Sla over naar de inhoud

Maand: juni 2011

Het inferieure ras noemt het ‘lawfare’

Vorige keer hebben we de twee menselijke rassen leren onderscheiden. Het superieure ras maakt gebruik van de argumentatietheorie als er onenigheid bestaat, vooral als we niet door één deur kunnen, als we gedwongen zijn tussen twee stellingen te kiezen. In wetenschap is dat redelijk geregeld, door een systeem van peer review, een soort geïnformeerd publieksjury. In het domein van gedragsregels leggen de strijdende partijen hun argumenten aan een scheidsrechter, een derde, onpartijdige partij, voor. De scheidsrechter spreekt het laatste woord, ondanks het feit dat rechters ook menselijke gebreken hebben.

Voor het inferieure ras gaat het anders. Voor hen is alles een kooigevecht, zonder spelregels. Everything goes, leugens en andere soorten drogredenen, manipulatie, geweld, stelen, roven etc. Het enige wat voor het inferieure ras telt is zijn wil aan anderen opleggen, ongeacht of dat een ongerechtvaardigd voordeel voor zichzelf en/of een onterecht nadeel voor een ander produceert.

Een van de rassen zijn is niet een kwestie van huidskleur of afkomst, maar slechts een kwestie van argumentatietechiek.

Vandaag wil ik dieper beschrijven hoe de twee rassen het rechtssysteem beschouwen.