Paul Brill en de Palestijnse staat
Paul Brill’s versie van Volkenrecht is wonderbaarlijker dan Alice in Wonderland. Zijn heimelijke gedachte in zijn laatste column is ons een machtswellustig en op macht berustend beeld van recht aan te smeren. Zijn houding is slechts te verklaren via de natte droom dat Israël ook het resterende stuk van Palestina zal bemachtigen.
Hij betoogt dat de Koerden meer recht op een staat hebben dan de Palestijnen en suggereert dat – omdat de Koerden weinig kans op een eigen staat maken – de Palestijnen het ook moeten ontgelden. Maar hij vergist zich op alle fronten.
Zijn argument dat de Koerden een groter recht op een staat hebben, berust op de volgende premissen:
- Hun nationalisme is eerder opgebloeid.
- Ze hebben een eigen taal.
- Ze hebben een rijke culturele traditie.
- “Na de Eerste Wereldoorlog heeft er, op grond van het Verdrag van Sèvres, ook heel even een embryonale Koerdische staat bestaan in het gebied rond Diyarbakir (Oost-Turkije).”
Laten we deze allemaal onder de loep nemen.
Koerdisch nationalisme is eerder opgebloeid.
Het tijdstip van zelfbewustwording is voor Volkenrecht volstrekt irrelevant. Het Internationaal Gerechtshof heeft de Palestijnen behandeld als een geval van onderbroken dekolonisatie. Volgens Volkenrecht hebben volkeren van de voormalige Ottomaanse en Westerse koloniën het recht op externe zelfbeschikking, inclusief het recht op een eigen onafhankelijke staat; of het recht om zich bij een andere staat aan te sluiten. Hetzelfde geldt voor militair bezette gebieden en alle gebieden, die nog geen onderdeel van een staat zijn. Hetzelfde Volkenrecht bepaalt dat de nieuwe staten binnen de grenzen van de oude kolonie ontstaan, dus dat de minderheden binnen een kolonie geen aparte staat kunnen krijgen: teneinde burgeroorlogen te voorkomen en zo de vrede en stabiliteit in de wereld te bewaken. Volgens deze regels hoorde in Palestina een Arabische staat te ontstaan en Palstijnen hebben daardoor recht op de bezette gebieden.
Dit zijn de enige relevante regels van Internationaal Recht. Dus voor het wel of niet hebben van een recht op een staat is het volstrekt irrelevant dat een volk eerder dan een ander volk nationalistisch is geworden. Palestijnen hebben het recht op een eigen staat omdat ze gekoloniseerd zijn geweest en omdat hun gebied geen onderdeel is van een staat, onafhankelijk van het tijdstip van hun zelfbewustwording.
Bovendien vergist Paul Brill zich: want het Koerdische en het Arabische nationalisme onder het Ottomaanse Rijk zijn in dezelfde periode ontstaan.
Koerden hebben een eigen taal.
Ook de taal is irrelevant voor het recht hebben op een eigen staat. Als de Koerden Nederlands zouden spreken, zou dat geen enkel verschil maken. Bovendien hebben de Palestijnen ook een eigen taal. Hun taal is Arabisch. En het Arabisch is noch Turks – de taal van hun kolonisator – noch Hebreeuws.
Koerden hebben een rijke culturele traditie.
Ook cultuur is irrelevant. Bij geen enkele dekolonisatie heeft cultuur het recht op een staat bepaald; niemand heeft bijvoorbeeld de cultuur van Surinamers met die van Kenianen vergeleken. Bovendien het staat niet vast dat de Koerdische cultuur rijker is dan de Arabische. Sterker nog, uit Paul Brill’s argument volgt dat de Palestijnen een inferieure cultuur hebben en daardoor ook minder recht op onafhankelijkheid. Een pruikerige gedachte.
De Embryonale Koerdische staat
Paul Brill noemt het Verdrag van Sèvres als schepper van een ‘embryonale Koerdische staat’, verdrag dat nooit in werking is getreden. Zelfs als dat de juiste interpretatie van het verdrag zou zijn, dat blijft irrelevant. Stel je bijvoorbeeld voor dat Indonesië eerst onafhankelijk zou zijn geworden – dus een echte staat – en daarna opnieuw een Nederlandse kolonie zou worden. Het recht van de Indonesiërs op een eigen staat zou niet sterker zijn dan het recht van andere gekoloniseerde volkeren. De Mauritianen, Vietnamezen, Palestijnen zouden evenveel recht op onafhankelijkheid hebben als de Indonesiërs, of ze nooit of tien keer onafhankelijk zijn geweest doet daar niets aan af.
De kwaadaardige gedachte
Nog kwalijker is Paul Brill’s manier van denken. Zij columns zijn doorspekt met onrealistische realpolitik. Zijn machiavellistische missie druipt van zijn opstellen af: de wereld is nu eenmaal door macht gedreven en het moet ook zo blijven. Daarmee verleidt hij ons in een verlamde houding en poogt zowel ons verzet tegen onrecht te ontmoedigen als onze empathie voor de underdog.
Dezelfde truc verschijnt in zijn laatste column. Hij beschrijft hoe verschillende staten en machten zich verzetten tegen het ontstaan van een Koerdische staat. Hij gaat nog een stap verder en suggereert dat de Palestijnen geen staat zouden mogen hebben omdat de Koerden – die veel meer recht op een staat zouden hebben – ook geen staat kunnen krijgen. De zoveelste kromme redenatie. Want de Palestijnen hebben het recht op een staat ongeacht of Koerden ooit een eigen staat zullen hebben. Het is precies zoals met de mensenrechten: jouw mensenrechten zijn onafhankelijk van schendingen elders op de aarde – je recht op leven blijft hetzelfde, ongeacht hoeveel tirannen hoeveel mensen elders straffeloos vermoorden.
Paul Brill’s verhaal berust dus op onkunde van Volkenrecht, kromme logica en een nostalgisch verlangen naar het recht van de sterkste. Zo passé.
Tags: Palestina, Paul Brill
Trackback from your site.