Ik las in een recensie in het NRC dat Maarten Boudry in zijn boek Het verraad aan de verlichting een hoofdstuk wijdt aan het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Dat trok mijn aandacht, omdat ik werk aan een boek over de drogredenen van Israël-supporters. Mijn conclusie viel hard uit: Boudry is een bullshitter.
Filosoof Harry Frankfurt maakt in zijn beroemde boek On Bullshit een onderscheid tussen de leugenaar en de bullshitter. De leugenaar kent de waarheid nog, maar verdraait haar bewust. De bullshitter vindt de waarheid totaal irrelevant. Hij zuigt feiten en verklaringen uit zijn duim en probeert vooral een gewenste indruk te wekken. Bullshitten is bluffen. Het ontstaat meestal wanneer iemand moet praten over zaken waar hij weinig van weet. En juist daarom is bullshit gevaarlijker dan een leugen: zij ondermijnt onze verhouding tot de feiten en verandert het publieke debat in een gesprek over een parallel universum. De waarheid verliest haar waarde. Boudry’s teksten zijn dan ook geen coherente argumentatie, maar hallucinaties op het niveau van ChatGPT.
Als ik hem lees, voel ik dezelfde verwondering als vroeger bij de Mini-playbackshow. ‘Waarom regent het,’ vroeg presentator Henny Huisman en een kleuter verzon: ‘De regen houdt zich met zijn handen aan de wolken vast en als hij moe wordt laat hij los.’ Zo redeneert Boudry over onderwerpen waar hij geen verstand van heeft — en waarvoor hij niet eens dertig seconden de moeite neemt om iets te googelen.
De wetenschapsfilosofie kent het probleem van onderdeterminatie: voor elk fenomeen bestaan oneindig veel verklaringen. We kunnen de oerknal verklaren met natuurkundige theorieën, maar ook beweren dat een Designer de wereld vijf minuten geleden heeft geschapen, inclusief alle sporen van een oud universum. De wetenschapper zoekt naar de beste uitleg. De bullshitter kiest simpelweg de verklaring die zijn politieke agenda het beste dient.
Boudry schreef ooit dat klassieke drogredenen uit argumentatieboeken zelden voorkomen in publieke debatten. Die stelling lijkt vooral een verdediging vooraf, want zijn eigen boek puilt uit van zulke drogredenen, vooral ad hominems. Maar zijn hele houding berust op één grote manipulatieve drogreden: de golden mean fallacy, de gulden middenweg-drogreden. Hij positioneert zich steevast als het redelijke midden tussen politiek links en politiek rechts.
Filosoof Bruce Waller beschrijft deze denkfout helder in zijn boek Critical Thinking. De redenering werkt als volgt: een standpunt zou juist zijn omdat het gematigd, redelijk of compromisgericht is tussen twee uitersten. Maar waarheid wordt niet bepaald door de geografische positie van een standpunt tussen twee andere standpunten.
Neem de zestiende eeuw. Het idee van Copernicus dat de aarde om de zon draait, gold als extreem. De traditionele opvatting stelde dat alles om de aarde draaide. Sommige denkers probeerden een compromis: de aarde bleef centraal, maar de andere planeten draaiden rond de zon. Dat leek gematigder en daarom voor velen plausibeler. Toch bleek juist het ‘extreme’ standpunt van Copernicus correct en het compromis fout.
Hetzelfde gold voor de slavernij. De abolitionisten wilden slavernij volledig afschaffen, hun tegenstanders wilden haar behouden. Daartussen bevonden zich gematigde politici die slavernij wel in bestaande staten toestonden, maar niet verder wilden uitbreiden. Dat compromis leek redelijker dan volledige afschaffing. Toch bleek juist de radicale eis van volledige afschaffing moreel en juridisch juist.
Waller noemt ook de ouderdom van de aarde. Sommigen beweerden dat de aarde enkele duizenden jaren oud was, terwijl Darwin sprak over honderden miljoenen jaren. Een ‘gematigde’ positie hield het op enkele miljoenen jaren. Later bleek de aarde ongeveer 4,6 miljard jaar oud — nog veel ‘extremer’ dan Darwin dacht. Het midden zat er opnieuw naast.
Vervolgens laat Waller zien dat dezelfde gulden-middenredenering gebruikt kan worden om tegengestelde conclusies te verdedigen. Dat alleen al toont aan dat de redenering ondeugdelijk is.
Wie zich voordoet als het redelijke midden, kan bovendien sluw één kant kiezen door zelf te bepalen welke ‘extremen’ hij tegenover elkaar zet. In Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië van 8 juli 1933 stond een artikel met de titel ‘Hitler waarschuwt tegen Nazi’s! Heethoofden zijn een gevaar.’ In de tekst stond: ‘Adolf Hitler richtte een ernstige waarschuwing tot de gouverneurs van verschillende staten tegen heethoofden onder de Nazi’s, die het economische leven van Duitschland in gevaar brengen. Hitler heeft last gegeven deze ongeschikte Nazi’s te vervangen door kundige personen die geen Nazi’s zijn.’ Zo kon zelfs Hitler zich presenteren als het redelijke midden tussen de heethoofden en de pacifisten.
Precies zo opereert Boudry in het debat over Israël en Palestina. Hij verwijt Palestina-supporters zwart-witdenken omdat zij Israël als dader en Palestijnen als slachtoffers zouden zien. Maar hij bewijst nergens dat de waarheid daarom automatisch in het midden ligt. Sterker nog, hij ziet het conflict zelf wél zwart-wit. Hij tweet bijvoorbeeld: ‘Na de Britten weigerden de ‘Palestijnen’ hun eigen zelfbeschikking door de VN-partitie af te schieten. De essentie van het conflict is het rabiate antisemitisme dat geen enkele Joodse staat aanvaardt, ongeacht de grenzen, en de ‘nuttige idioten’ in het Westen die dat verschonen.’ Volgens hem moet Israël zich verdedigen tegen een grote groep vijanden die het sinds zijn ontstaan willen vernietigen. In een andere tweet linkt hij naar een stuk waarin wordt beweerd dat Israël de bezetting niet kan beëindigen, omdat Hamas dan op de Westbank de macht zou overnemen en genocide op alle Israëliërs zou plegen. Zo herhaalt Boudry argumenten die we kennen uit de propagandaboeken van de Israël-lobby — verkocht onder het etiket van de gulden middenweg.
De media geven Boudry een podium. Niet vanwege zijn deugdelijke rationele argumenten, maar omdat hij bullshitverhalen presenteert in een aanlokkelijke stijl. De media kiezen schoonheid boven waarheid.
Geredigeerd door Pascale Esveld
Be First to Comment