Steeds meer kranten schrijven over Israëlisch expansionisme, zoals Trouw en de New York Times. Maar ze maken allemaal dezelfde denkfout: ze schrijven het toe aan de huidige alliantie tussen Netanyahu en extremisten als Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich. Daarmee suggereren ze dat het alleen aan die extremisten ligt en dat toekomstige regeringen het anders zouden doen. Maar ook binnen de Israëlische mainstream bestaan er al veel langer stromingen die meer territorium willen. De redenen lopen uiteen: soms zijn ze Bijbels of historisch, zoals het idee dat de Volkenbond de Joden ook Jordanië zou hebben beloofd, soms gaat het om ruimte of veiligheid.
Het politieke zionisme wilde een staat in Palestina stichten terwijl men voor 1948 geen rechten op een territorium daar had. ‘Ons recht op Palestina, in zijn geheel, is onaantastbaar en eeuwig,’ verklaarde Ben-Gurion op het Zionistische Congres in Zürich in 1937. Enkele maanden later zei hij: ‘Ik ben een enthousiaste voorstander van een Joodse staat binnen de historische grenzen van het Land Israël… Ik zal geen centimeter van onze bodem afstaan’. ‘Onze beweging is maximalistisch. Zelfs heel Palestina is niet ons uiteindelijke doel,’ zei hij later. Hij was tegen het benoemen van de Israëlische grenzen in de onafhankelijkheidsverklaring omdat hij hoopte meer territorium te veroveren tijdens de burgeroorlog. Hij accepteerde het partitieplan alleen tijdelijk en vertelde dat grenzen niet vast staan.
Toen de Britten hem benaderden om de Suez-oorlog te beginnen, presenteerde hij zijn eigen ‘fantastische’ plan voor de herorganisatie van het Midden-Oosten. Jordanië moest worden verdeeld. Irak zou de Oostelijke Jordaanoever krijgen in ruil voor de belofte Palestijnse vluchtelingen daar te vestigen. Israël zou de Westbank en het Libanese territorium tot de Litani-rivier veroveren en controle over de Straat van Tiran in de Golf van Akaba nemen.
In 1963, kort na zijn aantreden als premier en minister van Defensie, besprak Levi Eshkol een mogelijke uitbreiding van Israëls grenzen. Stafchef Tzvi Tzur betoogde dat Israël het recht had om strategische diepte te verwerven door de Sinaï, de Westelijke Jordaanoever en Noord-Libanon te veroveren. De latere premier Yitzhak Rabin schetste Eshkol zijn ideale grenzen voor Israël: die zouden de Jordaan, het Suezkanaal en de Litani-rivier moeten omvatten. Ezer Weizman, commandant van de luchtmacht, vond dat Israël binnen vijf jaar een preventieve oorlog moest overwegen om de grenzen te verleggen. En Shimon Peres wilde preventieve stappen zetten om comfortabelere grenzen veilig te stellen.
Menachem Begin wilde met pensioen gaan in een nederzetting in de Sinaï. Hij geloofde dat God Palestina aan de Joden had beloofd, erkende het bestaan van Jordanië niet en vond dat het veroverd moest worden en opgaan in een exclusief Joodse natie, een droom die hij nooit helemaal heeft losgelaten.
Moshe Dayan pleitte voor grootschalige Joodse nederzettingen om Israëls aanspraak op de Westelijke Jordaanoever te versterken. In 1973 zei hij tegen Time magazine: ‘Er is geen Palestina meer. Klaar.’ In april 1973 verkondigde hij de visie van ‘een nieuwe Staat Israël met brede grenzen, sterk en solide, met het gezag van de Israëlische regering dat zich uitstrekt van de Jordaan tot het Suezkanaal.’
Ariel Sharon plande de invasie van Libanon. Hij ontwikkelde het ‘grote plan’ om Israëls politieke hegemonie in het Midden-Oosten te vestigen. Hij wilde de PLO in Libanon vernietigen om de ruggengraat van het Palestijnse nationalisme te breken en de opname van de Westelijke Jordaanoever in Groot-Israël te vergemakkelijken. De toestroom van Palestijnen uit Libanon en de Westbank naar Jordanië zou uiteindelijk de Hasjemitische monarchie omverwerpen en de Oostelijke Jordaanoever transformeren in een Palestijnse staat.
Het Drobles-plan uit 1978 was bedoeld om met nederzettingen een Palestijnse staat te voorkomen. De Joodse Natiestaat-wet uit 2018 stelt dat ‘de staat de ontwikkeling van Joodse nederzettingen als een nationale waarde beschouwt en zal handelen om de oprichting en consolidatie ervan aan te moedigen en te bevorderen.’ En het regeerakkoord gaat nog een stap verder: ‘Het Joodse volk heeft een exclusief en onvervreemdbaar recht op alle delen van het Land Israël. De regering zal de vestiging in alle delen van het Land Israël bevorderen en ontwikkelen – in Galilea, de Negev, de Golan en Judea en Samaria.’ En ook de Israëlische oppositie denkt er zo over. Daarom moet het Westen de Palestijnse staat erkennen.
Geredigeerd door Pascale Esveld
Be First to Comment