Site pictogram Mihai Martoiu Ticu

WOB-verzoek The Rights Forum volstrekt legitiem

In hun boek “The Human Right to Dominate”, beschrijven Nicola Perugini en Neve Gordon hoe de Israëlische kolonisten de terminologie van de mensenrechten misbruiken om de Palestijnen te onderdrukken en te verdrijven. Hetzelfde doen Matthijs de Blois en Freek Vergeer (voortaan de auteurs) in hun opiniestuk in Reformatorisch Dagblad. Ze vallen The Rights Forum (TRF) aan, voor een WOB-verzoek over de universiteiten. TRF vraagt welke contacten universiteiten met Israël en verschillende lobby’s hebben.

Betere definitie van antisemitisme

Volgens de auteurs is het WOB-verzoek antisemitisch volgens de in diskrediet gebrachte IHRA-definitie van antisemitisme. Ik heb een betere definitie: Antisemitisme is een vorm van racisme. Racisme probeert of onverdiende voordelen voor sommige mensen te bemachtigen of onterechte nadelen te veroorzaken, op basis van veronderstelde biologische eigenschappen. De essentie van antisemitisme is dus dat men de Joden iets ontneemt waar ze recht op hebben, of hen een nadeel bewerkstelligt (of schade veroorzaakt). Bijvoorbeeld Yale University had een quotum voor Joden van maximaal 10% tot in de jaren ‘60. De Blois en Vergeer produceren geen enkel bewijs dat het WOB-verzoek negatieve gevolgen voor Joden zou hebben, dat TRF de Joden iets zou onthouden of ontnemen waar ze recht op hebben. Dus het verzoek is niet antisemitisch.

Het WOB-verzoek valt ook niet binnen IHRA-definitie

Daarnaast, zelfs de IHRA-definitie is op dit WOB-verzoek niet van toepassing. De auteurs citeren vijf IHRA-voorbeelden die op geen enkele manier op het verzoek toegepast kunnen worden.

Zij menen dat dit verzoek antisemitisch is omdat TRF ook de contacten met de Joodse belangenorganisaties wil weten, die voor de rechten van Joden vechten. Maar TRF’s wens is gerechtvaardigd, want alle organisaties op de lijst participeren vrijwillig in het debat over het Israëlisch-Palestijns conflict en ze vallen de Palestina-supporters met valsspelen aan. Enkele voorbeelden:

Federatief Joods Nederland pleegde smaad en laster en deed een valse aangifte tegen Dries van Agt voor een toespraak vóór Palestijnen. Zes Joodse instellingen beschuldigden valselijk professor Cees Flinterman (die een van de meest gerespecteerde rechtsgeleerden binnen de mensenrechtenwereld is) van antisemitisme toen hij de Nederlandse pensioenfondsen adviseerde om de illegale Israëlische nederzettingen niet te financieren.

Israël-supporters lobbyen om te voorkomen dat academici het standaard volkenrecht doceren (dat de Israëlische nederzettingen illegaal zijn en dat de Westelijke Jordaanoever bezet is). Bijvoorbeeld Valentina Azarova. Een rechter, die ook donateur was van de universiteit van Toronto, lobbyde om te voorkomen dat zij de functie van directeur van het “International Human Rights Program” kreeg. Deze rechter was ook lid van twee Joodse lobby’s.

Stel dat TRF zou lobbyen om De Blois en Vergeer te ontslaan, zouden zij ook WOB-verzoeken indienen om te weten wat TRF tegen de universiteiten zegt. Immers in een rechtsstaat heeft iedereen het recht om de bewijsvoering tegen hem te weten en zijn aanklagers aan de tand te voelen. Alleen in een Kafkaiaanse dictatuur zijn de aanklacht, de bewijzen, de getuigen en de aanklagers geheim.

Sprekers en debatten op Nederlandse universiteiten worden verboden omdat ze het standaard volkenrecht en de rechten van de Palestijnen verdedigen. European Legal Support Center heeft daarover een rapport geschreven. Daarom hebben studenten en academici TRF gevraagd om het WOB-verzoek in te dienen omdat hun academische vrijheid en andere mensenrechten voortdurend worden geschonden.

Geen discriminatie van Israël

De auteurs menen dat TRF discrimineert omdat men de communicatie met de Palestijnen niet heeft opgevraagd. Maar dit is absurd. Alle landen hebben drie juridische plichten: 1. Israël NIET te helpen om bezet gebied te annexeren. 2. Te zorgen dat Israël humanitair recht respecteert. 3. De Palestijnen te helpen om hun zelfbeschikkingsrecht te vervullen. Om hun plichten te vervullen, moeten de Westerse landen meer druk op Israël uitoefenen. André Nollkaemper, de juridische adviseur van het kabinet en decaan van Faculteit der Rechtsgeleerdheid bij UVA, stelde het onlangs in het NRC voor om het EU-Associatieverdrag en de militaire samenwerking met Israël op te schorten en de Palestijnse staat te erkennen. De Adviesraad Internationale Vraagstukken trok soortgelijke conclusies in 2013:

“Indien Israël onverhoopt niet bereid blijkt een einde te maken aan de groeiende kolonisering van de bezette gebieden, ontkomen verantwoordelijke actoren binnen de internationale gemeenschap er niet aan op woorden van protest ook daden te laten volgen. Met andere woorden, aan aanhoudende schendingen van het internationale recht en bindende uitspraken van de Veiligheidsraad moeten in de geschetste situatie consequenties worden verbonden. Voor de Europese Unie zou dat een beperking of bevriezing van haar betrekkingen met Israël kunnen betekenen (in elk geval geen opwaardering van de samenwerkingsrelatie) en, als uitvloeisel van internationale juridische verplichtingen, het afkondigen van een verbod op importen van producten uit de Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden.”

TRF heeft deze drie plichten niet speciaal voor Israël verzonnen, maar ze zijn standaard volkenrecht. Dus TRF discrimineert Israël niet, maar houdt Israël juist aan dezelfde internationale normen als alle andere landen. Daarnaast is het legaal om met de bevolkingen onder bezetting relaties te hebben. Het is zelfs een juridische plicht om de Palestijnen te helpen. TRF beschadigt geen Joden als men de communicatie met de Palestijnen niet opvraagt omdat de Joden niet het recht hebben dat TRF weet wat de universiteiten met de Palestijnen praten.

Juist de Palestijnen en hun supporters worden gediscrimineerd

Het Westen stelt aan de Palestina-supporters eisen die men aan geen enkele deelnemer aan het democratische debat stelt. Men eist van deze supporters dat ze niet alleen Israël bekritiseren, maar ook de Palestijnen. Anders zijn ze antisemieten. Men eist dat ze niet alleen voor de Palestijnen opkomen, maar ook voor de Israëliërs. Anders zijn ze antisemieten. Sterker nog, men eist dat de Palestina-supporters voor alle slachtoffers in de wereld opkomen, anders zijn ze antisemieten.

Toen Jimmy Carter en Dries van Agt boeken over de rechten van de Palestijnen schreven, riep men ‘antisemitisme’ omdat ze geen boeken over andere volkeren schreven. Dit gebeurt nooit met Israël-supporters. Bijvoorbeeld Matthijs de Blois verdedigde in een boek de Israëlische bezetting. Niemand heeft hem van Palestijnenhaat beschuldigd omdat hij geen andere bezettingen in de wereld verdedigde. De Blois en Vergeer zijn lid van meerdere lobby’s die alleen voor Israël opkomen. Niemand eist van hen om voor andere bezettende machten op te komen. Niemand eist van hen om ook Israël te bekritiseren als ze de Palestijnen bekritiseren. Niemand eist van hen om ook de Israël-lobby te bekritiseren als ze TRF bekritiseren.

Niemand eist van de Zeehondencrèche om ook Chihuahua’s te redden. Niemand eist dat de Stomavereniging om ook voor kankerpatiënten te vechten. Niemand eist van mensen om ook voor andere ambassades te demonstreren als ze dagelijks voor de Russische ambassade demonstreren. Als lobbyist Mitchell Bard de invloed van het Arabisch geld op universiteiten onderzoekt, eist niemand dat hij ook het Israëlische geld onderzoekt.

Elke deelnemer aan het publieke democratische debat heeft in het Westen het recht slechts één argument te verdedigen, slechts voor één person, groep of goed doel te vechten. Iedereen mag slechts één persoon, groep, land of industrie bekritiseren. En niemand eist meer van hen. Niemand vindt ze verdacht. Iemand vroeg in een WOB-verzoek alle gesprekken aan tussen TRF en het Ministerie van Buitenlandse zaken. Niemand eiste van deze indiener om ook de communicatie met de Israël-lobby op te vragen. Niemand beschuldigde hem/haar van Palestijnenhaat. Dus men discrimineert de Palestina-supporters omdat men hen onredelijke eisen stelt, die men van niemand anders verwacht.

Tot conclusie

Het is altijd legitiem om de regeringsinstituties te controleren, in al haar contacten met alle lobby’s, dus ook met Joodse lobby’s, maar het is extra legitiem om hen te controleren omdat ze aan het debat over de rechten van de Palestijnen en van de Palestina-supporters deelnemen.

Misbruik van rechten

De Blois en Vergeer beweren dat TRF zijn rechten misbruikt. In werkelijkheid misbruiken zij de vrijheid van meningsuiting. Want deze vrijheid is juist bedoeld voor machtelozen om de machtigen te kunnen bekritiseren om macht te nivelleren, om rechten van underdogs te kunnen verdedigen, om te voorkomen dat de machtigen hen beroven en onderdrukken. Deze vrijheid is niet voor de bezetters en hun apologeten, maar voor de mensen onder bezetting.


Geredigeerd door Pascale Esveld

Mobiele versie afsluiten