Skip to content

Category: Filosofie

Dear professor Koh,

In your “1998 Frankel Lecture: Bringing International Human Rights Home” you urged us “to promote obedience to international law” and told us that “we have a duty not simply to observe transnational legal process, but to try to influence it.” This is what I’m going to do, try to influence the U.S. through you. As a philosopher I am not convinced by your above arguments. I’ll have a couple of questions and two suggestions for improvement of the International Law.

Imagine that the relatives of Osama bin Laden disagree with your legal argument and wish to challenge it in a court of law, as they told New York Times. Is there any court where they can do that?

Volkskrant intellectueel blasé

Volkskrant heeft mijn onderstaand ingezonden stuk niet geplaatst. Daarentegen publiceerde VK twee bla-bla columns van Thomas von der Dunk en Stieven Ramdharie, over hetzelfde onderwerp. Give me a break guys. Je moet me niet vertellen dat deze stukken beter zijn dan het mijne.

Zij herkauwen banaliteiten en clichés, houden de lezers binnen veilige denkramen, zoals imampreken in een Afghaans dorp, waar nooit een auto is geweest. Hun stukken bevatten gossip en drogredenen. Mijn stuk is een onweerlegbaar rationeel argument, origineel, out of the box, afwijkend van het officiële dogma.

Drogredenen van pro-Israëlische debatteerders (5)

Een drogreden van pro-Israëlische debatteerders is dat hun tegenstanders zich over andere volkeren niet bekommeren. Slechts over de Palestijnen. Hier een voorbeeld:

“Maak jij je (wellicht elders, want hier hoor ik jou daar niet over) ook zo druk over het recht op externe zelfbeschikking van de Koerden, die dus wel een echt apart volk vormen, in tegenstelling tot de zg. ‘Palestijnen’?
En de Koerden worden in de diverse staten die zich over hun aloude grondgebied uitstrekken wel gruwelijk gediscrimineerd.”, AJ-Raalte

Argumentatie en overleven

Een vaak voorkomende drogreden op het internet is fascinerend door haar ultieme kwaadaardigheid. Want als je de gevolgen van deze drogreden accepteert, dan is alles toegestaan, leugen, roof, moord, slavernij en genocide. Sterker nog niet alleen toegestaan, maar ook aanbevolen. Het is een vorm van naturalistische drogreden (Argumentum ad Naturam, appeal to nature), een “is-ought” probleem, een drogreden die het recht van de sterkste veronderstelt, sociaaldarwinisme en machiavellisme mogelijk maakt. Het is de bedoeling van dit stuk om een mogelijke weerlegging van deze drogreden aan te reiken. Daarna zal ik in grote lijnen vertellen waarom deze drogreden fout is, niet vanuit het gezichtspunt van argumentatieregels, maar vanuit het inzicht dat gedragsregels bedoeld zijn voor overleving en om fundamentele biologische en psychologische behoeftes te vervullen.

De populistische drogreden

Ik heb steeds discussies met iemand op het internet, die een breed schaal aan denkfouten maakt. Het is merkwaardig omdat hij intelligent is en intelligente mensen, zelfs maken ze af en toe een denkfout, gebruiken ze drogredenen niet massaal. Het de laatste drogreden was de populistische drogreden of de “ad populum”.

Hieronder twee beschrijvingen van deze drogreden:

Nozick’s rechtvaardigheid à la carte

Moraal is gezamenlijk zindelijk worden. Het is het uitstellen van een onmiddellijke behoefte voor een mogelijk groter goed op een langere termijn. Moraal en rechtvaardigheid moeten dikwijls een vraag uit de speltheorie bevredigend beantwoorden. De vraag is wat te doen als mijn belang in conflict is met jouw belang; samenwerking zou ons beide in een betere positie brengen dan vechten, maar als een van ons vals speelt terwijl de andere zich wel aan de regels houdt, dan zou dit de valsspeler een groter voordeel brengen dan iedere andere mogelijke optie. Uiteindelijk is deze vraag zo belangrijk omdat we van ons leven houden. Wat we willen bereiken is niet het moreel of rechtvaardig zijn. We willen een goed leven bereiken en een goed leven willen we hebben omdat we in een goed leven de garantie zien van een zo lang mogelijk leven.

We kunnen ons afvragen hoe de rechtvaardigheidstheorie van Nozick deze toets doorstaat. Ik wil hieronder beargumenteren dat hij op twee manieren de plank mis slaat. Ten eerste houdt hij niet voldoende rekening met onze levenslust. Ten tweede lijkt Nozick’s mogelijke antwoord op de bovengenoemde speltheoretische vraag onbevredigend. Als de deelnemers aan Nozick’s maatschappij zowel rationeel als moreel zijn, dan zou dat tot een gelijke verdeling van de sociale goederen leiden, voor Nozick zelf een onprettig idee. Anders kan zijn theorie tot een verdeling van de maatschappij in immorelen en onnozelen leiden, voor de onnozelen zelf onrechtvaardig.

Lekkere hondenpoep

fotoEen half-meter hoge jongen, bij het aanzien van de hondenpoep, op de stoep, voor een winkel, vloog als een arend zijn prooi op. “NEE!!!! – gierde zijn moeder – WIJ NEDERLANDERS doen dat niet!”

Op dat moment, kwam alles weer naar boven: hoe wij als kind alles met hondenpoep beleefden. “Ga maar lekker naar buiten, met hondenpoep spelen” – riep mijn moeder altijd als ik te lastig was. En dat was ook onze voornaamste bezigheid. We waren te arm om komputerspelletjes te hebben, zo arm dat we niet eens “computer” konden spellen. Bovendien bestonden toen helemaal geen computers.

We hadden niet eens een TV op de kamer, en als we dat zouden gehad hebben, wat zouden we ermee gedaan hebben? Er was slechts één zwart-witte net. De uitzendingen duurden dagelijks twee uur, vijf minuut tekenfilms, en de rest DE KOP VAN DE LEIDER.

Dus hondenpoep bleek onze grootste jeugdherinnering te zijn. Ik weet het nog toen ik met drie grote drollen heb leren jongleren. Met tranen in mijn ogen zag ik weer voor mijn ogen, in de verse, knapperige sneeuw, de dikke bruine, lange worsten, in december. Hun dampende warme, witte, prille nevels vervoerden ons als golvende vliegende tapijten in de richting van de poep. Stel je je voor als kind met blauw bevroren handjes, de zachte verzachtende warmte in je palmen voelen. En dan het tussen je paarse lippen de opluchting. Natuurlijk kreeg de in een witte pegel betoverde neus zijn opwarmingsbeurt. En dan de heerlijke aroma na de eerste beet in de drol. De ronde knapperige kop ging als een Cubaanse sigaarenkop eerst op.