Skip to content

De hypocrisie van het Westen: Waarom het volkenrecht wél voor iedereen geldt

Sinds de recente illegale aanvallen op Venezuela en Iran waart er een nieuwe, gevaarlijke drogreden rond op sociale media en in praatprogramma’s. De stelling luidt dat het Westen het volkenrecht mag schenden, omdat dit recht dictators zou beschermen. Bijvoorbeeld minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen beweerde dat de aanval op Iran ‘geen zwart-witsituatie’ is, omdat ‘dit Iraanse regime zich kan laten beschermen’ door het internationaal recht. Dit argument is echter pure valsspelerij. De huidige schenders van het volkenrecht hebben deze regels immers zelf opgesteld. Nu deze regels hen even niet uitkomen, beroepen zij zich op de gebreken ervan om ze straffeloos te kunnen breken.

Laten we allereerst een onomstotelijk juridisch feit vaststellen. Jus cogens-normen zijn dwingende regels van het internationaal recht die door de internationale gemeenschap als zo fundamenteel worden beschouwd dat geen enkele staat ervan mag afwijken. Voorbeelden zijn het verbod op agressie, genocide, slavernij en foltering. Het verbod op oorlog is een jus cogens-norm en kan dus in geen enkel geval, onder geen enkele voorwaarde, geschonden worden.

Om de huidige hypocrisie te begrijpen, moeten we naar de geschiedenis kijken. In mijn masterscriptie in de filosofie verdedigde ik de stelling dat privé-individuen de mogelijkheid moeten krijgen om staten aan te klagen bij internationale hoven. Dit is geen nieuw idee. In de geschiedenis van het volkenrecht lagen er concrete voorstellen op tafel om dit te realiseren. Na de Eerste Wereldoorlog stelden NGO’s al voor om individuen toegang te geven tot het Permanent Court of International Justice, de voorloper van het huidige Internationaal Gerechtshof. Zelfs de schrijvers van het VN-Handvest schreven een alternatief concept waarin burgers het recht kregen om staten internationaal ter verantwoording te roepen. Na de Tweede Wereldoorlog vocht Australië bovendien vijf jaar lang onafgebroken voor de oprichting van een internationaal hof voor mensenrechten.

Wie heeft deze cruciale juridische ontwikkelingen gedwarsboomd? Dat waren de machtige landen, met de vetolanden voorop. Hun voornaamste argument om te voorkomen dat individuen staten konden aanklagen, was soevereiniteit. De Verenigde Staten speelden een hoofdrol in deze sabotage.

Waarom verzetten de Verenigde Staten zich tegen internationale mensenrechtenhoven? In die tijd bestond er in Amerika nog wettelijke segregatie. De National Association for the Advancement of Colored People, de burgerrechtenorganisatie die strijdt tegen rassendiscriminatie, lobbyde intensief. Zij eisten dat de VS het Australische voorstel voor een internationaal mensenrechtenhof zou steunen. De Amerikaanse machthebbers wilden echter voorkomen dat zwarte Amerikanen via een internationaal hof gelijke rechten konden afdwingen. Witte suprematie vormde dus een van de kernredenen voor de Amerikaanse afwijzing.

Daarnaast voerde de VS in die periode gruwelijke medische experimenten uit. Men liet zwarte Amerikanen onbehandeld en infecteerde burgers in Midden-Amerika opzettelijk met syfilis voor onderzoeksdoeleinden. De VS wilde de vrijheid behouden om de mensenrechten in binnen- en buitenland te schenden, zonder het risico te lopen hiervoor internationaal aangeklaagd te worden. Amerika wilde vrijelijk misdaden kunnen plegen en de wereld domineren. Het argument van ‘soevereiniteit’ was niets meer dan een smoes.

We zien exact hetzelfde patroon terug bij het Internationaal Strafhof (ICC). De VS weigert zich bij het ICC aan te sluiten, wederom onder het mom van soevereiniteit. Donald Trump verklaarde dit luid en duidelijk voor de Verenigde Naties: “We will never surrender America’s sovereignty” aan het ICC. Ook Israël weigerde lid te worden van het ICC, specifiek toen duidelijk werd dat het hof de illegale Israëlische nederzettingen als oorlogsmisdaden zou kunnen berechten.

Als er een internationaal mensenrechtenhof zou bestaan en het ICC een sterk hof zou zijn, dan zouden de Iraniërs hun regering via internationale hoven kunnen dwingen hun fundamentele mensenrechten te respecteren.

Als de VS en Israël vinden dat soevereiniteit schurken beschermt, kunnen ze altijd het volkenrecht veranderen. Ze kunnen lid worden van het ICC en zich inzetten voor het oprichten van een internationaal hof voor mensenrechten.

Daarom lanceer ik hierbij de eerste Mihai juridische maxime: Wie een rechtsregel of gedragsregel met gebreken maakt of in stand houdt omdat die gebreken hem onverdiende voordelen opleveren (zoals illegitieme macht of de onterechte vrijheid om misdaden te plegen), kan zich nimmer op diezelfde gebreken beroepen om die wet te schenden. Het Westen moet stoppen met valsspelen en zich onderwerpen aan het absolute verbod op oorlog.

 


Geredigeerd door Pascale Esveld
Published inBeste BlogsFilosofieInternationaal RechtRechtbank voor AllenSofist Factory

One Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *