Skip to content

Het Westen moet zijn mond houden tegenover de Palestijnen

In Trouw beweerde Bernd Timmerman dat Westerlingen niet alleen Israël op haar gedrag moeten aanspreken maar ook eisen aan Hamas moeten stellen. Die redenering keert de werkelijkheid om. Het Westen stelt al decennialang vooral eisen aan de Palestijnen en gebruikt daarbij sterkere dwangmiddelen dan tegenover Israël. Maar Westerlingen hebben geen enkel recht om van Palestijnen iets te eisen zolang ze hun eigen juridische plichten niet nakomen.

Nederland heeft in 2024 bij het Internationaal Gerechtshof zelf verklaard dat Palestijnen het recht hebben op bewapend verzet. Wie dat erkent kan niet tegelijk eisen dat Palestijnen hun strijd staken zolang Israël doorgaat met bezetting en onderdrukking.

Laten we dit conflict analyseren alsof het een speltheoretisch systeem is. Er zijn drie partijen: de toeschouwer (T), de Palestijn (X) en Israël (Y). Kan T van X eisen dat hij iets achterwegen laat in zijn conflict met Y? Alleen als er sprake is van wederkerigheid. Wederkerigheid betekent dat wie rechten en plichten tegenover een ander heeft, ook verplichtingen van die ander mag verwachten. Zonder die symmetrie kan geen rechtvaardig systeem functioneren.

De speltheorie illustreert dit met het beroemde gevangenendilemma: samenwerking levert de beste uitkomst op, maar angst leidt vaak tot verraad en slechtere resultaten. Het principe geldt breder: groepen functioneren alleen als de meeste deelnemers de regels respecteren. Wie vals speelt kan tijdelijk profiteren maar ondermijnt het systeem en schaadt ook de anderen. Bijvoorbeeld: als genoeg burgers niet stelen gaat iedereen vooruit, maar als velen dat wel doen gaat iedereen achteruit.

Toegepast op Israël en Palestina betekent dit dat er pas eisen aan Palestijnen kunnen worden gesteld als Israël fundamentele rechten respecteert. Maar dat doet Israël niet. Zowel in 2004 als in 2024 heeft het Internationaal Gerechtshof geoordeeld dat Israël grootschalig mensenrechten van Palestijnen schendt. Het Hof bepaalde dat de bezetting illegaal is, nederzettingen moeten worden ontmanteld en Palestijnen hebben recht op de bezette gebieden. Zolang deze uitspraken genegeerd worden, ontbreekt de basis om van Palestijnen te verlangen dat zij geen geweld gebruiken.

Een tweede voorwaarde is dat Palestijnen Israël voor een rechter kunnen dagen en haar kunnen dwingen zich aan het recht te houden. Koloniale machten ontwierpen het volkenrecht zo dat zij boven het recht stonden: staten kunnen alleen met hun eigen toestemming worden aangeklaagd. Juist de koloniale machten, zoals Frankrijk en Groot-Brittannië, hebben het Midden-Oosten verdeeld.

De machtige landen hebben geweigerd dat individuen staten voor het Internationaal Gerechtshof kunnen aanklagen. Australië streed na de oorlog voor een internationaal hof voor mensenrechten, maar vetomachten verhinderden dit. Zelfs de Sovjet-Unie, die Israël als eerste erkende, weigerde.

De Arabieren hebben meerdere keren geprobeerd het conflict via internationale hoven op te lossen. Zowel in 1947 als in 1948 wilden ze dat het Internationaal Gerechtshof zou bepalen wie recht heeft op het territorium en wie verantwoordelijk was voor het conflict. De Palestijnen namen ook deel aan de adviesopinies van 2004 en 2024, terwijl Israël beide keren weigerde deel te nemen. De Palestijnen hebben het Internationaal Strafhof gevraagd om alle oorlogsmisdaden in Palestina te berechten, maar Israël en haar westerse bondgenoten willen dat niet. De conclusie is helder: Palestijnen zijn niet verantwoordelijk voor het falen van het internationale recht. Het zijn juist derde partijen, met name westerse staten, die verhinderen dat Israël ter verantwoording wordt geroepen.

Een derde voorwaarde is dat diezelfde derde partijen hun eigen juridische plichten nakomen. Dat doen ze niet. Westerse landen zijn verplicht om ervoor te zorgen dat Israël humanitair recht respecteert en dat Palestijnen hun recht op onafhankelijkheid kunnen realiseren. Ze verzuimen dit consequent. Daarmee verliezen ze elk gezag om eisen aan Palestijnen te stellen. Palestijnen kunnen het Westen niet voor een hof dagen en zijn dus dubbel machteloos: tegenover Israël en zijn beschermers.

Rationele argumenten hebben geen effect. Sinds 1899 presenteren Palestijnen en hun supporters ze, maar Israël en het Westen herhalen drogredenen en houden de bezetting in stand.

Als we al deze voorwaarden op een rij zetten is de uitkomst onvermijdelijk. Westerse staten hebben geen enkel recht om Palestijnen te vertellen wat zij wel of niet mogen doen. Ze hebben eerst de plicht hun eigen juridische verplichtingen na te komen, Israël te dwingen de uitspraken van het Internationaal Gerechtshof uit te voeren en Palestijnen toegang te geven tot internationale rechtsmiddelen. Pas daarna kan sprake zijn van wederkerigheid en van legitieme eisen.

Tot die tijd geldt maar één boodschap: Westerlingen moeten hun mond houden tegenover de Palestijnen.


Geredigeerd door Pascale Esveld
Published inInternationaal Recht

2 Comments

  1. Rutger W Weemhoff Rutger W Weemhoff

    Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag heeft november ‘24 arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen de Israëlische premier Netanyahu en de voormalige minister van Defensie Gallant.

    Ook tegen Hamas-leider Masri, ook wel bekend als Deif, vaardigde het hof een bevel uit. Ook Deif werd door de aanklager vervolgd voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, in zijn geval voor zijn rol in de aanval op Israël van 7 oktober vorig jaar. Als belangrijkste militair leider van Hamas werd hij verantwoordelijk gehouden voor de moorden, martelingen, verkrachtingen en ontvoeringen die toen plaatsvonden.

    Mijns inziens dient het recht geen enkele politieke voorkeur te hebben als het gaat om misdaden tegen de menselijkheid. Hoe begrijpelijk ook, je laat dit zeer belangrijke kriterium los in je column.

    Hier maak je toch echt een denkfout.

    • Mihai Mihai

      In hun propagandafolder “Hamas. Our Narrative… Operation Al-Aqsa Flood” schrijft Hamas het volgende:

      “1. Palestine is a member state of the International Criminal Court (ICC), and it acceded to its Rome Statute in 2015. When Palestine asked for an investigation into Israeli war crimes committed on its territories, it was met with Israeli intransigence, rejection, and threats to punish the Palestinians for the request to the ICC. It is also unfortunate to mention that there were great powers, which claim to uphold the values of justice, that completely sided with the occupation narrative and opposed the Palestinian moves in the international justice system. These powers want to keep “Israel” as a state above the law and ensure it escapes liability and accountability.

      2. We urge these countries—especially the U.S. administration, Germany, Canada, and the U.K.—if they are indeed committed to justice as they claim, to announce their support for the course of investigation into all crimes committed in occupied Palestine and to give full support for the international courts to effectively do their job.

      3. Despite having doubts about whether these countries will stand by justice, we still urge the ICC Prosecutor and his team to immediately and urgently come to occupied Palestine to investigate the crimes and violations committed there, rather than merely observing the situation remotely or being subject to Israeli restrictions.”

      Dus blijkbaar accepteert Hamas dat ze berecht kunnen worden voor oorlogsmisdaden. Het probleem is dat Israël Palestijnen vermoordt of arresteert, maar niemand vermoordt of arresteert de Israëlische oorlogsmisdadigers.

Leave a Reply