Skip to content

Een krant die de underdog vergeet, verraadt haar bestaansrecht

Zoals ik in mijn opiniestuk in het NRC uitlegde, vrijheid van meningsuiting bestaat niet om de machtigen te plezieren. Zij bestaat om de macht te egaliseren: de underdog moet zijn rechten kunnen verdedigen; machtelozen moeten corruptie en machtsmisbruik kunnen ontmaskeren. Zij is voor Iraanse vrouwen, niet voor de speeches van Hitler.

Persvrijheid is een subcategorie van die grotere vrijheid en dus gebonden aan dezelfde opdracht. Bill Kovach en Tom Rosenstiel vatten het in hun toonaangevende standaardwerk ‘The Elements of Journalism’ kernachtig samen: journalisten ‘monitoren de macht en geven een stem aan de machtelozen.’ Wanneer journalisten die opdracht omdraaien en hun pen richten op de zwakken in plaats van op de sterken, dan verliezen zij hun morele bestaansrecht. Niet voor niets hing het Neurenbergtribunaal columnist en editor van Der Stürmer Julius Streicher op en veroordeelde het Rwanda-tribunaal de mediabazen van Radio Mille Collines: media die de machtigen helpen onderdrukken, plegen geen journalistiek, maar medeplichtigheid.

Stel u voor: een krant die schrijft over een zakenman die zijn fabriek met harde hand bestuurt en zijn secretaresse verkracht. Die zakenman bevindt zich op dat moment in Auschwitz. Zou u die krant prijzen om haar moed? Nee, u zou zich afvragen waarom zij inzoomt op één man, terwijl om hem heen een Holocaust plaatsvindt. Zo’n krant helpt, bedoeld of onbedoeld, de grootste machthebbers door de aandacht af te leiden van het grootste onrecht.

Precies dat deed NRC met haar artikel ‘Misbruik, manipulatie en achterdocht in de top van het Internationaal Strafhof in Den Haag’. 7.555 woorden lang. En zelfs vertaald in het Engels, alsof de wereld dringend moest weten wat er mis zou zijn met aanklager Karim Khan. Let op: ik vergelijk Israëli’s niet met nazi’s; ik gebruik een deductieve analogie (zie het artikel van filosoof Bruce N. Waller, ‘Classifying and Analyzing Analogies’, in het blad Informal Logic).

Het NRC-stuk suggereerde, zonder bewijs, dat Khan de Israëlische leiders wilde vervolgen om af te leiden van zijn eigen vermeende seksuele wangedrag. Rechters spraken Khan vrij. Maar zelfs los daarvan: NRC had logisch kunnen nadenken. Hoe leid je af door juist méér aandacht op jezelf te vestigen met een wereldschokkende vervolging? En belangrijker: de arrestatiebevelen zijn door drie rechters goedgekeurd, ná beoordeling door een panel van vooraanstaande juristen.

Een van die juristen is de Israëliër Theodor Meron, een van de meest gezaghebbende experts op het gebied van oorlogsrecht. Meron, Holocaustoverlevende, voormalig juridisch adviseur van de Israëlische regering tijdens de Zesdaagse Oorlog, vier keer president van het Joegoslavië-tribunaal, professor bij vooraanstaande universiteiten, hoofdredacteur van het prestigieuze blad American Journal of International Law, en gelauwerd door de Britse Kroon, de Franse Republiek en talloze academies. Wie deze man wegwuift als deelnemer aan een antisemitisch complot, schoffeert niet alleen hem, maar ook de lezer.

Want terwijl de krant inzoomde op één man in Den Haag, liet zij iets veel belangrijkers uit het beeld: het systematische machtsmisbruik tegen de Palestijnen. Kijk naar de machtsverhoudingen. Aan de ene kant: de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, kernwapenstaten met vetorecht en immense economische macht. Zij bedreigden Khan. De VS legde sancties op aan ICC-rechters en medewerkers. Israël chanteerde, bespioneerde en bedreigde diezelfde medewerkers. Westerse politici en zelfs de hoofdredactie van de Washington Post (een van de machtigste kranten ter wereld) bestookten Khan met drogredenen. Aan de andere kant: de Palestijnen. Zij hebben volkenrechtelijk recht op een staat in 100% van de bezette gebieden. Hun mensenrechten worden dagelijks geschonden. Israël pleegt oorlogsmisdaden (zoals de nederzettingen) en alle staten zijn juridisch verplicht die misdaden niet te faciliteren en de Palestijnse staat te helpen verwezenlijken.

En nu het cruciale punt: de Palestijnen beschikken over geen enkel vreedzaam middel om hun rechten af te dwingen. Zij kunnen Israël niet voor een hof slepen dat de bezetting beëindigt. Zij kunnen westerse staten niet dwingen hun verplichtingen na te komen. Zij kunnen westerse politici en kranten niet met rationele argumenten dwingen hun drogredenen te staken. Het Internationaal Strafhof, met Khan aan het hoofd, was een van de schaarse vreedzame instrumenten die hen restten. En juist dat instrument bestookte NRC met een 7.555-woordenstuk over kantoorpolitiek. Er is zelfs een beter argument dat Khan Israël voortrekt, omdat hij de nederzettingen niet in de aanklacht noemt en daardoor Israël in zijn expansionisme helpt.

Wat is dan het grootste schandaal? De vermeende misdragingen van één aanklager, óf de medeplichtigheid van een halve wereld aan de onderdrukking van een heel volk? Op welke misstand had NRC haar lens moeten richten? De Telegraaf, de krant van het recht van de sterkste, witte suprematie en westerse werelddominantie, kiest voor het sterke Israël en de vernietiging van het volkenrecht. NRC niet.

 


Geredigeerd door Pascale Esveld
Published inInternationaal Recht

Be First to Comment

    Leave a Reply