Het stuk betoogt dat het menselijke brein geen geschikt model is voor kunstmatige intelligentie, omdat menselijke intelligentie vooral steunt op evolutionair gevormde heuristieken die gericht zijn op overleving en sociale winst, niet op waarheidsvinding. Diezelfde shortcuts veroorzaken cognitieve biases, groepsdenken en hardnekkige drogredenen, wat verklaart waarom mensen slecht zijn in het herkennen en corrigeren van ondeugdelijke argumenten. Moderne taalmodellen blijken juist wél sterk in het expliciteren van argumenten en het blootleggen van drogredenen, waardoor het verstandiger is AI te ontwikkelen als rationele aanvulling op het menselijk denken in plaats van als kopie ervan.
Politiek, filosofie, argumentatie, internationaal recht