Voorgekookte wedstrijd

Door Mihai. CAT: Internationaal Recht, Rechtbank voor Allen

Wim Kok en zijn gezelschap kan toeschouwers na hartenlust blesseren. Straffeloos! Tenminste dat is wat het Gerechtshof in Amsterdam ons wil doen geloven.

Op zes juli 2000 heeft het Hof een uitspraak gedaan in de allereerste Nederlandse poging om ministers aansprakelijk te stellen voor schending van internationaal recht.1 Een aantal Joegoslaven heeft Kok, De Grave en Van Aartsen aansprakelijk gesteld voor immateriële schade, veroorzaakt door de Nederlandse deelname aan de NAVO-bombardementen op Joegoslavië. Deze “vijanden”, waaronder een aantal militairen, menen dat de bombardementen onrechtmatig oorlogsgeweld zijn en dat de ministers, als besluitende staatsfunctionarissen, verantwoordelijk zijn.

Het Hof stelt zich de vraag of de bombardementen een onrechtmatige daad zouden zijn. Slechts dan kan een staatsfunctionaris aansprakelijk worden gesteld. Daarnaast moet de functionaris persoonlijk verantwoordelijk voor de beslissing zijn, er moet hem iets te verwijten vallen. Dit verwijt is ook mogelijk als de functionaris zijn bevoegdheid niet te boven is gegaan.

Op het eerste gezicht een juridisch inkoppertje

Het volkenrecht kent een dwingend verbod op geweld, waar noch Kok, noch zijn NAVO-mogendheid van af kunnen wijken. Deze ius cogens2 regels staan ook vastgesteld in artikel 2(4) van het VN-handvest. Men mag verdedigers met aanvallers vervangen slechts in twee noodsituaties: als Nederland belegerd is, volgens artikel 51, of met nadrukkelijke toestemming van de Veiligheidsraad. Het Hof geeft toe dat deze uitzonderingen niet het geval zijn.

Een verloren duel win je met de tussenkomst van de scheidsrechter.

Het Hof dicteert echter verlenging, volgens de regels van humanitaire interventie. Sommige landen menen dat de humanitaire interventie een derde uitzondering op het geweldsverbod kan zijn. Men is er echter nog niet uit in welke gevallen dit toegestaan is en onder welke juridische voorwaarden. En zolang de jury er nog niet uit is, staat het, volgens het Hof, niet bij voorhand vast dat de Nederlandse aanval onrechtmatig is.

Daarnaast voelt het Hof zich in een juridisch en moreel dilemma.

Het staat vast dat Joegoslavië zich schuldig maakte aan grove mensenrechtenschendingen, schendingen die dreigden door te gaan bij het begin van de NAVO-aanval. Joegoslavië lapte ook een aantal rechtsbindende VN-resoluties aan zijn laars. Resolutie 1199 dreigde dan ook met verdere maatregelen en sancties (waaronder mogelijk militair ingrijpen), mocht Joegoslavië alweer blind voor gele kaarten blijken. De ernstige humanitaire situatie was een dreiging voor vrede en veiligheid in de regio; één van de weinige redenen dat de Veiligheidsraad toestemming voor ingrijpen kan geven. En de resolutie, die aangenomen werd na de staking van de bombardementen, lijkt het militair ingrijpen te hebben aanvaard en achteraf te hebben goedgekeurd.

Daarnaast ontbreken rechterlijke uitspraken voor soortgelijke gevallen. Slechts in de rechtszaak van Nicaragua tegen de VS, heeft het International Gerechtshof besloten dat “the use of force could not be the appropriate method to monitor or ensure respect [for human rights].”

Bovendien was de Tweede Kamer, met uitzondering van SP, unaniem van oordeel dat militair ingrijpen noodzakelijk was en de NAVO-bondgenoten zongen ook in eentonig koor. Zowel in NAVO-verband als binnen de Nederlandse politiek zijn de voorbereidingen uiterst zorgvuldig geweest.

En als klap op de vuurpijl hebben de Joegoslaven nooit bewezen dat het niet om een humanitaire interventie ging.

Al deze feiten doen het Hof tot de conclusie komen dat er onvoldoende eenduidige en beargumenteerde feitelijke en juridische gegevens zijn om te kunnen beslissen welke regels van internationaal recht van toepassing zijn en tot welke conclusies de regels zouden leiden. Men kan niet op voorhand aannemen dat de luchtacties onrechtmatig zijn. We kunnen dusdanig niet vaststellen dat de Staat aansprakelijk is en daardoor kunnen we ook niet vaststellen of de ministers aansprakelijk zijn.

Bij herhaling zien we echter dat de scheidsrechter een oranje t-shirt draagt, voor tenminste vijf redenen.

Ten eerste was de voorbereiding niet zo zorgvuldig als gesteld. De juristen van Defensie en Buitenlandse Zaken hebben de ministers geïnformeerd dat resolutie 1199 geen toestemming gaf tot bombarderen;3 noch is er eerder een geval geweest dat de internationale gemeenschap een humanitaire interventie heeft aanvaard.4 Toch hebben Kok, De Grave en Van Aartsen beweerd dat er geen juridisch probleem was.5 De ministers hebben de Tweede Kamer ook onjuist geïnformeerd over het geweldsverbod in het VN-Handvest.6 Dus de misleide saamhorigheid in de Kamer stelde niet zoveel voor.

Ten tweede, de unanimiteit van NAVO-bondgenoten, of Kamerleden, maakt de ingreep net zo rechtmatig als de rechtsgeldigheid van een stelletje hooligans dat unaniem beslist om een winkelstraat in de fik te steken.

Ten derde zijn humanitaire interventies eerder omstreden dan iets waar men verschillend over denkt. In de literatuur, in tegenstelling tot wat het Hof beweert, schrijft men: “In fact the best case that can be made in support of humanitarian intervention is that it cannot be said to be unambiguously illegal… But the overwhelming majority of contemporary legal opinion comes down against the existence of a right of humanitarian intervention…”7

Ten vierde heeft de Staat zich helemaal niet op humanitaire interventie voor het Hof beroepen. Dus het Hof kon ook niet redelijkerwijs van de Joegoslaven verwachten dat zij aantonen dat het niet om humanitaire interventie ging. “Een onaanvaardbare omkering van de bewijslast” vinden promovendus Ward Ferdinandusse en professor internationaal recht André Nollkaemper, in een noot in het NJCM-Bulletin.8 Zij vinden dat, wat betreft de ministers, eerder van “verwijtbare rechtsdwaling” of nog “realistischer [is] om van een bewuste schending van het internationaal recht te spreken.”

Ten slotte, zelfs als de Staat zich op humanitaire interventie zou beroepen, het VN-Handvest is echter zo bedacht om elke smoes voor oorlog te voorkomen.9 Bij oprichting in 1945 wist men dat, als men uitzonderingen op het geweldverbod zou toestaan, de kwaadwillende zijn kans zou aangrijpen om kleinere landen onder de voet te lopen. “De bewijslast dat geweld is gemachtigd ligt zwaar op de partij of partijen die geweld willen gebruiken en het bewijs moet kristalhelder en ondubbelzinnig zijn.”10 – schrijft Christopher Weeramantry, ex-rechter en vicepresident van het Internationaal Gerechtshof. In Den Haag nota bene.

Dus voor Kok en zijn vleugelmanen werd na vluchtig dribbelen boven Belgrado een dubieuze thuiswedstrijd. De 1.500 dode burgers werd de wrange trofee die ze binnenhaalden. Zonder binnenlandse rellen.


Literatuur:

Jonathan I. Charney, The Use of Force against Terrorism and International Law, The American Journal of International Law, Vol. 95, No. 4. (Oct., 2001), pp. 835-839.

F. Ferdinandusse  en A. Nollkaemper. “Navo-Bombardementen Op Joegoslavië Onrechtmatige Daad?” NJCM-Bulletin 26, no. 2 (2001): 208-21.

Harris, D. J. Cases and Materials on International Law. 5th ed. London: Sweet & Maxwell Ltd, 1998.

Tweede Kamer, Evaluatie Kosovo Handelingen II, 77-5031,  (18 mei 2000).

Weeramantry, C. G., and Weeramantry International Centre for Peace Education & Research. Armageddon, or, Brave New World?: Reflections on the Hostilities in Iraq. 1st ed. [Colombo]: Weeramantry International Centre for Peace, Education & Research, 2003.


1. F. Ferdinandusse en A. Nollkaemper, NAVO-bombardementen op Joegoslavië onrechtmatige daad?, 26 NJCM-Bulletin,  (2001).
2. “The prohibition of aggression falls also into the category which international law describes as ius cogens – that group of bedrock principles of international law which may not be disregarded in any circumstances. No parliaments or congresses of any nation would be able to override them, for to deny them legitimacy would be to negate the very existence of international law.” C. G. Weeramantry & Weeramantry International Centre for Peace Education & Research., Armageddon, or, Brave new world?: reflections on the hostilities in Iraq   (Weeramantry International Centre for Peace, Education & Research 1st ed. 2003).  p. 28
3. Ferdinandusse en Nollkaemper
4. Ferdinandusse en Nollkaemper
5. Ferdinandusse en Nollkaemper
6. Ferdinandusse en Nollkaemper
7. D. J. Harris, Cases and materials on international law   (Sweet & Maxwell Ltd 5th ed. 1998). p. 918
8. Ferdinandusse en Nollkaemper
9. “The core [UN] Charter objectives is to prevent states from using force in international relations to promote their policy agendas no matter how just, except for the right of self-defense or a collective decision by the Security Council.”- JONATHAN I. CHARNEY, The Use of Force against Terrorism and International Law, The American Journal of International Law, Vol. 95, No. 4. (Oct., 2001), pp. 835-839.
10. WEERAMANTRY & WEERAMANTRY INTERNATIONAL CENTRE FOR PEACE EDUCATION & RESEARCH.

Dat de bewijslast bij de aanvallende staat hoort, lezen we ook in Jonathan Charney:“In such situations, the state must carry the burden of presenting evidence to support its actions…”

Tags: ,

Trackback from your site.

Comments (4)

  • Ina Dijstelberge

    |

    Goed stuk. Schrijnend en geeft ook de onmacht van het internationaal recht aan.

    Ik vind dat een stuk als dit in een blad of krant gepubliceerd zou moeten worden.

    Reply

  • Herman

    |

    Helemaal met Ina eens!

    Reply

  • diadorim

    |

    “Wim Kok en zijn gezelschap kan toeschouwers na hartenlust blesseren. ”

    “Het Hof stelt zich de vraag of de bombardementen een onrechtmatige daad zouden zijn.”

    “Het Hof geeft toe dat deze uitzonderingen niet het geval zijn.”

    “En zolang de jury er nog niet uit is, staat het, volgens het Hof, niet bij voorhand vast dat de Nederlandse aanval onrechtmatig is.(was)”

    “Joegoslavië lapte ook een aantal rechtsbindende (sic) VN-resoluties aan zijn laars”

    Wat een weerzinwekkende apentaal.

    “mocht Joegoslavië alweer blind voor gele kaarten blijken. “

    Reply

  • alext

    |

    @diadorim:

    Waarom is het weerzinwekkende apentaal? Ik zal Mihai nadoen: (a) het is weerzinwekkend; (b) het is apentaal; we beginnen met (b). Mihai is een homo sapiens, dus, extrapolerend, onze taal allemaal han technisch beschouwd worden als apentaal. Over (a): ik leid uit je stelling dat (b)->(a) dus het is weerzinwekkend omdat apentaal is. Dat kan. Deze stelling kan geuit zijn door iemand die in dezelfde chromosomefamilie als Mihai is (c) of niet (d). In het geval (c) zie ik geen correlatie met de implicatie (b)->(a) want puur op basis van homo sapiens zijn zou iemand de taal van een homo sapiens niet als weerzinwekkend zijn. Dus het is (d), of ik weet niet te veel over apen.

    Reply

Leave a comment