Sla over naar de inhoud

Sofist Bart Jan Spruyt (01)

Ahmed Marcouch wil voor ‘moslimhaat’ een extra vinkje op aangiften, zoals voor antisemitisme. Bart Jan Spruyt reageerde op 16 december op dit voorstel op de nieuwe conservatieve site Jalta. Ik zal zijn reactie in een aantal stukken in detail analyseren en aantonen dat die veel drogredenen bevat en weinig argumenten. In deze introductie zal ik slechts de drogreden definiëren, zodat de lezer weet met welke lat ik zijn woorden meet. En daarna zal ik één van zijn retorische trucs bespreken.

Wat is een drogreden?
Van Dale definieert een drogreden als “valse, bedrieglijke reden of redenering. Sofisme”. Deze definitie is fout om twee redenen. Ten eerste suggereert die dat de sofist een soort charlatan is die zijn luisteraars probeert te bedriegen. Dus opzet. Maar niets is minder waar, de sofist kan het laten afweten, onwetend of onoplettend zijn. En zolang we gedachten niet kunnen lezen, zullen we opzet nooit kunnen bewijzen. Ten tweede suggereert Van Dale dat de drogreden zelf vals of bedrieglijk is. Dit is ook niet waar, want het ligt meer bij de luisteraar. De slimme en de kundige luisteraar zal de drogreden doorhebben.

Frans van Eemeren en Rob Grootendorst hebben een erkende nieuwe argumentatietheorie ontworpen: de pragma-dialectiek. Zij menen dat argumentators samenwerken om geschillen op te lossen. Maar die kunnen slechts verder als ze de communicatiebeginselen respecteren van dit doelgerichte taalgebruik: helderheid, eerlijkheid, efficiëntie en relevantie. Drogredenen, volgens de pragma-dialectiek, schenden deze regels. Ze zijn “discussiezetten die strijdig zijn met het doel dat argumentatief taalgebruik moet dienen en die daardoor de kwaliteit van rationele communicatie aantasten.”

Nou en?
Onthoud het woord ‘relevantie’. David Zarefsky, een andere autoriteit, geeft ons een tip om drogredenen te vangen: zoek de relevantie. Een argumentator probeert een luisteraar te overtuigen dat een stelling (de conclusie) waarschijnlijk is, met behulp van andere stavende beweringen (de premissen). Is een premisse irrelevant voor de stelling, dan is het een drogreden. Zarefsky adviseert: stel de vraag ‘nou en?’ (so what?). Als je geen goed antwoord op die vraag vindt, dan is de bewering een drogreden. (In het stuk van Spruyt zijn slechts 238 woorden uit 754 relevant voor zijn argument, dus 30%.)

Ik wil de relevantie toelichten met een analogie. Argumentatie is zoals koken, met het doel om voedzame gerechten voor de geest te bakken. De kok voegt ingrediënten aan zijn argument en roept dat zijn kost voedzaam is; het bevat voldoende proteïnen, vitaminen, mineralen etc. De kok kan echter ook ‘holle’ ingrediënten toevoegen, zoals kleurstof of smaakstof. De eter kan onterecht geloven dat het gerecht voedzaam is, slechts als gevolg van smaak of uiterlijk. Bijvoorbeeld als hij in de vitrine van een bakker een plastic taart ziet, denkt hij dat de taart hem van de hongerdood gaat redden. Dus een drogreden is slechts een ingrediënt zonder voedzame waarde. De drogreden is irrelevant, heeft geen gevolg voor de waarschijnlijkheid van de stelling.

Bart Jan Spruyt
Hij begint zijn stuk met een retorische truc:

“In eerste instantie neem je zo’n voorstel natuurlijk niet erg serieus. Er is vast een partijpolitiek belang aan de orde. De PvdA-fractie is twee moslim-Kamerleden kwijt, en nu werpt Marcouch zich op als de belangenbehartiger van de veel geplaagde moslim. Cliëntelisme dus. Al erg genoeg. Een potentieel excuus voor een zich welbehaaglijk wentelen in de befaamde slachtofferrol.”

In retorica kent men de truc om iets te zeggen zonder het te zeggen. De spreker valt meestal het karakter van zijn opponent aan, in een ter zijde. Stel dat iemand George Bush voor de aanval op Irak wil afkraken en begint zijn stuk met: “Ik zal jullie niet herinneren aan zijn drankmisbruik.” Hij plant zo een pervers zaad in je brein.

Op dezelfde manier valt Spruyt Marcouch aan, met een reeks ad hominems, als een terzijde van het argument. Marcouch – aldus Spruyt – is niet bezig met een rationeel argument, maar met partijpolitiek. Hij verdedigt de ‘geplaagde moslim’, doet aan cliëntelisme en kruipt in de onterechte slachtofferrol. Lang voordat Marcouch in de boksring stapt, al in de kleedkamer, krijgt hij een knal van Spruyt. Want Spruyt bewijst zijn aantijgingen niet en bovendien ze zouden sowieso irrelevant zijn. (Hierover in het eerstvolgende stuk.)

‘Objection’
Net zoals voor drogredenen, opzet is niet nodig voor een truc. Het is voldoende dat de truc (of de drogreden) het publiek mogelijk van iets zal overtuigen, om de verkeerde redenen. Je mag ‘objection’ roepen – precies zoals in de advocatenseries – zodra de argumentator met irrelevante ingrediënten strooit.

Nee, irrelevante stellingen zijn niet onschuldig. Ze hebben invloed, zelfs op rechters die getraind zijn om drogredenen te herkennen. Experimenten leren dat rechters gevoelig zijn voor onrechtmatige bewijzen. Rechters hebben last van bekende cognitieve biasen, zoals “anchoring, framing, conjunction fallacy, outcome bias, disregarding, and egocentric bias”1 In een enquête vroeg men rechters welke borgtocht ze voor een prostituee zouden bepalen en het gemiddelde was $50. Maar als de enquêtehouders de rechters eerst aan de dood deden denken – wat irrelevant was – steeg de gemiddelde borgtocht tot $455.

Als rechters gevoelig zijn voor irrelevante argumenten dan zijn ongetrainde luisteraars minstens net zo vatbaar. En experimenten bevestigen dit. Luisteraars vinden bijvoorbeeld een rijmende uitspraak overtuigender. Ook als het argument zuigt, de drogreden overtuigt.

Dus met drogredenen bemachtigt de sofist onverdiende voordelen, of zadelt hij anderen met onterechte nadelen op. En daarom is Spruyt’s retorische truc fout.


Noot:
1. Guthrie, C., Rachlinski, J. J., et al. (2009). “Hidden Judiciary: An Empirical Examination of Executive Branch Justice, The Special Symposium Issue Measuring Judges and Justice.” 58 Duke L.J. 1477

Published inOpiniePolitiekSofist Factory

Eén reactie

  1. tibbe tibbe

    Met de opening ‘Bart Jan Spruyt reageerde op dit voorstel op de nieuwe conservatieve site Jalta’ is de toon gezet: Spruyt is conservatief, dus rechts, verdacht en kan geen goede bedoelingen hebben.
    ‘De spreker valt meestal het karakter van zijn opponent aan, in een terzijde’.
    Je hebt dus ook filosofen die zich als filosofaster ontmaskeren.
    ‘Nou, en?’ is dus de enig juiste reactie op dit stuk!

Geef een reactie