Skip to content

Waarom Palestina-supporters ook mensenrechten hebben

Op 10 december vieren we de internationale dag van de mensenrechten en worden alle bekende schendingen benoemd. Toch blijft één schending onbesproken. Het gaat om de aantasting van de mensenrechten van Palestina-supporters in opiniestukken. Zij worden daar zonder bewijs weggezet als antisemieten. Die beschuldiging is zwaar want antisemitisme is een vorm van racisme. Racisme gaat over benadeling of bevoordeling op basis van vermeende biologische kenmerken en de kern ligt in het schenden van rechten. Wie antisemitisme roept moet aantonen dat Joden door de uiting werkelijk iets verliezen waar zij recht op hebben.

Een juridische illustratie laat zien hoe serieus deze bescherming is. De Canadese leraar Malcolm Ross publiceerde in zijn vrije tijd antisemitische teksten en noemde de Holocaust en het dagboek van Anne Frank een hoax. Zijn werkgever plaatste hem over en waarschuwde hem voor ontslag. Hij vocht dit aan tot aan het Canadese hooggerechtshof en verloor. Daarna stapte hij naar het VN Mensenrechtencomité maar kreeg ook daar ongelijk. Het comité oordeelde dat ontheffing uit zijn functie nodig was om de rechten en de reputatie van Joden te beschermen.

Als Joden recht hebben op bescherming van reputatie en goede naam dan hebben Palestina-supporters dat evenzeer. Toch worden zij op onze opiniepagina’s stelselmatig beschuldigd met leugens en drogredenen. Een veelgehoord verwijt is dat zij alleen opkomen voor Palestijnen en niet voor anderen. Dat verwijt is een feitelijke beschuldiging en vereist bewijs. Dat bewijs ontbreekt. Daarnaast is het een drogreden. Uit het feit dat iemand uit Urk protesteert voor Palestijnen en niet voor Tibetanen volgt niet dat Palestijnen geen recht hebben op zelfbeschikking. Evenmin volgt daaruit dat Israël recht heeft op de bezette gebieden of dat schendingen van mensenrechten geoorloofd zijn. En nog minder volgt daaruit dat de betrokkene een antisemiet is. Ook veel Israël-supporters komen alleen voor Israël op.

Artikel 12 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens biedt bescherming tegen aantasting van eer of goede naam. Hetzelfde geldt in mensenrechtenverdragen. Vrijheid van meningsuiting mag worden beperkt wanneer dit nodig is voor de bescherming van de rechten en reputatie van anderen. Ons strafrecht volgt dat uitgangspunt. Artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht stelt smaad strafbaar wanneer iemand opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt door beschuldigingen te verspreiden.

De Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) hebben vastgesteld dat vrijheid van meningsuiting en het recht op eer en goede naam gelijkwaardig zijn. De rechter moet steeds een zorgvuldige belangenafweging maken. Een feitelijke beschuldiging zonder bewijs die de reputatie ernstig schaadt zal sneller tot een beperking van uitingsvrijheid leiden. “Miskennen van de waardigheid van een groep mensen,” is beledigend volgens de rechter. De Hoge Raad overweegt dat een uitlating beledigend is wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te plaatsen en hem schenden in zijn eer en goede naam. Sinds 2004 erkent het EHRM dat staten burgers moeten beschermen tegen ernstige reputatieschade. Wanneer de staat die bescherming niet biedt kan ook dat een mensenrechtenschending zijn.

Een centraal criterium is of een uiting een feitelijke basis heeft. Waardeoordelen zijn toegestaan maar moeten voldoende steun vinden in feiten. In 2016 bevestigde het Europese Hof dit in de zaak van de Zwitserse professor William Ossipow. Een NGO beschuldigde hem van antisemitisme met dezelfde drogreden van dubbele standaard. Het Hof verwierp dat argument want de beschuldigingen hadden geen feitelijke basis. Zwitserland had dus terecht ingegrepen ter bescherming van Ossipows reputatie. Het Hof herhaalde dat beide rechten gelijke bescherming verdienen.

Als dat geldt voor een professor dan geldt het ook voor Palestina-supporters in Nederland. Toch hanteren media een dubbele standaard. Zij publiceren geregeld ad hominem aanvallen op Palestina-supporters maar publiceren nooit vergelijkbare aanvallen op Israël supporters. Dat is opmerkelijk want wie beleid verdedigt dat leidt tot landjepik en schendingen van mensenrechten kan net zo goed in een kwaad daglicht worden gesteld. Het feit dat dit niet gebeurt laat zien dat er sprake is van ongelijke behandeling.

Media hebben net als staten een verantwoordelijkheid om reputaties te beschermen. Wanneer ingezonden stukken Palestina-supporters zonder bewijs beschuldigen moeten redacties die weigeren of verwijderen. Hetzelfde geldt voor drogredenen. Palestina-supporters hebben dezelfde rechten op bescherming als de kinderen in de zaak van Malcolm Ross.

 


Geredigeerd door Pascale Esveld
Published inInternationaal RechtSofist Factory

Be First to Comment

    Leave a Reply