Skip to content

Author: Mihai

De dogmaparadox

Ik ben dogmatisch en niemand kan mij van het tegendeel overtuigen. Jij bent open minded. Kan iemand jou van het tegendeel overtuigen?

De populistische drogreden

Ik heb steeds discussies met iemand op het internet, die een breed schaal aan denkfouten maakt. Het is merkwaardig omdat hij intelligent is en intelligente mensen, zelfs maken ze af en toe een denkfout, gebruiken ze drogredenen niet massaal. Het de laatste drogreden was de populistische drogreden of de “ad populum”.

Hieronder twee beschrijvingen van deze drogreden:

Hwal

De boog is een Koreaanse film van Ki-duk Kim over de menselijke verlangens, over de tradities en het in een maatschappij geworpen worden. Een zestigjarige…

blogpause

Ik moet een paper over metafysica, Parmenides, mystiek en neurowetenschappen op donderdag klaar hebben. Dus tot vrijdag zijn er geen weblogs.

Nozick’s rechtvaardigheid à la carte

Moraal is gezamenlijk zindelijk worden. Het is het uitstellen van een onmiddellijke behoefte voor een mogelijk groter goed op een langere termijn. Moraal en rechtvaardigheid moeten dikwijls een vraag uit de speltheorie bevredigend beantwoorden. De vraag is wat te doen als mijn belang in conflict is met jouw belang; samenwerking zou ons beide in een betere positie brengen dan vechten, maar als een van ons vals speelt terwijl de andere zich wel aan de regels houdt, dan zou dit de valsspeler een groter voordeel brengen dan iedere andere mogelijke optie. Uiteindelijk is deze vraag zo belangrijk omdat we van ons leven houden. Wat we willen bereiken is niet het moreel of rechtvaardig zijn. We willen een goed leven bereiken en een goed leven willen we hebben omdat we in een goed leven de garantie zien van een zo lang mogelijk leven.

We kunnen ons afvragen hoe de rechtvaardigheidstheorie van Nozick deze toets doorstaat. Ik wil hieronder beargumenteren dat hij op twee manieren de plank mis slaat. Ten eerste houdt hij niet voldoende rekening met onze levenslust. Ten tweede lijkt Nozick’s mogelijke antwoord op de bovengenoemde speltheoretische vraag onbevredigend. Als de deelnemers aan Nozick’s maatschappij zowel rationeel als moreel zijn, dan zou dat tot een gelijke verdeling van de sociale goederen leiden, voor Nozick zelf een onprettig idee. Anders kan zijn theorie tot een verdeling van de maatschappij in immorelen en onnozelen leiden, voor de onnozelen zelf onrechtvaardig.