Sla over naar de inhoud

Hoe Cronus zijn bastaard met Justitia oppeuzelt

Het volkenrecht heeft een groot gebrek: machtelozen kunnen de machtigen niet voor een rechtbank dagen. Het gaat mij vooral om dat elke individu iedereen kan aanklagen, andere individuen, groepen, internationale organisaties, bedrijven, landen, bij een internationale rechtbank. Bijvoorbeeld bin Laden zou George Bush (of de VS) moeten kunnen aanklagen, mocht ie dat willen.

Over de gevolgen en de reden voor het bestaan van een dergelijke rechtbank heb ik elders geschreven. In dit stuk wil ik een gebeurtenis tussen de wereldoorlogen beschrijven als een unieke kans om een dergelijke “rechtbank” gestalte te geven, een plek waar machteloze individuen hun geschillen met koloniale grootmachten kunnen oplossen.

De kans is echter verspeeld door het toedoen van de grootmachten, met flauwe excuses. De beste verklaring voor deze weigering is dat de machtigen met opzet het slechte willen blijven doen, ongehinderd door een rechter.

De mandatencommissie als revolutie in recht

Nadat ze de Duitsers en de Turken uit hun koloniën hebben geschopt, vergaren de overwinnaars zich in Parijs om de oorlogsbuit onderling te verdelen.

De zogenaamde Britse dominions, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika plus Frankrijk dromen van een regelrechte annexatie van de veroverde gebieden. Bovendien willen ze exclusieve economische rechten in deze gebieden, vooral om Japan en Duitsland buiten de deur te houden. Groot-Brittannië wil vooral een doorgang naar India. Frankrijk droomt van een groot koloniaal leger, met negers gerekruteerd in de koloniën.[1]

Het plan loopt echter niet zo goed door het toedoen van de Amerikaanse president Woodrow Wilson, die zich tegen deze nieuwe kolonisatie verzet. Hij streeft tot het oprichten van de Volkerenbond (de ex-VN) en deze organisatie zou de “backward” regio’s regeren, totdat ze zelf in staat zijn om zichzelf te besturen.

Wilson laat ons ook een beroemde quote achter: “[P]eoples and provinces are not to be bartered about from sovereignty to sovereignty as if they were mere chattels and pawns in a game, even the great game, now forever discredited, of the balance of power;”

De aanwezigen zien Wilson als een idealist, met een ‘very dangerous and academic type of thinking’. Over hoe vooruitstrevend Wilson werkelijk is, is op dat moment nog twijfel, maar de publieke opinie keert zich tegen een regelrechte verdere annexatie van gebieden in de wereld. In de wereld heerst een antikolonialistische sfeer.

Na lang te hebben geruzied bereiken de overwinnaars een compromis. Wilson verwatert zijn voorstel, dit leidt tot een werkelijke vorm van kolonisatie met een andere naam. De naam is “Volkenbondsvoogdij”. Achterlijke culturen dienen onder voogdij te worden geplaatst volgens ‘the principle that the well-being and development of such peoples form a sacred trust of civilization’. De koloniën heten “mandaten”, kolonisten “mandatarissen” en het bestuur vindt plaats in naam van de wereldgemeenschap (Volkenbond). De mening van de te regeren volkeren wordt niet gevraagd. De machtigen verzegelen hun lot in Versailles.

De rol van Mandatencommissie

Op papier hebben de Mandatarissen helemaal geen rechten, alleen maar plichten tot bescherming en ontwikkeling van de inheemse bevolking en mogen zeker geen uitbuiting van de grondstoffen plegen. Om de controle over de mandaatgebieden uit te oefenen roept men de Mandatencommissie in leven.

De commissieleden zijn gepensioneerde (en zodanig onafhankelijk van de regering) ambtenaren, met ervaring in de koloniën, die één keer per jaar samenkomen, om rapporten te maken voor de Volkenbondraad (het equivalent van de huidige VN-veiligheidsraad), aan de hand van de verzamelde informatie en de rapporten van de Mandatarissen.

Men denkt dat deze oudjes graag voor een paar weken per jaar op de pittoreske oevers van het meer van Genève vakantie zullen vieren. De Commissie neemt echter, tot eenieders verbazing, haar controletaken serieus. Men vraagt bijvoorbeeld van de Mandatarissen gedetailleerde vragenlijsten in te leveren en wil zelf op pad en inspecties voeren in de gebieden.

De grootste prestatie van de Commissie is de introductie van het petitierecht.[2] Zodanig wordt de stem van miljoenen mensen in Afrika en andere verre oorden voor de eerste keer gehoord. Van Ginneken (zie literatuur) noemt deze ontwikkeling revolutionair.

Hier moet ik een kleine parenthese maken over de aard van het internationale recht. Het IR heeft nog steeds het karakter van zijn beginjaren en wordt voornamelijk gezien als een kwestie tussen de staten. Staten sluiten verdragen af of dagen elkaar voor internationale rechtbanken aan. Hun gewoontes gelden als de wet. Het individu speelt geen directe rol en wordt aangesproken via zijn staat. Zijn staat dient ook zijn belangen/rechten te beschermen en neemt ook de verantwoordelijkheid voor zijn daden op zich.

In de twintigste eeuw zien we echter een verandering en individuen worden langzamerhand actoren op het toneel van IR. Denk bijvoorbeeld aan het Internationale Strafhof in Den Haag, dat individuen op hun misdaden kan aanspreken. Daarnaast krijgt het individu een steeds groter rol door de mensenrechtenverdragen. In Europa kan een particulier zelfs een land aanklagen bij het Europese Hof voor de rechten van de mens en bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

We zien dus een ontwikkeling in het volkenrecht die “breidt zijn werkingssfeer uit van puur territoriale en politieke kwesties naar die van het menselijke welzijn ofwel de ‘human rights.'”[3] Mijn gedachte dat ieder individu iedereen zou moeten kunnen aanklagen is dus niet zo vreemd. Einde parenthese.

Het ontvangen van petities is een bevoegdheid die de Commissie zichzelf heeft toegeëigend, zonder dat deze taak haar in de oprichtingspapieren is toevertrouwd. Tussen de Commissie en de Mandatarissen ontstaat zodanig een voortdurende machtstrijd. Enerzijds willen de Mandatarissen vrije hand in de gebieden, zonder potenkijkers. Anderzijds tekenen ze een contract, dat het welzijn van de mandaatbewoners als einddoel heeft. De Commissie kan zich hiermee beroepen op het argument dat zij haar controlerende taken slechts kan uitvoeren door steeds meer bevoegdheden te ontwikkelen, bevoegdheden die niet nadrukkelijk zijn verwoord, maar verondersteld.

De hoorzittingen als eerst mogelijke rechtbank voor individuen

Op een bepaald moment probeert de Commissie de stoutste maatregel in haar carrière te introduceren: hoorzittingen (of mondeling verhoren van de petitionarissen). Hiervoor heeft men twee argumenten:

Ten eerste gelooft men een veel objectiever beeld te krijgen van de situatie in de gebieden als men de petitionarissen vragen kan stellen.[4]

Ten tweede vindt men de bestaande procedure onrechtvaardig omdat de Mandataris veel meer rechten heeft dat de petitionaris. Voorbeelden: De petitie dient ingediend te worden via de Mandataris wat tot een bepaalde terughoudendheid lijdt bij de indiener. Zo zijn veel petities op de lange weg van Afrika naar Genève kwijt geraakt. De Mandataris heeft zes maanden de tijd om een reactie bij de petitie toe te voegen en kan zijn standpunt mondeling toelichten en verdedigen.

Het horen van petitionarissen zou echter iets ongehoords zijn. Het samenstellen van een kritisch ambtelijk rapport is één ding. Het (ver)horen van twee gelijke partijen, die hun standpunt beargumenteren en een uitspraak daarover vellen is totaal iets anders. De eerste is slechts een document, dat men makkelijker naast zich neer kan leggen. De tweede lijkt meer op een vonnis uitgesproken door een rechter. Publiekelijk zou een dergelijke uitspraak een veel groter gezag hebben en daardoor een dwingender en bindender karakter.

De flauwe excuses

Dat petitierecht en hoorzittingen het karakter van een rechtbank hebben, wordt meteen opgemerkt door de Mandatarissen en verworpen. Bijvoorbeeld tijdens het ontstaan van de Commissie stelde de Anti-Slavery and Aborigines Protection Society voor om een Afrikaan in de Commissie op te nemen. Dit vindt men echter onacceptabel want “[z]odra de commissie gaat fungeren als …’an ultimate court of appeal in constant session and exercises its control in a conspicuous manner, the peoples of the mandated areas will be in constant ferment.'”[5]

Met andere woorden pleit men hier om elk recht op een tribunaal (of op wat daarop lijkt) te ontkennen want anders zou de bevolking voortdurend onrustig zijn. Of de onrust terecht is of gestoeld op objectieve misstanden, doet het voor de spreker niet toe. Voor hem is het belangrijk om mensen dit recht te onthouden, om hen zodanig makkelijker te regeren. Zolang je ze dom houdt, zijn ze ook minder lastig.

De hoorzittingen worden aan de Raad drie keer voorgesteld tijdens het korte leven van het Volkenbond en iedere keer verworpen. Hieronder wil ik een paar van de argumenten van commentaar voorzien:

Ego

Vertegenwoordigers Austen Chamberlain en Aristide Briand vinden ‘de gedachte samen met klagende inboorlingen voor een soort tribunaal te moeten verschijnen en met hen op gelijke voet behandeld te worden,”…”simpelweg onaanvaardbaar. Onder geen enkele voorwaarde moet aan deze ‘excessive demands’ tegemoet gekomen worden.” Een publieke confrontatie met de petitionarissen zou voor de Mandataris een “humiliating position” betekenen en hij nooit accepteren.[6]

Wat we hier zien is een soort concept dat er een ongelijkheid in status bestaat en dat deze ongelijkheid een soort weegschaal is, een keuze tussen het kwetsen van de status van de superieure om de rechten voor de inferieure mogelijk te maken.

Het idee is dat de ego/status van de superieure belangrijker is dan de rechten van de inferieure, dat de superieure als enige dat mag beslissen of toegeven.

Of misschien schuilt er de gedachte achter dat de superieure veel beter in staat is om te beslissen wat goed is voor de inferieure en daardoor kan de superieure de wensen van de inferieure negeren.

Gevaar

“Ook de Belg E. Vandervelde wil er niets van weten. Het gevaar waaraan het mandaatgebied wordt blootgesteld als aan petitionarissen een al te grote tegemoetkomendheid wordt getoond, is daarvoor veel te groot. Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika delen deze opvatting uiteraard.”[7]
Jammer genoeg worden we niet geïnformeerd welk gevaar een dergelijke ‘tribunaal’ zou vormen voor de mandaatgebieden. Zou de bevolking plotseling aan een ongeneeslijke ziekte overlijden? Waarschijnlijk heeft de Belg een ander gevaar in zijn gedachten, verwoord door de Fransen, die riepen dat het bestaan van petitierecht verantwoordelijk is voor het voortduren van de lange Syrische opstand.

Ook mag men niet in het openbaar vertellen dat de voogdij slechts tijdelijk bedoeld was omdat “de wetenschap binnen afzienbare tijd van de Mandataris ‘bevrijd’ te zijn, niet goed voor de inheemse bevolking” is.[8]

Subversiviteit

Een andere reden om hoorzittingen te verwerpen is dat de meeste petitionarissen subversieve bedoelingen hebben.[9]

Racisme in cultuurinferieuriteit

Men moet geen hoorzittingen houden omdat inferieure beschavingen de neiging hebben om altijd en bij elke instantie te klagen, om allerlei kinderachtige redenen: “All peoples, and especially peoples of a less advanced civilization, are always ready to address to any authority, complains about the most insignificant matters for reasons which have little if any, foundation.”[10]

De Franse vertegenwoordiger in de Commissie Merlin is meer bezorgd over de positie van de Mandataris, dan van de petionaris en vindt dat “Petitioners, especially the Orientals among them, had a natural inclination to intrigues and complaints.”[11]

“a long line of pilgrims would march to Geneva on the pretext of obtaining justice and would fill the Secretariat to overflowing with their intrigues during each session of the Commission. The Commission would end by collapsing beneath the weight of too heavy load which it would itself have been responsible for shouldering.”[12]

Verklaringen

De vraag is hoe kunnen we dit verzet verklaren, tegen het petitierecht en tegen elke vorm van hoorzittingen, die op een rechtbank zouden lijken? Zelfs zijn ze, als overwinnaars, bij de vredesbesprekingen in Parijs gekomen om de oorlogsbuit onderling te verdelen, de Mandatarissen hebben zich gebonden aan een plicht om de belangen van de mandaatgebiedenbewoners te respecteren en te behartigen. Het voogdij-idee hield in een tijdelijke steun totdat men zichzelf kon regeren.

Als je jezelf bindt er iets aan te doen en ook de spelregels gevormd worden om dat te bereiken, kan het bestaan van een rechtbank om dit te toetsen niet in je nadeel werken, noch staat de rechtbank in de weg van het bereiken van het doel. Alleen als je vals wilt spelen, dus een ander dan het beloofde doel voor de ogen hebt, heb je een reden om de toetsing tegen te werken.

Het subjectieve gevoel van vernedering van de staat, als gevolg van het moeten verschijnen voor een rechtbank, op gelijke voet met de ondergeschikte, lijkt me verwaarloosbaar in vergelijking met het recht op een fatsoenlijke klachtenafhandeling. Je kan namelijk niet van een ander eisen om bepaalde rechten op te geven omdat jij je vernederd voelt als je als gelijke wordt behandeld door een rechter.

Ook als een aantal triviale klachten zich voordoet, is dat geen voldoende reden om het recht op klacht in het algemeen ontkennen.

De genoemde gevaren hebben weinig met de belangen van de bevolkingen in de mandaatgebieden te maken en meer met het verlengen en vergroten van het gezag van de Mandataris.

De beste verklaring voor de weigering van een eerste vorm van rechtbank zien we daardoor niet in de opgegeven redenen. We kunnen eerder naar de eigenbelang kijken.

Staatsmannen waren in het begin moreel verplicht om immoreel te zijn, “ambassadors being honest men sent to lie abroad” en dit duurt tot op de dag van vandaag voort. Wilson verklaart dat de eerste wereldoorlog begon als veroverstrijd op wereldmarkten en grondstoffen. De vredesonderhandelingen duren oneindig voort door vragen in hoeverre de gebieden geannexeerd mogen worden, vragen over exclusieve economische rechten, hoe groot is het aandeel van de Amerikaanse Standard Oil in olievelden van Mesopotamië (Irak), of Frankrijk negers mag ronselen voor haar leger. De onderhandelingen worden zeker niet vertraagd door vragen of men een Louvre in elk Afrikaans dorp moet bouwen.

Dit alles duidt dus op een sterke eigenbelang als kracht achter de handelingen van de Mandatarissen en dit eigenbelang is een veel betere verklaring dan de opgegeven redenen om hoorzittingen te weigeren.

Conclusie

Deze door de Mandatencommissie voorgestelde hoorzittingen zouden vergelijkbaar zijn met een internationaal gerechtshof, waar individuen koloniale grootmachten kunnen aanklagen. Dit voorstel wordt verworpen, met flauwe argumenten. Niet deze argumenten, maar economische en machtsbelangen zijn de beste verklaring voor deze weigering. Tussen de regels door kunnen we lezen dat de grootmachten bang zijn voor verlies van hun privileges door het versterken van de positie van individuen in het internationaal recht. Dat betekent dat de grootmachten verwachten dat hun daden door rechtbanken als onrechtmatig bestempeld en tot een halt geroepen zullen worden. We hebben de precaire toestand van het internationaal recht daarom hoogstwaarschijnlijk te danken aan de misdadiger die ongehinderd zijn gang wil gaan.

Noten:


[1] “There was a presumption against the mandatories for having unsavory intentions in respect of the mandates and petitions were also intended to prevent that: “But Smuts conceived the mandates system, not as a means by which to secure national advantage, but as a trust in the strictest sense of the word. ‘The mandatary state,’ he wrote, ‘should look upon its position as a great trust and honor, not as an office of profit or a position of private advantage for it or its nationals’. And in order to guard against the sort of misrule that occurred in the Congo Free State, Smuts proposed a number of safeguards that went well beyond the provisions of the Berlin Act. Dependent peoples should be consulted in the nomination of their mandatory power, they should be entitled to petition the league of nations in order to seek relief of grievance, and the league of nations should seek periodic reports to ensure the faithful discharge of the trust. Moreover, he proposed that ‘in case of any flagrant and prolonged abuse of this trust’, the League of Nations should ‘assert its authority to the full, even to the extent of removing the mandate, and entrusting it to some other state, if necessary’.”, W. Bain, Between anarchy and society: trusteeship and the obligations of power Oxford: Oxford University Press, 2003, p.92.

 

[2] “Although the right of petition was not based upon any legal provision, it was in a sense a natural right. As Norman Bentwich has pointed out, “the inhabitants . . . at once assumed that such a right existed.”

“It was a mark of the elasticity of the League procedure that although the petitions system had no place either in the Covenant or in the texts of the mandates, it was set up by the League without any difficulties of a constitutional character”, H.D. Hall, Mandates, dependencies and trusteeship Washington,: Carnegie Endowment for International Peace, 1948, p.198.

[3] A.H.M.v. Ginneken, Volkenbondsvoogdij: het toezicht van de Volkenbond op het bestuur in mandaatgebieden 1919-1940 Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, 1992, p. 179

[4] Lord Lugard, de Britse vertegenwoordiger, uitte zijn frustraties openlijk: “I found it difficult to reconcile an attitude of complete impartiality with a denial of audience to a petitioner while hearing the representative of the Mandatory.”, D. Gorman, “Liberal Internationalism, the League of Nations Union, and the Mandates System,” 40 Canadian Journal of History 449 (29) (2005).

“If audience is granted to any petitioner or memorialist it is in order that he may oppose his own version of the circumstances to that of the accredited representative, and perhaps inform the latter of matters within his knowledge which invite further investigation. He should, therefore, be heard in the presence of the representatives and allowed to question him.”, R.N. Chowdhuri, International mandates and trusteeship systems; a comparative study The Hague,: M. Nijhoff, 1955, p.213.

[5] A.H.M.v. Ginneken, Volkenbondsvoogdij: het toezicht van de Volkenbond op het bestuur in mandaatgebieden 1919-1940 Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, 1992, p. 21

[6] A.H.M.v. Ginneken, Volkenbondsvoogdij: het toezicht van de Volkenbond op het bestuur in mandaatgebieden 1919-1940 Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, 1992, p. 186

[7] A.H.M.v. Ginneken, Volkenbondsvoogdij: het toezicht van de Volkenbond op het bestuur in mandaatgebieden 1919-1940 Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, 1992, p. 61

[8] A.H.M.v. Ginneken, Volkenbondsvoogdij: het toezicht van de Volkenbond op het bestuur in mandaatgebieden 1919-1940 Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, 1992, p.74

[9] “Ook ten aanzien van de petitionarissen vielen de antwoorden van de Mandatarissen negatief uit. Benadrukt werden de subversieve bedoelingen van de meeste petitionarissen en ook de omvorming van de Commissie tot een tribunaal werd onwenselijk geacht. In maart 1927 besloot de Raad dat de lot dan toe gevolgde procedure inzake petities niet gewijzigd zou worden. Als de Commissie meer informatie over petities wilde, kon ze daar bij de Mandataris om vragen”, A.H.M.v. Ginneken, Volkenbondsvoogdij: het toezicht van de Volkenbond op het bestuur in mandaatgebieden 1919-1940 Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, 1992, p.62.

[10] A.H.M.v. Ginneken, Volkenbondsvoogdij: het toezicht van de Volkenbond op het bestuur in mandaatgebieden 1919-1940 Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, 1992, p. 179

[11] A.H.M.v. Ginneken, Volkenbondsvoogdij: het toezicht van de Volkenbond op het bestuur in mandaatgebieden 1919-1940 Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, 1992, p. 186

[12] R.N. Chowdhuri. International mandates and trusteeship systems; a comparative study. M. Nijhoff, 1955. p. 213

Published inInternationaal RechtRechtbank voor Allen

6 Comments

  1. “Het volkenrecht heeft een groot gebrek: machtelozen kunnen de machtigen niet voor een rechtbank dagen. ”

    Volgens mij hebben Bin Laden en zijn voorgangers daar een effectieve oplossing voor bedacht. Het duurt alleen nog even voordat de machtigen naar de onderhandelingstafel komen.Ze zitten nog in het “we onderhandelen niet met terroristen”-stadium.

  2. Mihai Mihai

    @knutselsmurf

    Precies. GB heeft het ook voor een lange tijd volgehouden met IRA en toen besloot men toch met IRA te onderhandelen. En zo is het een beetje het einde van de aanslagen gekomen. Trouwens de Amerikanen zijn vergeten hoe zij aanslagen pleegden op de Britten om onafhankelijk te worden. Zie bijvoorbeeld: http://en.wikipedia.org/wiki/John_the_Painter

  3. Het is een stevig onderwerp er zal alleen echt resultaat koen als meer neuzen dezelfde kan top gaan wijzen. De wereld politiek wordt beheerst door verschil in opvattingen en de maffia staten maken daar handig gebruik van

  4. Mihai Mihai

    @rikus

    Volgens mij gebeurt dat langzamerhand, dat het recht een steeds grotere rol gaat spelen, met kleine stapjes. Kijk we hebben inmiddels een Europees Hof voor de rechten van de Mens, een Internamerikaanse en net een Afrikaans hof. Deze zomer is net “the crime of agression” strafbaar gemaakt bij het Internationale Strafhof en net een paar dagen geleden is de 114 staat bij het hof aangesloten.

  5. Extranjero Extranjero

    Mooi stuk. En al te waar. Om nationaal je recht te kunnen halen heb je al een aanzienlijke hoeveelheid geld nodig, om het internationaal te kunen doen gaat het echt al snel om tientallen duizenden euro’s. Dat kan 95% van de wereldbevolking zich niet veroorloven. Het is niet voor niets dat zoveel van die zogenaamde liberalen ondanks hun crimineel gedrag vrij rondlopen.

  6. Mihai Mihai

    @Extranjero

    Het gaat niet om in een rechtbank in een land een rechtszaak aan te spannen. Het gaat om het land zelf bij een internationale rechtbank aan te klagen. Stel je bijvoorbeeld voor dat ik ontvoerd word, op Guantanamo voor 7 jaar zonder proces opgesloten en gemarteld en daarna ergens gedumpt word. Ik wil de VS bij een internationale rechtbank kunnen aanklagen en eisen dat ik vrijgelaten word en eventueel dat ik een schadevergoeding krijg. Er zijn ontzettend veel van dit soort voorbeelden, het is het onderwerp van mijn masterscriptie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *