Het is Wilders gelukt om op de tweede dag van de Algemene Beschouwingen vier drogredenen binnen slechts één enkele minuut te produceren. Hieronder komt hun algemene beschouwing.
Op de eerste dag van de Beschouwingen speelde Wilders niet op de bal maar op de man, met ad hominems zoals ‘grote gedoger’, ‘mede-klungelaar’, ‘schoothondje’ en ‘bedrijfspoedel’ aan het adres van Cohen. Daarop kwam veel kritiek uit de Tweede Kamer, vooral van Emile Roemer.
Waarom zou je je opponent je argumenten laten verslaan, als je het zelf ook kan? Want als je je eigen argumenten weerlegt, heb je altijd gelijk. Dus Wilders heeft altijd gelijk want hij weerlegt zijn eigen argumenten.
In een debat in de Tweede Kamer heeft Wilders het volgende gezegd:
“Wij hebben gezegd dat een moslim taqqiya kan plegen. Wij hebben daarbij gezegd dat het zeker niet zo is dat iedere moslim taqqiya pleegt. … Wij hebben gezegd: het kan. Zodra een moslim taqqiya pleegt — dat is inderdaad soms zelfs een gebod in de islam — betekent dit dat hij redenen kan hebben om niet de waarheid te vertellen. Een moslim die vindt dat homoseksualiteit niet deugt, zegt dat niet als hij daarnaar gevraagd wordt, omdat hij bang is dat hij vervolgd wordt of omdat het maatschappelijk onacceptabel is, terwijl hij dit misschien wel vindt. Het is gesimplificeerd, maar dit is taqqiya. Een moslim kan dit doen, maar dat wil niet zeggen dat een moslim dit ook doet.”[1]
Ik wil vandaag suggereren dat het gebruik van het woord ‘kunnen’ een ambiguïteitsdrogreden is, die Wilders een onverdiend voordeel verleent en zijn opponenten met een onterecht nadeel opzadelt.
In een debat in de Tweede Kamer heeft Wilders het volgende gezegd:
“Wilders: Wij hebben gezegd dat een moslim taqqiya kan plegen. Wij hebben daarbij gezegd dat het zeker niet zo is dat iedere moslim taqqiya pleegt. … Wij hebben gezegd: het kan. Zodra een moslim taqqiya pleegt — dat is inderdaad soms zelfs een gebod in de islam — betekent dit dat hij redenen kan hebben om niet de waarheid te vertellen. Een moslim die vindt dat homoseksualiteit niet deugt, zegt dat niet als hij daarnaar gevraagd wordt, omdat hij bang is dat hij vervolgd wordt of omdat het maatschappelijk onacceptabel is, terwijl hij dit misschien wel vindt. Het is gesimplificeerd, maar dit is taqqiya. Een moslim kan dit doen, maar dat wil niet zeggen dat een moslim dit ook doet.
Femke Halsema: En wanneer weet u dat?
Wilders: Het grote probleem is dat je dat nooit weet.”[1]
Over dit debat wil ik een paar blogs schrijven en de drogredenen van Wilders bloot leggen. Hey jij, lezer, niet zeiken dat ik de drogredenen van Halsema over het hoofd zie.