Emanuel Rutten en het godsbewijs (12)

Door Mihai. CAT: Filosofie

In deze blog wil ik een inconsistentie in de theorie van Emanuel Rutten aantonen. In zijn Openingstoespraak ‘Debat Godsargument’ schrijft hij:

“Er zijn vier kandidaten voor de wijze waarop iemand zou kunnen weten dat God niet bestaat. De eerste is te laten zien dat het begrip God contradictoir is. Er is echter op geen enkele wijze een logische tegenspraak af te leiden uit de idee van een persoonlijke eerste oorzaak. De tweede is het hebben van de intuïtie dat God niet bestaat. Echter, de uitspraak dat God niet bestaat is zeker niet zelfevident. De derde manier is niet-corrigeerbare empirische ervaring. Dit is echter ook niet mogelijk omdat we middels empirische ervaring, hoe dwingend en verstrekkend ook, nooit kunnen uitsluiten dat God bestaat. De vierde manier betreft een onfeilbare getuigenis. Echter, geen enkele getuige, hoe betrouwbaar ook, kan iemand in een zekere positie brengen ten aanzien van het niet bestaan van God. Kortom, het is inderdaad onmogelijk om te weten dat God niet bestaat.”

Er zijn dus volgens Manuel slechts vier manieren om iets te kennen:

(1)    contradictie in het concept zelf;
(2)    intuïtie;
(3)    niet-corrigeerbare empirische ervaring;
(4)    onfeilbare getuigenis.

Dus Emanuel beweert dat een kenner slechts 4 manieren heeft om erachter te komen dat God niet bestaat. Het volgt hieruit dat ook voor het kunnen weten dat God bestaat, slechts 4 manieren bestaan om kennis te vergaren. Echter, Emanuel maakt in zijn theorie gebruik van een 5e manier van kennisvergaren: logica.

Dus Emanuel dient zijn theorie aan te passen. Of hij moet toegeven dat hij stiekem een niet acceptabele manier van kennen hanteert en toegeven dat hij via zuivere logica niet kan bewijzen dat God bestaat. Met andere woorden – voor mensen die van pompøse (zie Breivik) woorden houden – moet Emanuel toegeven dat synthetische kennis a priori onmogelijk is.

Of hij moet in zijn theorie ook iets zeggen over waarom we met logica niet zouden kunnen bewijzen dat God niet bestaat. Dit is geen omkering van de bewijslast, want de bewijslast ligt bij de verdediger van een stelling. En de stelling van Emanuel was dat het onmogelijk is te weten dat God niet bestaat. (Zie premisse 2: “De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar.”)

Zie ook mijn vorige blogs hierover.

Tags: , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment