Spring naar inhoud

Slaat 22% van docenten in grote steden Holocaust over?

Eddo Verdoner, Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, beweerde in de Volkskrant van 18 september 2021 dat ‘Volgens Elsevier, in 2010, zou in de grote steden zelfs 22 procent van de docenten de Holocaust onbehandeld laten. Dat gebeurt overigens niet alleen op scholen met veel islamitische leerlingen.’ Dit heb ik gecontroleerd en het klopt niet.

Elsevier publiceerde hierover twee artikelen, een op papier en het andere op het internet.

Op het internet stond: ‘Een op de vijf geschiedenisdocenten in de vier grote steden heeft weleens meegemaakt dat hij of zij de Holocaust niet of nauwelijks ter sprake kon brengen omdat vooral islamitische leerlingen er moeite mee hebben.’

Op papier stond: ‘Nog geen half procent zegt de Holocaust niet of nauwelijks meer te behandelen.’ Omgerekend is dit 1 docent uit 339.

Remco Ensel is antisemitisme-onderzoeker bij het NIOD. In zijn boek ‘Haatspraak’ bekritiseert hij de conclusies in de Elsevier-enquête:

‘Op basis van het originele vragenformulier en een toelichting door Ruud Deijkers moet worden geconcludeerd dat enige terughoudendheid in het uitventen van de conclusie over de “een op de vijf geschiedenisdocenten” nodig is. Er was bijvoorbeeld van alle ondervraagden slechts één docent naar eigen zeggen gestopt met lesgeven over het onderwerp en dat was wegens het verzet van ‘extreemrechtse’ leerlingen.’

Ensel en Annemarike Stremmelaar beschrijven in een artikel hun avontuur met Elsevier. Ruud Deijkers, datajournalist bij Elsevier en medeauteur van het papieren artikel, mailde hen een screenshot van enquêtevraag 21:

‘De afgelopen jaren klaagden enkele docenten over het feit dat ze de Holocaust niet of nauwelijks ter sprake konden brengen wegens afwijzende reacties van vooral islamitische leerlingen. Heeft u dit wel eens meegemaakt?’ Mogelijke antwoorden:

  1. ja, vaak
  2. ja, soms
  3. nee, nooit’

Ensel en Stremmelaar vonden dat uit deze vraagstelling men niet tot de conclusie kon komen dat de moslims de oorzaak zijn. Vooral omdat de vraag vaag is verwoord. Bovendien is de vraagstelling onnodig sturend. En hoe kwam de schrijver tot resultaten als ‘Ja, ik bleef de Holocaust op dezelfde manier behandelen’? Elsevier mailde hen een tweede versie van vraag 21:

‘Heeft u wel eens meegemaakt dat u de Holocaust niet of nauwelijks in de klas ter sprake kon brengen?’
De mogelijke antwoorden:

  1. Ja, ik bleef de Holocaust op dezelfde manier behandelen
  2. Ja, ik veranderde de manier waarop ik de Holocaust behandelde
  3. Ja, ik behandel de Holocaust sindsdien niet of nauwelijks meer
  4. Nee, nooit meegemaakt’

Ensel en Stremmelaar vonden ook de tweede versie onvoldoende:

‘Dan blijkt dat één docent het vakje “Ja, ik behandel de Holocaust sindsdien niet of nauwelijks meer,” heeft aangekruist. En dit betrof dus de docent die met extreemrechtse leerlingen had te kampen. Er is dus geen (oorzakelijk) verband tussen het stoppen met Holocaustonderwijs en mogelijke bezwaren van islamitische leerlingen. Sterker nog: er wordt in deze vraagstelling niet naar moslimleerlingen gevraagd.’

Ik vroeg Arthur van Leeuwen – chef redactie onderzoek Elsevier – hoe het zit. Welke van de twee vragen beantwoordden de docenten? Ik vroeg ook een kopie van de vragen en de antwoorden, om zelf te kunnen beoordelen. Hij vertelde me dat Elsevier niet aan transparantie doet:

‘Elsevier verstrekt nooit vragenlijsten of data aan derden, ook de auteurs van het door u bijgevoegde artikel hebben nooit de definitieve of correcte vragenlijst ontvangen voor zover ik ter redactie kan nagaan. In elk geval is die kennelijk niet voor hun artikel gebruikt.’

Dus Elsevier stuurde Ensel en Stremmelaar twee foute versies. Bovendien zou de goede vraag moeten zijn:

‘De afgelopen jaren klaagden enkele docenten over het feit dat ze de Holocaust niet of nauwelijks in de klas ter sprake konden brengen wegens afwijzende reacties van vooral islamitische leerlingen. Heeft u dit soort afwijzende reacties zelf meegemaakt en wat deed u daarna?’

De mogelijke antwoorden:

  1. Ja, ik bleef de Holocaust op dezelfde manier behandelen
  2. Ja, ik veranderde de manier waarop ik de Holocaust behandelde
  3. Ja, ik behandel de Holocaust sindsdien niet of nauwelijks meer
  4. Nee, nooit meegemaakt’

Maar Van Leeuwen beantwoordde mijn belangrijkste vraag niet: bent u het met mij eens dat de vraag niet tot de conclusie kan leiden dat: ‘Een op de vijf geschiedenisdocenten in de vier grote steden weleens heeft meegemaakt dat hij of zij de Holocaust niet of nauwelijks ter sprake kon brengen omdat vooral islamitische leerlingen er moeite mee hebben.’? Dit stond immers in Elsevier.

Let op de formulering. De vraag is ingeleid met drie extra stukken (suggestieve) informatie: 1. De bewering dat enkele docenten moeite hebben met het doceren van de Holocaust. 2. De bewering dat het ‘wegens afwijzende reacties’ komt. 3. De bewering dat het ‘vooral’ om islamitische leerlingen gaat. De vraag is ambigu. Dit wil zeggen dat men slechts vraagt of de docent problemen heeft met het doceren van de Holocaust. Het woord ‘wegens’ in de vraag slaat (in de beste interpretatie) op ‘afwijzende reacties’, niet op ‘islamitische leerlingen’. Het is waar dat sommige docenten de vraag anders konden interpreteren, maar de onderzoeker heeft geen vrijheid om zelf voor één van de mogelijke interpretaties te kiezen.

En de werkelijke vraag is: ‘Heeft u dit soort afwijzende reacties zelf meegemaakt?’. De vraag is niet of men de Holocaust ‘niet of nauwelijks in de klas ter sprake’ kan brengen. De vraag gaat ook niet over moslims. De enquête vraagt slechts of men enige afwijzende reactie heeft meegemaakt. Dit wil zeggen dat een ja-antwoord slechts zal aantonen dat de docent ooit geen normale les kon geven. Maar hieruit volgt niet dat de islamitische leerlingen dé oorzaak van de belemmering zijn. Stel, ik ben een docent en een Holocaust-ontkennende neonazi onderbreekt mijn les. Welk antwoord zou ik geven? ‘Ja’. Maar Elsevier zou dit interpreteren als een bevestiging dat moslims de oorzaak zijn.

Dus aan de hand van deze vraag, kon de journalist nooit concluderen dat moslims de oorzaak van het oponthoud zijn. Elsevier heeft de onderzoekgegevens fout geïnterpreteerd.

De regering beantwoorde Kamervragen daarover als volgt:

‘Uit de enquêteresultaten blijkt echter ook dat de meeste docenten zich daardoor niet uit het veld laten slaan. Circa één procent van de docenten die de enquête hebben ingevuld geeft aan de manier waarop hij of zij de Holocaust behandelt, te hebben aangepast. Nog geen half procent geeft aan het onderwerp niet of nauwelijks meer te behandelen. Hieruit blijkt dat de Holocaust op de meeste scholen juist wel wordt behandeld en besproken en dat verreweg de meeste docenten niet aan het onderwerp voorbij gaan vanwege verzet vanuit de klas.’

Dus Verdoner gebruikte een onbetrouwbare bron en hij zette ook nog minderheden onnodig in een kwaad daglicht. Hij had moeten weten dat de regering dat onderzoek in de antwoorden op Kamervragen had genuanceerd. Hij was immers voorzitter van het Centraal Joods Overleg (CJO) en de Nederlands Israëlitische Gemeente in Utrecht, en hij maakte deel uit van het bestuur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en dit soort belangenorganisaties zijn altijd op de hoogte van dit soort Kamervragen.

De pers zou moeten beseffen dat de Holocaust veroorzaakt is door eeuwenlange smadelijke uitspraken over de Joden en zou daardoor geen smadelijke uitspraken over minderheden moeten publiceren.


Geredigeerd door Pascale Esveld

Gepubliceerd inOpiniePolitiek

2 Reacties

  1. Reax Reax

    Ziedaar ook het belang van (afgedwongen) rectificaties. Zo voorkom je dat al dan niet bewust verspreide onjuistheden, in dit geval het vullis van Elsevier, tot in lengte van dagen ten onrechte gerecycled worden. Afgezien daarvan blijft het zwak dat je als nationaal coördinator moet teruggrijpen op halfbakken interpretaties die een opinieblad elf jaar geleden gepubliceerd heeft. Was er werkelijk geen recent serieus onderzoek te vinden van een betrouwbaar, neutraal opererend instituut? Was dit het enige spul dat je in elf jaar hebt kunnen opgraven?

    • Mihai Mihai

      Fake news is moeilijk te bestrijden. Ik heb dezelfde shit bij Halbe Zijlstra, Esther van Fenema, Joël Voordewind, Bram Moszkowicz en Arend Jan Boekestijn gehoord.

Geef een reactie