Skip to content

Creationismedebat gaat over kruistochten


In het creationismedebat gaat het niet om de waarheid, het gaat om de gevolgen van het wel of niet accepteren van creationisme. Het is meer een debat over macht en moraal dan over het vaststellen van de waarheid. Noch de pro noch de tegenstanders leggen hun kaarten op de tafel. Waarom is dat? Het heeft iets met massapsychologie te maken.


De tegenstanders
In het begin dachten de wetenschappers het creationisme te kunnen negeren. Het was een marginale beweging, die rechtszaken makkelijk verloor. In de laatste tijd verzamelt creationisme echter heel veel geld, vooral van conservatieve christenen met een mogelijke alliantie met de orthodoxe joodse organisaties. Daarmee beginnen de wetenschappers het vuur aan hun schenen te voelen, want hoe onafhankelijk is de ivoren toren van de wetenschap?

Wetenschap verkoopt niks. Wetenschap is gefinancierd door defensie, de overheid en door bedrijven. Met veel publiciteit kan de publieke opinie eisen dat het overheidsgeld naar creationismeonderzoeken gaat, meer dan naar materialistische onderzoeken, met het gevaar dat het wetenschappelijke materialisme door geldgebrek uitsterft. Kan de waarheid een kwestie van geld zijn? Ja.

Wat vrezen de wetenschappers dan? Ze kunnen immers allemaal hun energie in het diensten van een nieuwe theorie zetten. En wetenschap heeft het probleem dat zolang men niet dicht in de beurt van een absolute waarheid is, dat er verschillende theorieën zijn die hetzelfde uitzonderlijk kunnen uitleggen. In theorie is een wetenschap die op creationisme berust mogelijk, zonder dat het gevolg heeft voor het functioneren van onze televisies.

Wat de wetenschappers vrezen is niet zo zeer een verlies in waarheid, of van de beste methode om de waarheid te kennen. De wetenschappers vrezen voor de gevolgen van het accepteren van creationisme. Zij vertellen dat niet in het openbaar, onder andere omdat het publiek dom is. Ja dames en heren, zowel de wetenschappers als de creationisten weten dat het publiek dom is. De wetenschappers vrezen dat het accepteren van het creationisme veranderingen zal brengen in de machtstructuur van de maatschappij, met grote gevolgen voor zichzelf als voor de toekomstige slachtoffers.

De wetenschappers denken als volgt: Stel dat we het creationisme accepteren. Dan zullen de religieuze leiders een extra argument hebben om te zeggen dat de bijbel waar is. Religie heeft een sterke mythe van uitverkoren zijn. Mensen die in God geloven worden makkelijker overtuigd dat ze deel zijn van een uitverkoren groep, dat ze superieur zijn en dat ze bedreigd worden door jaloerse buitenstaande groepen. Deze psychologische elementen maakt de volgeling heel makkelijk onderworpen aan zijn leiders. Dit is hele evident voor sekten bijvoorbeeld, maar functioneert voor een deel ook in de gewone maatschappijen.

Dit gevoel van uitverkoren zijn heeft drie enorme consequenties. Ten eerste zal de individuele vrijheid ondermijnen. Ten tweede is de positie van de wetenschapper onzeker. Zelfs zou de wetenschapper zijn diensten voor creationisme beschikbaar kunnen maken, verliest hij zijn huidige positie en kan voor zijn toekomstige bestaan vrezen. Zijn huidige positie is een positie van sociale status en macht.

De huidige maatschappij kent een hoge mate van macht aan de wetenschap, vooral door het geloof dat het rationele van de wetenschap onze leven kan verbeteren. Als creationisme de nieuwe waarheidcriteria bepaalt, krijgt de religieuze leider meer status en macht dan de wetenschapper.

De kerk is niet vergeten dat ze haar macht aan de wetenschap en ratio kwijt is geraakt. De alliantie met de wetenschapper kan machiavellisch en van korte duur zijn, totdat de macht van de kerk sterk genoeg is. Daardoor kan de wetenschapper voor zijn totale verdwijning vrezen.

De derde angst van de wetenschapper is ook een morele angst.
Op dit moment bestaat er in het Westen en vooral in Amerika een latent gevoel van uitverkoren zijn. Dat zien we in de (onuitgesproken) legitimering van alle Westerse handelingen, door ons op een rationele/morele superioriteit te beroepen. Het Amerikaanse exceptionalisme is het beste bewijs hiervoor.

Dit gevoel van uitverkoren zijn zal met een heropleving van de religie een veel grotere rol gaan spelen in de Westerse, en vooral de Amerikaanse handelingen. De publieke opinie zal eerder pro dan tegen nieuwe oorlogen zijn. Immers, als wij uitverkoren zijn, dan zijn onze handelingen bij voorbaat door God goedgekeurd. Het gevoel van uitverkoren zijn zal de keuze makkelijker makken.

Veel wetenschappelijke scenario’s voorspellen grote tekorten van grondstoffen in de nabije toekomst. Bijvoorbeeld van de olie. De klimaatverwarming zal grote delen van de aarde onbewoonbaar maken, door droogte of stijging van de zeespiegel. Bovendien hebben we met een overbevolking te maken. Grote aantallen vluchtelingen zullen, desnoods met geweld, hun plek ergens anders zoeken en men zal voor de laatste grondstoffenreserves strijden.

We kunnen wel een oplossing voor alles vinden, maar we weten niet van tevoren of we de oplossingen eerder vinden dan dat de oorlogen oplaaien. Dat betekent dat we, of we het willen of niet, mogelijk voor de keuze staan om grote delen van de wereld uit te roeien. In plaats van tijdelijk onze welvaart op te offeren, een herinvestering van onze defensiebudgetten in de wetenschap/technologie te doen, om de problemen op te lossen, zal het makkelijker zijn om eerst voor de uitroeiing van anderen te kiezen.

Aan de andere kant oorlog is voetbal. Je weet nooit wiens hoofd zal rollen. De wetenschapper weet dit, heeft last zowel van zijn morele overtuigingen als van de angst voor de dood.

De voorstanders
De voorstanders weten dat de wetenschapper gelijk heeft, maar zal niet vertellen waar het om gaat. Het debat gaat om macht en kruistochten.

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *