Skip to content

Nederland schuift Palestijnse staat vooruit om Israël tijd te geven

Minister van Buitenlandse Zaken David van Weel sprak op de VN-conferentie over erkenning van Palestina. Hij zei dat Nederland in een later stadium bereid is een Palestijnse staat te erkennen als onderdeel van een politiek proces dat volgens hem nu moet beginnen. Hij gaf geen tijdspad en zei dat erkenning voorlopig een kaart blijft die Nederland in de zak houdt. Dat klinkt als een slimme diplomatieke zet maar in werkelijkheid is het een recept voor eindeloos uitstel.

De Nederlandse regering weet precies wat er aan de hand is. Al decennia probeert Israël elke vorm van een Palestijnse staat te voorkomen. Israël heeft altijd gewerkt volgens de logica van “maximum territory, minimum Arabs,” zoals de Israëlische historicus Tom Segev het samenvat. Sinds de jaren zeventig is dat beleid systematisch uitgevoerd. Het Drobles-plan uit 1979 voorzag in een netwerk van nederzettingen dat de Westelijke Jordaanoever versnijdt en zo de basis voor een levensvatbare Palestijnse staat ondermijnt.

Israël viel Libanon in 1982 binnen, officieel gericht tegen de PLO, maar volgens historicus Avi Shlaim vooral bedoeld om het Palestijnse nationalisme te breken. Ariel Sharon zag in dat een vernietiging van de PLO de Westelijke Jordaanoever vrijer zou maken voor annexatie en hoopte dat de Palestijnen naar Jordanië zouden uitwijken.

Israël trok zich later terug uit Gaza, niet uit welwillendheid maar om de kolonisatie van de Westoever te vergemakkelijken. Premier Netanyahu steunde Hamas juist omdat een verdeelde Palestijnse beweging de oprichting van een staat bemoeilijkt. Het Israëlische parlement keurde in juli 2025 de annexatie van de Westbank goed. Volgens vooraanstaande juristen is de Westelijke Jordaanoever inmiddels praktisch geannexeerd. (zie hier en hier)

Wie de geschiedenis volgt ziet steeds hetzelfde patroon. Israël schuift elke keer het perspectief op een Palestijnse staat verder naar de achtergrond en gebruikt onderhandelingen om tijd te winnen. Elke ronde van uitstel levert nieuwe feiten op de grond op: meer nederzettingen, meer verdrijving, meer annexatie.

Juist daarom is de houding van Nederland zo kwalijk. Ons land weet dat de bezetting illegaal is. In 2024 stelde het Internationaal Gerechtshof dat het recht op zelfbeschikking een jus cogens-norm is, een norm die geen enkele staat mag schenden. Het Hof eist dat Israël alle nederzettingen onmiddellijk ontmantelt en erkent het Palestijnse recht op een staat in honderd procent van de bezette gebieden. Het Hof zei bovendien dat alle staten verplicht zijn samen te werken om Israëls illegale aanwezigheid te beëindigen en het Palestijnse recht op zelfbeschikking te realiseren.

Nederland sloot zich in Den Haag bij die analyse aan. In zijn eigen verklaring stelde de regering dat het zelfbeschikkingsrecht universeel, onafgebroken en onvervreemdbaar is. Nederland erkende zelfs expliciet dat staten niet ontslagen zijn van hun verplichtingen wanneer de VN faalt. In dat geval zijn landen verplicht om via bilaterale of regionale samenwerking de gevolgen van de schending te beëindigen.

Dat betekent dat Nederland zich niet kan verschuilen achter een vaag politiek proces. De verplichting geldt onvoorwaardelijk. Erkenning van Palestina is geen optie die Nederland als drukmiddel mag bewaren, het is een juridische plicht. Uitstellen betekent in feite weigeren.

Elke maand dat Nederland talmt verschuift de realiteit verder in Israëls voordeel. Er is een constante beweging van annexatie en verdrijving. Wie nu spreekt over een tweestatenoplossing zonder die realiteit te erkennen blaast een rookgordijn. Als de status quo nog honderd jaar blijft bestaan is er geen enkele vierkante meter meer over voor Palestina en zijn de Palestijnen binnen Israëls territorium tot een minimum teruggebracht.

Alle Nederlandse regeringen wisten dat Israël dit doel nastreefde. Dat betekent dat het uitstel geen neutraliteit is maar medeplichtigheid. Nederland kiest er bewust voor om tijd te rekken en Israël de ruimte te geven zijn project af te ronden.

Minister Van Weel zei dat Nederland de kaart van erkenning pas wil spelen als het proces dat nu zou moeten beginnen daar rijp voor is. Maar dat proces is al decennia op een dood spoor. De enige kaart die nog betekenis heeft is directe erkenning van de Palestijnse staat. Alles daaronder is uitstel en dus steun aan annexatie.

Nederland moet nu doen wat het zelf in tijdens de ICJ-procedures heeft erkend: dat het Palestijnse volk een onvervreemdbaar recht heeft op een staat en dat staten verplicht zijn mee te werken aan de verwezenlijking daarvan.


Geredigeerd door Pascale Esveld
Published inInternationaal Recht

One Comment

  1. Rutger W Weemhoff Rutger W Weemhoff

    Helaas.
    NL is een land met een meerderheid van racistische kaaskoppen, aangevoerd door een Dom Blondje (zelf een zg mulat).
    Dat men Palestina niet erkent heeft alles te maken met diens wijdverbreide islamhaat.

Leave a Reply