Sla over naar de inhoud

Er is geen bewijs dat God bestaat

In hun opinie van 30 december in de Volkskrant, beweren Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder dat de moderne filosofie nieuwe argumenten voor God’s bestaan produceert. Dit is onjuist. Neem bijvoorbeeld Rutten. Hij promoveerde op één van deze argumenten, maar zijn argument overtuigt niet. Hij zegt dat we nooit kunnen uitsluiten dat God bestaat. Want we kunnen altijd iets over het hoofd zien. Dit neemt hij als premisse 2 in het volgende argument:

Premisse 1: Voor alle proposities (stellingen) P geldt dat als P noodzakelijk onkenbaar is, dan is P noodzakelijk onwaar.
Premisse 2: De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar.
Conclusie 1: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar.
Conclusie 2: Het is noodzakelijk waar dat God bestaat.
Hier komen mijn bezwaren:

Ad ignorantiam
Ruttens redenering schendt een fundamentele argumentatieregel: uit onkunde mag je geen enkele conclusie trekken. Als je iets niet weet, weet je slechts dat je het niet weet, maar niks anders. Als je andere conclusies trekt uit ignorantie, ben je bezig met de ad ignorantiam drogreden.

Premisse 1 is onbewezen en contradictoir
We hebben geen reden om aan te nemen dat premisse 1 waar is. We zouden ook het tegendeel kunnen roepen: dat alle onkenbare negatieve stellingen noodzakelijk waar zijn. Bijvoorbeeld de stelling ‘denkbeeldig voorwerp rXluap6AA5L8^!!Zo48 bestaat niet’ is noodzakelijk waar als de waarheid van de stelling onkenbaar is. Want als iets bestaat is het ook noodzakelijk kenbaar.

Premisse 1 is ook een contradictie. Want als we weten dat de stelling ‘God bestaat niet’ onwaar is, dan is de waarheid van deze stelling niet meer onkenbaar. Dan is de waarheid van de stelling tegelijkertijd kenbaar en noodzakelijk onkenbaar.

Premisse 2 is onbewezen en onwaar
In de openingstoespraak bij een debat schrijft Rutten:

“Er zijn vier kandidaten voor de wijze waarop iemand zou kunnen weten dat God niet bestaat. De eerste is te laten zien dat het begrip God contradictoir is. Er is echter op geen enkele wijze een logische tegenspraak af te leiden uit de idee van een persoonlijke eerste oorzaak. De tweede is het hebben van de intuïtie dat God niet bestaat. Echter, de uitspraak dat God niet bestaat is zeker niet zelfevident. De derde manier is niet-corrigeerbare empirische ervaring. Dit is echter ook niet mogelijk omdat we middels empirische ervaring, hoe dwingend en verstrekkend ook, nooit kunnen uitsluiten dat God bestaat. De vierde manier betreft een onfeilbare getuigenis. Echter, geen enkele getuige, hoe betrouwbaar ook, kan iemand in een zekere positie brengen ten aanzien van het niet bestaan van God. Kortom, het is inderdaad onmogelijk om te weten dat God niet bestaat.”

Onjuist. We hebben geen enkel bewijs dat er slechts vier manieren bestaan. We kunnen bijvoorbeeld niet uitsluiten dat wetenschap of logica ooit zullen bewijzen dat God niet bestaat.

Rutten gebruikt modale logica voor zijn argument. Modale logica trekt conclusies uit het feit dat iets mogelijk is, of denkbaar. Hij weerlegt tegenargumenten met behulp van denkbare mogelijke werelden. Als je bijvoorbeeld zegt dat het voor ons onkenbaar is dat eenhoorns niet bestaan, reageert Rutten dat in een denkbare mogelijke wereld, waar God bestaat, God weet of eenhoorns bestaan. Hoewel ik geen fan van modale logica ben, wil ik Rutten hieronder toch een koekje van eigen deeg geven.

Een denkbare wereld
Stel je een wereld voor waarin slechts God bestaat. Hier heb je twee mogelijkheden: het is of mogelijk of onmogelijk voor God te weten dat hij niet door een andere übergod is geschapen. Hieronder de twee mogelijkheden.

Wat als het onmogelijk is? Als Ruttens premisse 1 klopt, dan is de stelling (dat God niet door übergod is geschapen) noodzakelijk onkenbaar en onwaar. Dus ook God is door een übergod geschapen. Maar übergod heeft hetzelfde probleem, dus ook hij is door een megaübergod geschapen. Dit is een oneindige regressie van goden die andere goden scheppen. En regressies zijn dodelijk voor elk argument. Vooral omdat Rutten God definieert als ‘persoonlijke eerste oorzaak’ van alles.

Wat als God weet dat hij niet door übergod is geschapen? Dan is Ruttens premisse 2 onwaar. Er is dus een denkbare wereld waar het mogelijk is voor een wezen om te weten dat noch hij, noch zijn wereld door een ander is geschapen. Bovendien, als God zijn goddelijke eigenschappen opheft, is hij zoals jij.

Rutte probeert dit probleem vergeefs op te lossen. Hij zegt dat God weet dat hij niet door een andere is geschapen, omdat hij alles in de wereld heeft geschapen, dus hij weet dat er niks anders bestaat. Maar dit lost zijn probleem niet op. Want als ik een fiets schep, ook als die het enige ding in de wereld is, weet ik niet wat verder in de wereld bestaat; noch weet ik of ik door een andere ben gemaakt of niet.

Dus de nieuwe filosofische argumenten zijn niet overtuigend. Ik wacht liever op een wetenschappelijk bewijs.


Geredigeerd door Pascale Esveld

Published inBeste BlogsFilosofieSofist Factory

5 Comments

  1. Als iedereen altijd overal vanaf zou blijven, zou alles wat vandaag werkt morgen ook nog werken. Helaas gaan er ook morgen weer dingen kapot als gevolg van pogingen om dingen beter te maken.

    Wat betreft die Rutten :
    Je kan inderdaad doctor worden op een studie van dingen die niet bestaan. En op die manier een leven lang een goede boterham verdienen. Je kan ook ten strijde trekken tegen windmolens of om niet bestaande wapens te vernietigen. Of een medicijn ontwikkelen tegen een niet bestaande ziekte, of een verzekeringsmaatschappij oprichten om mensen te verzekeren tegen dingen die niet kunnen gebeuren.

    De wereld zit vol mogelijkheden, als je maar fantasie hebt.

  2. Waarom brullen de moslims dat altijd als ze een aanslag plegen Allah Akbar? Of is dit hun privé God?

  3. De beste wensen en een goed jaar gewenst

    • Mihai Mihai

      Bedankt Rikus. Jij ook beste wensen, gezondheid en veel geld. En knutselsmurf ook.

  4. Bert Morriën Bert Morriën

    Mihai, door al dat geharrewar over de afzonderlijke premissen, die ik liever postulaten noem, heeft blijkbaar niemand gezien dat die mutueel exclusief zijn.
    Premisse 1: Voor alle proposities (stellingen) P geldt dat als P noodzakelijk onkenbaar is, dan is P noodzakelijk onwaar.
    Premisse 2: De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar.
    Premisse 1 verdedigt hij door te zeggen dat al het mogelijke ware kenbaar is, maar als dat zo is dan is premisse 2 onwaar.
    Zie ook http://static.eo.nl/fileadmin/bestanden/visie/Stroomschema_Argumenten_bestaan_God.pdf
    Stel voor dat al het mogelijke door grijze balletjes wordt voorgesteld en God door een rood balletje.
    In een wereld waar God bestaat en al het mogelijke ware kenbaar is, is God kenbaar, dus dan moet het rode balletje zichtbaar zijn als je naar al het mogelijke kijkt.
    In een wereld waar God niet bestaat en al het mogelijke ware kenbaar is, is God niet kenbaar, dus dan is vast te stellen dat er geen rood balletje tussen al het mogelijke zit.
    Zie ook mijn commentaar op de volgende link.
    http://geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/570-oorlog-of-toch-niet.html

Geef een reactie