Sla over naar de inhoud

Emanuel Rutten en het godsbewijs (03)

Emanuel Rutten reageerde op mijn twee vorige blogs [1, 2]– waar ik snel zijn argument weerlegde. Hij adviseerde dat ik zijn twee stukken zou lezen [1, 2]. In deze twee stukken zou hij mijn tegenargumenten hebben weerlegd. Ik heb nu de stukken gelezen en ik zie nergens een weerlegging van mijn tegenargumenten. Vandaag wil ik zijn eerste premisse op een andere manier weerleggen. Hier is zijn eerste premisse:

“‘Indien het metafysisch onmogelijk is om te weten dat p, dan is p noodzakelijk onwaar’. Of anders gezegd: wat mogelijk waar is, is ook mogelijk kenbaar. Deze claim lijkt niet onredelijk. Immers, indien een gegeven propositie p mogelijk waar is, dus waar in één of meerdere mogelijke werelden, dan lijkt er eveneens een mogelijke wereld voorstelbaar waarin één of ander subject ook daadwerkelijk weet dat p waar is. Kortom, als geen enkel subject in geen enkele mogelijke wereld, dus niet in de actuele wereld, noch in gelijksoortige werelden, noch in iets andere werelden, noch in radicaal afwijkende werelden, kan weten dat p waar is, dan lijkt de meest voor de hand liggende grond hiervoor te zijn dat p zelf eenvoudigweg niet waar kan zijn. De basis intuïtie achter de eerste premisse is de eeuwenoude idee dat de wereld uiteindelijk intelligibel is. Dit lijkt inderdaad een voorwaarde voor metafysica en theoretische fysica als zodanig. Waarom zouden we ons immers overgeven aan een zoektocht naar het ‘metafysisch ultieme’ indien we het niet op zijn minst plausibel zouden achten dat de wereld mogelijk kenbaar is, dat een uiteindelijke ‘theorie van alles’ in ieder geval in beginsel mogelijk is.”

Mijn weerlegging is dat er een propositie p mogelijk waar is, en tegelijkertijd onmogelijk te weten dat het waar is. Zoals Emanuel zelf in zijn stuk zegt: “there will always remain some, perhaps extremely remote, epistemic possibility that God does exist after all….”. En ik zeg: er is altijd een mogelijkheid – hoe extreem gering ook – dat er een ware propositie p bestaat en tegelijkertijd voor niemand kenbaar is.

Emanuel denkt om een soortgelijk tegenargument te hebben beantwoord in zijn weerleggingen 4 en 10 in zijn stuk. Maar in zijn stuk weerlegt hij daar slechts tegenargumenten in een verzwakte vorm. Dus een stroman. Emanuel weerlegt nergens mijn stelling hierboven.

Emanuel baseert de eerste premisse op een intuïtie dat alles in de wereld ‘uiteindelijk intelligibel is’. Ik heb die intuïtie niet. Zoals ze in de rechtbank zeggen: het is zijn intuïtie tegen de mijne.

Het enige waar hij zijn premisse op baseert is het volgende “Waarom zouden we ons immers overgeven aan een zoektocht naar het ‘metafysisch ultieme’ indien we het niet op zijn minst plausibel zouden achten dat de wereld mogelijk kenbaar is, dat een uiteindelijke ‘theorie van alles’ in ieder geval in beginsel mogelijk is.”

Dit is geen bewijs voor zijn premisse. Het slechts wishful thinking. Ja, het is waar dat wij hopen om alles te ontdekken en te weten. Deze hoop hebben we als we wetenschap bedrijven. Maar als wij deze hoop hebben, wil niet zeggen dat de wereld is zoals wij hopen dat het is. Als wij ons op een bepaalde manier gedragen, wil niet zeggen dat de wereld een spiegelbeeld is van onze verwachtingen tijdens ons gedrag. Er zijn ontelbare voorbeelden. Bijvoorbeeld wij gedragen ons alsof de zon opkomt. Wij gedragen ons alsof de voorwerpen in de wereld vol zouden zijn, terwijl de atomen voor de grootste gedeelte lege ruimte zijn:

De eerste premisse berust slechts op Emanuel’s intuïtie dat de premisse ‘plausibel’ is. Neem de volgende twee premissen:

Emanuel’s intuïtie: het is plausibel dat er geen enkele onkenbare ware propositie (uitspraak) bestaat.
Mihai’s intuïtie: het is plausibel dat er een onkenbare ware propositie bestaat.

Beide intuïties zijn evenveel of even weinig plausibel.

Daarna kan ik nergens in zijn stuk een weerlegging vinden op de stelling dat zijn argument een contradictie bevat. Er is namelijk een wereld W denkbaar waar God niet bestaat. Stel je bijvoorbeeld voor dat in W God bestaat en beslist om te verdwijnen. Als God bestaat en is almachtig, als hij de wereld kan scheppen, kan hij zichzelf ook doen verdwijnen. Of hij geeft Harry Potter een toverstok die eenmalig God kan doen verdwijnen. En Harry – als een ondeugende jongen – doet God verdwijnen. Oeps. Dit betekent dat Emanuel’s argument tegelijkertijd beweert dat het noodzakelijk waar is dat God bestaat, terwijl in wereld W God niet bestaat. Een contradictie.

Zie ook:
Emanuel Rutten en het godsbewijs (07)
Emanuel Rutten en het godsbewijs (01)
Emanuel Rutten en het bewijs voor rXLUAP6AA5L8^LZzTHZzc3ue!!Zo48
Emanuel Rutten en het godsbewijs (04)
Emanuel Rutten en het godsbewijs (05)

Published inFilosofieOpinie

3 Comments

  1. Mihai Mihai

    @Emanuel

    In het reactie van “15 april 2012 10:39″ zie ik geen echt antwoord. Het is nog steeds oduidelijk of je gelooft dat er geen enkele onkenbare ware uitspraak kan bestaan. Is er volgens jouw enige onkenbare ware propositie, of is er geen enkele mogelijk?

    Daarna jouw reactie op de zelfmoord van God is ook onvoldoende. Als God almachtig is en de wereld kan scheppen, dan kan hij ook zorgen dat hij niet meer bestaat.

  2. TL L TL L

    Het is helaas zeer typisch dit soort “antwoorden” (ontwijkingen/afwijkingen/ontsporingen/vaagheden)
    .
    En helaas blijkbaar werkt het voor zulke mensen om genoeg schapen in de wereld te creeeren en uit te melken…

    Helaas werkt spam en reclame hierdoor…

Geef een reactie