Sla over naar de inhoud

Emanuel Rutten en het godsbewijs (11)

Twee blogs geleden heb ik aangetoond dat de vier manieren van kennis vergaren, die door Emanuel in zijn theorie worden geaccepteerd, noodzakelijk tot de conclusie leiden dat het onmogelijk is voor God om uit te sluiten dat er een andere oorzaak hem heeft veroorzaakt. Zodanig kan men niet weten of er een oneindige regressie van scheppers bestaat. Noch kan men weten dat er geen oorspronkelijke natuurlijke oorzaak voor alles bestaat. Welnu, als iets onmogelijk te weten is, dan is dat onwaar – volgens Emanuel. Dat betekent dat beide mogelijkheden noodzakelijk waar zijn: de wereld is tegelijkertijd door oneindige scheppers geschapen, en door een natuurlijke oorzaak veroorzaakt.

Zoals altijd, reageert Emanuel met pompeuze woorden en bijvoeglijke naamwoorden (adjectieven). Maar pompeuze woorden en adjectieven zijn cirkelredeneringen, want zij veronderstellen wat men dient te bewijzen. Kijk:

“Dat God in die mogelijke werelden waarin God bestaat zich als de absolute zijnsgrond van de werkelijkheid in een unieke epistemische positie bevindt, en dat het daarom wel degelijk in elk geval metafysisch mogelijk is dat God weet God te zijn, heb ik al veel vaker opgemerkt.”

In Henk-en-Ingrid-taal zegt Emanuel hier dat God weet dat hij niet veroorzaakt is omdat hij speciaal is. Dit is een onovertuigend lapwerk voor een evident gat in de theorie. Vandaag wil ik aantonen dat zelfs als dit waar zou zijn, nog steeds onvoldoende is om de theorie van zinken te redden.

Dus laten we – for the sake of the argument – veronderstellen dat God op een mysterieuze wijze zou kunnen weten dat hij niet door een eerdere oorzaak is veroorzaakt. Als we gebruik maken van de mogelijke-werelden-methode dan gaat dat heel fout. Want dit weerlegt Emanuel’s tweede premisse: “De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar.” Hier komen drie mogelijke werelden:

Wereld 1
Laten we een mogelijke wereld bedenken waar God nog niets heeft geschapen. Volgens Emanuel’s definitie betekent ‘God’ een persoonlijke eerste oorzaak van alles. In deze wereld bestaat er geen God, immers hij heeft nog niets geschapen. En God kan geen oorzaak van zichzelf zijn. Dus we noemen hem Kenner. Welnu, na de schepping weet de Kenner dat er geen eerdere oorzaak dan zichzelf bestaat. Als hij dit na de schepping weet, weet hij het ook voor de schepping. Dus voor de schepping weet de kenner dat er geen God bestaat. Dit weerlegt de tweede premisse. Het is dus mogelijk te weten dat God niet bestaat.

Wereld 2
Stel je een andere wereld voor, waar deze Kenner weet dat hij niet door een eerdere oorzaak is veroorzaakt. Deze kenner wil echter geen wereld scheppen. Dus hij wordt nooit God. Hij weet nog steeds dat er geen God bestaat, dus premisse twee is vals.

Wereld 3
Bedenk een wereld zoals Wereld 1. De Kenner weet dat hij niet door een andere oorzaak is veroorzaakt, dat hij niet door een schepper is geschapen. Het enige verschil is dat deze Kenner niets kan scheppen. Deze kenner kan nooit God worden, omdat hij niets kan scheppen. En omdat hij weet dat hij door niets is geschapen, weet hij dat er geen God bestaat. Er bestaat dus een mogelijke wereld waar een kenner zich “in een unieke epistemische positie bevindt” om te weten dat er geen God bestaat. Dit betekent dat Emanuel’s tweede premisse vals is.

In conclusie
Emanuel’s theorie is zoals een poging om een luchtballon tot niets te knijpen. Zodra je ergens knijpt, ontstaat er een bult. Als je de bult gaat knijpen, gaat de lucht ergens anders een bult veroorzaken. De oorspronkelijke denkfout komt door Emanuel’s keuze om een fundamentele regel van argumentatie te schenden: uit het feit dat je iets niet weet, kan je geen enkele conclusie trekken. Als je dat doet, ben je bezig met een drogreden: de ad ignorantiam. Emanuel’s ad ignorantiam is: het is onmogelijk te weten dat God niet bestaat, dus hij bestaat.

Emanuel gaat hier niet meer reageren, dus we zullen nooit weten welk lapwerk hij zou produceren en welke adjectieven hij zal gebruiken om zijn cirkelredeneringen te scheppen.

Zie ook mijn vorige blogs hierover.

Published inFilosofie

3 Comments

  1. siebe siebe

    “we zullen nooit weten welk lapwerk hij zou produceren”

    Maar we kunnen het wel raden:

    Een Kenner is dan en slechts dan een kenner als hij mentale toestanden produceert. Een Kenner zijn en tegelijkertijd niets veroorzaakt hebben is dus een contradictie. Conclusie een eerste Kenner is noodzakelijk een kennende eerste oorzaak. M.a.w, jouw mogelijke werelden bestaan niet.

  2. Ruben Ruben

    Bovenstaande vereenvoudiging doet geen recht aan Emanuels argumentatie-lijn. Het is onterecht het een ad-ignorantium te noemen. Het zijn veronderstellingen, niet meer. Het is opvallend hoe je je in de verdediging werpt. Het is en blijft onmogelijk te weten dat God niet bestaat, wat alleen afhankelijk van een andere premisse tot de noodzakelijke conclusie van Gods bestaan leid.

    Enkele weerleggingen van de genoemde werelden:
    1. Wereld 1: Uitgaande van God voor de schepping en na de schepping, God weet dat Hij God is. Daarmee is het onkenbaar dat God niet bestaat, omdat de Godsdefinitie inhoud alles te kennen, maar onwaarheid als ‘God bestaat niet’ zal alleen als sociaal construct van atheisten door deze God gekend zijn.

    2. Wereld 2: Het is niet mogelijk eerst te beginnen met God en daarna de Godsdefinitie af te laten hangen van zijn schepping. Een almachtig schepper is God, al zal deze niet scheppen.

    3. Wereld 3: De veronderstelde kenner leeft in deze in een gesloten veronderstelde wereld waarin je God apriori hebt uitgesluiten, alleen in deze fictieve droomwereld van sommige atheisten is het kenbaar te weten dat God niet bestaat. Ook de door het Christendom erkende God weet dit en is zich bewust van God is waarheid

  3. Mihai Mihai

    @Ruben

    Wat betreft wereld 3. Het is voldoende voor mij om aan te tonen dat er een mogelijke wereld bestaat waar één mogelijke kenner kan weten, om aan te tonen dat premise 2 vals is.

    Bovendien, als het mogelijk is te weten dat God niet bestaat, in een wereld waar slechts 1 kenner bestaat en niks anders, dan is het ook mogelijk te weteten dat God niet bestaat in een wereld waar de kenner is en 1 mier.

    En als het mogelijk te weten is in een wereld met 1 mier, dan is het ook in onze wereld mogelijk te weten.

    En als het voor de kenner onmogelijk te weten is, dan is het voor geen enkele kenner mogelijk te weten dat er geen voorafgande oorzaak bestaat.

    Dus een oneindige regressie is mogelijk en het is ook mogelijk dat de eerste oorzaak een natuurlijke oorzaak is. En ook mogelijk dat de wereld altijd is geweest.

    https://www.mihai.nl/2012/04/21/emanuel-rutten-en-het-godsbewijs-09

Geef een reactie