Skip to content

Month: September 2011

De grote algemene beschouwer

Het is Wilders gelukt om op de tweede dag van de Algemene Beschouwingen vier drogredenen binnen slechts één enkele minuut te produceren. Hieronder komt hun algemene beschouwing.

Op de eerste dag van de Beschouwingen speelde Wilders niet op de bal maar op de man, met ad hominems zoals ‘grote gedoger’, ‘mede-klungelaar’, ‘schoothondje’ en ‘bedrijfspoedel’ aan het adres van Cohen. Daarop kwam veel kritiek uit de Tweede Kamer, vooral van Emile Roemer.

Tu quoque (jij-bak)

Drogredenaar Martin Bosma (006)

Vandaag nog een voorbeeld van autoriteitsdrogredenen (ad verecundiam) in Martin Bosma’s boek.[1] Op pagina 142 schrijft Bosma het volgende:

“Een brievenschrijver op de site van Binnenlands Bestuur zegt het zo:

‘Het doet er niet toe of onze ‘prachtjongeren’ religieus zijn opgevoed; de islam is een uiterlijke plichtenleer en een politiek/cultureel systeem. Om daarvan doordesemd te zijn hoef je niet in de moskee te komen: de groepscultuur is de neerslag van de islamitische traditie, een traditie die ook door raddraaiers en feestneuzen gerespecteerd wordt. Een traditie die andersgelovigen (letterlijk) verkettert en als onderklasse beschouwt, verklaart natuurlijk de onmaatschappelijkheid van jonge probleemmoslims in niet-islamitische landen: in eigen kring en te midden van eigen mensen gedraag je je, maar daarbuiten kun je doen wat je wilt, zolang je niet tegen de lamp loopt tenminste, hoewel je van het Nederlandse gezag bijzonder weinig te vrezen hebt…

Ook moslims die ‘niets aan hun geloof doen’ identificeren zich nog altijd sterk met de cultuur en het geloof van hun eigen mensen; loyaliteit aan het gastland is zeer gering, zeker in het geval van eventuele conflictsituaties.’”

Adieu Vrije Wil, we zullen je niet missen!

Daan Evers en Niels van Miltenburg halen in een column in de Volkskrant uit naar Dick Swaab en zijn stelling dat er geen vrije wil bestaat. Maar hun argument is een rits drogredenen.

Zij doen onderzoek naar vrije wil en toch zijn ze niet in staat de resultaten van hun onderzoek te vertellen, noch noemen zij geen enkel ander wetenschappelijk onderzoek, dat vrije wil aannemelijk zou maken. Omdat die onderzoeken niet bestaan.

Drogredenaar Martin Bosma (004)

Martin Bosma gebruikt in zijn boek[1] een aantal autoriteitsdrogredenen (ad verecundiam). Ik zal vandaag één van deze drogredenen bespreken. Het gaat om één van de openingscitaten van het boek, afkomstig van Ronald Reagan: “Het probleem met onze linkse vrienden is niet dat ze dom zijn, maar juist dat ze te veel dingen denken te weten die helemaal niet waar zijn.”[2] Ik zal eerst de ad verecundiam uitleggen en daarna Reagan’s citaat bespreken.

“Er is sprake van argumentatie op basis van autoriteit als een uitspraak wordt verdedigd door te wijzen op het feit dat een gezaghebbende persoon of instelling hem onderschrijft:
A zegt dat P
Dus: P”[3]

Realistisch zijn over Ybo Buruma

Rechters liegen; hebben de Amerikaanse legal realists ons in de jaren ’20 van de vorige eeuw verteld. Rechters beslissen rechtszaken volgen hun eigen privémotieven en daarna vissen ze in het wetboek naar de wetten die bij hun beslissing passen. Aan de hand van deze wetten fantaseren ze een juridisch verhaal. En wij trappen daarin.

Realisten adviseerden ons om onze naïviteit over de rechtelijke beslissingen over boord te gooien en de rechtspraak op dezelfde manier te bestuderen als de empirische wetenschappen de fysieke werkelijkheid. Ondanks het feit dat ze armchair metaphysics’’ en “transcendental nonsense”1 verafschuwden, hebben realisten zelf geen onderzoek gedaan en baseerden ze zich nog steeds op hun eigen, of van opbiechtende rechters afkomstige intuïties.

Machtige les voor twaalf september

Volkskrantcolumnisten Arie Elshout, Amanda Kluveld, Paul Brill, Nausicaa Marbe, Tim Sweijs en Stephan De Spiegeleire herinneren me aan de Iraakse minister van informatie die de overwinning op Amerika uitriep, seconden voordat de Amerikaanse soldaten zijn deur intrapten. Deze columnisten zijn vastgeroest in de werkelijkheid van 1918, toen kolonialisten 85% van de aarde en 70% van haar bevolking controleerden. Toen was het modieus om machtsdenker te zijn. Onze columnisten missen het inzicht dat technologie de machtsstructuren in de wereld volstrekt verandert, zowel binnen de staten als internationaal.

Opiniestukken als oplichting en roof

Opiniestukken bevatten veel te veel drogredenen. Dat heeft twee nadelen: het belemmert de maatschappelijke vooruitgang en tast gerechtvaardigde belangen van individuen of groepen aan.

Wat is een drogreden?
Een drogreden is slechts een denkfout, al dan niet opzettelijk. Het is een premisse (veronderstelling) of argumentatiestap (bewering), irrelevant voor de beoogde conclusie. Neem bijvoorbeeld het volgende argument:

Pietje: Je moet me 10.000 euro geven.
Jantje: Hoezo?
Pietje: Omdat het gras groen is.
Jantje: Nou en? Waarom is de graskleur relevant?

Drogredenaar Martin Bosma (003)

Martin Bosma vertelt ons op pagina 7 dat hij heel goed kon leren. Nou ja, niet direct, want dat is een beetje verdacht, maar dat is wat zijn ‘geletterde’ vrienden over hem vertellen.[1] Dit is een retorische truc om ethos te bewerkstelligen. Maar dat geeft ons meteen de kans om Bosma aan de standaarden van zijn wetenschappelijke studies (politicologie en sociologie) te houden. En één van deze standaarden is dat de beste bronnen de primaire bronnen zijn. Als ik Pietje citeer aan de hand van wat anderen hebben gezegd dat hij zou hebben gezegd, dan is dat bij voorbaat minder betrouwbaar dan een direct citaat. Slechts als het oorspronkelijke citaat ontoegankelijk is, kunnen we tweedehands citaten gebruiken. Want we weten allemaal wat de resultaten zijn van het fluisterspelletje.

Drogredenaar Martin Bosma (002)

In zijn boek schrijft Martin Bosma het volgende:

“Geert was ook een van de eersten in de politiek die het gevaar van het islamitisch terrorisme inzagen. Hij had naam gemaakt door te zeggen dat hij de ‘hoofddoekjes rauw lust’. Geweldig. En ook nog eens een pro-Israël-hardliner – wat wil een mens nog meer. Belezen, bereisd en iemand die zijn hand niet omdraait voor een soeraatje meer of minder. Het had hem overal vijanden opgeleverd. En had Churchill niet gezegd: ‘You have enemies? Good. That means you’ve stood up for something, sometime in your life.’”[1]

Drogredenaar Martin Bosma (001)

In zijn boek schrijft Martin Bosma het volgende:

“Naast gelegitimeerd doden en het gebruiken van geweld, kent de islam het unieke concept van ‘takkiya’. Takkiya betekent letterlijk ‘het ware doel verbergen’: de islam moedigt aan te liegen over de ware bedoelingen als de intentie is de islam te versterken. Volgens het AIVD-rapport Van Dawa tot Jihad (2004) is het concept ‘takkiya’ onverenigbaar met de westerse waarden en normen. De geheime dienst gaat ervan uit dat takiyyagerelateerde handelingen structureel – ook op een breder vlak – worden toegepast. De AIVD komt tot de conclusie dat dit traditionele concept door stromingen binnen de islam zo wordt uitgelegd dat men doelbewust liegt en samenzweringstheorieën bedenkt.”[1]

Drogredenaar Geert Wilders (002)

In een debat in de Tweede Kamer heeft Wilders het volgende gezegd:

“Wij hebben gezegd dat een moslim taqqiya kan plegen. Wij hebben daarbij gezegd dat het zeker niet zo is dat iedere moslim taqqiya pleegt. … Wij hebben gezegd: het kan. Zodra een moslim taqqiya pleegt — dat is inderdaad soms zelfs een gebod in de islam — betekent dit dat hij redenen kan hebben om niet de waarheid te vertellen. Een moslim die vindt dat homoseksualiteit niet deugt, zegt dat niet als hij daarnaar gevraagd wordt, omdat hij bang is dat hij vervolgd wordt of omdat het maatschappelijk onacceptabel is, terwijl hij dit misschien wel vindt. Het is gesimplificeerd, maar dit is taqqiya. Een moslim kan dit doen, maar dat wil niet zeggen dat een moslim dit ook doet.”[1]

Ik wil vandaag suggereren dat het gebruik van het woord ‘kunnen’ een ambiguïteitsdrogreden is, die Wilders een onverdiend voordeel verleent en zijn opponenten met een onterecht nadeel opzadelt.