Drogredenaar Bert Brussen
Brussen debatteert met Von der Dunk over de vraag: is Rosenthal een visionair staatsman met ballen? Brussen moet de stelling verdedigen en Von der Dunk aanvallen. Welke drogredenen gebruikt Brussen?
Brussen debatteert met Von der Dunk over de vraag: is Rosenthal een visionair staatsman met ballen? Brussen moet de stelling verdedigen en Von der Dunk aanvallen. Welke drogredenen gebruikt Brussen?
Theodor Holman vertelt in het tweede stuk van zijn interview: “Ik ben echt een darwinist. Laat de sterkste maar winnen. Wat overtuigt, moet winnen.”
Ook andere mensen beweren dat het in argumentatie gaat om overtuigen. Bijvoorbeeld Afshin Ellian:
“Overtuigen
Een politieke leider die met zijn opvattingen en kwaliteit een machtscentrum met anderen kan creëren, is in waarheid een grote denker. Want om zo’n machtscentrum in een democratisch systeem te kunnen scheppen, dient men over de kwaliteiten te beschikken om anderen van zijn of haar gedachten te overtuigen.”
Ik wil hieronder aantonen dat ‘waarheidsvinding’ het doel is van argumentatie; en ‘het overtuigen’ is slechts secundair.
Ronald Meester schrijft over Max Tegmark het volgende: “Zijn argumenten op dit punt zijn niet erg origineel…”
Dit is een aanval op persoon, een ad hominem. Immers, het is volstrekt irrelevant of een argument origineel is. De originaliteit van een argument heeft absoluut niks te maken met de geldigheid van een argument. Stel je bijvoorbeeld voor dat ik zeg dat de aarde rond is. Mijn argument is helemaal niet origineel, maar het volgt daaruit niet dat het onjuist is. Stel je nu voor dat ik zeg dat de aarde een chocolade truffeltaart is. Mijn argument is wel origineel, maar de originaliteit van mijn argument wil niet zeggen dat mijn argument ook juist is.
In feite is Ronald Meester’s argument ook niet origineel. Zijn drogredenen hebben we eerder meegemaakt.
Max van Weezel produceert in Vrij Nederland het ultieme ad hominem. Volgens hem is het onderzoek van Geert Wilders – om terug naar de gulden te gaan – uitgevoerd door een partijdig wetenschappelijk bureau: mensen die altijd tegen EU en euro zijn geweest. Van Weezel weerlegt in zijn stuk geen enkel argument uit het onderzoek, noch enig argument van deze conservatieven. Slechts het feit dat ze rechts zijn, is voldoende om hen en hun argument te diskwalificeren.
Maar waarom zouden we Van Weezel überhaupt geloven? Hij schrijft immers voor de linkse Vrij Nederland en is lid van CPN geweest.
Dat is de makkelijkste manier van argumenteren: het argument is standaard onjuist als het van de foute persoon komt. We hebben tien partijen in de Tweede Kamer, dus alle debatten zouden 10 seconden duren: “Nee, want jullie zijn van een andere partij en je kan daardoor nooit gelijk hebben.” Het bespaart ons heel veel geld en moeite om te begrijpen wat anderen zeggen. Met de bespaarde tijd kunnen we tenminste de kosten van de euro dekken.
Stel je voor hoeveel bomen we kunnen redden als we de krantartikelen tot de titel kunnen reduceren: “Wilders heeft vandaag iets gezegd. Het is onwaar, natuurlijk.” En dan de Telegraaf: “Roemer heeft iets gezegd. Reageer maar hieronder.”
Naema Tahir en Andreas Kinneging willen asociale journalisten van het Binnenhof afweren en vertelden hun verhaal in Pauw & Witteman van gisteren. Paul Witteman, echter, verdedigt de slechte journalistiek en politiek, met een drogreden.
Paul Brill’s versie van Volkenrecht is wonderbaarlijker dan Alice in Wonderland. Zijn heimelijke gedachte in zijn laatste column is ons een machtswellustig en op macht berustend beeld van recht aan te smeren. Zijn houding is slechts te verklaren via de natte droom dat Israël ook het resterende stuk van Palestina zal bemachtigen.
Hij betoogt dat de Koerden meer recht op een staat hebben dan de Palestijnen en suggereert dat – omdat de Koerden weinig kans op een eigen staat maken – de Palestijnen het ook moeten ontgelden. Maar hij vergist zich op alle fronten.
Ik heb misschien vijftien jaar geen televisie meer gekeken. Maar kan er echter niet van af blijven, als het zowel op Joop als op de Volkskrant wereldnieuws is: dat Rutger Castricum in DWDD was genomen. Nou ja, de zeventien miljoen geniet van de finale televisiepesten. Met nabeschouwing.
International Law Professor Julian Ku has produced a very nice logical fallacy. He claims that Amnesty International (AI) has “jumped the shark” in presenting the Canadian Government with an 1,000 page memorandum, claiming Bush’s “responsibility for crimes under international law including torture.” According to AI, Canada has a legal obligation, during his visit, “to arrest and prosecute [or extradite] former President Bush given his responsibility for crimes under international law including torture.” This obligation arises at least from the “United Nations Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment.”
I have asked professor Ku to illuminate his claim, by refuting the AI’s legal argument. How can he refute the argument? It’s so simple:
Het is Wilders gelukt om op de tweede dag van de Algemene Beschouwingen vier drogredenen binnen slechts één enkele minuut te produceren. Hieronder komt hun algemene beschouwing.
Op de eerste dag van de Beschouwingen speelde Wilders niet op de bal maar op de man, met ad hominems zoals ‘grote gedoger’, ‘mede-klungelaar’, ‘schoothondje’ en ‘bedrijfspoedel’ aan het adres van Cohen. Daarop kwam veel kritiek uit de Tweede Kamer, vooral van Emile Roemer.
Vandaag nog een voorbeeld van autoriteitsdrogredenen (ad verecundiam) in Martin Bosma’s boek.[1] Op pagina 142 schrijft Bosma het volgende:
“Een brievenschrijver op de site van Binnenlands Bestuur zegt het zo:
‘Het doet er niet toe of onze ‘prachtjongeren’ religieus zijn opgevoed; de islam is een uiterlijke plichtenleer en een politiek/cultureel systeem. Om daarvan doordesemd te zijn hoef je niet in de moskee te komen: de groepscultuur is de neerslag van de islamitische traditie, een traditie die ook door raddraaiers en feestneuzen gerespecteerd wordt. Een traditie die andersgelovigen (letterlijk) verkettert en als onderklasse beschouwt, verklaart natuurlijk de onmaatschappelijkheid van jonge probleemmoslims in niet-islamitische landen: in eigen kring en te midden van eigen mensen gedraag je je, maar daarbuiten kun je doen wat je wilt, zolang je niet tegen de lamp loopt tenminste, hoewel je van het Nederlandse gezag bijzonder weinig te vrezen hebt…
Ook moslims die ‘niets aan hun geloof doen’ identificeren zich nog altijd sterk met de cultuur en het geloof van hun eigen mensen; loyaliteit aan het gastland is zeer gering, zeker in het geval van eventuele conflictsituaties.’”