Skip to content

Gaf het zelfbeschikkingsrecht Joden het recht op Palestina?

Aad Kamsteeg schrijft in het Nederlands Dagblad het volgende:

“Tegelijk mis ik de erkenning dat zoals alle volken graag zelfbestuur in een eigen stuk land willen, dit zeker geldt voor de eeuwenlang in verstrooiing gediscrimineerde en vermoorde Joden. Waar zouden zij vervolgens dat ‘zelfbeschikkingsrecht’ anders kunnen uitoefenen dan in het land waaruit zij indertijd door de Romeinen werden verdreven?”

Zouden Roma het recht op Nederland hebben?

Ook Roma zijn een verstrooid en onderdrukt volk. Oostblokkers dreven de Roma in slavernij en plegen momenteel nog steeds pogroms op hen. En Hitler vergaste hen. Stel je voor dat de Roma uit Nederland 2000 jaar gelden verdreven zouden zijn. Zouden we nu de koffers inpakken en het land inleveren? Nee. Of zouden we de Roma onze bazen maken? Nee.

Er zijn ten minste 650 etnische groepen en toch wordt de wereld niet in 650 landen herverdeeld. Waarom? Omdat het zelfbeschikkingsrecht anders werkt dan Aad denkt.

Geschiedenis van het zelfbeschikkingsrecht

Landen maken volkenrecht op twee manieren: via verdragen en via gewoonte. Verdragen scheppen onmiddellijk rechten en plichten. Ze werken zoals een lichtschakelaar. Het gewoonterecht ontstaat via herhaald gedrag van de meerderheid: rechten, plichten en juridische regels groeien in de tijd. Gewoonterecht werkt zoals een dimmer: in het begin is de regel bijna onzichtbaar en aan het einde kan niemand die meer ontkennen.

Er bestaan twee vormen van zelfbeschikking: het zelfbeschikkingsprincipe en zelfbeschikkingsrecht. Ook deze groeiden in de tijd. De overwinnaars van WWI zouden de Duitse en Ottomaanse koloniën als mandatarissen administreren. Deze mandaten zouden volgens de wensen van de lokale bevolking onafhankelijk worden. Engeland administreerde het mandaat voor Palestina en stond de Europese Joden toe om daar massaal te migreren. Toen bestond er geen zelfbeschikkingsrecht. Dus dit recht kon de Joden geen recht op Palestina gunnen. Het is waar dat Amerikaanse president Wilson over zelfbeschikking praatte, echter dit was toen nog een politiek principe, geen juridisch principe, noch een juridisch recht.

Dit recht begon te groeien in 1945 met het VN-handvest, waar men spreekt van “eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking voor volken.” Echter zelfbeschikking betekende toen twee dingen. Het eerste werd later het principe van zelfbeschikking en betekende respect voor de wensen van de bevolking bij het bepalen van territoriale veranderingen. Het tweede was het recht om de eigen regeringsvorm te kiezen. Deze werd later onderdeel van het zelfbeschikkingsrecht binnen een land. Hieronder meer.

Als er iets in die periode bestond, dan zou het slechts het principe zijn, geen recht. In 1947 groeide het aantal Joodse kolonisten uit tot 32% van de bevolking. Het conflict liep uit de hand en de VN debatteerde over een mogelijke verdeling van Palestina in een Joodse en Palestijnse staat. Irak en Cuba verklaarden de verdeling:

“onwettig omdat het in strijd is met de zelfbeschikking van volkeren, een essentieel beginsel van de Volkenbond. In feite zou het plan inhouden dat het lot van een natie wordt beslist zonder haar hierover te raadplegen, en dat het de helft van het nationale grondgebied wordt ontnomen dat het gedurende vele eeuwen in zijn bezit had.”

Sterker nog, meende Cuba, het zou ook het VN-handvest schenden. Ook Argentinië vond dat de partitie het VN-Handvest zou schenden: “De enige rechtvaardige en legale oplossing zou er een zijn gebaseerd op de zelfbeschikking van de Palestijnse volkeren.” Jamal Husseini, de vertegenwoordiger van de Arabieren in Palestina, zei dat de VS en Sovjet-Unie, met hun steun aan de partitie “de handen ineen hebben geslagen om de monsterlijke perversie van het principe van zelfbeschikking in Palestina te ondersteunen.” Dus als men het principe van zelfbeschikking zou hebben toegepast, dan zou er een staat met Arabische meerderheid zijn ontstaan. Balfour erkende dit: “The weak point of our position of course is that in the case of Palestine we deliberately and rightly decline to accept the principle of self-determination.”

Het zelfbeschikkingsrecht bestond toen nog niet. In 1955 onderhandelden landen over twee belangrijke mensenrechtenverdragen IVBPR (voor burgerrechten en politieke rechten) en IVESCR (voor economische, sociale en culturele rechten). Groot-Brittannië ontkende dat het zelfbeschikkingsrecht bestond en noemde het een ‘politiek principe’.

Pas in 1960 nam de VN de “Verklaring Inzake het Verlenen van Onafhankelijkheid aan Koloniale Landen en Volkeren” aan. Hierin stond dat “alle volkeren het recht hebben op zelfbeschikking; krachtens dit recht bepalen zij vrij hun politieke status en streven zij vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na.” In 1965 waren IVBPR en IVESCR klaar en het zelfbeschikkingsrecht staat in beiden. In 1970 stemden staten unaniem voor de “Verklaring inzake de beginselen van internationaal recht”. Ook hier bevestigt men het zelfbeschikkingsrecht. Stephen Allen concludeert daardoor terecht dat het zelfbeschikkingsrecht ergens tussen 1960 en 1970 was uitgekristalliseerd (in zijn boek The Chagos islanders and international law).

Hoe werkt het zelfbeschikkingsrecht? Als we over rechten praten, stellen we drie vragen: wie, wat en hoe?

Wie heeft het zelfbeschikkingsrecht?

Volkeren hebben zelfbeschikkingsrecht. Maar het woord ‘volk’ betekent in volkenrecht iets anders dan een volk in volkenkunde. Al heeft de VN geen ultieme definitie, in de praktijk ziet men een volk als de volledige bevolking binnen een administratief territorium. Minderheden hebben geen apart recht op zelfbeschikking.

Bijvoorbeeld Mauritius. Volkenkundig bestaat het eiland uit meerdere volkeren, zoals creolen uit Oost-Afrika, Indiërs, Chinezen, Britten en Fransen. Maar voor volkenrecht is er slechts één volk: het Mauritiaanse volk.

Zo zijn de Joden in Israël geen apart volkenrechtelijk volk, maar het Israëlische volk, samen met Palestijnen (moslims of Christenen), Druzen en andere minderheden.

Het Palestijnse volk bestaat alleen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem.

Buiten de staten bestaan er volkeren in niet-zelfbesturende territoria: in Westerse kolonies en mandaten van het Volkerenbond. De mandaten waren eerder Duitse en Ottomaanse kolonies. Ook Palestina was een Ottomaanse kolonie en later een mandaat.

Voor niet-zelfbesturende gebieden gebruikt men een zoutwater-test: het territorium dat is gescheiden door zout water van de metropool, is ondergeschikt en heeft een andere etniciteit, cultuur, taal etc. Daarom hebben Sami’s, Eskimo’s, Aboriginals, Native Americans, Roma en anderen geen extern zelfbeschikkingsrecht omdat ze binnen staten leven. En daarom hadden de Joden in 1917 ook geen zelfbeschikkingsrecht kunnen hebben.

Ook volkeren onder militaire bezetting, onder apartheid en buitenlandse overheersing hebben dit zelfbeschikkingsrecht.

In 2004 heeft Het Internationaal Gerechtshof de Palestijnse bezette gebieden conceptueel behandeld als een gebied dat nog gedekoloniseerd moest worden, als oude Ottomaanse kolonie en mandaatgebied. Het Hof concludeerde dat Palestijnen zelfbeschikkingsrecht hebben. Maar de Palestijnen hebben dit recht ook omdat ze bezet zijn. En misschien ook omdat ze onderworpen zijn aan apartheid en aan een buitenlandse overheersing.

Wat houdt zelfbeschikkingsrecht in?

Dit recht heeft twee betekenissen. Binnen een staat betekent dit twee dingen: het volk is vrij van buitenlandse inmenging en heeft het recht om beslissingen te nemen.

In alle territoria buiten staten hebben volkeren extern zelfbeschikkingsrecht. Dit betekent dat het volk het recht heeft om in vrijheid zijn eigen politieke status en economische, sociale en culturele ontwikkeling te bepalen. Ook beschikken volkeren over hun natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen.

Hoe vervult men zijn zelfbeschikkingsrecht?

Volkeren kunnen hun externe zelfbeschikkingsrecht als volgt vervullen: men wordt een onafhankelijke staat; sluit zich bij een staat aan; associeert zich met een staat; of kiest vrijelijk voor iets anders.

Dus een volk kan zijn zelfbeschikkingsrecht slechts binnen het territorium waar men al leeft uitoefenen en heeft geen recht op een territorium ergens anders.


Geredigeerd door Pascale Esveld

Published inBeste BlogsInternationaal Recht

Be First to Comment

    Leave a Reply