(Medeonderzocht door Flip Vandyke)
Ik heb tot nu toe drie beweringen in het boek[1] van Martin Bosma gecontroleerd. Bij alle drie beweringen hangt er een luchtje aan. Dat is een succes van 100%. Ik heb deze beweringen willekeurig getoetst, dus geen cherry picking gedaan. Misschien had ik geluk. De derde bewering waar het vandaag om gaat is de volgende stelling:
“Zo gaat van de tweedegeneratiemigranten de helft naar de moskee, dat is een stijging van 4 procent in vergelijking met de eerste generatie. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek.”[2]
Hiermee wil Bosma bewijzen dat (1) moslims niet assimileren en (2) moslims proberen de rest van de bevolking te assimileren:
“Er zijn geen voorbeelden van oemma’s (islamitische gemeenschappen) die assimileerden in hun gastland. Eerder het omgekeerde: dat de oemma probeert het ontvangende land over te nemen.”[3]
Dus zijn argument is als volgt:
Premisse 1: De tweede generatie moslims gaat meer naar de moskee dan de eerste.
Conclusie: De oemma probeert het ontvangende land over te nemen.
Ik zal niets zeggen over de geldigheid van dit argument. Noch zal ik in dit blog commentaar geven op het woord “assimilatie” eerder dan “integratie”. Ik zal slechts de premisse 1 op haar echtheid controleren.
Ten eerste valt het op dat Bosma alweer geen primaire bronnen gebruikt, maar tweedehands. Zijn voetnoot verwijst naar een artikel[4] uit NRC, maar niet naar de oorspronkelijke enquête. Dat is wetenschappelijk onverantwoord.
Ten tweede Bosma ziet in zijn eigen artikel een gedeelte van de zin over het hoofd, dat juist zijn premisse onderuit haalt:
“Terwijl Marokkanen van de tweede generatie in Europa minder vaak de moskee bezoeken dan de eerste generatie, is dat in Nederland juist andersom. Van de tweedegeneratiemigranten gaat de helft naar de moskee; 4 procent meer dan de eerste generatie.”[5]
Dus de situatie in Nederland is een uitzondering op het gemiddelde en dat betekent dat de premisse slechts geldig voor Nederland is, maar niet over Europa (Islam) als geheel. Wij hebben het oorspronkelijke rapport[6] van de enquête gezocht en het blijkt dat over heel Europa het aantal regelmatige moskeebezoekers van de tweede generatie met 9% kleiner is dan de eerste:

Er valt nog iets op in de cijfers. Het aantal tweede generatie moslims dat elke dag naar de moskee gaat is 3% lager dan de eerste generatie. Dus een bewijs dat het aantal taqqyiaplegende tweede generatie moslims met 3% is gestegen.
Conclusie:
Bosma probeert ons te overtuigen van: “de oemma probeert het ontvangende land over te nemen.” Daar voert hij als eerste voorbeeld het aantal moslims op van tweede generatie in Nederland dat regelmatig naar de moskee gaat. Maar de enquête die hij citeert onderbouwt niet zijn conclusie.
Geredigeerd door Pascale Esveld
[1] M. Bosma, De schijn-élite van de valsemunters : Drees, extreem rechts, de sixties, nuttige idioten, Groep Wilders en ik. Amsterdam: Bakker, 2010.
[2] Ibid., p.141.
[3] Ibid.
[4] S. Adolf, “Migrant Marokko somberst in Nederland,” NRC Handelsblad, 18 juli 2009.
[5] Ibid.
[6] CCME, and BVA. “Onder de Marokkaanse bevolking die woonachtig is in Nederland.” 2009.