Skip to content

Mark Rutte gaat niet over Palestijns verzet

In het Europadebat van dinsdag steunde Mark Rutte de Israëlische militaire acties in Gaza. Hij stelt dat de Palestijnen recht hebben op een onafhankelijke staat en dat de nederzettingen illegaal zijn. Hij keurt ook het geweld van de Israëlische kolonisten af, die nu van de oorlog gebruikmaken om Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever te verdrijven. Tegelijkertijd is Rutte niet bereid druk op Israël uit te oefenen. Dus zowel Israël als de Palestijnen hebben rechten, maar alleen Israël mag geweld gebruiken om deze rechten te waarborgen. Hoe kan hij dan van de Palestijnen eisen dat zij geen geweld gebruiken?

Een recent rapport van het Irish Center for Human Rights stelt dat Israëls bezetting van Palestijnse gebieden en schendingen van internationaal recht vereisen dat de internationale gemeenschap actie onderneemt. Elk land is verplicht om een einde te maken aan de illegale bezetting. De studie benadrukt de eisen voor volledige bevrijding en dekolonisatie van Palestijns grondgebied, te beginnen met de onmiddellijke, onvoorwaardelijke en totale terugtrekking van Israëlische troepen en de ontmanteling van de militaire administratie en illegale nederzettingen, inclusief Oost-Jeruzalem. Cruciaal is dat deze terugtrekking, als beëindiging van een internationaal onrechtmatige daad, niet onderhandelbaar is. Sancties en tegenmaatregelen, inclusief economische beperkingen, wapenembargo’s en het verbreken van diplomatieke banden, dienen onmiddellijk te worden ingevoerd als reactie op Israëls ernstige schendingen van volkenrecht. De internationale gemeenschap moet onmiddellijk stappen ondernemen voor de realisatie van de rechten van de Palestijnen op een onafhankelijke staat in Gaza en de Westbank.(1)“The study outlines that there are international consequences for Israel’s illegal occupation and its breaches of peremptory norms of … Continue reading

Dit rapport komt grotendeels overeen met de conclusies van de Nederlandse Adviesraad Internationale Vraagstukken en een brief van dertien hoogleraren volkenrecht aan de regering. André Nollkaemper, de juridisch adviseur van Nederland en decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de UvA, zei dat Israël apartheid pleegt en pleitte voor het opschorten van het EU-Associatieverdrag en de militaire samenwerking met Israël, en voor erkenning van de Palestijnse staat.

In de jaren ‘40 poogden Arabische landen het Israël-Palestina-conflict herhaaldelijk op te lossen via het Internationaal Gerechtshof (ICJ). Ze stelden ernstige vragen, zoals over de wettigheid van de partitie van Palestina en de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring. Maar de Israëli’s wilden het conflict niet via rechters laten beslechten.(2)“This move occurred in the Ad Hoc Committee on the Palestinian Question in October 1947. On October 11, El-Khouri told the Ad Hoc Committee that … Continue reading

Opmerkelijk is dat Nederland in 2004 het ICJ verzocht om geen adviesopinie te geven over de situatie, ondanks het feit dat Nederland in diezelfde brief erkende dat Israël volkenrecht schond. Nederland weet het, maar wil het niet horen. Deze houding roept vragen op over de bereidheid van Nederland om volgens internationale wetgeving te handelen.

Via een resolutie vroeg de VN een nieuwe adviesopinie in 2022 over de legaliteit van de bezetting en of Israël apartheid pleegt. Het Nederlandse kabinet onthield zich van stemming, ondanks zijn bewering dat alleen rechters kunnen beslissen of Israël apartheid pleegt. Daarnaast, Nederland steunt tribunalen tegen Russen maar doet weinig om het Internationaal Strafhof aan te sporen alle oorlogsmisdaden in Palestina te berechten, zowel de Palestijnse aanslagen als de Israëlische acties (zoals onteigeningen en nederzettingen). Door haar gedrag faciliteert Nederland Israël om meer territorium illegaal te verkrijgen.

Ten slotte is er het juridisch principe van ‘schone handen’. Dit principe houdt in dat een land dat zelf de wet overtreedt, niet in de positie is om een andere overtreder in hetzelfde conflict te berispen. Hoewel Nederland zich graag profileert als een kampioen van mensenrechten en internationaal recht, moet het eerst zijn eigen huis op orde hebben voordat het anderen de les leest. Door het verzaken van haar juridische plichten, staat Nederland op wankele grond.

De conclusie is daarom onontkoombaar: zolang Nederland Israël helpt meer land in te nemen, heeft Mark Rutte niet het recht om de Palestijnen te vertellen hoe zij zich moeten bevrijden. Als een natie die zich inzet voor rechtvaardigheid en volkenrecht, moet Nederland eerst haar juridische plichten vervullen. Alleen dan krijgt Rutte spreekrecht.


Geredigeerd door Pascale Esveld

References

References
1 “The study outlines that there are international consequences for Israel’s illegal occupation and its breaches of peremptory norms of international law, and Third States and the international community are obliged to bring the unlawful administration of occupied territory to an end. In doing so, this study underscores the requirements for the full de-occupation and decolonization of the Palestinian territory, starting with the immediate, unconditional and total withdrawal of Israeli occupying forces and the dismantling of the military administration. Critically, withdrawal, as the termination of an internationally wrongful act, cannot be made the subject of negotiation. Full sanctions and countermeasures, including economic restrictions, arms embargoes and the cutting of diplomatic and consular relations, should be implemented immediately, as an erga omnes response of Third States and the international community to Israel’s serious violations of peremptory norms of international law. The international community must take immediate steps towards the realization of the collective rights of the Palestinian people, including refugees and exiles in the diaspora, starting with a plebiscite convened under United Nations supervision, to undertake the completion of decolonization.”, Committee on the Exercise of the Inalienable Rights of the Palestinian People (CEIRPP), Irish Center for Human Rights. Study on the Legality of the Israeli Occupation of the Occupied Palestinian Territory, Including East Jerusalem.
2 “This move occurred in the Ad Hoc Committee on the Palestinian Question in October 1947. On October 11, El-Khouri told the Ad Hoc Committee that the Special Committee on Palestine had ignored the Arab view that the Jewish national home provision of the Palestine Mandate was illegal. He said that Syria would submit a proposal to refer that issue to the International Court of Justice for a legal opinion. He quoted UN Charter Article 80, which, he said, showed that the terms of the mandate could be modified only by conclusion of a trusteeship agreement. Britain had not proposed a trusteeship agreement. Article 80, which dealt with trusteeship agreements, said that until a trusteeship agreement for a territory was concluded, the rights of states or peoples or the terms of ‘existing international instruments’ could not be altered. Syria submitted a resolution ‘that a sovereign State for the whole of Palestine be established on a democratic basis,’ to be constituted by a constituent assembly for which ‘all genuine and law-abiding nationals of Palestine’ would be entitled to vote.
Seeing that the Ad Hoc Committee was inclining toward partition, however, Syria asked it to propose that the General Assembly seek an advisory opinion on three issues. One was whether the Palestine Mandate provision calling for a Jewish national home was consistent with the League of Nations Covenant. A second was whether partition could be forced upon the Arabs of Palestine without their consent. A third was whether the adoption of a partition plan fell within the powers of the General Assembly.
Proposals for related questions for advisory opinions were submitted by Iraq and Egypt. Iraq wanted to ask whether partition would conflict with the right of the majority population of Palestine to choose their own government, whether it would violate promises of independence made by Britain during World War I, and whether it would violate the League Covenant and Article 80 of the UN Charter. Egypt wanted to ask whether the General Assembly was competent to recommend either of the two plans devised by the Special Commiee on Palestine, and whether it would be lawful for any UN member state to implement any proposed solution for Palestine without the consent of its population. ”, Quigley, J. (2021). The legality of a Jewish state. Cambridge University Press.
Published inInternationaal RechtOpiniePolitiek

Be First to Comment

Leave a Reply