Sla over naar de inhoud

Thierry Baudets ongezond scepticisme

Baudet beweert dat het recht op leven geen universeel mensenrecht is. Hij bewijst hiermee zijn ongezond scepticisme en onkunde van volkenrecht.

Wat is ongezond scepticisme?
Elk vak heeft zijn manier van argumenteren. De bioloog zal anders betogen dan de natuurkundige of de jurist. Elk vak legt ook grenzen aan het toelaatbare scepticisme. Stel je bijvoorbeeld voor dat Pietje verdacht is van een moord en jij zijn advocaat bent. Je zegt: “Meneertje de rechter, hoe weten we dat de getuigen niet droomden; onder drugs of onder hypnose waren? Of misschien kwam er een marsmannetje en implanteerde een valse herinnering in hun brein. Misschien zijn we allemaal een brein in een vat en een computer voedt onze zintuigen met virtual reality. Misschien is de wereld vijf minuut geleden geschapen, met onze herinneringen en al.” Als je dit doet, schopt de rechter je onder je rectum linea recta zijn rechtszaal uit. Want je toont een voor rechtspraak ongezond scepticisme.

Baudets argument
Baudet doet hetzelfde telkens in zijn boek ‘De aanval op de natiestaat’. Hij beweert bijvoorbeeld dat er geen universele mensenrechten bestaan en dat ze ook niet kunnen bestaan.1 Hij geeft hiervoor drie redenen: ze zijn nooit vastgelegd; er bestaat geen internationale rechter waar we deze rechten kunnen opeisen; en we kunnen nooit enigheid over deze rechten bereiken omdat we verschillende waarden hebben.2

Als voorbeeld geeft hij het recht op leven. We kunnen, meent hij, het recht op leven niet als universeel mensenrecht vaststellen omdat we geen consensus kunnen bereiken over wat dit recht zou inhouden. De ene wil abortus, euthanasie of doodstraf verbieden. Een ander wil gratis voedsel en medicijnen. Daarom zullen staten nooit een akkoord bereiken. Baudet bewijst hiermee zijn ignorantie en zijn ongezond scepticisme.3

Ongezond scepticisme
Ik kan op dezelfde manier betogen dat wetten in Nederland onmogelijk zijn. We zullen immers nooit een akkoord bereiken over de betekenis van concepten. Stel dat we voertuigen in parken zouden willen verbieden. Wat is een voertuig dan? Oude mannetjes zouden met de vinger zwaaien naar een kleuter met trapskeltervrachtwagen, of met een radiografisch bestuurbaar autootje. De kleuters zouden een oude man verbieden, want hij rijdt op een elektrische scooter. Is een springstok een voertuig? Wat als je met je springstok met 100km/u in een 30km zone springt. Ben je in overtreding of niet?

Baudets denkfout is te geloven dat we nooit een akkoord kunnen bereiken als we in bepaalde gevallen van mening verschillen. Hij weet niet dat (bijna) alle wetten grijze gebieden hebben, waar het niet evident is wat we moeten doen. Daarom hebben we ook advocaten om zich suf te argumenteren. Daarom hebben we rechters om het grijze wit of zwart te verklaren.

Baudets onwetendheid
En dit is precies wat volkenrecht heeft gedaan: men heeft een beperkte betekenis van het recht op leven vastgelegd. Dit recht betekent dat een staat jouw leven niet arbitrair mag afnemen. Stel je voor dat een polizei tijdens jouw vakantie in Iran zegt: “Wat ben je toch lelijk. Laat ik maar een kogel door je smoel jagen.” Geen enkele staat zal betwisten dat Iran jouw recht op leven heeft geschonden. Zelfs Iran zou dat niet durven.

Volkenrecht omzeilt vragen over abortus, euthanasie en andere betwistbare vragen. En het recht op leven is niet absoluut. Volkenrecht maakt uitzondering op doodstraf voor zware misdrijven; de dader heeft recht op eventuele gratie; men mag geen minderjarige, noch zwangere vrouwen executeren. Staten mogen doden tijdens arrestaties, om de veiligheid van anderen te beschermen, om voortvluchtige gevangenen te vangen, om oproer en opstand te bedwingen. Tijdens de oorlog mogen staten burgers doden als collateral damage, maar niet bewust op burgers schieten.

Staten maken volkenrecht via verdragen en gewoonte. Gewoonte is het gedrag van de meeste staten. De regels over het recht op leven staan in meerdere verdragen en ze zijn ook gewoonterecht. Dus juristen weten heel goed wat het recht op leven inhoudt.

Jus cogens
Het recht op leven is niet slechts een universeel mensenrecht: rechtsgeleerden en (internationale) hoven noemen het een jus cogens norm.4 Jus cogens normen zijn de tien geboden van volkenrecht: staten mogen deze normen nooit schenden. Bijvoorbeeld slavernij, genocide, marteling en illegale oorlogen zijn absoluut verboden.

Conclusie
Het recht op leven is alive and kicking, alleen Baudet weet het nog niet. Jammer dat een wetenschapper ons verkeerd informeert. Om twee redenen. Ten eerste zullen we minder voor onze rechten opkomen en daardoor wordt de staat machtiger. Misschien handig voor conservatieven die van sterke staten houden. Ten tweede zullen we minder opkomen voor onze slachtoffers in het buitenland, zoals met de oorlog in Irak. Alweer handig voor conservatieven die een sociaal-darwinistische ideologie koesteren, berustend op het recht van de sterkste, waar de machtige mag tieren en de machteloze is gedoemd tot prooi en wegwerpvoorwerp. Voor mij is dit het zoveelste teken dat Baudet een machtsdenker is. Wanneer komt ie uit de kast?


Noten
1. T. Baudet, De aanval op de natiestaat. Amsterdam: Bakker, 2012, p.120-121.
2. p.121.
3. p.121.
4. “There can no longer be any doubt that the fundamental right to life belongs to the domain of jus cogens.”, Inter-American Court of Human Rights, Case of the “Street Children ” (Villagran-Morales et al.) v. Guatemala, JOINT CONCURRING OPINION OF JUDGES A.A. CANÇADO TRINDADE AND A. ABREU-BURELLI;
K. Parlett. The individual in the international legal system: continuity and change in international law. Cambridge University Press, 2011. p.326;
A. Orakhelashvili, Peremptory Norms in International Law. Oxford University Press, 2009, p.54;
W.P. Gormley ‘The right to life and the rule of non-derogability: Peremptory norms of jus cogens’ in R. Ramcharan (ed) The right to life in international law (1985). 128.
Het UN Human Rights Committee schreef in een commentaar op het Het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (International Covenant on Civil and Political Rights): “Reservations that offend peremptory norms would not be compatible with the object and purpose of the Covenant. Although treaties that are mere exchanges of obligations between States allow them to reserve inter se application of rules of general international law, it is otherwise in human rights treaties, which are for the benefit of persons within their jurisdiction. Accordingly, provisions in the Covenant that represent customary international law (and a fortiori when they have the character of peremptory norms) may not be the subject of reservations. Accordingly, a State may not reserve the right to engage in slavery, to torture, to subject persons to cruel, inhuman or degrading treatment or punishment, to arbitrarily deprive persons of their lives, to arbitrarily arrest and detain persons, to deny freedom of thought, conscience and religion, to presume a person guilty unless he proves his innocence, to execute pregnant women or children, to permit the advocacy of national, racial or religious hatred, to deny to persons of marriageable age the right to marry, or to deny to minorities the right to enjoy their own culture, profess their own religion, or use their own language.”, General Comment No. 24 (52), CCPR/C/21/Rev.1/Add.6

Published inBeste BlogsInternationaal Recht

Laat als eerste een reactie achter

    Geef een reactie