Bush meets with General Noriega, this time at the Panama City airport when Bush is seeking support for the "contras" in Nicaragua. Also at the meeting are Panamanian President Ricardo de la Espriella and the Vice President’s national security adviser Donald P. Gregg. (During his 1988 presidential campaign, Vice-President Bush denies ever having met Noriega, but a photograph of this meeting restores his memory.)

    1984: Presidential election of May 6 is a fraud arranged by Reagan Administration operatives and Noriega. Nicolás Ardito Barletta, former official of the World Bank, wins. Secretary of State George Shultz attends inauguration of his protégé (Ardito Barletta had been an assistant to Shultz when Shultz was a University of Chicago professor) to praise the election as democracy in action.

    1985: Hugo Spadaforo, who opposes Noriega, is assassinated.

    1985: On November 1, CIA Director William Casey meets with Noriega in Washington and complains about Noriega’s part in trade with Cuba that facilitates circumvention of the U.S. trade embargo against Cuba.

    1985: Noriega later tells CBS (interview broadcast on "60 Minutes," February 7, 1988) that during a meeting on December 17, 1985, with the U.S. National Security Adviser, Admiral John Poindexter, he learned of Washington’s plan to invade Nicaragua. Noriega says that his failure to cooperate is the reason for his indictment in February 1988.

    1986: The Reagan Administration proposes turning the administration of the Canal over to Panama by 1990 if U.S. military bases can remain until 2015.

    1986: In February, Washington names Arthur Davis as U.S. ambassador to Panama.

    1986: On June 12, Seymour Hersh reports in the New York Times that senior State Department, White House, Pentagon and intelligence officials say that Noriega has been providing intelligence information to both Cuba and the United States for 15 years and that he is "a secret investor in Panamanian export companies that sell restricted American technology to Cuba and Eastern European countries."

    1987: On January 23-26, Ovidio DĂ­az, president of Panama’s National Assembly, heads a delegation of Panamanian legislators to Cuba. Their meeting with Deputy Foreign Minister Ricardo AlarcĂłn is primarily concerned with the Contadora peace process. DĂ­az tells a Granma reporter that a peaceful settlement of the conflicts in Central America is vital to Panama in order to avoid a pretext that could be used by Washington to undermine the Torrijos Carter agreements on handing over possession of the Panama Canal to Panama by the year 2000.

    1987: On April 3, three men are indicted in Miami for allegedly selling more than $1 million worth of high tech computer equipment in 1985 to Siboney International in Panama, identified as a Cuban "front."

    1987: On June 6, Col. Roberto DĂ­az Herrera, 2nd in command of Panamanian Defense Forces (PDF), accuses Noriega of electoral fraud and murder and sets off the first anti-Noriega protests suppressed by police.

    1987: On June 10, President Eric Delvalle, installed by Noriega, declares a state of emergency. Opposition announces creation of the Civic Crusade, which Washington aids.

    1987: On September 24, the U.S. Senate unanimously approves non-binding resolution urging Panama to establish civilian government or face cutoff of U.S. aid.

    1988: On January 17, the New York Times reports that Assistant Secretary of Defense Richard L. Armitage made a secret mission to Panama early in January during which he told Noriega "to get out of politics within three months so that the country could have a cushion of civilian rule before elections next year."

    1988: Before he has time to "get out of politics," Noriega is indicted on February 4 by two Federal grand juries in Tampa and Miami on charges of taking $5.4 (Tampa indictment) and $4.6 (Miami) million dollars from MedellĂ­n drug cartel to protect cocaine smuggling and money laundering operations in Panama. Such drug-profiteering has not led to indictments unless Washington has decided to target the person involved. The CIA is no stranger to drug-profiteering; see Alfred W. McCoy, The Politics of Heroin: CIA Complicity in the Global Drug Trade (New York: Lawrence Hill Books, 1991). From 1978 until 1987, Noriega received numerous letters of appreciation from U.S. officials for his cooperation in combating drug trafficking–for example, from Attorney General William French Smith in 1984 and DEA Administrator John C. Lawn in 1987.

    1988: Four days after his indictment, Noriega demands withdrawal of the U.S. Southern Command, which has its headquarters in Panama.

    1988: On Febrary 25, President Delvalle announces he has fired Noriega, but the National Assembly blocks this move by ousting Delvalle on the following day. Washington continues to recognize Delvalle as president. The National Assembly names Education Minister Manuel SolĂ­s Palma minister in charge of the presidency.

    1988: Panama closes banks on March 4 after huge withdrawals by depositors.

    1988: On March 11, The Reagan Administration imposes sanctions, including elimination of trade preferences and withholding Canal fees.

    1988: On March 16, Noriega puts down coup attempt led by police chief.

    1988: In April, the Reagan Administration increases economic sanctions; Reagan prohibits U.S. companies and Government from making payments to Panama and freezes $56 million in Panamanian funds in U.S. banks. More than 2,000 additional U.S. troops begin to arrive in Panama.

    1988: On May 8, Panama banks open for limited withdrawals after two-month closure.

    1988: On May 13, Senator Alfonse D’Amato (R-NY) proposes on ABC-TV that U.S. military forces "go in and get [Noriega] out" of Panama.

    1988: On May 25, U.S. Secretary of State Shultz announces that talks about a deal for Noriega’s departure have collapsed.

    1988: On May 25, the UN Social and Economic Council elects Panama and Cuba to represent Latin America on the UN Human Rights Commission.

    1988: In July, the U.S. Senate Intelligence Committee opposes a covert plan to overthrow Noriega. The plot is known as "Panama 3" because it is the third coup plot hatched by the CIA against Noriega. President Reagan approved the plan, but the Senate committee fears Noriega would be killed during the coup. The existence of this plot is exposed after a failed coup attempt in October 1989. Panama has created Dignity Battalions, popular militias to help train workers and farmers to defend Panama against U.S. invasion.

    GEORGE H.W. BUSH PRESIDENCY

    1989: George H.W. Bush is inaugurated as president on January 20.

    1989: On March 18, responding to U.S. denial of visas to the mayors of Havana, Managua and Panama City for a conference on drugs in New York, Bogotá’s mayor, AndrĂ©s Pastrana Borrero, says that neither he nor New York’s mayor, Ed Koch, were in favor of that decision.

    1989: The Panamanian presidential election of May 7 pits Carlos Duque against Guillermo Endara. U.S. Government openly gives $10 million to the Endara campaign (it is illegal for a U.S. candidate to accept election funds from foreign sources). Election results are annulled by the Panamanian Government on May 10. The Bush Administration sends 2,000 more troops. From this time on, U.S. Armed Forces stage regular military exercises in Panamanian territory–the "white" zones–in violation of treaties.

    1989: On May 11, President Bush recalls the U.S. ambassador and plans to dispatch about 1,700 soldiers and 165 marines in phases to reinforce troops already in Panama.

    1989: In June the U.S. Justice Department issues statement that U.S. law- enforcement agents may arrest fugitives in foreign countries even if host governments do not approve, preparing the way for the arrest of Noriega after invasion.

    1989: Speaking to reporters in Guatemala on June 12, Vice President Dan Quayle warns that "the axis of Cuba, Nicaragua and Panama" opposes the United States and democracy in the region.

    1989: Washington’s plans to invade Panama are an open secret. For example, on August 21, an editorial in the Cuban daily newspaper Granma warns of imminent U.S. aggression against Panama.

    1989: Provisional President Francisco RodrĂ­guez takes office on September 1 as President SolĂ­s Palma’s term expires.

    1989: On September 12, the Bush Administration expands sanctions, including withdrawal of 1989 sugar quota and lengthening the list of companies and individuals barred from receiving payments from U.S. citizens.

    1989: On October 3, Noriega puts down another coup attempt which was aided by the U.S. Government.

    1989: Two weeks later, on October 17, the Bush Administration says it supports wider latitude for CIA during coup attempts, complaining that restraints about possible death of targets are too limiting.

    1989: On October 27, confirming news that first broke in the Los Angeles Times a week earlier, the U.S. Treasury Department announces that Noriega has been designated an agent of Cuba. Since the U.S. Government outlaws trade with Cuban agents, this means that U.S. citizens are prohibited from doing business with him. Noriega’s wife, various associates, and many companies are declared Cuban agents either at the same time or soon afterward.

    1989: President Bush attends a "Hemispheric celebration of democracy" hosted by Costa Rican President Oscar Arias. He brings two guests, Violeta Barrios de Chamorro of Nicaragua and Guillermo Endara of Panama.

    1989: In November, the U.S. Government announces that after January 31, 1990, it will bar vessels registered in Panama from U.S. ports.

    1989: On November 16, the Bush Administration confirms a plan for another coup to oust Noriega. Called "Panama 5" (there were 4 previous plans), it has a $3 million budget. The aim is not assassination but if that were to happen, "that’s not constrained," a Government official says. The CIA is supposed to be bound by a 1976 executive order banning its involvement in assassination plots.

    1989: On November 22, in his Thanksgiving address to the nation, President Bush declares that the "winds of change" are "transforming the Americas" with "some exceptions: Panama, Nicaragua and Cuba."

    1989: On November 27-29, a conference on U.S. intervention is held in Panama City by Panama’s Center for International Studies to inform 118 U.S. delegates about what has been happening. At the opening session, Provisional President Francisco RodrĂ­guez says, "You will see a variety of ideas that practically cover the spectrum of contemporary political thought, and all these participants are outstanding figures of the government, of the process of transformation which we Panamanians are determined to carry out." He speaks "of defending our right to perfect the independence of Panama." For Panamanians the issue is clearly sovereignty.

    1989: On December 15, the Panamanian National Assembly names Noriega head of government and declares that Panama is in "a state of war" with the United States due to the U.S. Government’s harsh economic sanctions and almost-daily military maneuvers in Panamanian territory (the white zones), exercises that are prohibited by the Torrijos-Carter Treaties.

    DECEMBER 20, 1989, INVASION: OPERATION JUST CAUSE

    *At 1:00 a.m., U.S. officials install Guillermo Endara as Panama’s new president. The secret ceremony takes place on a military base–Fort Clayton, one of 13 bases in the Canal Zone.

    *As the new president’s inauguration is taking place, the U.S. Army, Air Force and Navy invade Panama, an area smaller than South Carolina, with a massive air attack and ground assault, including almost 28,000 troops and more than 300 aircraft. Helicopter gunships blast Panama City, where the wooden housing of the poor in El Chorillo is set on fire. The New York Times later reports that U.S. troops encounter "fierce resistance" in San Miguelito, a working-class suburb of 200,000 people, but Miguelito is devastated. Large parts of ColĂłn are destroyed. Thousands of citizens are held in detention. Bodies are recovered from ruins and cremated. There is a mass burial on Christmas Day. Nobody knows how many civilians are killed because all of them are not counted; estimates range into the thousands. Hospitals overflow with wounded.

    *The Defense Department tries out one of its new superweapons–the Lockheed F-117A stealth ground attack aircraft. Defense Secretary Dick Cheney announces that each of two F-117A "Nighthawks" has delivered a 2,000-pound bomb with "pinpoint accuracy." He is furious when he learns months later, in April, that one of the bombs missed its target by hundreds of yards. General Colin Powell, chairman of the Joint Chiefs of Staff, is part of a major failure of communication about the mission of the F-117As on their first combat bombing run.

    *Just as the Pentagon stifled news during the 1983 invasion of Grenada, the Defense Department flies a select media pool based in Washington (rather than Panama) to Howard Air Force Base and then by helicopter to Fort Clayton, where they are restricted to a holding room until the major fighting is over. They are not allowed to leave the base on their own but must be escorted and prevented from taking photographs of realities like damaged helicopters or caskets of U.S. soldiers. Military officials provide misinformation about military and civilian casualties. In one of Noriega’s residences, they show reporters a white substance that General Maxwell Thurman, head of SouthCom, confirms is cocaine. This makes front-page news in the United States, but it’s disinformation; the "cocaine" is "farina, corn meal and lard" used to make tamales. CNN broadcasts a telephone number for Panama residents to call; those reports provide stories of civilian neighborhoods under attack.

    *At a press conference on the day of the invasion, President Bush tells the world, "The goals of the United States have been to safeguard the lives of Americans, to defend democracy in Panama, to combat drug trafficking, and to protect the integrity of the Panama Canal treaty," adding that he has directed the Armed Forces "to bring General Noriega to justice in the United States."

    *U.S. troops in armored personnel carriers surround the Cuban, Nicaraguan and Libyan Embassies in Panama City on he pretext that Manuel Noriega may be inside one of them, although both General Thomas Kelly and Rear Admiral Ted Sheafer of the Joint Chiefs of Staff acknowledge on U.S. television that there is no evidence that Noriega has sought asylum in any of them. Until January 18, U.S. troops continue to surround the Cuban Embassy and the home of the Cuban ambassador to Panama, Lázaro Mora Secade, occasionally detaining the ambassador and other Cuban diplomats. It turns out that Noriega is inside the papal nunciature in Panama City. On January 3, he surrenders to U.S. troops and is immediately flown to prison in Florida.

    Jane Franklin is the author of Cuba and the United States: A Chronological History

  31. An van den Burg An van den Burg

    Avatar van An van den Burg
    Mihai. @ Erik. Bedankt voor jullie college. Erg leerzaam en interresant; heb alles opgeslurpt als een hongerige wolf. Erik, een heel goed idee van je om de SP Blair en Bush te laten aanklagen. Maar, geloof het maar niet! Daar is de SP te burgerlijk en te dogmatisch voor. Bovendien zouden haar kiezers hierin geen enkel belang zien: het proletariaat wil brood en spelen. Groet beiden, An.
    Reactie is geredigeerd

  32. Mihai Mihai

    Avatar van Mihai
    Ja, die SP-ers zijn een stelletje mietjes. Ze kunnen niet eens de belasting goed ontduiken.

  33. An van den Burg An van den Burg

    Avatar van An van den Burg
    @Mihai, een van je leuke grappige opmerkingen? Is er dan GVD niet èèn kloothommel in Nederland die het hele zootje wil opblazen door deze misdadigers voor het gerecht te slepen!! Groet, An.

  34. An van den Burg An van den Burg

    Avatar van An van den Burg
    @ M.M. Ticu. Dat viel mee: ik kreeg nog een antwoord van jou! Groet, AN. (?) P.S., Sans Rancune!!!!
    Reactie is geredigeerd

Geef een reactie