Het verschil tussen regen en genocide
EW Magazine
April 30, 2026
Section: Blz. 28
Length: 1112 words
Byline: Frank van Hoorn
Body
Voortrekkers activistische journalistiek menen te weten wie goed is en wie kwaad. Het getuigt van kolossale hoogmoed.
‘Uiterst activistisch.’ Met deze woorden bracht een medewerker van Vrij Nederland (‘uitgesproken sinds 1940’) onlangs een nieuwe editie van het maandblad onder de aandacht van zijn LinkedIn-contacten. Gevolgd door een keuze uit de verhalen: over ‘oprukkend fascisme’, ‘techrazzia’s van Trump’ en ‘geweldloos verzet tegen het bikkelharde migratiebeleid van Trump en ICE’.
Uiterst activistisch, het strekt blijkbaar tot aanbeveling. Te verbazen hoeft dit niet: de overtuiging dat journalistiek een vorm van activisme is, of zou moeten zijn, maakt in Nederland (en daarbuiten) al enige tijd een stevige opmars.
Rob Wijnberg van online platform De Correspondent was er in 2017 vroeg bij, met zijn pleidooi voor journalistiek die ‘de industrie, het systeem, de structuur’ van macht moet ontmaskeren én onttakelen. Zijn collega bij Follow the Money, Eric Smit, begon dit jaar een platform dat (vermeende) big tech-misstanden niet alleen aan de kaak wil stellen, maar ook met juridische middelen wil bestrijden.
De Bezige Bij, de uitgeverij van bekende schrijvers als Hugo Claus en Cees Nooteboom, gaf vorig jaar zelfs een ‘manifest’ uit genaamd Alle journalistiek is activisme. Journalist Fréderike Geerdink betoogt hierin, het zal niet verrassen, dat álle journalistiek activisme is, ‘of het is geen journalistiek’.
Die opvatting is nu zozeer gemeengoed, dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) het in een podcast voor startende journalisten vorig jaar niet nodig vond een tegenstander of scepticus het woord te geven. De controverse beperkte zich tot de vraag of journalisten zich activist moeten nóemen.
Wie wel te gast was bij de NVJ, was Fréderike Geerdink. In haar boek neemt zij onder meer Telegraaf-journalist Wierd Duk op de korrel. Veelzeggend, want hij doet in feite wat zij predikt: actievoeren. Maar laat Duks eenmansguerrilla tegen woke en islam nou net niet het activisme zijn dat zij voor ogen heeft in haar strijd tegen ‘politici, het grootkapitaal of andere machthebbers’.
Als Geerdink en geestverwanten activisme zeggen, bedoelen ze links activisme. Daar is welbeschouwd niks op tegen, mits op de marktplaats van ideeën voldoende andere smaken te koop zijn. Helaas is dat in Nederland maar zeer beperkt het geval. ‘De’ journalistiek is verregaand gehomogeniseerd: grootstedelijk, hoger opgeleid, overwegend linksliberaal.
‘Koekoek eenzang, qua agenda, opvattingen en gezindheid,’ schreef voormalig hoofdredacteur van Elsevier Weekblad HJ Schoo in 2005. De ‘professionele’ journalistiek is sindsdien nauwelijks diverser geworden. Met het afkalven van advertentie-inkomsten is de remmende werking van adverteerders op de redactionele inhoud weggeslagen. Het publiek dat wil betalen voor journalistiek is – door zelfselectie – inmiddels óók overwegend grootstedelijk, hoger opgeleid en links-liberaal. Redacties raken bevolkt door een generatie journalisten die ‘impact maken’ tot norm heeft verheven. Links activisme is het niet onlogische sluitstuk van deze ontwikkelingen.
Vaandeldragers van activistische journalistiek wijzen er graag op dat objectiviteit niet bestaat. In elke keuze voor het ene in plaats van het andere onderwerp ligt bijvoorbeeld al een standpunt besloten. Zo bezien is journalistiek per definitie een vorm van activisme, zij het verdekt. Het is eerlijker, is samengevat de redenering, om het activisme expliciet te maken.
Objectiviteit bestaat niet in de journalistiek – het is geen wereldschokkend inzicht. Schoo vergeleek het met het kijken naar een preparaat onder een elektronenmicroscoop: ‘Wie iets wil zien, heeft voorkennis, een theorie nodig, een paradigma dat de waarneming stuurt.’ Maar dat objectiviteit niet bestaat, betekent nog niet dat het streven naar objectiviteit geen nut heeft. Zeker in een beroepsgroep vol gelijkgestemden kan het een middel zijn tegen groepsdenken, tegen een gesloten wereldbeeld waarin de waarheid vaststaat.
Het streven naar objectiviteit, hoe onvolmaakt en onvolkomen ook: hierin verschilt journalistiek van activisme. Voor dat streven is hoor en wederhoor onmisbaar. Maar in het kielzog van het opstomende activisme is juist deze praktijk onder druk komen te staan. Luister naar de hoofdredactrice van de VPRO, Sarah Sylbing, een van de keren dat zij vorig jaar te gast was bij Spraakmakers op NPO Radio 1. Gesprek van de dag, pre-Iran, was de Gaza-berichtgeving en de vraag of sprake was van genocide.
Sylbing: ‘Kijk, als journalisten hebben wij natuurlijk allemaal regels waar we ons aan willen houden, waaronder hoor en wederhoor. Maar als de wederhoor liegt, wat betekent dat dan nog? Je kunt iemand aan tafel zetten die zegt: het regent, en iemand die zegt: het regent niet, maar wij moeten natuurlijk gewoon naar buiten en kijken of het regent.’ Sylbing vindt dat journalisten moeten waken voor een valse balans, ook wel: bothsideism.
Toegegeven, het klinkt goed. Maar regen en genocide zijn natuurlijk onvergelijkbaar. Het één is een feit, het ander een oordeel – hopelijk onderbouwd met feiten. Als je ter plekke al kunt vaststellen wat er in Gaza precies gebeurt en is gebeurd, wat lang niet altijd het geval is, dan nog is voor het beoordelen van die feiten nuttig om op z’n minst kennis te nemen van Israëls zienswijze.
De retorische vraag of je Adolf Hitler dan ook wederhoor had moeten verlenen, is niet alleen smakeloos, maar treft ook geen doel. Over nazi-Duitsland zijn inmiddels boekenkasten volgeschreven, over de recente gebeurtenissen in Gaza moet het feitenonderzoek eigenlijk nog beginnen. Onze kennis is ontoereikend voor een definitief oordeel, ervan uitgaand dat zo’n definitief oordeel er ooit komt. In een dergelijke situatie geen wederhoor plegen, riekt naar partijdigheid.
Maar laat partij kiezen nou juist zijn wat menige pleitbezorger van activistische journalistiek voor ogen heeft. Voor de zwakkeren, voor de onderdrukten, voor de gemarginaliseerden. Ook Geerdink zit in Alle journalistiek is activisme op deze lijn.
Geerdink en haar medestrijders geloven blijkbaar in een heldere tweedeling van goed en kwaad, van onderdrukkers en onderdrukten. En ze denken dat juist zij de gave hebben om te kunnen vaststellen wie tot welke groep behoort. Het geeft blijk van kolossale hoogmoed. Nederlandse journalisten, van links tot rechts, hebben in het verleden partij gekozen voor kwaadaardige ideologen, oorlogszuchtige regimes en moorddadige revolutionairen.
Onzalig is een journalistiek die niets leert van haar verleden.
Interesse in journalistiek en media? Luister dan naar de podcast Koekoek Eenzang van redacteur Frank van Hoorn. ewmagazine.nl/podcast