Skip to content

Israël herhaalt in Zuid-Libanon het patroon van 1948

Israël presenteert zijn militaire operaties in Zuid-Libanon als veiligheidsmaatregelen tegen Hezbollah. Maar wie de geschiedenis van het zionistische en Israëlische denken over Zuid-Libanon kent, ziet een terugkerend patroon. Israëlische leiders en strategen spraken al meer dan een eeuw over uitbreiding tot aan de Litani-rivier. En telkens wanneer Israël gebieden langdurig wil controleren, verschijnt hetzelfde mechanisme: de bevolking wordt verdreven, huizen worden vernietigd en terugkeer wordt praktisch onmogelijk gemaakt.

Dat patroon zagen we in Palestina na 1948. We zagen het opnieuw na 1967 in de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Syrische Golan. En vandaag zien we vergelijkbare processen in Zuid-Libanon.

Al in 1918 omschreven David Ben-Gurion en Yitzhak Ben-Zvi ‘ons land’ als een gebied dat zich uitstrekt tot aan de Litani-rivier in Zuid-Libanon. Op de Vredesconferentie van Versailles in 1919 presenteerde de zionistische beweging een kaart waarop precies die rivier de noordgrens vormde. Chaim Weizmann klaagde begin 1921 bij Churchill dat Palestina door de Brits-Franse grensregeling ‘werd afgesneden van de Litani’. De rivier was geen willekeurige lijn: zij beheerst water, vruchtbaar land en een strategische diepte die het zionistische project altijd al begeerde.

Die ambitie verdween nooit. In zijn dagboek noteerde minister Moshe Sharett op 16 mei 1955 dat stafchef Moshe Dayan een plan schetste waarin het gebied ten zuiden van de Litani ‘volledig zou worden geannexeerd’ aan Israël. Tijdens de Suezcrisis kwam Ben-Gurion met een ‘fantastisch’ plan om het Midden-Oosten te herordenen, waarin Israël zou uitbreiden tot de Litani om zo Libanon te helpen een christelijke staat te worden. In 1963 noemde een intern Israëlisch stafdocument ‘Zuid-Libanon tot aan de Litani’ expliciet als een verwachte uitbreidingsrichting. Dit is een rode draad die door de top van de Israëlische besluitvorming loopt.

In 2026 is die draad weer zichtbaar in het volle daglicht. Minister Bezalel Smotrich verklaarde dat ‘de Litani onze nieuwe grens met Libanon moet worden’. Defensieminister Israel Katz kondigde aan dat het Israëlische leger permanente ‘veiligheidscontrole’ wil uitoefenen over heel Zuid-Libanon ‘tot aan de Litani’. Langdurige militaire controle over vreemd grondgebied, gecombineerd met het verhinderen van terugkeer, is bezetting met een ander etiket.

Hoe maakt een staat zo’n controle onomkeerbaar? Door huizen te slopen. De geschiedenis spreekt boekdelen. Tussen 1948 en de vroege jaren vijftig werden binnen het latere Israël tussen de 52.000 en 70.280 Palestijnse woningen vernietigd of onbruikbaar gemaakt. De VN telde eind 1949 zo’n 726.000 Palestijnse vluchtelingen. Een groot deel van die vernietiging gebeurde niet tijdens de gevechten, maar erna: grensdorpen werden gesloopt, militaire zones gesloten en vanaf 1965 nivelleerde de Israel Land Administration planmatig meer dan honderd verlaten Palestijnse dorpen. Het doel was helder: terugkeer fysiek onmogelijk maken.

In 1967 zagen we hetzelfde patroon. In de Latrun-corridor maakten bulldozers de dorpen Imwas, Yalu en Bayt Nuba met de grond gelijk: 1.460 huizen voor zo’n 10.000 bewoners. In Oost-Jeruzalem sloopte het leger in twee dagen 135 huizen van de Mughrabi-wijk, met enkele uren waarschuwing. In Qalqilya verdwenen 850 van de 2.000 woningen. In de bezette Golanhoogten kromp de bevolking volgens Israëlische volkstellingsgegevens van ongeveer 90.000 inwoners vóór juni 1967 tot circa 6.396, waaronder ongeveer 3.936 Druzen. In mei 1968 kondigde een Israëlische brief de sloop van ongeveer negentig verlaten dorpen aan. Historisch onderzoek documenteert later de vernietiging van honderden Syrische dorpen en boerderijen in de Golan, met schattingen variërend van circa 240 tot meer dan 300 woonkernen. Dit is een strategie van onomkeerbaarheid.

Wie deze geschiedenis kent, kan de huidige beelden uit Zuid-Libanon niet meer als toeval lezen. Israël verdrijft de bevolking. Israël vernietigt de huizen. Israël kondigt aan dat het ‘tot aan de Litani’ veiligheidscontrole uitoefent. Een minister noemt diezelfde rivier openlijk de ‘nieuwe grens’. De ingrediënten zijn identiek aan 1948 en 1967: territoriale ambitie, militaire uitvoering, demografische uitwissing.

 


Geredigeerd door Pascale Esveld
Published inInternationaal Recht

Be First to Comment

    Leave a Reply