Sla over naar de inhoud

Categorie: Filosofie

De overheid vindt mij inferieur

Het valt me op dat Eddy Terstall vaak stromannen aanvalt. Hij legt valselijk woorden in de mond van anderen en gaat daarna zijn eigen fictie bevechten. Zo beweerde hij in zijn laatste stuk dat ‘links’ tegen de posters is van de Gemeente Rotterdam (voor een vrije partnerkeuze) omdat ze te provocatief zouden zijn, of ‘whiteness’ zouden promoten. Ik heb die argumenten niet in het publieke debat over de posters gehoord, dus Terstall zuigt uit zijn duim. De ethiek van argumentatie vereist dat hij het allerbeste argument van zijn ‘opponenten’ weerlegt, niet een zelfgemaakte stropop. En als er echt iemand heeft gezegd wat Terstall beweert, moet hij namen en rugnummers noemen. Ik als migrant voelde me aangevallen door de posters om onderstaande reden.

Welke waarden heeft een multiculturele maatschappij?

In 1787 schreef de Koninklijke Sociëteit voor Kunsten en Wetenschappen in Metz een essaywedstrijd uit. Men stelde de meest verlichte geesten de vraag: ‘Bestaan er manieren om de Joden gelukkiger en nuttiger voor Frankrijk te maken?’ Een titanisch intellectueel karwei dus.

De jetset van de verlichtingsgozers, zoals Voltaire, Cobbett, Bauer en Michelet, vonden de Joden niet echt bruikbaar. D’Holbach zag hen als abjecte wezens. Rousseau, een oom van de moderne rechtsstaat en burgerrechten, beschreef hen als woeste zeloten. Voor Diderot waren Joden in staat tot elke schurkenstreek. Voltaire beschouwde de Joodse filosofie als onbestaand.

Abbé Grégoire, vandaag bekend als kampioen van rassengelijkheid, schreef over de Elzas, waar de grootste Joodse gemeenschap leefde, 20.000 zielen. Hij betoogde in één van de winnende essays dat Joden een verloederende, degenererende invloed op Frankrijk hadden. Joden waren parasieten, door inteelt gevoelig voor ziektes en ze waren geïndoctrineerd door hun religie om de ongelovigen te haten.

Rabbijnen zouden in hun preken de hele Bijbelse moraliteit hebben bedorven. De Joden geloofden niet dat ze zondigden als ze christenen bedrogen, want God verschoonde hen op de Dag des Oordeels en een menigte van hun ‘sofisten’ keurde hypocrisie, valsheid en dubbelzinnigheid goed.

Maar Grégoire had zeker goede bedoelingen, zoals elk verlicht mens: ‘Laten we de Joden in burgers veranderen.’ Joden moesten worden ‘geregenereerd’: fysiek, psychisch en moreel. Ze moesten een gezonder, robuuster temperament krijgen en gedwongen worden tot verlichting en eerlijkheid. Hun hart zou worden bijgesteld door deugdzaamheid, hun handen gesterkt door arbeid. Vooral in de landbouw.

Grégoire wilde het grondig aanpakken: verlichte christelijke geestelijken, zoals hijzelf, moesten de opvoeding van de Joodse kindjes uit de handen van hun ouders overnemen. Hopelijk zou dit de Joden bevrijden van hun bijgeloof en Talmoedische dromen, ingeprent door hun ouders en rabbijnen. Een militaire aanpak was ook goed, dienstplicht zou hen moed en patriottisme bijbrengen. Aan de andere kant mochten Joden geen openbare functies krijgen waar publiek geld mee gemoeid was.

En zo moest men de Joden profijtelijk maken.

Participatieverklaring als regeneratiemiddel

Hoe de Volkskrant en Wierd Duk liegen

Bill Kovach en Tom Rosenstiel schrijven in hun boek ‘The elements of journalism’ het volgende:

“[T]here remain clear principles we require of our journalism, principles that citizens have a right to expect… The first among them is that the purpose of journalism is to provide people with the information they need to be free and self-governing. To fulfill this task:

  1. Journalism’s first obligation is to the truth.
  2. Its first loyalty is to citizens.
  3. Its essence is a discipline of verification.”

Dus om vrij en soeverein te zijn hebben we recht op loyaliteit, waarheid en toetsbaarheid. De media die deze drie regels schenden, schenden onze rechten – ze roven onze vrijheid en ze domineren ons.

Komt er een grote genocide?

Analisten geloven dat we aan de vooravond staan van een revolutie. Bijvoorbeeld Bas Heijne in zijn essay ‘Onbehagen’ en Rob de Wijk in zijn boek ‘De nieuwe revolutionaire golf’ komen dicht in de buurt, maar ze leggen de vinger niet op de zere plek. Hieronder geef ik een betere verklaring voor het onbehagen de toenemende succes van populisten.

Slechts Germanen mogen spreken

Met hoongelach reageerde de wereld op een foto van een conferentie in Saoedi-Arabië over vrouwenrechten. Want alle deelnemers waren mannen. Aan deze foto moest ik denken toen de advocaat van Wilders Afshin Ellian citeerde en beweerde dat Marokkanen niet beschermd zouden moeten worden door de wet omdat zij oververtegenwoordigd zijn in de media. Marokkanen zouden voor zichzelf kunnen opkomen en Wilders tegenspreken. In mijn oren klonk dit vreemd, want ik leefde met de indruk dat vooral Germanen op de opiniepagina’s stonden. Met Germanen bedoel ik accentloze Nederlanders, met een aantal generaties voorouders in Nederland, vooral wit en vaak met een judeo-christelijke achtergrond.

De rassenleer van Paul Cliteur

In zijn getuigenis in het proces Wilders, betoogt professor Cliteur dat Marokkanen geen ras zijn, maar een nationaliteit. Wilders staat terecht voor belediging van een groep mensen wegens hun ras (artikel 137c) en van aanzetten tot haat en discriminatie van Marokkanen (artikel 137d). In deze artikelen, zegt Cliteur, staat geen nationaliteit, maar andere discriminatiegronden: ras, godsdienst, levensovertuiging, geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid, lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. Omdat in de Wet Gelijke Behandeling ook andere discriminatiegronden staan – inclusief nationaliteit – concludeert hij dat de wetgever de nationaliteit met opzet uit artikel 137 heeft wegelaten. Jegens alle andere groepen mag je haatzaaien, aldus Cliteur. Ik zal aantonen dat Cliteur zich vergist.