De onlangs overleden, gevierde filosoof Jürgen Habermas is het bewijs dat zelfs de meest intelligente westerse intellectuelen niet in staat zijn om deugdelijke argumenten te formuleren of te begrijpen. Na de aanval van Hamas beschuldigde hij de Palestijnse supporters van antisemitisme, zonder enig bewijs.
En hij drogredeneerde dat Duitsland Israël blindelings moet steunen als gevolg van de Holocaust.
Hij schreef een verklaring, Grundsätze der Solidarität. Eine Stellungnahme, maar hij toonde alleen solidariteit met Israël en de Joden en geen solidariteit met de Palestijnen, die sinds 1948 van hun land worden verdreven.
Hij stelt dat de Duitse staat berust op de plicht om de menselijke waardigheid te respecteren, behalve die van de Palestijnen. De elementaire rechten op vrijheid en fysieke integriteit, evenals bescherming tegen racistische laster, zijn ondeelbaar en gelden gelijk voor iedereen, behalve voor de Palestijnen en de moslims die met islamofobie te maken kregen na de aanval van Hamas.
Hiermee schond Habermas zijn eigen theorie van communicatieve handelen. Hij bouwde zijn hele intellectuele leven aan één groot idee: dat mensen samen tot rechtvaardige beslissingen kunnen komen, mits zij eerlijk, rationeel en oprecht met elkaar communiceren. Geen manipulatie, geen macht, geen drogreden, alleen het betere argument. Het is een mooi ideaal. Het is ook precies het ideaal dat Habermas zelf met voeten trad.
Door zijn zware intellectuele gewicht oneerlijk in het debat te gooien, manipuleerde hij de Duitsers en veel andere mensen in de wereld om partijdig te zijn in het Israëlisch-Palestijnse conflict en om het Westen medeplichtig te houden aan alle Israëlische schendingen.