José Hak en Maaike van Charante beweren in een rapport van ruim 300 pagina’s dat NOS-kinderprogramma’s bevooroordeeld zijn ten opzichte van Israël.[1] Zij presenteerden dit aan de minister van het onderwijs.[2] SGP stelde Kamervragen.[3] De Telegraaf, Elsevier Weekblad, het Reformatorisch Dagblad en Wynia’s Week noemden het rapport, dus ik was er nieuwsgierig naar.[4] Maar het rapport zelf is onzin. Neem bijvoorbeeld het volgende citaat:
“NOS op 3 presenteert hier het ICJ en ICC als neutrale instellingen die eerlijk kunnen oordelen over deze zaken. Hier ontbreekt de visie van Israël dat deze organisaties niet als neutrale instellingen ziet en daar goede argumenten voor heeft. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat het ICC arrestatiebevelen uitvaardigde tegen de Israëlische bewindslieden Netanyahu en Gallant, maar niet tegen de Hamasleiders. Men had alleen Mohammed Deif op de lijst gezet, waarvan op dat moment al bekend was dat hij waarschijnlijk dood was.”[5]
Wat het eerst opvalt, is de onjuiste bewering dat het ICC alleen arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen de Israëlische bewindslieden en niet tegen Hamasleiders. In werkelijkheid heeft het ICC ook tegen drie Hamasleiders arrestatiebevelen afgekondigd.[6] Volgens de logica van het rapport zou men juist kunnen stellen dat het ICC bevooroordeeld is tégen Palestijnen, aangezien het meer Palestijnen dan Israëli’s heeft aangeklaagd.
Bovendien heeft het ICC nog geen Israëli’s aangeklaagd voor het nederzettingenbeleid, terwijl dat voor Israël van groot strategisch belang is en voor de Palestijnen juist bijzonder schadelijk. De uitbreiding van nederzettingen betekent immers verdere territoriale inname en een kleinere kans op een levensvatbare Palestijnse staat. Het stoppen van de nederzettingen zou de grootste bijdrage aan vrede zijn, een van de doelen van het ICC. Bovendien pleegt Israël deze misdaad op industriële schaal en zowel het plegen als de intentie zijn het gemakkelijkst te bewijzen.
Fatou Bensouda, voormalig aanklaagster van het ICC, stelde in haar voorlopige onderzoeksrapport uit 2015 dat Israël voldoende oorlogsmisdaden had gepleegd (waaronder de nederzettingen) om vervolging te rechtvaardigen.[7] Het feit dat het ICC vervolgens tien jaar lang aarzelde om Israëli’s daadwerkelijk te vervolgen, wordt in juridische kringen dan ook gezien als een uiting van pro-Israëlische vooringenomenheid.[8]
Wat is het argument in het rapport?
Maar laten we de stelling van het rapport van Hak en Van Charante herformuleren. Zij zeggen twee dingen:
- De adviesopinies van het ICJ uit 2004 en 2024 waren onjuist.
- Israël heeft daar goede argumenten voor.
Maar hoe weten we dat Israël goede argumenten heeft? Dat stellen Hak en Van Charante (voortaan: de auteurs), maar ze onderbouwen het nergens. Het enige ‘bewijs’ dat de adviesopinies juridisch onjuist zijn, is dat Israël dat zegt. En als Israël dat zegt, dan is dat per definitie juist volgens de auteurs. En dus is de NOS bevooroordeeld.
Laten we eerst nagaan of Israël inderdaad over ‘goede argumenten’ beschikt. Let op: de bewijslast ligt bij de schrijvers. Zij moeten aantonen dat Israël sterke juridische argumenten heeft. Het is niet mijn taak om het tegendeel te bewijzen. Een criticus hoeft enkel te laten zien waar het argument wankelt.
In de standaardliteratuur geldt het Israëlische standpunt als een afwijking van het internationaal recht
In werkelijkheid zijn de meest vooraanstaande juristen het oneens met de Israëlische argumenten. Neem bijvoorbeeld dit citaat uit Occupation in International Law, geschreven door de Israëlische juristen Eliav Lieblich en Eyal Benvenisti en uitgegeven bij de gerenommeerde juridische uitgever Oxford University Press: “Israel’s argument has been almost universally rejected.”[9]
Benvenisti geldt als een van de meest gerespecteerde experts op het gebied van het oorlogsrecht. Hij is hoogleraar aan de University of Cambridge, redacteur van het toonaangevende American Journal of International Law en afgestudeerd aan Yale Law School, doorgaans gerangschikt als de beste rechtenfaculteit ter wereld. Eliav Lieblich, verbonden aan de Universiteit van Tel Aviv, ontving onlangs de prestigieuze Max Planck-Cambridge Prize for International Law. De jury noemde hem unaniem “een toonaangevende autoriteit op het gebied van het oorlogsrecht.”[10]
Benvenisti schreef in 2017 ook het artikel The Missing Argument: The Article that Changed the Course of History?[11] In dit stuk, gepubliceerd in het vooraanstaande American Journal of International Law, bespreekt hij de opvattingen van Yehuda Blum, de grondlegger van het argument dat de Westelijke Jordaanoever niet als bezet gebied zou gelden. Benvenisti stelt dat Blum geen overtuigende juridische onderbouwing biedt en bestempelt diens werk als een vorm van lawfare: het inzetten van juridische middelen om politieke doelen te bereiken met behulp van drogredenen.
In dezelfde editie van het American Journal of International Law staat ook een artikel van Theodor Meron, destijds juridisch adviseur van de Israëlische regering tijdens de bezetting van de Westelijke Jordaanoever in 1967. Meron concludeerde in 1967 al dat de Westbank als bezet gebied moest worden beschouwd en dat de vestiging van Israëlische nederzettingen in strijd was met het internationaal recht.[12]
Belangrijk is dat Meron dit advies gaf lang voordat de VN resoluties over de bezetting aannam en ruim vóór de adviesopinies van het Internationaal Gerechtshof in 2004 en 2024. Ook de Amerikaanse juridische adviseur concludeerde in 1978 dat de Westbank bezet is en dat de nederzettingen illegaal zijn, 26 jaar vóór het ICJ.[13] Het bovenste toont aan dat het ICJ niet handelde uit vooringenomenheid, maar het bestaande volkenrecht toepaste.
Meron, een van de meest gerespecteerde experts in het oorlogsrecht, heeft een indrukwekkende carrière opgebouwd. Hij was onder meer president van het Joegoslaviëtribunaal en het Rwandatribunaal en hoofdredacteur van het American Journal of International Law. Theodor Meron stelde dat de juridische kwestie rond de Israëlische bezetting al lang is beslecht.[14]
“The position taken by the Government of Israel is contrary to the orthodox position and finds very little support in the scholarship of international law,” schrijft Simon McKenzie in het boek Disputed Territories and International Criminal Law: Israeli Settlements and the International Criminal Court.[15]
“Israel’s official position … has been consistently contested in the doctrinal discourse (both Israeli and non-Israeli writers),” legt Yutaka Arai-Takahashi uit in het boek The Law of Occupation.[16]
Ook de Universiteit van Harvard onderzocht het bezettingsrecht en concludeerde: “There seems to exist a very broad international consensus rejecting the Israeli argument.”[17]
Dus in de gangbare literatuur is het allerminst vanzelfsprekend dat Israël over sterke juridische argumenten beschikt. Integendeel, de overgrote meerderheid van gezaghebbende bronnen wijst die argumenten af. Hieruit volgt dat de bewijslast bij Hak en Van Charante ligt: zij moeten onderbouwen waarom Israël desondanks goede argumenten zou hebben.
Adviesopinies als gezaghebbende uitleg van het internationaal recht
Nu over de adviesopinies van het Internationaal Gerechtshof: in de literatuur worden deze vrijwel unaniem beschouwd als gezaghebbend interpretaties van het internationaal recht.
Als antwoord op Kamervragen verwees de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal (die inmiddels voor Israël lobbyt), naar de adviesopinie van 2004:
“Het verbod op nederzettingen vloeit voort uit artikel 49 van het Vierde Verdrag van Genève uit 1949. Het Internationaal Gerechtshof heeft in het betreffende advies bevestigd dat de Israëlische nederzettingen in bezet gebied een schending van het internationaal recht vormen. Een dergelijk advies is juridisch niet-bindend, maar vormt wel een gezaghebbende uitleg van het internationaal recht.”[18] [mijn vet]
In een brief aan de Tweede Kamer schreef ons pro-Israëlische kabinet over de adviesopinie van 2024:
“Adviezen van het IGH zijn niet juridisch bindend, maar wel gezaghebbend omdat het voornaamste gerechtelijke orgaan van de Verenigde Naties daarin een uiteenzetting geeft van het geldend internationaal recht.”[19] [mijn vet]
Pieter Bekker stelt in een commentaar in het gerespecteerde ASIL dat de adviezen “legal effect” hebben:
“because the legal reasoning embodied in them reflects the Court’s authoritative views on important issues of international law. Moreover, in arriving at its opinion the ICJ follows essentially the same rules and procedures that govern its binding judgments delivered in contentious cases between sovereign states.”[20] [mijn vet]
Rosalyn Higgins, voormalig presidente van het Internationaal Gerechtshof en een van de meest vooraanstaande internationaalrechtelijke autoriteiten, zei over de adviesopinie van 2004:
“As you well know, an Advisory Opinion is not without legal effect. The Palestine Wall Opinion was an authoritative statement of the applicable law, and contributes to the framework for peace in the Middle East.”[21] [mijn vet]
De vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad hebben vrijwel altijd een rechter in het Internationaal Gerechtshof, wat doorgaans betekent dat er rechters uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zitting hebben. In 2024 was dat anders: de Britse rechter werd niet gekozen, mede doordat het Verenigd Koninkrijk het internationaal recht ernstig schond door het Chagosarchipel niet aan Mauritius terug te geven. Toch was het Hof in 2024 ruim vertegenwoordigd door rechters uit westerse landen, waaronder de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland, Australië, Slowakije en Roemenië.
In 2004 bevonden zich onder de rechters toen onder anderen de Britse Rosalyn Higgins[22] – van Joodse afkomst – en de Amerikaanse Thomas Buergenthal. Buergenthal overleefde als kind zowel het getto als de concentratiekampen Auschwitz en Sachsenhausen. Het is onaannemelijk dat iemand met zijn achtergrond uit vijandigheid jegens Joden zou oordelen. Toch stelde ook hij in zijn afzonderlijke opinie dat de Westelijke Jordaanoever bezet gebied is en dat de Palestijnen recht hebben op zelfbeschikking (dus op een eigen staat in die gebieden), ondanks het feit dat hij het met andere punten van het Hof oneens was.[23]
Higgins stelt in haar separate opinie dat “from Security Council resolution 242 through to Security Council resolution 1515, the key underlying requirements have remained the same – that Israel is entitled to exist, to be recognized, and to security, and that the Palestinian people are entitled to their territory, to exercise self-determination, and to have their own State.”[24]
De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) concludeerde in 2013:
“Over de belangrijkste rechtsvragen met betrekking tot het conflict kan weinig verschil van mening bestaan. Israël heeft de plicht het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk te eerbiedigen. De vestiging van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de beperking van de bewegingsvrijheid van de Palestijnen in de bezette gebieden als geheel leveren schendingen op van volkenrecht…. AIV neemt daarbij de Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof over de Israëlische muur uit 2004 als uitgangspunt, omdat daarin op veel omvattende wijze wordt gesproken over de juridische situatie en omdat actuele hete hangijzers, zoals de positie van (Oost-)Jeruzalem, het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen, de nederzettingen, de grenzen en de schaarste aan water, direct of indirect van een juridisch oordeel worden voorzien.”[25] [mijn vet]
Over de adviesopinie van 2024 schreef AIV:
“Hoewel advisory opinions van het Internationaal Gerechtshof niet juridisch bindend zijn zoals uitspraken in interstatelijke geschillen, is het evenzeer algemeen aanvaard door de internationale gemeenschap dat deze adviezen, opgesteld door het hoogste juridische orgaan van de VN, de meest gezaghebbende vaststellingen van het internationaal recht bevatten en hetzelfde juridische gewicht en gezag hebben als uitspraken van het Hof in geschillen.”[26] [mijn vet]
Dertien vooraanstaande hoogleraren in het volkenrecht schreven in een brief aan de Nederlandse regering:
“Het is onomstreden dat het Israëlische nederzettingenbeleid een voortdurende schending vormt van internationaal recht, zoals bevestigd door de VN-Veiligheidsraad. De nederzettingen schenden het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen, een recht dat, zoals het Internationaal Gerechtshof in 2004 bevestigde, bindende verplichtingen voor alle landen omvat. De Nederlandse regering is volkenrechtelijk verplicht bij te dragen aan de verwezenlijking van het Palestijnse recht op zelfbeschikking en het Israëlische nederzettingenbeleid niet te faciliteren.”[27] [mijn vet]
De Europese Unie verklaarde over de adviesopinie van 2004: “The European Union respects the ICJ and the Advisory Opinion largely coincides with the EU position on the legality of the barrier built by Israel on the Palestinian side of the Green Line.”[28] Ook in 2024 erkende de EU dat het advies grotendeels overeenkomt met het bestaande EU-beleid:
“The EU took good note of the Advisory Opinion of the International Court of Justice (ICJ) in respect of the ‘Legal consequences arising from the policies and practices of Israel in the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem.’.
The EU has a long-standing position of non-recognition of Israel’s sovereignty over the territories occupied by Israel since June 1967 and considers Israel’s settlements in the Occupied Palestinian Territory as illegal. EU positions and policies are fully aligned on the United Nations resolutions regarding the status of the Occupied Palestinian Territory and are therefore overall consistent with the conclusions of the Advisory Opinion of the ICJ.
All cooperation programmes must respect the guidelines on the eligibility of Israeli entities and their activities in the territories occupied by Israel since June 1967.
The EU differentiation policy implies that goods originating from Israeli settlements in occupied territories since June 1967 do not fall within the scope of the EU-Israel Association Agreement and therefore cannot benefit from trade preferences under the agreement.
Member States will discuss further in the relevant Council preparatory bodies the impact of the Advisory Opinion on EU positions and policies.”[29] [mijn vet]
In een artikel over de adviesopinies van het Internationaal Gerechtshof stelt Vahid Rezadoost dat deze adviezen regelmatig worden aangehaald door advocaten en rechters in andere internationale hoven en rechtbanken. Zij beschouwen deze opinies dus als gezaghebbende juridische argumenten.[30]
Een duidelijk voorbeeld is het Europees Hof van Justitie, dat in een arrest expliciet verwees naar de adviesopinie van 2004:
“Zoals het Internationaal Gerechtshof in herinnering heeft gebracht in zijn advies van 9 juli 2004 over de juridische consequenties van de bouw van een muur in bezet Palestijns gebied […] is de Westelijke Jordaanoever immers een gebied waarop een volk – te weten het Palestijnse volk – leeft dat het zelfbeschikkingsrecht bezit.”[31]
Het Hof onderstreepte verder dat de Israëlische nederzettingen “een door die staat buiten zijn grondgebied uitgevoerd beleid concretiseren waarbij bevolkingsdelen worden overgebracht.” Dit is in strijd met het humanitair oorlogsrecht, zoals gecodificeerd in artikel 49, zesde alinea, van het Vierde Verdrag van Genève. Het Hof verwees ook naar de herhaalde veroordelingen door de VN-Veiligheidsraad en stelde dat de Europese Unie verplicht is tot strikte naleving van het internationaal recht, conform artikel 3, lid 5, van het VEU.[32]
Vooraanstaand jurist Kai Ambos redigeerde in 2025 een bundel met commentaren op de adviesopinie van 2024. Geen van de daarin opgenomen bijdragen stelt dat het ICJ bevooroordeeld zou zijn; integendeel, de opinie wordt juridisch serieus genomen en inhoudelijk besproken.[33]
We zien dus dat andere rechters, staten, adviesorganen en gezaghebbende juristen de adviesopinies van het Internationaal Gerechtshof niet als vooringenomen beoordelen, maar als gezaghebbende juridische argumenten erkennen.
In conclusie
Als er zo’n grote eensgezindheid in de wereld bestaat dat de adviesopinies van het ICJ relevant zijn, dan volgt daaruit dat de NOS niet bevooroordeeld is als zij deze adviesopinies citeert.
Het rapport van Hak en Van Charante doet in dat licht denken aan een pleidooi van een aanhanger van de platte-aardetheorie: het verwijt dat de NOS bevooroordeeld is omdat het gezaghebbende wetenschappelijke bronnen citeert, terwijl de Flat Earth Society “goede argumenten” zou hebben.
NOTEN:
- Hak, J. and M. van Charante (2025). Wat leren we onze kinderen? Rapport educatief videomateriaal Israëlisch-Palestijns conflict. ↑
- Jacob Hoekman. Een verhaal van groeiende onvrede. Reformatorisch Dagblad. (4/10/2025). ↑
- Moes, G. (2025). Antwoord op vragen van de leden Stoffer en Diederik van Dijk over het bericht ‘SchoolTV onder vuur over Gaza: ’Hamas is een politieke partij, ze hebben ook mensen die vechten’. 2 oktober 2025. 2025Z16853. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2025Z16853&did=2025D43324 ↑
- SchoolTV onder vuur over Gaza: ’Hamas is een politieke partij, ze hebben ook mensen die vechten’. De Telegraaf.nl. (10/09/2025).Jacob Hoekman. Een verhaal van groeiende onvrede. Reformatorisch Dagblad. (4/10/2025).Keyvan Shahbazi. Massapsychose door Jodenhaat. De Telegraaf. (7/10/2025).Schie, M. Van. Maaike van Charante: ‘Kinderen op school veel te eenzijdig geïnformeerd over Israël, Gaza en Midden-Oosten.’ EWmagazine.nl. (16/09/2025). https://www.ewmagazine.nl/kennis/achtergrond/2025/09/maaike-van-charante-kinderen-eenzijdig-geinformeerd-over-israel-gaza-midden-oosten-1500452/Bouwman, R. (2025, September 9). Maaike van Charante: ‘De NPO indoctrineert jongeren over Gaza.’. Wynia’s Week. (9/09/2025). https://www.wyniasweek.nl/maaike-van-charante-de-npo-indoctrineert-jongeren-over-gaza/ ↑
- Hak, J., van Charante, M. (2025). Wat leren we onze kinderen? Rapport educatief videomateriaal Israëlisch-Palestijns conflict. https://watlerenweonzekinderen.nl/ ↑
- Mohammed Diab Ibrahim Al-Masri (Deif), Yahya Sinwar, Ismail Haniyeh. https://www.icc-cpi.int/news/statement-icc-prosecutor-karim-aa-khan-kc-applications-arrest-warrants-situation-state ↑
- “Successive Israeli governments have allegedly led and directly participated in the planning, construction, development, consolidation and encouragement of settlements on West Bank territory occupied during the Six-Day War in June 1967. This settlement activity is allegedly created and maintained through the deliberate implementation of a carefully conceived network of policies, laws and physical measures. These activities are said to include the planning and authorisation of settlement expansions or new construction at existing settlements, the confiscation and appropriation of land, the demolition of Palestinian property and the eviction of residents, and a system of subsidies and incentives designed to encourage migration to the settlements and to support their economic development.”, Office of the Prosecutor (2015). Report on Preliminary Examination Activities (2015). The Hague, International Criminal Court. Para. 68. https://www.icc-cpi.int/sites/default/files/iccdocs/otp/OTP-PE-rep-2015-Eng.pdf ↑
- John Dugard, “Palestine and the International Criminal Court: Institutional Failure or Bias?”, Journal of International Criminal Justice, 11(3): 563-570.“Still, could the ICC be biased against Israel? Again, no. The ICC has had ample opportunities to investigate and prosecute Israeli conduct, but declined to do so. If the Court was somehow biased against Israel, it would surely have taken the opportunity to target Israeli officials over the attacks on the Mavi Marmara and Gaza Flotilla in 2010. Yet it declined to do so. The ICC likewise declined to act over the litany of alleged international crimes committed in 2014, 2018, 2021, and so on. If anything, then, the Court has demonstrated some bias against Palestinian victims and survivors for slow walking its investigation and repeatedly refusing to issue warrants of arrest for perpetrators of atrocities against Palestinian civilians.”, Kersten, M. (2024, November 14). Seeing Through the Fog of Justice in Israel and Palestine. E-International Relations. https://www.e-ir.info/2024/11/14/seeing-through-the-fog-of-justice-in-israel-and-palestine/.The ICC Prosecutor’s Double Standards in the Time of an Unfolding Genocide. (2024, January 3). Opinio Juris. https://opiniojuris.org/2024/01/03/the-icc-prosecutors-double-standards-in-the-time-of-an-unfolding-genocide/ ↑
- Lieblich, E. and E. Benvenisti (2022). Occupation in international law. Oxford University Press. ↑
- “Der Ausschuss war einstimmig der Auffassung, dass Professor Eliav Lieblich ein herausragender, innovativer und äußerst origineller Wissenschaftler ist. Seine Arbeit hört nie auf, zu fesseln, zu überraschen und zu begeistern. Eliav Lieblich hat sich zu einer führenden Autorität im Bereich des ius in bello und ius contra bellum entwickelt, Disziplinen, die in der Völkerrechtswissenschaft eine neue zentrale Bedeutung erlangt haben. Darüber hinaus hat er bedeutende, wirkungsvolle und zum Nachdenken anregende Beiträge zur Geschichte, Theorie und Methodologie des Völkerrechts geleistet. Damit ist er ein herausragendes Vorbild für jüngere Wissenschaftlerinnen und Wissenschaftler”, https://www.mpil.de/en/pub/research-interaction/max-planck-cambridge-prize.cfm ↑
- Benvenisti, E. (2017). “The Missing Argument: The Article that Changed the Course of History?” AJIL Unbound 111: 31–35. ↑
- Meron, T. (1967). Memorandum on legality of the settlements, Israel State Archives, 153.8_7921_3A. Legal opinion numbered as document 289-291, professional translation. ↑
- (1978). “UNITED STATES: LETTER OF THE STATE DEPARTMENT LEGAL ADVISER CONCERNING THE LEGALITY OF ISRAELI SETTLEMENTS IN THE OCCUPIED TERRITORIES.” International Legal Materials 17(3): 777–779. https://www.jstor.org/stable/20691910 ↑
- “And it is rarer still that such disrespect of international law should subsist given the number of authoritative pronouncements on the matter. Even on most disputed questions, a clear pronouncement by the International Court of Justice (as has been issued on the status of the West Bank as a territory under belligerent occupation, on the applicability of the Fourth Geneva Convention, and equally clearly on the illegality of the settlements), supported by a score of Security Council resolutions, the International Committee of the Red Cross, and a rare consensus of the international community, should have rendered any controversy moot, if not settled. Furthermore, the Israeli Supreme Court itself has routinely defined the situation on the West Bank as a territory under belligerent occupation subject to the provisions on occupation in the Hague Convention No. IV. 29”, Meron, T. (2017). The West Bank and International Humanitarian Law on the Eve of the Fiftieth Anniversary of the Six-Day War. American Journal of International Law. ↑
- McKenzie, S. (2020). Disputed Territories and International Criminal Law: Israeli Settlements and the International Criminal Court. Routledge. ↑
- Arai-Takahashi, Y. (2009). The law of occupation: continuity and change of international humanitarian law, and its interaction with international human rights law. Nijhoff. ↑
- Harvard University (2004). Review of the applicability of International Humanitarian Law to the Occupied Palestinian Territory. ↑
- Rosenthal, U. (2010). Antwoord vragen Voordewind, Van der Staaij en De Roon over het artikel in NRC Handelsblad waarin de directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zegt dat de Nederlandse ambassade in Tel Aviv direct contact met de VNG heeft opgenomen om te waarschuwen over de samenstelling van de missie (‘pikant’) van Israëlische burgemeesters. 28 oktober 2010. 2010Z14228. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2010Z14228&did=2010D41469 ↑
- Veldkamp, C. C. J. (2024). Advies Internationaal Gerechtshof optreden Israël in de bezette Palestijnse Gebieden. 10 september 2024, 23432-537 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024Z13207&did=2024D32315 ↑
- Bekker, P. H. F. (2014). “The World Court Rules that Israel’s West Bank Barrier Violates International Law.” 8(17). https://www.asil.org/insights/volume/8/issue/17/world-court-rules-israels-west-bank-barrier-violates-international-law ↑
- Higgins, R. “Human Rights in the International Court of Justice.” Leiden Journal of International Law 20(04): 745–751. P. 750. ↑
- “This is not difficult – from Security Council resolution 242 through to Security Council resolution 1515, the key underlying requirements have remained the same that Israel is entitled to exist, to be recognized, and to security, and that the Palestinian people are entitled to their territory, to exercise self-determination, and to have their own State.”, ICJ, Advisory opinion of the International Court of Justice on the Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory, 2004, Separate opinion of Judge Higgins. Para. 18. ↑
- ICJ, Advisory opinion of the International Court of Justice on the Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory, 2004, Declaration of Judge Buergenthal. ↑
- ICJ. Advisory opinion of the International Court of Justice on the Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory, 2004. Separate opinion of Judge Higgins. ↑
- Adviesraad Internationale Vraagstukken (2013). Tussen woord en daad perspectieven op duurzame vrede in het Midden-Oosten. https://www.adviesraadinternationalevraagstukken.nl/documenten/2013/03/21/tussen-woord-en-daad ↑
- Adviesraad Internationale Vraagstukken (2024). Naar een nieuwe koers voor Nederland in het Israëlisch-Palestijnse conflict. https://www.adviesraadinternationalevraagstukken.nl/documenten/2024/10/23/aiv-briefadvies-39-naar-een-nieuwe-koers-voor-nederland-in-het-israelisch-palestijnse-conflict ↑
- Brief van 4 december 2013 aan Timmermans van 13 hoogleraren volkenrecht over samenwerkingsforum. ↑
- A/ES-10/PV.27. ↑
- Parliamentary question | Answer for question E-002150/24 | E-002150/2024(ASW) | European Parliament. (n.d.). Retrieved November 17, 2025, from https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/E-10-2024-002150-ASW_EN.html ↑
- Rezadoost, V. (2024). “Unveiling the ‘author’ of international law — The ‘legal effect’ of ICJ’s advisory opinions.” Journal of International Dispute Settlement 15(4): 506–533. ↑
- C-363/18, Organisation juive européenne en Vignoble Psagot Ltd / Ministre de l’Économie et des Finances, ECLI:EU:C:2019:954 (Grote kamer), 12 november 2019. ↑
- C-363/18, Organisation juive européenne en Vignoble Psagot Ltd / Ministre de l’Économie et des Finances, ECLI:EU:C:2019:954 (Grote kamer), 12 november 2019. ↑
- Ambos, K. (2025). The 2024 ICJ Advisory Opinion on the Occupied Palestinian Territory. Berlin, Verfassungsbooks. ↑
Geredigeerd door Pascale Esveld
Be First to Comment