Skip to content

Brief aan Unilever over verkoop Ben & Jerry’s

Ik heb Unilever gemaild:
Met teleurstelling heb ik het nieuws gelezen dat Unilever Ben & Jerry’s in Israël heeft verkocht aan de huidige licensie houder Avi Zinger om het alsnog mogelijk te maken om in de Palestijnse Bezette Gebieden het Amerikaanse merk te verkopen. Het ijs zal in Israël en de Westelijke Jordaanoever voortaan worden verkocht onder de Hebreeuwse en Arabische naam, maar het merk behoudt dezelfde ‘look en feel’ en het blijft hetzelfde ijs. Unilever sprak in een toelichting van een “complexe en gevoelige kwestie” en zegt te geloven dat dit de beste uitkomst is voor Ben & Jerry’s in Israël. Dit toont aan hoe hypocriet het bedrijf de Palestijnen discrimineert, omdat men in maart de headlines kon lezen: “Consumer goods giant Unilever to suspend its Russian imports, exports.”

In zijn adviesopinie schreef het Internationaal Gerechtshof dat alle staten drie juridische plichten hebben: 1. Israël NIET te helpen om bezet gebied te annexeren. 2. Te zorgen dat Israël humanitair recht respecteert. 3. De Palestijnen te helpen om hun zelfbeschikkingsrecht te vervullen:

“Given the character and the importance of the rights and obligations involved, the Court is of the view that all States are under an obligation not to recognize the illegal situation resulting from the construction of the wall in the Occupied Palestinian Territory, including in and around East Jerusalem. They are also under an obligation not to render aid or assistance in maintaining the situation created by such construction. It is also for all States, while respecting the United Nations Charter and international law, to see to it that any impediment, resulting from the construction of the wall, to the exercise by the Palestinian people of its right to self-determination is brought to an end. In addition, all the States parties to the Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War of 12 August 1949 are under an obligation, while respecting the United Nations Charter and international law, to ensure compliance by Israel with international humanitarian law as embodied in that Convention.”, ICJ, Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory, Advisory Opinion of 9 July 2004, para. 159.

De Nederlandse “Wet internationale misdrijven” beschouwt nederzettingen in bezet gebied als een zware oorlogsmisdaad. Als Mark Rutte de Westelijke Jordaanoever zou bezetten en daar nederzettingen zou bouwen, zou hij levenslange gevangenis kunnen krijgen. Meer dan honderd landen hebben zulke wetten, inclusief de landen die altijd in de top 10 van rechtsstatelijkheid staan (zoals Denemarken, Noorwegen, Zweden, Duitsland, Nieuw-Zeeland en Ierland).

En als Nederland Rutte dan niet zou berechten, zou het Internationaal Strafhof (ICC) het doen. Want het hof beschouwt als oorlogsmisdaden de “rechtstreekse of indirecte verplaatsing door de bezettende mogendheid van delen van haar eigen burgerbevolking naar het bezette grondgebied, of de deportatie of het verplaatsen van de gehele of een deel van de bevolking van het bezette grondgebied binnen dat grondgebied of daarbuiten.” Daarom wilde Israël geen lid van ICC worden.

Dit is geen grap. Fatou Bensouda, de voormalige aanklaagster van het ICC, vroeg de rechters toestemming om onderzoek te doen naar de oorlogsmisdaden in de bezette Palestijnse gebieden. Tussen andere oorlogsmisdaden, betoogde de aanklaagster dat ze een redelijke basis had te geloven dat ICC de nederzettingen als oorlogsmisdaden kan berechten. En de rechters gaven haar het groene licht om rechtszaken te beginnen.

Al eerder dan dit bovengenoemde rechtelijke fiat, schreef Simon Mckenzie een prachtig boek daarover, uitgegeven bij de vooraanstaande juridische uitgeverij Routledge: Disputed Territories and International Criminal Law: Israeli Settlements and the International Criminal Court. Hij schreef:

“There is little doubt that Israel is in breach of fundamental international legal obligations by continuing its programme of settlement in the West Bank. Because of the dire impact that a programme of transfer of population and the unlawful appropriation of property has on civilian populations in occupied territory, both practices have been prohibited by international humanitarian law. The consequence for civilian populations in occupied territory is also the reason why both practices are classed as war crimes punishable by the ICC; making apparent their classification as some of the ‘most serious crimes of concern of the international community’.”

Of neem dit citaat van Hannes Jöbstl in Israel Law Review:

“In its 1991 Draft Code of Crimes against the Peace and Security of Mankind, the International Law Commission listed the ‘establishment of settlers in an occupied territory and changes to the demographic composition of an occupied territory’ as an ‘exceptionally serious’ war crime. The commentary on the Draft Code added that such acts ‘could involve the disguised intent to annex the occupied territory’ and that ‘changes to the demographic composition of an occupied territory seemed to the Commission to be such a serious act that it could echo the seriousness of genocide.’”

Neem ook een basisboek van het Rode Kruis. Dit boek wordt bijvoorbeeld door de volkenrecht-professors van de Universiteit van Leiden gebruikt in een Coursera cursus over Humanitair Recht (IHL). Het Rode Kruis (een van de meest gerespecteerde deskundigen in oorlogsrecht) twijfelt geen enkele seconde dat Westbank bezet is:

Prohibition of colonization
IHL also absolutely prohibits the deportation or transfer of parts of the occupying powers own civilian population into the occupied territory. This prohibition is intended to prevent the colonization of occupied territories by nationals of the occupying power, and the gradual establishment of ‘facts on the ground’ that may eventually result in a de facto annexation of the territory in question. A well-known case in point is the longstanding Israeli policy of establishing settlements for parts of its own population inside the occupied Palestinian territory. The ICRC has consistently taken the position that this policy is in clear violation of IHL and has had grave humanitarian consequences for decades.”

De AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken) rapporteerde: “Over de belangrijkste rechtsvragen met betrekking tot het conflict kan weinig verschil van mening bestaan. Israël heeft de plicht het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk te eerbiedigen. De vestiging van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Oever van de Jordaan en de beperking van de bewegingsvrijheid van de Palestijnen in de bezette gebieden [schenden volkenrecht]. Hetzelfde geldt voor de afscheidingsmuur.”

Ook dertien vooraanstaande hoogleraren in volkenrecht schreven in een brief aan de regering dat:

“het staat buiten kijf dat het Israëlische nederzettingenbeleid een continue schending van ook voor Nederland geldend internationaal recht vormt, zoals vastgesteld door de VN-Veiligheidsraad. De nederzettingen maken inbreuk op het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen, een recht dat, zoals het Internationaal Gerechtshof in Den Haag in 2004 heeft bevestigd, bindende verplichtingen voor álle landen behelst. De Nederlandse regering is volkenrechtelijk verplicht om bij te dragen aan de verwezenlijking van het Palestijns recht op zelfbeschikking en om het Israëlische nederzettingenbeleid niet te faciliteren… Faciliteren en ondersteunen van de volkenrechtelijk illegale nederzettingen,” zou kunnen leiden tot “volkenrechtelijke aansprakelijkheid.”

Deze hoogleraren en de AIV adviseren maatregelen, zoals sancties en het verbieden of labelen van Israëlische producten uit bezette gebieden.

Het is dus evident dat de Nederzettingen illegaal zijn en tegelijkertijd een serieuze oorlogsmisdaad. Palestijnen kunnen Israël echter in geen internationaal hof aanklagen en dwingen om de bezetting te beëindigen, noch de bouw van nederzettingen stoppen. Dit betekent dat zonder medewerking van andere landen en grote bedrijven, zoals Unilever die rijker en machtiger dan veel staten is, Israël voortdurend meer van hun territorium zal annexeren en hun aantal op allerlei manieren zal verkleinen.

Misschien zou Unilever een aantal artikelen op de site van Unilever moeten lezen, zoals:

Plaatje op de site van Unilever over mensenrechten


Geredigeerd door Pascale Esveld

Published inInternationaal RechtPolitiek

Be First to Comment

Leave a Reply