Skip to content

Israël of Hamas: Wie wordt echt aan het oorlogsrecht gehouden?

Robbert de Witt, chef van EW Magazine, bracht onlangs een opvallende stelling naar voren: “Kennelijk geldt het oorlogsrecht niet voor Hamas”. Hij beweert dat, terwijl van Israël geëist wordt het oorlogsrecht te respecteren, dergelijke eisen niet aan Hamas gesteld worden. Na een beknopte factcheck blijkt de werkelijkheid echter omgekeerd te zijn. Het internationale toneel, inclusief vele Israël-supporters, concentreert zich voornamelijk op de acties van Hamas, terwijl het tegelijkertijd van Israël verlangt dat het ongehinderd kan opereren.

Karim Khan, de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC), veroordeelde scherp wat hij als ernstige oorlogsmisdaden door Hamas beschouwt, zoals moorden, verkrachtingen en raketbeschietingen op burgers, na zijn bezoek aan de grens met Gaza. “Deze misdaden zullen niet onbestraft blijven,” aldus Khan.

In een recent opiniestuk in Trouw betoogde ik dat, als premier Mark Rutte werkelijk rechtvaardigheid hoog in het vaandel heeft, hij het ICC zou moeten aansporen om oorlogsmisdaden in Palestina, gepleegd door zowel Palestijnse als Israëlische partijen, te vervolgen. In een ingezonden brief in het NRC concludeerde ik: “Onze volksvertegenwoordigers stemden massaal voor het berechten van Russische oorlogsmisdaden in tribunalen. Daarom zouden zij de regering moeten aansporen om alle vermeende oorlogsmisdaden in Palestina voor te leggen aan het Internationaal Strafhof.”

Een motie in de Tweede Kamer, ingediend door Sjoerd Sjoerdsma (D66) en Kati Piri (PvdA), vraagt het kabinet om alle schendingen van internationaal recht expliciet te veroordelen en tegen te gaan. De motie werd gesteund door D66, PvdA, SP, GroenLinks, PvdD, DENK, Volt, BIJ1 en de Fractie Den Haan. Echter, de partijen die traditioneel als Israël-supporters worden beschouwd – VVD, PVV, CDA, ChristenUnie, FVD, BBB, SGP, Groep Van Haga, JA21, en Omtzigt – stemden tegen. De reden voor hun tegenstem is dat zij van mening zijn dat Israël aan andere normen inzake het oorlogsrecht moet worden gehouden dan Hamas. De partijen die voor de motie stemden, deden dit vanuit de overtuiging dat Hamas en Israël gelijkelijk aan het oorlogsrecht gehouden dienen te worden.

Laten we het hebben over Nederlandse wetten: uithongering is strafbaar gesteld met een gevangenisstraf die kan oplopen tot vijftien jaar. Wat deden Israël-supporters in de Tweede Kamer? Zij wisten een motie te blokkeren die Israël zou oproepen tot het respecteren van een VN-Veiligheidsraadsresolutie die uithongering als oorlogstactiek veroordeelt.

Een andere aangenomen motie roept de regering op haar steun uit te spreken voor het Israëlische recht op zelfverdediging. Echter, de motie suggereert dat de regering enigszins een oogje moet dichtknijpen bij het beoordelen van Israëlische oorlogsmisdaden, vanwege “het asymmetrische karakter van deze oorlog, inclusief het doelbewuste gebruik door Hamas van civiele objecten.” Weer een dubbele standaard in het voordeel van Israël.

Ik volg diverse rechtsgeleerden op Twitter en merk op dat velen, waaronder James A. Goldston en Mark Kersten, pleiten voor een onpartijdige benadering door het ICC, waarbij beide partijen gelijk onderzocht en indien nodig vervolgd zouden moeten worden. Goldston schreef ook een opiniestuk in Politico getiteld “Don’t let Gaza be another example of International Criminal Court double standards”. Mark Kersten schreef drie stukken waarin hij pleit dat het ICC beide partijen moet berechten, Bijvoorbeeld “The need for an international investigation into atrocities in Israel and Palestine”.

Recentelijk kwam de Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken in Den Haag om internationale steun te vragen voor een ICC-onderzoek naar alle vermeende misdaden in de Palestijnse gebieden, inclusief die van Hamas.

Dus de meerderheid van de wereld houdt Hamas aan dezelfde juridische regels als Israël. Rechtsgeleerden en Palestijnen pleiten ervoor dat het ICC als onpartijdige instantie alle oorlogsmisdaden berecht. Alleen Israël-supporters willen dat enkel Hamas aan het oorlogsrecht wordt gehouden, maar niet Israël. Waarom dan? De weigering van sommige Israël-supporters om beide partijen op gelijke voet te behandelen, verraadt mogelijk twee motieven.

Ten eerste zijn zij machtsdenkers: zij geloven niet in de sterkte van het recht, maar in het recht van de sterkste. Zij weten dat Israël veel Hamas-leden kan uitschakelen, met drones en speciale agenten buitenrechtelijk kan executeren, berechten of ontvoeren en zonder rechtsgang oneindig kan opsluiten. Palestijnen daarentegen hebben geen middel om de Israëlische oorlogsmisdaden aan te pakken.

Ten tweede de Israël-supporters vrezen dat ICC de Israëlische nederzettingen en onteigeningen op de Westbank als oorlogsmisdaden zal bestempelen, wat de Israëlische expansie zou kunnen belemmeren. Dit staat duidelijk in artikel 8.2.b.viii van het Statuut van Rome, dat de “rechtstreekse of indirecte overbrenging door de bezettende macht van delen van haar eigen burgerbevolking naar het door haar bezette gebied” als oorlogsmisdaad definieert. Door dit artikel is Israël geen lid van het ICC geworden, dus Israël weet heel goed dat de nederzettingen oorlogsmisdaden zijn.

Het is jammer dat de hoofdredacteur van een blad met veel lezers een polariserend stuk tikt zonder gedegen onderzoek te doen.


Geredigeerd door Pascale Esveld
Published inInternationaal Recht

Be First to Comment

Leave a Reply