Sla over naar de inhoud

Emanuel Rutten en het godsbewijs (01)

Emanuel Rutten – promovendus in de wijsbegeerte bij VU – heeft het nieuwste slechte bewijs dat God zou bestaan. Ik kwam niet verder dan de eerste paar pagina’s van zijn bewijs, dus ik zal ook geen fatsoenlijke tegenargument produceren. Dit is niet netjes – want iedereen heeft het recht op een fatsoenlijke weerlegging van zijn argument – maar ja, ik ben vandaag niet netjes.

Rutten’s godsbewijs:

Premisse 1: Voor alle p geldt dat als p noodzakelijk onkenbaar is, dan is p noodzakelijk onwaar.
Premisse 2: De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar.
Conclusie 1: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar.
Conclusie 2: Het is noodzakelijk waar dat God bestaat.

Hier komen mijn onfatsoenlijke tegenargumenten:

Ten eerste

Het argument van Emanuel Rutten is een contradictie. Hij zegt dat het onmogelijk is om zeker te weten dat God niet bestaat. Maar dat geldt ook voor zijn stelling. Het is dus onmogelijk te weten dat het onmogelijk te weten is. Dit betekent dat het de stelling ‘het is onmogelijk te weten dat God niet bestaat’ noodzakelijk vals is. Ergo: Het is mogelijk te weten dat God niet bestaat en tegelijkertijd is het onmogelijk te weten dat God niet bestaat.

Ten tweede

Laten we het voor een moment veronderstellen dat dit argument goed zou zijn. Hiermee zouden we het bestaan van alles kunnen bewijzen. Van zeemeerminnen, eenhoorns, flogiston, Zeus tot Het Vliegend Spaghettimonster. Vervang bijvoorbeeld ‘God’ met ‘eenhoorns’:

“Het is onmogelijk om zeker te weten dat eenhoorns niet bestaan. Als het onmogelijk is om zeker te weten dat de uitspraak ‘eenhoorns bestaan niet’ waar is, dan is de uitspraak ‘eenhoorns bestaan niet’ onwaar. Dus is de uitspraak ‘eenhoorns bestaan niet’ onwaar.”

Tada, ik heb net bewezen dat eenhoorns bestaan. Wat ben ik toch goed. Zodanig kan ik bewijzen dat oneindig veel dingen bestaan; en de wereld met shit vullen. By the way, we cannot prove that the world is not full of shit.

Emanuel denkt dit bezwaar te hebben voorzien:

“Take a possible world W2 in which God exists and in which God is alone since God decided not to create anything. In that world God, being the solitary personal first cause of that world, does know that unicorns do not exist.”

Maar dit werkt ook tegen zijn argument. Hieronder mijn drie mogelijke bezwaren:
Bezwaar 1:

“Take a possible world W3 in which Satan exists and in which Satan is alone since Satan decided not to create anything. In that world Satan, being the solitary personal first cause of that world, does know that God does not exist.”

Bezwaar 2:

“Take a possible world W4 in which Winnie the Pooh exists and in which Winnie the Pooh is omniscient. In that world Winnie the Pooh does know that God does not exist.”

Er is ook een denkbare wereld waar slechts Winnie the Pooh bestaat en niets anders. Bovendien in deze wereld weet hij dat God niet bestaat. Hoe weet hij dat? Hij weet het omdat hij zo in elkaar zit. Hij is ontstaan met deze kennis.

Bezwaar 3:

“Take a possible world W5 in which Harry Potter exists and in which Harry Potter has a magical wand. In that world Harry Potter – being a beginner in magic – misplaces a word in a magic formula and makes God disappear. Oops. Harry Potter does know that God does not exist.”

Ook een goed tegenargument is van Dianelos Georgoudis hier:

“It seems to me that there are propositions that make sense only in one possible world. If there is no God in such a world then the truth value of such a proposition may not be known by anybody in that world, but still that proposition may be true in that world.”

Met andere woorden er is een wereld denkbaar W6 waar God zeker niet bestaat, bijvoorbeeld omdat hij zelfmoord heeft gepleegd. En toch is het voor de inwoners onmogelijk te weten dat God niet bestaat. Dit leidt tot een logische contradictie als we het argument van Emanuel goed vinden. Want – volgens Emanuel – als het onmogelijk is om zeker te weten dat de uitspraak ‘God bestaat niet’ waar is, dan is de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar. Dat betekent dat in onze wereld (W6) God bestaat niet en tegelijkertijd is de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar. Dus in W6 God bestaat en tegelijkertijd bestaat ie niet.

Ten derde

Het begin van het argument is een drogreden: een non sequitur. Het argument is dus als volgt: “Als het onmogelijk is te weten dat P, dan is P onwaar.” Met ‘P’ bedoelt men een uitspraak. Dus “als het onmogelijk is te weten dat een uitspraak waar is, dan is de uitspraak onwaar.”

Maar de conclusie volgt niet uit de premisse. Uit het feit dat een uitspraak onmogelijk te weten is, volgt niet dat de uitspraak onwaar is. Er volgt slechts dat de uitspraak onmogelijk te weten is.

Emanuel maakt volgens mij ook een verkeerde stap in zijn argument. Hij neemt het kennisvermogen van de mens als premisse. Met wat we nu weten, is het misschien gerechtvaardigd te zeggen dat het – voor de mens – onmogelijk is om te bewijzen dat God niet bestaat. Maar Emanuel tovert deze premisse (dat het voor de mens onmogelijk is om te weten) in de premisse dat de waarheid van de hele stelling (dat God niet bestaat) onkenbaar is. Sterker nog hij zegt dat de stelling onbewijsbaar is.

Ten vierde

Emanuel’s veronderstelling is dat het onmogelijk is om zeker te weten dat God niet bestaat. Deze veronderstelling is niet bewezen. Dat betekent dat de denkfout hier een petitio principii (begging the question) is, een cirkelredenering; Emanuel veronderstelt iets wat hij dient te bewijzen.

Maak maar een robotje dat oneindig onderzoek gaat voeren. Hij gaat elk elementair deeltje onderzoeken. Hij gaat elke natuurwet ontdekken. Uiteindelijk weet het robotje alles wat er bestaat. Uiteindelijk heeft hij alles wat bestaat stukje bij beetje onderzocht. Na deze zoektocht weet het robotje dat God nergens te vinden is. Het is dus mogelijk te weten dat God niet bestaat.

Ten vijfde

Als we wetenschappelijk denken, dan behandelen we alles waar we geen goed argument voor hebben, als niet bestaand. Voor wetenschap bestaan geen zeemeerminnen, geen eenhoorns, geen flogiston. Het feit dat er geen goed argument bestaat, is voldoende voor de wetenschap om het te veronderstellen dat deze dingen niet bestaan. Hetzelfde geldt voor God: een wetenschappelijk wereldbeeld sluit zijn bestaan uit; tenminste totdat iemand een fatsoenlijk argument produceert voor zijn bestaan.

Ten zesde

Er is een praktisch bezwaar. Ons overlevingsinstinct doet ons slechts rekening houden met dingen die waarschijnlijk zijn. We houden geen rekening met dingen die slechts mogelijk zijn. Het is mogelijk dat ooit een olifant uit de hemel op een auto op de snelweg zal vallen. Het is zelfs mogelijk dat deze olifant een gaskachel in zijn reet heeft. Het is mogelijk dat zijn huid gekleurd is in turquoise met mintgroene sterretjes. Het is mogelijk dat alle werken van Shakespeare getatoeëerd zijn in zijn oor. Het is zelfs mogelijk dat een groep van dit soort olifanten op een dag op alle auto’s op de snelweg zullen vallen. Maar – ondanks deze mogelijkheid – bouwen we geen schermen boven de snelweg om de auto’s tegen vallende olifanten te beschermen.

Mensen maken verschillende beleidsvoorstellen. Onze maatschappij dient de voorstellen serieus te nemen en de beperkte middelen in te zetten om de beste voorstellen te verwezenlijken. Als iemand een wetenschappelijk bewijs kan produceren dat het waarschijnlijk is dat morgen olifanten op de auto’s op de snelweg zullen vallen, dan zijn wij verplicht om actie te ondernemen. Maar we zijn niet verplicht om actie te ondernemen in gevallen waar iemand beweert dat het mogelijk is dat morgen iets gebeurt.

Hetzelfde geldt voor het bestaan van God; we zijn niet verplicht om de maatschappij in te richten aan de hand van de voorstellen van een gelovige, slechts op basis van de mogelijkheid van het bestaan van God. Slechts als deze voorstellen overeenkomen met bepaalde rationele regels, zijn we verplicht te luisteren.

Maar de gelovige wil van ons veel meer. Slechts op basis van deze mogelijkheid, wil de gelovige dat wij bepaalde beleidsvoorstellen invoeren. Bijvoorbeeld in de V.S. mogen de homo’s niet met elkaar trouwen als gevolg van de invloed van de gelovigen op de wetgeving. Deze wetgeving is daardoor in strijd met wat we redelijkerwijs verplicht zijn te doen. Want het verbod op homohuwelijk is net zo irrationeel als het bouwen van schermen boven de snelweg tegen vallende olifanten.

Met andere woorden, de gelovige eist dat de maatschappij haar middelen gebruikt aan de hand van onredelijke argumenten. Sterker nog, deze argumenten produceren in sommige gevallen onverdiende voordelen voor de gelovige en/of onterechte nadelen voor anderen. Het voorbeeld met de onderdrukking van de homo’s in de V.S. is een dergelijk voorbeeld waar de gelovige onterechte nadelen aan anderen oplegt.

Om tot een conclusie te komen. Praktisch gezien, dienen we onze beperkte middelen slechts in te zetten aan de hand van redelijke argumenten. En we dienen de wereld zo in te richten dat er geen onverdiende voordelen voor groepen ontstaan, noch onterechte nadelen voor andere groepen.

Ten zevende

Op het zevende argument moet je rusten.

Conclusie

In het kort zijn argument is een vorm van argumentum ad ignorantiam. Emanuel Rutten is een intelligent mens. Hij zou zijn intelligentie beter kunnen gebruiken om de mensheid vooruit te brengen. De tijd is rijp voor een scheiding van kerk en filosofie.

Lees zeker ook dit:
Er is geen bewijs dat God bestaat

Published inFilosofieOpinieSofist Factory

11 Comments

  1. NIETALLEROEMENENZIJNGEK NIETALLEROEMENENZIJNGEK

    Het is vaak ook onmogelijk om het gezwam van onze gestoorde Roemeense filosoof verder te volgen dan een paar regels.

  2. Als het onmogelijk is zeker te weten dat God bestaat dan is de uitspraak ‘God bestaat niet’ apriori ongegrond omdat het niet zeker te weten is. Men kan hooguit stellen ‘ik geloof dat God niet bestaat’. Absence of proof is not the same as proof of absence.

    Dit is al eeuwen lang bekend en geld in de basis evenzeer voor het spaghettimonster, ondanks dat deze aanzienlijk minder historische en culturele csporen heeft dan de God van Israel. Daarnaast zijn er diverse Godsbewijzen welke echter niet conclusive zijn. Een ding staat inmiddels wel vast, geloof in God is redelijker dan atheisme. Dit blijkt uit pascals vergelijking evenzeer uit de menselijke neiging welke voorkomt als men over de dood nadenkt.
    http://www.scepticisme.nl/old/Christendom/Pascals%20weddenschap.htm

    Onderzoek naar de dood:
    http://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/nieuws/item/228-angst-voor-dood-maakt-atheïst-geloviger.html

  3. Bobb Lod Bobb Lod

    Er zijn ‘mogelijke’ werelden waarin god bestaat.

    Gezien wij in één van die mogelijke werelden leven; een wereld die wij ingezetenen alleen kunnen kennen, waarin het bewijs niet geleverd kan worden dat god bestaat, of dat god niet bestaat, is het onmogelijk om beide te bewijzen en dus bestaat god niet.

  4. Ik ga ongeveer volledig akkoord met uw weerlegging van Ruttens argumenten. Naast de drogredeneringen die hij aanwendt, is het ook volstrekt onlogisch dat hij het bestaan van God afleidt uit het feit dat niet kan worden bewezen dat God bestaat of dat hij niet bestaat. Het is niet omdat beiden niet kunnen bewezen worden dat hij daarom zou bestaan (ook niet dat hij daarom niet zou bestaan). Er is gewoon een onzekerheid over. Bovendien praat de heer Rutten steeds over andere ‘mogelijke’ werelden in zijn argumenten om een fenomeen in ónze wereld te verklaren. Dat klopt niet.

  5. Beste allemaal,

    De hier tot dusver genoemde bezwaren tegen mijn argument zijn eerlijk gezegd zeer eenvoudig weerlegbaar. Zie naast mijn ‘VU Debat openingsvoordracht’ ook mijn Engelstalig artikel waarin ik in detail mijn argument uiteenzet en inga op diverse objecties. Beide teksten staan bovenaan op mijn website http://www.gjerutten.nl

    Ik raad iedereen aan in ieder geval deze twee teksten te bestuderen voordat men tracht voldoende vruchtbare objecties tegen mijn argument te formuleren.

    Wie graag een rechtstreekse reactie van mij wil ontvangen op een specifiek bezwaar tegen mijn argument, raad ik aan zijn of haar bezwaar te posten onder http://bit.ly/IH1Qjw op mijn eigen blog.

    Groet,
    Emanuel

  6. TL L TL L

    In america, if you don’t live in the bible belt… Rutten’s standard information sources, “essays” and conclusions are known as Standard apologetic nutbaggery.

    And those people like Koukl are debunked and don’t even deserve any credit cause, they don’t even understand what they are rambling about.

  7. Rob Rob

    Waar dit hele debat in feite om draait is het kennis begrip: in hoeverre is de wereld kenbaar, wat kunnen we al of niet weten over de wereld?
    Het hele probleem in de filosofie draait er uiteraard om waarmee je je kennisbegrip over de wereld laat beginnen. In beginsel kun je slechts twee aannames doen:
    1.- ofwel je laat de wereld beginnen in of met bewustzijn. Bewustzijn zou dan de grondoorzaak zijn van de wereld, en alle verschijnselen zouden dan gebaseerd zijn op bewustzijn.
    2,- danwel je laat de wereld beginnen met de materiële werkelijkheid, waarbij de materie de oorzaak is van de wereld, en alle verschijnselen, inclusief het bewustizijn zelf, daardoor veroorzaakt worden.
    Deze twee hoofdstromingen in de filosofie worden ook wel aangeduid als Idealisme (1) en Materialisme (2). Beide verklaren de wereld vanuit het bestaan van een bepaalde substantie dat de hoofdoorzaak vormt van het bestaan van de wereld en al haar verschijnselen. In het Idealisme is dat de geest of het bewustzijn, in het Materialisme is dat de materie, de fysieke werkelijkheid.
    Het Idealisme kun je vervolgens opdelen in :
    a. Subjectief Idealisme. De wereld bestaat slechts in de eigen gedachten wereld. Dat is solipsisme waarin behalve de eigen bewustzijnsindrukken, niets werkelijks bestaat.
    b. Objectief idealisme. Er is een soort wereldgeest, een objectief bewustzijn, waar het bestaan van de wereld op gebaseerd is. In de godsdienst neemt een hoger wezen (god) deze rol waar als eerste oorzaak van de wereld in de vorm van een persoonlijke, onveroorzaakte schepper van de wereld.
    Het materialisme doet in beginsel geen andere aanname dan dat de wereld bestaat uit de substantie materie die opgevat als één geheel, en die wij via onze waarnemingen kunnen kennen, aangezien de wereld in ons bewustzijn wordt weerspiegeld. De bestaanswijze van materie is ruimte en tijd; materie is altijd in beweging, aan verandering onderhevig, waar materie is is beweging en waar beweging is is materie. Materie als substantie en bestaansoorzaak van alles wordt gezien als “eeuwig” en “onschepbaar” en “onvernietigbaar”, materie kan wel van de ene toestand in de andere overgaan, maar wordt niet “gecreëerd” of “vernietigd” (omzetting van massa in energie en vice versa wordt dan dus opgevat niet als creatie van materie maar omzetting ervan in een andere vorm).
    Wát de materie is, welke eigenschappen ze heeft, wordt overgelaten aan de materiële wetenschappen.

    Wat je denkt te kunnen weten over de wereld hangt af van welke grondaanname je doet, je kunt de grond aanname niet echt “bewijzen”. Wel kun je argumenten aandragen waarom bepaalde aannames redelijker zijn dan andere. Een grondaanname als het solipsisme wordt bijv. door vrijwel ieder redelijk mens afgewezen.
    Voor wetenschaps beoeffening wordt in feite altijd impliciet het materialisme aangenomen, omdat om de materie te onderzoeken al de aanname plaats vindt dat materie bestaat en dat zij niet direct van iets anders afhankelijk is.
    Overigens is de wetenschappelijke methodiek in die zin transparant of neutraal, dat deze niet specifiek uitgaat van een bepaalde filosofische grondaanname, zij het dat aan wetenschappelijke kennis een empirische wetenschap is, en wetenschappelijke theoriën dus altijd aan de werkelijkheid moeten worden getoetst.

    Op wetenschappelijke gronden zul je dus nooit tot de conclusie kunnen komen waarin het geopperde bestaan van een opperwezen als wetenschappelijke theorie kan worden opgevoerd. Het idee dat de wereld een creatie is van een opperwezen is immers in strikte zin geen emprisch onderzoekbaar feit, maar slechts een grondaanname, een filosofische beschouwing over de werkelijkheid, tenzij men uit die grondaanname rechtstreeks zaken kan afleiden die open staan voor empirisch onderzoek.
    Bijvoorbeeld, een uitspraak als dat de aarde 6000 jaar geleden zou zijn geschapen door het opperwezen, daarvan kan men op grond van empirisch onderzoek een uitspraak doen.

  8. Rob Rob

    (vervolg)
    Los van “bewijs” in strict filosofische zin, kan men beargumenteren waarom het bestaan van een opperwezen (onveroorzaakte persoonlijke oorzaak) onredelijk beschouwd kan worden?
    Ja, die kunnen zeker worden geleverd. Immers, als we van de veronderstelling zouden uitgaan dat de wereld inderdaad haar uiteindelijke oorzaak vindt in de substantie van een scheppend/denkend onveroorzaakt wezen, dan zijn we immers genoodzaakt te veronderstellen dat bewustzijn/denken zou kunnen bestaan zonder dat daar materie aan voorafgaat, dus zonder materieel bestaan.
    Aangezien bewustzijn in laatste zin altijd informatie overdracht, bewerking en opslag en terughalen van informatie verondersteld, mag men een dergelijke veronderstelling als onredelijk betrachten.
    Immers, geen enkel informatie proces kan bestaan zonder verandering in materiële toestanden, en in die zin moet materie en materiële processen noodzakelijkerwijze verondersteld worden te bestaan voordat men ueberhaupt het bestaan van informatie, laat staan cognitieve processen kan definieren of aantonen.
    Het is dus in die zin “kenbaar” dat zoiets niet kan bestaan, en derhalve ook kenbaar dat een opperwezen (een onveroorzaakte persoonlijke oorzaak van al het bestaande) niet kan worden verondersteld te bestaan.

  9. UvA4Life UvA4Life

    Rutten heeft het over God als “first mover” van de wereld. Bedoelt hij hiermee het universum of een wereld in het universum? Als hij het over het universum heeft, is het begrip en de kenbaarheid van God dan niet in alle werelden gelijk? Als hij het over werelden heeft, dan zijn er mogelijk meerdere Goden en dat lijkt mij het “first mover” argument tegenspreken.

  10. Mihai Mihai

    @UvA4Life

    Hij bedoelt alles wat bestaat, of er 1 of meerdere universa (werelden zijn). Het idee is een beetje krankzinnig, want als God bestond voordat de wereld bestond, dan bestond er al een wereld, een wereld met God erin. Dus God had de wereld en zichzelf tegelijkertijd moeten schappen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *