Sla over naar de inhoud

Falkland en Diego Garcia: paradox, hypocrisie, zelfbeschikking

Als Groot-Brittannië ‘zelfbeschikking’ zegt, denk ik aan koffie met kippensoep. Lekker bah. Groot-Brittannië (GB) verdedigt het zelfbeschikkingsrecht van de Falklanders in het laaiende conflict met Argentinië. Het volk bepaalt, zegt GB, en het volk wil bij GB horen. Dus laten we de Britse haatrelatie met zelfbeschikking eens bekijken.

Oorsprong zelfbeschikking
Zelfbeschikking in volkenrecht stamt uit drie bronnen: de revoluties in Amerika, Frankrijk en Rusland.

De Britse kolonisten in Amerika hebben als eerste om het recht op zelfbeschikking geroepen, tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Zij beriepen zich op John Locke’s idee van sociaal contract: het volk is primair en blijft soeverein, terwijl de regering slechts tijdelijk en voorwaardelijk mag leiden. Ironisch genoeg, Locke bedacht zijn argument over bezit als een smoes om de indianen van hun land en zelfbeschikking te beroven.

De Fransen bedoelden met zelfbeschikking twee dingen: verantwoordelijke leiders en rekening houden met de wil van lokale bevolking tijdens grensveranderingen. In 1793 presenteerde Condorcet zijn grondwetontwerp, waarin de Franse republiek afstand deed van annexaties tegen de wil van de lokale bevolking. Deze ‘wil’ heeft Frankrijk een heleboel nieuwe annexaties opgeleverd en het principe gold niet voor Corsica en de koloniën. In hetzelfde jaar, stichtte Fransman Pierre Marie Le Normand een plantage op Diego Garcia, met tweeëntwintig slaven.

De Sovjets hadden een mengeling van Franse en Amerikaanse opvattingen, maar hun concept van zelfbeschikking vereiste ook onafhankelijkheid voor koloniën: een goede smoes om het Westen van haar imperia te bevrijden. En er stond zelfs in de grondwet dat republieken onafhankelijk mochten worden, maar dat artikel durfde niemand te citeren, tot in de jaren 90.

De wereldoorlogen
Tijdens de Eerste Wereldoorlog beloofden de geallieerden zelfbeschikking om volkeren onder de vijand in opstand te brengen. De Zuid-Afrikaanse generaal Jan Smuts, lid van de Britse ‘Imperiale Oorlogskabinet’, schreef een toespraak voor de Britse premier Lloyd George, waarin hij zelfbeschikking aan alle ‘stammen’ beloofde, “to prevent their exploitation for the benefit of European capitalists or governments.” Maar de Britten gebruikten zelfbeschikking slechts als oorlogswapen, zonder enige intentie om hun belofte na te komen.

De Amerikaanse president Woodrow Wilson was oprecht antikolonialist: “Peoples and provinces are not to be bartered about from sovereignty to sovereignty as if they were mere chattels and pawns in a game, even the great game, now forever discredited.” Hij wilde zelfbeschikking in het Volkenbond-handvest opnemen.

Na de oorlog wilde Zuid-Afrika Duitse koloniën in Afrika inlijven, dus generaal Smuts maakte rechtsomkeer en overtuigde Wilson van het tegenovergestelde. Volgens Smuts waren koloniën “inhabited by barbarians, who not only cannot possibly govern themselves, but to whom it would be impracticable to apply any ideas of political self-determination in the European sense.”

Tijdens de Parijse vredeconferentie verklaarde men Wilson voor gek. Zelfs Robert Lansing, Wilson’s minister van Buitenlandse Zaken, schreef:

“The more I think about the President’s declaration as to the right of ‘self-determination,’ the more convinced I am of the danger of putting such ideas into the minds of certain races.

What effect will it have on the Irish, the Indians, the Egyptians, and the nationalists among the Boers? Will it not breed discontent, disorder, and rebellion? Will not the Mohammedans of Syria and Palestine and possibly of Morocco and Tripoli rely on it? How can it be harmonized with Zionism, to which the President is practically committed?

The phrase is simply loaded with dynamite. It will raise hopes which can never be realized. It will, I fear, cost thousands of lives. In the end it is bound to be discredited, to be called the dream of an idealist who failed to realize the danger until too late to check those who attempt to put the principle in force. What a calamity that the phrase was ever uttered! What misery it will cause!”

Dus na de oorlog sneuvelde het zelfbeschikkingsrecht als eerste en GB was haar grootste beul.

De geschiedenis herhaalde zich in de Tweede Wereldoorlog. Churchill en Roosevelt beloofden zelfbeschikking in de Atlantic Charter, maar Churchill ontkende achteraf dat het voor de koloniën gold: “I have not become the King’s First Minister in order to preside over the liquidation of the British Empire.”

Het VN-Handvest
Tijdens de onderhandelingen, kregen de Sovjets zelfbeschikking in het artikel 1 van het VN-Handvest. De Sovjets, de Chinezen en de Filipijnen wilden zelfbeschikking en onafhankelijkheid ook in Hoofdstuk XI opnemen; het hoofdstuk over de koloniën. Maar de Fransen en Britten hebben zich succesvol verzet. Hoofdstuk XI werd een kopie van het Britse voorstel en was zo wazig, dat het geen enkel recht garandeerde.

De Amerikanen zaten met een dilemma. Enerzijds hadden ze een idealistische president, die in vrijheid voor de koloniën geloofde. Anderzijds vonden de Amerikanen hun nieuw veroverde strategische eilanden best lekker. Dus ze slikten alles van de Britten.

Zelfbeschikking tijdens dekolonisatie
GB was na de oorlog bijna failliet en had grote schulden bij India. GB liet India onafhankelijk worden in ruil voor kwijtschelding en ontweek de ondergang. Met India was het hek van de dam en Churchill’s imperium verdween als sneeuw voor de zon.

Zo gaat het bij volkenrecht: regels, rechten en principes groeien over een langere periode. Voor de oorlog was zelfbeschikking slechts een politiek principe, maar in de twintig jaar na de oorlog kristalliseerde het zich als een juridisch principe. Het Internationaal Gerechtshof beschreef het principe zoals de Franse anexatietheorie: “The need to pay regard to the freely expressed will of peoples.” Dit houdt een volksraadpleging over de toekomst van het territorium in.

De Sovjets probeerden telkens vergeefs om zelfbeschikking in een recht te veranderen. Hun voorstel om zelfbeschikking in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in te voeren sneuvelde onder druk van de koloniale machten. Maar de VN groeide met nieuw onafhankelijke staten en zij verstoorden de balans in het voordeel van dekolonisatie en het zelfbeschikkingsrecht.

1960: Resolutie 1514, mijlpaal in dekolonisatie
Kameraad Chroetsjov reisde in persona naar de Verenigde Naties om de wereld een dekolonisatieresolutie op te leggen. Maar de VN negeerde hem en hij stond na zijn fulminante speech voor lul. De VN adopteerde een ander voorstel, van de Derde Wereld. Deze resolutie erkent het zelfbeschikkingsrecht, eist onafhankelijkheid voor koloniën – zonder voorwaarden.

In recht is de intentie van ‘wetgevers’ belangrijk. India en andere indieners van de resolutie verklaarden dat kolonialisten geen militaire kampen in de koloniën mochten bouwen, noch mochten ze de lokale leiders oplichten of anders dwingen om voor onafhankelijkheid in te stemmen met het afbreken van de koloniën.

GB stemde met ‘njet’ natuurlijk; want zij ‘steunde’ het principe van zelfbeschikking ‘volhartig’, maar het zelfbeschikkingsrecht had geen ‘goede definitie’. Als enige staat in de wereld ontkende GB tot 2009 dat de dekolonisatie resoluties 1514 en 1541 bindend zouden zijn.

GB verklaarde tijdens dit debat: “It is of fundamental importance to the future peace and prosperity of Africa that the countries of that continent should retain their integrity…” Lezers van mijn vorige stuk weten dat de Britten de Mauritiaanse leider chanteerden – vijf jaar na deze resolutie – om de Chagosarchipel in Britse handen te houden, om daar een militair kamp te bouwen.

De twee belangrijke mensenrechtenverdragen: IVBPR en IVESCR
De VN-resoluties gaan over zelfbeschikkingsrecht vanaf 1953, maar rechtsgeleerden zeggen dat dit recht slechts rond 1960 bestond. Tijdens de ondertekening van de verdragen in 1966, twijfelde niemand meer aan het zelfbeschikkingsrecht. Behalve GB, die zich vergeefs verzette tegen de opname van het zelfbeschikkingsrecht in Artikel 1 van de twee verdragen.

En omdat staten geen voorbehoud op dit artikel mogen hebben, probeerden de Britten een andere truc. Ze verklaarden dat het VN-Handvest voorrang heeft op deze verdragen. Je herinnert je dat het de Britten gelukt was om een wazig Hoofdstuk XI in het handvest te krijgen, en zodanig niks te garanderen. Dus als het VN-Handvest voorrang op de verdragen zou hebben, dan zouden de verdragen ook niks garanderen. Maar daar trapte niemand in.

De Chagosarchipel
De Britten hebben de lokale bevolking op Chagos, Falkland en Gibraltar verdreven. Zij lieten Mauritius in 1968 vrij, maar scheurden eerst de Chagos van Mauritius af – inclusief Diego Garcia.

Ze verdreven de Chagossianen, terwijl de wereld sliep. De Britse regering lukte het om de hele wereld voor vele jaren te misleiden. Men heeft met de pers afspraken gemaakt, dus de pers bleef redelijk stil. Men hield het parlement in het duister. Men hield een hele afdeling voltijds bezig met samenzweringen om de VN voor de gek te houden.

De Britten wisten dat Chagos, na de scheiding van Mauritius, een nieuwe kolonie was geworden. Dit zou automatisch Hoofdstuk XI van het VN-Handvest inschakelen, inclusief het dekolonisatie-comité als waakhond en dit wilde men voorkomen. Aan het comité werden twee leugens verteld: (1) Chagos was geen onderdeel van Mauritius, dus er was geen sprake van afbreken. (2) Op Chagos bestond geen permanente bevolking, maar slechts vissers en plantagewerkers; seizoenarbeiders van andere eilanden. De Britse archieven tonen echter aan dat de regering wist dat de Chagossianen tenminste drie generaties lang daar leefden.

De Britten lepelden contradictie na contradictie op. Voor de Mauritiaanse onafhankelijkheid, zeiden ze dat Chagos geen onderdeel ervan was. Na onafhankelijkheid beweerden ze het tegendeel; daardoor zou het een kwestie tussen GB en Mauritius zijn, dus buiten de bevoegdheden van het dekolonisatie-comité.

Uit de Britse archieven blijkt dat de regering de leugens uiterst zorgvuldig bedacht. Want de argumenten voor Falkland/Gibraltar kwamen slecht uit voor Chagos en andersom. Bijvoorbeeld men kon niet zeggen dat er te weinig Chagossianen waren en zij daardoor geen recht op zelfbeschikking hadden, want de Falklanders waren met evenveel. Beweren dat de bevolking op Falkland/Gibraltar zelf moest beslissen, zou hetzelfde betekenen voor de Chagossianen. Het principe van territoriale integriteit moest zeker niet betekenen dat Falkland bij Argentinië en Gibraltar bij Spanje hoorden. Dus de hoofdbreker van de Britse regering was: hoe kunnen we iets over Falkland/Gibraltar beweren en over Chagos ontkennen, zonder dat de VN wakker worden.

Het zelfbeschikkingsrecht
Het zelfbeschikkingsrecht heeft drie betekenissen. Ten eerste heeft het volk in een kolonie het recht om de toekomst van de kolonie te bepalen; het volk is politiek vrij, baas over de grondstoffen, en bepaalt zijn sociale, culturele en economische ontwikkeling. Het recht geldt voor alle volkeren onder militaire bezetting en elk territorium dat geen onderdeel is van een staat.

Ten tweede betekent het zelfbeschikkingsrecht dat een staat vrij is van buitenlandse inmenging in interne kwesties.

Ten derde heeft een volk het recht om van staatsvorm te veranderen, het is dus een recht op democratie.

Wat is een volk? In volkenrecht is een volk de hele bevolking van een territorium, ongeacht hoeveel minderheden erin leven.

Falkland en Gibraltar: VN-dilemma en VN-hypocrisie
De VN heeft tientallen jaren nodig gehad om een eenvoudig concept van zelfbeschikkingsrecht te ontwikkelen: het volk bepaalt. Dit recht was bedoeld om een onrecht recht te zetten: het kolonialisme. Maar als het volk bepaalt, dan mag ook het volk op Falkland en Gibraltar bepalen. Dit zou echter een beloning voor kolonialisme zijn, omdat de bevolking Brits is en Brits wil blijven.

De VN zeggen dat de GB en Argentinië moeten onderhandelen, rekening houdend met de belangen van de lokale bevolking. En over Gibraltar suggereren de VN dat GB moet oprotten. Deze houding is in strijd met de standaard houding over koloniën. Want normaal schreeuwen de VN dat het volk het zelfbeschikkingsrecht heeft en eisen een volksraadpleging.

Aan de andere kant organiseert GB graag referenda op Falkland en Gibraltar, maar niet op Chagos.

Wie heeft gelijk?
Rosalyn Higgins, ex-president van het Internationaal Gerechtshof, vindt dat GB een beter juridisch argument heeft. Bovendien zijn de Argentijnse claims irrelevant: als de bevolking een politieke, sociale en culturele identiteit vertoont, dan zou het principe van zelfbeschikking voorrang moeten hebben.

Higgins schreef dit in 1982, tijdens de oorlog tussen GB en Argentinië, toen een dictatuur. Higgins vond dat ook democratie en mensenrechten een rol moeten spelen bij overdragen van territoria. Ook nu staat GB in de democratie-index op de 16e plek en Argentinië op de 51e. In de Rule of Law Index scoort GB ook veel beter dan Argentinië.

Malcolm Shaw zegt ook dat je een territorium niet zonder instemming van de bevolking kan overdragen, vooral als de bevolking in de nieuwe staat minder (mensen)rechten zal hebben. Antonio Cassese, een sleutelfiguur in volkenrecht, zou het er mee eens zijn dat staten geen territoria kunnen overdragen tegen de wil van de bevolking.

In conclusie, Groot-Brittannië en zelfbeschikking zijn zoals olie en water, maar de Britten wonen al langer dan 150 jaar op Falkland. Zelfs als Argentinië een goede claim op dat territorium zou hebben, het zelfbeschikkingsrecht van de Falklanders moet voorrang hebben op andere regels. Het volk bepaalt. Maar dat geldt ook voor de Chagossianen.

Geredigeerd door Pascale Esveld

Published inInternationaal Recht

Eén reactie

  1. reinejragolo reinejragolo

    Met de uitspraak van kameraad Chroetsjov dat ie ons zal begraven is er
    wellicht nog enige legitimatie voor de opmerkelijke VN-stelling-uitleg van het VK.

Geef een reactie