Archive for april, 2010

Ceesincambodja vs Internationaal Recht

Written by Mihai on . Posted in Geen categorie

Cees heeft inmiddels kennis gemaakt met de Rode Khmerkerels, die miljoenen mensen hebben uitgeroeid. Hieronder wil ik een kleine inventarisatie maken over wat internationaal recht voor Cees kan betekenen.

Als we onszelf afvragen welke soorten of rechten we in een dergelijke situatie kunnen hebben, kunnen we drie soorten rechten onderscheiden:

  • Rechten van de Nederlandse staat tegenover Cambodja
  • Rechten van Cees tegenover Cambodja
  • Rechten van Cees tegenover Nederland

Welke rechten kan Nederland tegenover Cambodja hebben?

Staatsaansprakelijkheid
Internationaal Recht is onderverdeeld in verschillende gebieden, één ervan is staatsaansprakelijkheid. Aansprakelijkheid ontstaat uit een internationale onrechtmatige daad, een schending van een internationale verplichting, die toegerekend kan worden aan een staat. Dus als Cambodja een verplichting tegenover Nederland schendt is Cambodja aansprakelijk.

Diplomatieke bescherming
Onder de staatsaansprakelijkheid valt ook de diplomatieke bescherming van eigen onderdanen in het buitenland, dus Cambodja kan aansprakelijk zijn voor schending van een recht van Cees. In dit geval is niet Cees die iets van Cambodja vraagt, maar Nederland als staat. Dus Cees telt niet, maar de rechten van de Nederlandse staat wel.

Historisch is de diplomatieke bescherming ontstaan als gevolg van handel. Het Westen wilde niet dat hun rijkaards iets zou gebeuren in de koloniën en binnen andere imperia, zoals het Ottomaanse rijk, dus men legde min of meer aan andere landen andere wetten voor eigen onderdanen op.

Ook de godsdienstoorlogen hebben een rol daarin gespeeld; Het Westen heeft zich gerealiseerd dat men toch onderling handel wilde drijven, geld rolt immers boven God, maar dat men niet onderworpen wilde worden aan de achterlijke religieuze geboden bij de buren. En vice versa.

Uit deze behoefte om eigen onderdanen anders te behandelen dan de autochtonen is het principe van “international minimum standard” ontstaan ‘dat wil zeggen de behandeling van vreemdelingen in overeenstemming met aan internationaal afgesproken normen.’

In bepaalde gevallen hadden de rijke Westerlingen veel meer rechten in het buitenland dan de autochtone bevolking. Dit principe werkte en werkt soms goed, want je wilt niet op dezelfde manier behandeld worden als mensen onder een dictatuur. Dus linkse rakker Cees moet dankbaar zijn voor kolonialisme en religieoorlogen.

Het tegenovergestelde principe de “national standard” werd ingeroepen door de Derde Wereld, met het smoesje dat het Westen zijn wil oplegde aan die landen. Die standaard zegt dat vreemdelingen dezelfde minimale garanties worden gegeven als de eigen onderdanen. In ieder geval niet minder; dus in Saudi-Arabië zou hem niet slechts een vinger worden afgehakt, maar de volledige hand, onder de auspiciën van de Commissie Gelijke Behandeling.

Het gevecht tussen deze twee principes werd een tijd lang niet uitgevochten, maar de uitspraken van verschillende internationale (arbitrage) rechtbanken hebben het voordeel gegeven aan de  “international minimum standard” en in Internationaal Recht wat de meeste rechtbanken beslissen, krijgt dit een meer gewichtige waarde. 1-0 voor Nederland.

Dus hoe kan Cambodjaanse aansprakelijkheid ontstaan als gevolg van de “international minimum standard”? Bijvoorbeeld uit mishandeling in hechtenis, onrechtmatige onteigening, verzuim van bestraffing van aanvallers van Cees, letsels veroorzaakt door staatsfunctionarissen etc. En wat het meest belangrijk is ‘denial of justice’, onthouding van een eerlijke rechtsgang, zoals corrupte rechters, weigering om hem het woord te geven, gefabriceerd bewijs etc.

Mensenrechten
De oorlog tussen het Westen en de Derde Wereld over welk principe, de “national” of  de “international minimum standard” zou gelden lijkt overbodig te zijn geworden met de opkomst van de internationale mensenrechten, die zelf een “international minimum standard” op gang brengen. Nederland kan bijvoorbeeld Cambodja aansprakelijk stellen voor het schenden van het mensenrechtenverdrag met de naam “International Covenant on Civil and Political Rights” (ICCPR). Gelukkig heeft Cambodja dit verdrag getekend en geratificeerd in 1992. En wat staat in artikel 14 van dit verdrag? Ongeveer dezelfde rechten op een eerlijke rechtsgang als Cees in Nederland zou hebben. Lees zelf. 2-0 voor Nederland.

Dit is te rooskleurig, want Nederland heeft weliswaar een recht om voor Cees op te komen, maar ze is niet verplicht om het te doen. We weten zodanig dat Cees geen recht tegenover Nederland heeft, vanuit het gezichtspunt van Internationaal Recht. En men erkent in Nederland ook geen recht op diplomatieke bescherming, in tegenstelling met andere landen. Dus vette pech voor Cees misschien.

De individuele rechten van Cees tegenover Cambodja
Welke rechten heeft Cees dan tegenover Cambodja, mocht Nederland hem in een rattengat willen dumpen, kaartenspelend met genocide plegers? Hey, wacht even, wat staat in artikel 2 van ICCPR?:

‘Each State Party to the present Covenant undertakes to respect and to ensure to all individuals within its territory and subject to its jurisdiction the rights recognized in the present Covenant, without distinction of any kind, such as race, colour, sex, language, religion, political or other opinion, national or social origin, property, birth or other status.’

Jammer genoeg is Wilders allang uit die achterlijke buurt vertrokken en is daar niet aan de macht, want je weet wat hij zegt: ‘Ik wil discrimineren.’ En zonder Wilders aan de macht kan Cambodja Cees niet discrimineren, maar moet men hem de rechten in artikel 14 garanderen. Dus zonder Wilders is iedereen een Pol Pot nat.

Gelukkig heeft de VN ook een ‘Declaration on the human rights of individuals who are not nationals of the country in which they live’. Deze verklaring garandeert Cees een gelijke behandeling in de rechtszaal, dus de behandeling die men in Cambodja zou moeten krijgen in overeenstemming met artikel 14 van ICCPR.

En als we het toch over Rode Khmer praten, deze kereltjes staan nu terecht in Cambodja, voor genocide en misdaden tegen mensheid. De speciaal opgerichte rechtbank werkt weliswaar volgens de Cambodjaanse wet, maar in samenwerking met VN, heeft men er alles aan gedaan om te verzekeren dat de rechtszaken volledig in overeenstemming zijn met de internationale normen van recht, in het bijzonder artikelen 14 and 15 van ICCPR. Nou, ongeacht hoe hard Cees in de malse, ronde, ebbenhoutgetinte, kokosgeoliede jonkheerbilletjes zou hebben geknepen, je moet mij niet vertelen dat hij het slechter dan die beroepsgenocidaars mag krijgen. Zelfs niet voor plagiaat.

Geredigeerd door Pascale Esveld

Rechtvaardigheid is…

Written by Mihai on . Posted in Geen categorie

In de laatste acht blogs heb ik jullie in een onweerlegbaar argument geplonsd over wat rechtvaardigheid is. Hier komt een samenvatting.

We hebben hiermee vijf doelen beoogt:

  • Het argument is naturalistisch. Dat wil zeggen dat de stellingen berusten op wetenschappelijk te bewijzen of te weerleggen premissen over de menselijke natuur. Het beroept zich op het overlevingsinstinct en fundamentele biologische/psychologische behoeftes.
  • Het argument is universeel acceptabel. Een klein aantal minimale premissen maakt het argument in overeenstemming met andere morele systemen.
  • Het sluit subjectieve, verblindende toevallige eigenschappen uit.
  • Het sluit valsspelen uit.
  • Het bewijst dat we (internationale) rechtbanken nodig hebben waar individuen, iedereen in de wereld, zelfs landen, kunnen aanklagen.

We zijn vertrokken van twee premissen:

Premisse 1:
In beginsel zijn we grenzeloos vrij. Er bestaat geen enkele (morele) wet die ons bij voorbaat tot iets kan binden. De enige vraag van de moraal is dus wat je vrij bent om anderen te dwingen. Binding kan slechts ontstaan als we anderen in hun vrijheid willen beperken en slechts als de anderen hun leven lief hebben. Als we anderen willen binden kunnen we niets anders doen dan toegeven dat wij ook gebonden zijn door dezelfde regels, mochten we een rationeel consistent argument willen hebben. Binding ontstaat slechts als een tweerichting werkende dwang, gestoeld op overlevingsinstinct en neiging om basisbehoeftes te bevredigen.

Premisse 2:
Het doel van de moraal is overleving en verzekering van onze fundamentele biologische en psychologische behoeftes. We hebben deze premissen aangetoond door waarderelativisme te weerleggen. Er bestaan kernwaarden die historisch en geografisch consistent zijn, ze komen overal voor. Deze waarden zijn direct gerelateerd aan overleven, zoals het verbod op doden, stelen, liegen etc. Dat moraal strikt gebonden is met overleven kunnen we ook zien door ons onsterflijk voor te stellen; onsterflijk zijnde kennen we de morele wetten geen waarde meer toe. De onderdelen van het overlevingsinstinct en de fundamentele behoeftes zijn wetenschappelijk toetsbaar.

Argument:
We hebben een gedachte-experiment uitgevoerd waarin we ons in de hemelpositie bevinden. Als lichaamsloze, rationele geesten proberen we al voor onze geboorte een contract af te sluiten met alle andere mensen. In het debat of onderhandeling in de hemelpositie weten we niet van tevoren in welk lichaam we geboren zullen worden, als man, vrouw, blank, zwart, intelligent, dom, rijk, arm etc. Zodanig schakelen we hun negatieve invloed op ons concept van rechtvaardigheid. Het negeren van toevallige eigenschappen voorkomt ook bedriegerij, voorkomt dat sommige charlatans een concept van rechtvaardigheid aan anderen proberen op te leggen, die de charlatans voortrekt.

In de hemelpositie probeer je met de anderen de gedragsregels (morele en andere soorten wetten) te onderhandelen. Welke omgangsregels zouden in de wereld moeten gelden? Hoe zouden de overlevingsmiddelen verdeeld moeten worden? Dit is wat je van tevoren wil vastleggen in een contract. Wat is rationeel bindend al voor de geboorte? Wat ben je vrij om anderen op te leggen ongeacht of ze dat zouden accepteren of niet?

Als rationele geest weet je in de hemelpositie dat je een overlevingsinstinct zult hebben en bepaalde fundamentele biologische behoeftes, zoals voor (fysieke) vrijheid. Je weet ook dat de geboorte een gok is. Je kunt toevallig geluk hebben, maar je kan ook een extreme pech hebben, bijvoorbeeld geboren worden als gehandicapte, in een dictatuur, in dodelijke armoede. Het is daardoor rationeel om de regels zodanig te bedenken dat je verzekerd bent van een minimale levenslengte en minimale bevrediging van je biologische/psychologische behoeftes.

Sommige regels zou je bij voorbaat onacceptabel vinden, zoals het recht van de sterkste, het toestaan van moord, stelen, schenden van contracten etc. Andere regels zou je bij voorbaat aan anderen willen opleggen. Je bent bijvoorbeeld vrij om anderen een rechtssysteem op te leggen, een systeem waarin grote conflicten opgelost worden door bindende uitspraken van derden, onafhankelijke en onpartijdige personen. Dit rechtssysteem kan je aan iedereen opleggen, individuen, groepen, organisaties, bedrijven en vooral landen.

Het contract is dus slechts bindend als de regels aan de minimale voorwaarden voldoen; regels die je leven verlengen en je minimale behoeftes verzekeren, ongeacht in welk lichaam je geboren zult worden of op welke plek. Als er niet aan deze minimale voorwaarden wordt voldaan, ben je alweer vrij van elke plicht.

Conclusie:
Dus rechtvaardigheid is de regels en toestanden die wij als rationele wezens als bindend zouden accepteren tijdens vrije onderhandelingen, abstraherend van onze toevallige eigenschappen. Rechtvaardigheid is datgene wat je vrij bent om anderen op te leggen, teneinde je leven te verlengen en je fundamentele behoeftes te verzekeren, zolang het leven van de ander daardoor niet korter wordt dan het jouwe, noch zijn fundamentele behoeftes minder worden bevredigd. Onrechtvaardig is wanneer anderen ons gedragsregels en situaties, die we onacceptabel zouden vinden in een hemelpositie, opleggen of met dwang in leven houden.

Ten einde:
Zolang niemand een beter argument produceert of mijn argument weerlegt, ben ik vrij om mijn principes aan anderen op te leggen. Vette pech voor mijn tegenstanders.

Geredigeerd door Pascale Esveld

De rechtbank

Written by Mihai on . Posted in Filosofie

De heer Pienter vermoordt jouw vierjarig dochtertje en verkoopt haar organen. Tenminste, dat is waar jij stellig van overtuigd bent. Je hebt het zelf gezien, samen met zesenvijftig getuigen en het staat ook op film. Het door jou ingeschakelde forensische team beweert stellig dat alle sporen naar dhr. Pienter leiden. Een beetje boos confronteer je hem met je bevindingen en roept hem tot verantwoording. dhr. Pienter reageert echter verbaasd  over jouw verhaal en is het net zo stellig  met je oneens. Als koele kikker slik je je boosheid in en stel je dhr. Pienter een compromis voor: om de tweestrijd door een rechter te laten fluiten. Nou, stel je voor dat dhr. Pienter roept: ‘Ik ga de kwestie helemaal niet door een rechter laten beslissen want ik weet het absoluut zeker dat ik gelijk heb.’ Daarvoor produceert hij bijvoorbeeld een van de volgende argumenten:

  • ‘Jij bent een beetje blind, je filmcamera is stuk en je getuigen zijn allemaal junkies, die geen mens van een koe weten te onderscheiden. En de forensische wetenschap produceert nooit bewijzen met 100% zekerheid.’
  • ‘Ik heb haar inderdaad omgebracht, en ik heb een heel diepe medelijden met je pijn, maar ik kon niets anders. Haar organen heb ik niet verkocht maar voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt. Daardoor heb ik een kuur uitgevonden, die in de toekomst miljarden kinderlevens zal redden.’
  • ‘Het hele verhaal is een charlatanerie van jou, bedoeld om mij te vernietigen. Je bent gewoon jaloers op mijn rijkdom, morele en intellectuele superioriteit.’

Intermezzo
Je bent beland in het midden van een reeks blogs, die willen aantonen dat rechtvaardigheid is een reeks regels en toestanden in de wereld, die levens verlengen. Gisteren hebben we gezien dat rechtvaardigheid is onder anderen wat je vrij bent aan anderen op te leggen, teneinde je eigen leven te verlengen en bepaalde fundamentele behoeftes te bevredigen, zoals fysieke vrijheid. Deze regels zou je rationeel ontdekken tijdens onderhandelingen waar je niet van tevoren weet welke toevallige eigenschappen jij zou hebben. Vandaag wil ik beargumenteren dat een van de zaken die je aan andere vrij bent om op te leggen is het bestaan van een rechtssysteem, bedoeld om conflicten te beslechten. Deze rechtbank kan je aan elk ander individu, groep of land opleggen.

Terug naar het verhaal.
Welke van de twee is vrij om zijn wil aan de andere op te leggen, dhr. Pienter of jij? Mijn stelling is dat jij volstrekt vrij bent om dhr. Pienter voor een rechter te slepen, desnoods met dwang, zoals geweld.

Geweldspiraal
Omdat we een overlevingsinstinct hebben willen we geweldspiralen voorkomen. Als jij met tien familieleden wraak neemt op dhr. Pienter, komt zijn familie daarna terug met twintig vriendjes en het geweld escaleert zodanig tot onbekende hoogtes. Daarnaast kan dit geweld heel lang duren. Al de in het conflict overleden mensen hebben daardoor een rationele reden om in de hemelpositie aan anderen een rechter op te leggen, ongeacht de wens van anderen.

Precaire kennisvermogen
Tijdens conflicten hebben we de neiging om blind te zijn in ons eigen voordeel. We kunnen daardoor dhr. Pienter niet de vrijheid gunnen om zelf te beslissen of hij gelijk heeft. Bovendien weten we niet hoe oprecht hij is. Misschien vertelt hij een heleboel leugens om alleen maar rijker te worden door kinderen te vermoorden.

Stel je voor dat jij het recht in eigen hand wil nemen. Maar jij kunt je je ook vergissen, door belangen, door jouw precaire kennisvermogen. Je zou bijvoorbeeld gek kunnen zijn. Denk je in wat er zou gebeuren als elke gek het recht in eigen hand zou nemen en jou voor elke van zijn fantasterij zou opblazen. Dat wil je voorkomen, dus je kan niets anders wensen dan dat alle argumenten aan een reality check worden onderworpen, door een neutrale partij, getraind in het beoordelen van argumenten.

Wie heeft het laatste woord?
Zelfs als dhr. Pienter oprecht gelooft in de rechtvaardigheid van zijn onderzoek, dat het acceptabel is om een kind te vermoorden om miljarden anderen te redden, kan jij dat betwijfelen. Je wilt niet dat hij dat hij alleen bepaald dat je dochtertje geofferd moet worden. Je wilt niet dat hij het laatste woord heeft. Dat is ook de basis van onze democratische behoefte, het uitsluiten dat anderen beslissen wat het algemene belang dient, zonder onze argumenten te laten meetellen.

Tegelijkertijd moet je toegeven dat de rollen omgedraaid zouden kunnen zijn. Een andere kan er stellig van overtuigd zijn dat jij misdaden tegen hem pleegt, of dat jij zijn leven op allerlei manieren verkort. Jij daarentegen bent er stellig van overtuigd onschuldig te zijn, of volgens je rechten te handelen of iets te doen ten dienste van een hoger doel, die de middelen rechtvaardigt. Als jij wilt dat je dhr. Pienter voor een rechter mag slepen, moet je in de hemelpositie accepteren dat jij ook een plicht hebt om jezelf aan een neutrale, onpartijdige rechter te onderwerpen. Het inzicht dat je deze plicht hebt en het feit dat je je daardoor laat binden, geeft je de vrijheid om te veronderstellen dat dhr. Pienter verplicht is om hetzelfde inzicht te hebben. Je bent dus vrij om deze plicht aan hem op te leggen.

Het recht van de sterkste
In de hemelpositie weet je niet in welk lichaam je geboren zult worden. Anderen kunnen gigantische spierballen hebben en zij zouden altijd het laatste woord hebben in de afwezigheid van een rechtbank. Zij kunnen ook op een andere manier macht hebben, door rijk te zijn, populair, populistisch, sluwe drogredenaars die massa’s weten te misleiden. Anderen zijn heel assertief, ze weten dat als ze lang volhouden en het moeilijk voor je maken, dat er een kans is dat jij het opgeeft. Het is zoals de Maffia of bedrijven die allerlei obstakels opwerpen tegen het opzeggen van je abonnementen, zoals een opzegtermijn, een (aangetekende) brief, onbegrijpelijke voorwaarden, met heel kleine letters. Je wilt dus de wereld en je leven niet overlaten aan allerlei machtsvormen en valsspelerij.

Het kan ook andersom zijn, mocht jij geloven dat je onschuldig bent en een ander jou voor gevaarlijk houdt. Hij kan weliswaar zwakker zijn dan jij, maar elk mens kan wapens bedienen; technologie wordt alleen maar goedkoper, toegankelijker en vernietigender. Hij kan zich ook met anderen verenigen dus je hebt nog steeds niks aan je biceps. Je wilt dus jezelf beschermen voor anderen die zich vergissen, of jou met opzet van allerlei dingen beschuldigen om zodanig iets voor zichzelf te bemachtigen, waar zij geen recht op hebben. Je wilt je lot niet overlaten aan het precaire kennisvermogen van anderen, aan hun belangen, of aan alle gekken en domen, noch aan bedriegers.

Wie mag wie dwingen?
Nadat de rechtvaardige gedragsregels en toestanden zijn vastgesteld in de hemelpositie, wil een rationele deelnemer dat conflicten worden beslecht op basis van rationele argumenten, om beslissingen zo objectief mogelijk te nemen, eerder dan met argumenten vervuild door eigenbelang en kwade trouw. De rationele speler die zijn kansen berekent wil niet gokken met de lengte van zijn leven, noch met de zekerheid van het bevredigen van zijn fundamentele behoeftes.

Mochten er in de hemelpositie twee kampen bestaan, een kamp dat rechters afwijst en een kamp dat de conflicten wil beslechten via bindende uitspraken van neutrale, onpartijdige derden, is het tweede kamp vrij om zijn wens aan het rechterloze kamp met dwang op te leggen. Vette pech voor meneer Pienter.

De hemelpositie

Written by Mihai on . Posted in Filosofie

Nee, het gaat niet over seks. We zijn nu aanbeland bij het hoofdargument, in ons queste om rechtvaardigheid te ontdekken.

Ons argument zal valsspelen uitsluiten.
We willen voorkomen dat iemand komt roepen dat God mensen met azuurblauwe ogen meer toekent dan de rest en dat is rechtvaardig. Daardoor zijn we vertrokken bij een eerste premisse, dat bij de geboorte we grenzeloos vrij zijn, niks is op dat moment bindend, geen (morele) regel kan ons op dat moment opgelegd worden. We hebben ook gezien dat bindendheid pas zinnig is als we een overlevingsinstinct hebben.

Ons argument wil ook zelfbedrog uitsluiten.
Zoals een aantal bloggers heeft aangegeven, onszelf voortrekken is een van onze liefste morele deugd; we passen rechtvaardigheid aan onze maatschappelijke positie, onze toevallige eigenschappen. Daarom zullen we proberen om zo weinig mogelijk vooronderstellingen te gebruiken. Een van de weinige dingen die we mogen weten is dat we allemaal een overlevingsinstinct hebben, dat de kernwaarden van alle morele systemen gericht zijn op het verlengen van levens.

We willen ook universele acceptatie.
Als we ons op een beperkt aantal premissen baseren, die overal ingepropt kunnen worden in het kader van lokale morele tradities, is ons argument voor iedereen acceptabel.

Daar gaat ie. Hier komt de hemelpositie.
Dus stel je voor dat je een lichaamsloze geest bent, ergens in de hemel, zoals in Plato’s stripverhalen. Voordat je geboren bent wil je een contract afsluiten met alle andere mensen. Je wilt van tevoren vaststellen welke gedragsregels, welke (morele) wetten op aarde moeten gelden om je leven zinvol te maken. Je wilt ook afspraken maken over de verdeling van de overlevingsmiddelen.

Je weet echter niet van tevoren in welk lichaam je geboren zult worden. Je kan een man of vrouw zijn, blank of zwart, gelovig of ongelofelijk (echt wel), rijkaardskind of achterbuurteling, een briljante gozer zoals ik of dom, splinterfit of (geestelijk) gehandicapt. Je weet dus absoluut niks van de toekomstige toevallige eigenschappen; immers moraal is schuw voor willekeur.

Je hebt slechts één kans in zes miljard om jezelf te zijn. Maar je hebt veel meer kans om een van de achtien miljoen mensen te zijn die jaarlijks aan armoede zal sterven. Jaar in, jaar uit. Je hebt een grote kans dat je een van de 862 miljoen mensen die nu aan honger leiden en slechts zeven procent kans om dit op het internet te lezen.

Het lijkt dus op een gok.
Omdat je leven het meest belangrijke rijkdom is, is het rationeel om je te verzekeren tegen een lot dat tegen zit. Je wilt, mocht je toevallig het minst bedeeld worden, dat de gedragsregels en verdeling van overlevingsmiddelen, jouw leven een levenswaardig leven maakt.

Je zult in ieder geval niet instemmen met regels die het leven van azuurblauweoogjes honderd jaar laat duren, in vrijheid en genot, terwijl anderen in slavernij sterven op hun zesentwintigste. Je zult dat te riskant vinden.

Het is dus rationeel om slechts een contract te tekenen als de neergelegde voorwaarden jouw leven verlengen, mocht de dobbelsteen ongunstig voor je vallen. Je wilt moord, roof en leugens verbieden en geen moraal berustend op het recht van de sterkste.

Rechtvaardigheid is dus wat in de eerste instantie levens verlengt.

Verlengt ten opzichte van wat? Dat is moeilijk te bepalen, maar wat je moet kijken is hoe de mensen het langst leven. Je sluit de toevallige eigenschappen uit, zoals genetische levenslengte, zodat het hoogste gemiddelde wordt nagestreefd. Wat daaronder ligt is onrechtvaardig.

Wat leven bevordert is rechtvaardig.
Maar is een langer leven voldoende? Nee. Stel dat iemand je gegijzeld houdt in een cel van 2 bij 2 meter, je bijzonder goed voedsel geeft, zorgt dat je lichaam beweegt, en andere maatregelen neemt zodat je langer leeft dan anders. Dit zou nog steeds een onleefbaar leven. Dat komt omdat we voorgeprogrammeerd zijn met fundamentele behoeftes, zoals fysieke vrijheid. Ons leed is zonder bevrediging van deze behoeftes onverdraagbaar. We willen dus dat de contractregels ook vervulling van bepaalde biologische en psychologische behoeftes garandeert.

Welke behoeftes zijn deze? Ik heb op de lijst slechts de vrijheid gezet als voorbeeld, maar de rest van de behoeftes zullen wetenschappelijk bepaald moeten te worden. Filosofe Martha Nussbaum heeft een langere lijst. Haar lijst is voor mij te wazig en vertrekt van andere veronderstellingen dan ik. Waar het mij om gaat is de minimale lijst van noodzakelijke garanties die een contract bindend zou maken. Bijvoorbeeld de politieke vrijheid zou een noodzakelijke garantie zijn en zonder deze vrijheid hebben we onder de dictatuur van Ceausescu zijn contract niet als bindend ervaren.

Zoals we eerder hebben gezien, de enige vraag van de moraal is wanneer we vrij zijn om anderen tot iets te dwingen. Ik zou in dit geval het dwingen via een analogie beschouwen. Stel dat ik tijdens de onderhandelingen een “troef” en “vetoknop” heb, naast  de “ja” en “nee” knoppen om mijn stem bekend te maken als iemand een gedragsregel voorstelt. Tijdens het stemmen kan ik op de troefknop drukken en een van de regels wordt aangenomen, ongeacht wat alle andere geesten stemmen. Of ik kan de “vetoknop” indrukken en een voorstel wordt verworpen ongeacht wat de anderen stemmen. Stel je bijvoorbeeld voor dat iedereen het mee eens is dat moord toegestaan zou moeten worden. Op dat moment kan ik op mijn vetoknop drukken en het voorstel wordt niet aangenomen.

Een regel is bindend dus als deze levens verlengt en is niet bindend als hij levens verkort, ongeacht wat de anderen er van vinden. Democratie heeft daarover niks te piepen. Slechts over regels waar we minder zeker zijn van hun gevolg voor levenslengten kunnen we onderhandelen en stemmen.

Natuurlijk is deze bindendheid ook voor mij. Mocht ik voor legale moord stemmen en een ander heeft de vetoknop ingedrukt, heb ik geen enkel argument om zijn veto met voeten te treden. Er is geen hoger principe, dan het overleven, die mij een reden zou geven om het met hem oneens te zijn.

Ik kan ook op geen enkele manier een oprecht wrokgevoel hebben, gevoel dat mij de vrijheid zou geven om naar oplossingen te zoeken om zijn veto te omzeilen. Er is dus niks dat mijn eventuele dwang aan de andere zou rechtvaardigen.

Andersom is het wel het geval. Mocht ik toch een sluwe manier ontdekken om zijn veto te omzeilen, bijvoorbeeld omdat de meerderheid meer macht heeft, zou hij een gerechtvaardigd wrokgevoel kunnen koesteren en hij zou vrij zijn om naar oplossingen te zoeken om zijn wil aan de rest op te leggen. Niemand, alleen of unaniem, kan hem een bindend regel opleggen, die tot zijn dood zou leiden. Hij is dus vrij van het contract. Mocht hij de wereld willen opblazen, is er niks meer bindend dat hem van zijn daad kan weerhouden. Mocht jij hem willen stoppen, ben je dat slechts gerechtvaardigd te doen zodra je de regels in de wereld aanpast om zijn leven te verlengen en zijn fundamentele behoeften te verzekeren.

In conclusie:
Het is onrechtvaardig als iemand ons een gedragsregel of situatie oplegt, of in leven houdt, die wij rationeel zouden afwijzen tijdens onderhandelingen in de hemel.

Rechtvaardigheid is dus gelijk aan de regels en toestanden die wij als rationele wezen zouden accepteren tijdens vrije onderhandelingen, abstraherend van onze toevallige eigenschappen. Rechtvaardigheid is datgene wat je vrij bent om anderen op te leggen teneinde je leven te verlengen en je fundamentele behoeftes te verzekeren, zolang het leven van de ander daardoor niet korter wordt dan het jouwe, noch zijn fundamentele behoeftes minder worden bevredigd.

Geredigeerd door Pascale Esveld

Als je oneindig zou zijn, zou je me gelijk geven

Written by Mihai on . Posted in Filosofie, Politiek

Als we onsterfelijk zouden zijn, zouden we ook geen morele waarden hebben. Dit is het tweede argument dat moraal haar wortels in ons overlevingsinstinct heeft.

Gisteren hebben we gezien dat we onderscheid kunnen maken tussen kernwaarden en satelietwaarden. De kernwaarden zijn historisch en geografisch constant, ze komen in alle tijden en landen voor. Deze zijn waarden waarover met een bepaalde zekerheid gezegd kan worden dat ze levens verlengen. De satelietwaarden zijn voor ons minder belangrijk en we zijn flexibeler in hun naleving, aan de hand van de vraag of ze in een bepaalde situatie levens verlengen of verkorten. Denk bijvoorbeeld aan kalief Omar ibn al-Chattab die tijdens een hongersnood de straf op diefstal opschortte.

Vandaag wil ik een tweede argument geven ter verdediging van mijn tweede premisse dat ‘moraal/ethiek berust op overlevingsinstinct.’ En het argument is simpel en kristalhelder. Het enige wat we moeten doen is ons voorstellen wat zou er veranderen als we onsterfelijk zouden zijn. De stelling is dat onze morele waarden ook zouden verdwijnen.

Dus stel je voor dat we allemaal onsterfelijk zouden zijn, mensen en dieren. Dit gedachte-experiment kan je op twee manieren uitvoeren, je kunt bedenken dat onze lichamen onvernietigbaar zijn, of je zou iedereen als een soort lichaamloze geest kunnen zien. Dit laatste is beter voor het argument, maar het eerste is makkelijker voor te stellen.

Probeer daarbij ook basale eigenschappen uit te schakelen die gerelateerd zijn aan het overlevingsinstinct. We voelen geen fysieke pijn en plezier meer, we hebben geen lustgevoelens.

Laat je niet afleiden en concluderen dat het leven saai zou worden en veel van je belangrijke dingen in je leven hun waarde zouden verliezen, zoals de CEO worden van Shell, een Ferrari en een privékasteel, een D-gecupte sletharem. Probeer slechts na te denken welke gevolgen deze onsterfelijkheid voor je morele waarden zou hebben.

Maak daarbij een inventaris van je waarden en schep je ideale moraal met de waarden die er belangrijk zouden zijn. Vraag je af wat jouw moreel systeem zou verbieden, gebieden en aanbevelen. Wat zou je van anderen eisen of welke eisen van anderen zou je redelijk vinden? Wat zou je anderen dwingen om jou niet aan te doen of wel te doen, dwingen om het met zichzelf of met andere gelijkgestemden te doen? Wat zouden ze moeten laten?

Laten we een paar voorbeelden bekijken.
Zou het verbod op stelen nog belangrijk zijn? Zou het voor jou nog een tegenslag zijn dat iemand je Rolex verdonkeremaant? Waarom, omdat je het meisje met de gestroomlijnde fuselage je niet meer begeert. Omdat je geen aanzien van anderen geniet. We weten nu wetenschappelijk dat mensen met dure kleren geholpen worden op straat als ze bewusteloos liggen, maar minder als ze in goedkope kleren zijn. Je zou kunnen zeggen dat je de Rolex nodig heb om de tijd bij te houden, je verplichtingen en beloftes na te komen, maar voor onsterfelijke mensen is de tijd niet meer van belang en de meeste van je verplichtingen zijn gerelateerd aan de levensduur van mensen.

Zou je leugens nog afraden? We willen niet belogen worden omdat we accurate informatie over de wereld willen hebben, zodat we langer kunnen overleven. Met deze informatie proberen we bestaande en toekomstige dreigingen te ontwijken, kansen ontdekken en benutten. Allemaal onbelangrijk als we onsterfelijk zijn.

En waarom zou je loyaliteit lofwaardig vinden? Waarom vriendschap, gelijkwaardigheid. Waarom daaruit afgeleide politieke waarden en rechten? Waar heb je als onsterfelijke een stemrecht voor nodig, of een vrijheid van meningsuiting? Bekijk alle mensenrechten op het menu en vraag je zelf of je die nog nodig zou hebben als je onsterfelijk zou zijn. Zou je het recht op een eerlijke rechtszaak of onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak nog belangrijk vinden?

En wat heb je aan wederkerigheid en empathie? Wat kost je mededogen, vrijgevigheid, oprechtheid, tolerantie? Zou je de egoïsten en de gierigen nog met je vinger nawijzen? Hey cultuurchauvinist, waar zou je die cultuur voor nodig hebben?

En wat zou je als onsterfelijke rechtvaardig vinden?

Geredigeerd door Pascale Esveld

Doodslag voor Waarderelativisme

Written by Mihai on . Posted in Filosofie, Politiek

Een aantal bloggers heeft beweerd dat rechtvaardigheid niet gedefinieerd kan worden, door waarderelativistische redenen. Catharina Anna Maria van Vliet: ‘jij zoekt de definitie van Rechtvaardigheid. Maar die definitie bestaat niet. Rechtvaardigheid is wat ieder voor zich ervan maakt. Al dan niet beïnvloed door religie, de mensen om je [h]een en egoïsme.’ Öszibarack: ‘Rechtvaardigheid is subjectief…Het betekent niet [dat] ieder voor zich kan bepalen wat rechtvaardig is, maar dat het begrip rechtvaardig verschilt van land tot land, van tijdperk tot tijdperk.’ En misschien ook deze uitspraak van Peter Louter: ‘Rechtvaardigheid is wat we daar op basis van een gezamenlijke afspraak onder verstaan.’

In dit blogje wil ik tegen dit soort waarderelativisme ageren en de tweede premisse van mijn argument verdedigen: ‘Moraal/ethiek berust op overlevingsinstinct. Moraal die niet gerelateerd is aan overlevingsinstinct is irrelevant en kan desnoods afgeschaft worden. Het kan in ieder geval niet aan anderen opgelegd worden.’

Ik zal beweren dat er twee soorten morele waarden bestaan, belangrijk en minder belangrijk. De belangrijke kernwaarden zijn altijd en overal aanwezig. De minder belangrijke waarden verschillen van tijd tot tijd en groep tot groep, individu tot individu. We kunnen daardoor de kernwaarden als universeel zien, wat overeenstemming mogelijk maakt.

Kernwaarden vs satelietwaarden
We moeten een onderscheid maken tussen kernwaarden en satelietwaarden. We bewaken bijvoorbeeld strenger het verbod op moord dan het verbod op liegen, op stelen, of monogaam zijn. Dit onderscheid tussen waarden is een beetje kunstmatig, want het verschil is gradueel. Dus sommige waarden zijn voor ons belangrijker dan anderen.

Is dit verschil in prioriteit willekeurig?
Nee. De zwaarte van de waarden is direct verbonden aan hun gevolgen voor de lengte van levens. Moord wordt als hardst bestraft. Vreemdgaan het minst. En liegen rekenen we een andere zwaarder aan als de leugen tot de dood van mensen leidt, zoals de oorlog in Irak, dan als de leugen tot het verlengen van mensenlevens leidt, zoals het liegen dat Anne Frank niet in je kelder opgeborgen zit.

Dat liegen gerelateerd is aan levenslengte, kunnen we ontdekken door ons af te vragen wat er zou gebeuren als iedereen ons voortdurend zou proberen te bedriegen. Contracten en beloftes zouden geen enkele waarde hebben. De rechters kunnen we in de prullenbak gooien. En stel je voor dat de dokter je vertelt dat je kanker hebt, terwijl je nog 100 jaar te leven hebt. Of dat je een boete krijgt voor het door groen rijden, immers ook het wetboek liegt.

De strengheid van een regel is verbonden met onze zekerheid dat de regel levens verlengt of verkort, het effect op de lengte die we inschatten. Het is evident dat moord levens verkort. Van stelen hebben we een bepaalde, kleinere zekerheid. Een paar keer bestolen worden heeft geen grote gevolgen voor de lengte van je leven, tenzij het om je hele vermogen gaat.

Maar waar het om gaat is dat we minder zeker zijn dat diefstal levens verkort en daardoor wordt diefstal ook minder bestraft, dan moord. Sterker nog, als mensen stelen om te overleven, zien we dat als een verzachtende omstandigheid. Het is dus nog steeds het gevolg van levenslengte dat ons leidt in de toegekende waarde aan een ethische regel.

Historische consistentie
De kernwaarden zijn persistent in de geschiedenis. De antieke Grieken mochten ook geen onschuldigen doden, niet stelen, niet liegen. De veranderingen in waarden tussen de oude Grieken en ons zijn twee soorten geweest:

Ten eerste sommige satelietwaarden zijn vervangen met andere satellietwaarden.

Ten tweede zien we dat de morele cirkel is vergroot. Mensen die eerst uitgezonderd waren van de kernwaarden zijn nu daarbij inbegrepen; slaven houden we niet meer en vrouwen krijgen ook iets te zeggen. Toen een kerel Jezus zijn sandalen door Palestina versleet, mocht je vrouwen stenigen, nu niet meer.

Maar deze veranderingen zijn geen verandering in de waarden zelf, maar in het aantal mensen die van een langer leven mee mogen genieten. Dus deze vergroting van de cirkel is gebeurd zodat er meer mensen langer zullen leven. We leven langer in vrijheid dan in slavernij, om niets te zeggen over de biologische behoefte aan vrijheid, wat ons leven in slavernij ondragelijk maakt. Vrouwen kunnen voor zichzelf een langer leven regelen als ze mee kunnen beslissen in belangrijke zaken.

Ik zeg niet dat de waarden altijd en overal alleen maar voorruit zijn gegaan. Bijvoorbeeld in Iran is het stenigen in 1983 geherintroduceerd. Maar tegen deze achteruitgang ontstond er meteen verzet. Als gevolg daarvan heeft Iran in 2002 een moratorium op steniging aangekondigd en in 2008 heeft men een wetsvoorstel ingediend om steniging af te schaffen. Wat we zien dus, is dat regels die levens verkorten, leiden tot een steeds groeiend verzet en uiteindelijk moeten ze veranderd worden. Men pikt levensverkortende regels niet zomaar. Men kan dus slechte regels moeilijk introduceren en lang in leven houden. Desnoods, komt men in opstand, zoals in Oost-Europa.

Dus de waarderelativist vergist zich wat betreft de historische veranderingen in waarden. Het is niet een toevallige en willekeurige wisseling in waarden. Het is een steeds groter aantal mensen langer laten leven.

Regels zijn zoals asbest.
Over asbest was iedereen oorspronkelijk heel enthousiast, want het leek een voortreffelijk bouwmateriaal, vandaag is het verboden. Op dezelfde manier worden we wijzer over bepaalde (morele) regels die, op lange termijn, toch levens verkorten eerder dan verlengen. Daarnaast, de tijden veranderen en de waarden worden aan de nieuwe situaties aangepast. Regels die vroeger levens verlengden en nu levens verkorten worden aangepast, afgeschaft en vervangen met nieuwe regels die alweer levens verlengen, onze biologische behoeftes beter bevredigen.

Geografische consistentie
De kernwaarden zijn overal aanwezig. Als je op vakantie naar Thailand gaat, hoef je je niet af te vragen of daar moord legaal is en je beter een harnas aan kunt trekken. Als je portemonnee wordt gestolen in Kenia ga je naar de politie, automatisch, zonder eerst het wetboek open te slaan om te controleren of stelen toevallig toegestaan zou zijn. Je reageert verontwaardigd in Chili als de taxichauffeur je leugens vertelt en je zou nog verbaasd reageren als de chauffeur je zou vertellen: ‘Vette pech voor je, maar hier in Chili gebieden de morele wetten ons om altijd te liegen. De waarheid spreken is streng verboden.’

De geografische verschillen liggen niet in kernwaarden, maar in satelietwaarden.

In het Westen haal je het niet in je hoofd om van een vrouw te vragen om een hoofddoek te dragen. In Islamitische landen gebruik je de vrouw niet als commercieel lustobject.

Onderhandelbaarheid
Kernwaarden zijn moeilijk in te ruilen. We gaan niet elke dag zeggen: ‘Als ik jou mag vermoorden, mag jij de kunstsubsidie verhogen. Deal?’ We laten die ook niet aan het democratische proces over. De kernwaarden leggen we vast in de grondwet en internationale verdragen, zodat ze moeilijk te veranderen zijn. We beschermen ze als het ware tegen de democratische waan van de dag, de privébelangen van onze politieke tegenstanders, die vroeger of later aan de macht zullen komen, maar ook, mochten wij aan de macht komen, van onze eigen machtszwakheden. We binden ons zoals Ulysses aan de mast vast.

De satelietwaarden zijn echter onderworpen aan een constant proces van ruil, onderhandelingen en de voorrang ervan wordt democratisch bepaald. Maar ik zou het electoraat geen toestemming geven om mij te vermoorden en mijn bezittingen onderling te verdelen, ongeacht het aantal mensen dat er voor stemt.

Overeenstemming is mogelijk
Natuurlijk bestaan er anomalieën. Sommigen zouden je willen executeren als je alcohol drinkt, dus als je een van de satelietwaarden schendt. De sport is dus om het aan iedereen duidelijk te maken dat we gedeelde kernwaarden hebben, waarover het met elkaar eens zijn en dat de cirkel van de mensen, die van die kernwaarden mogen genieten alle mensen in de wereld moet omhelzen. De sport is dus om te laten zien, dat je geen extreme straffen kan geven voor het schenden van satelietwaarden en dat de satelietwaarden onderhandelbaar zijn.

Wat gebeurt er dan als men dat niet wil inzien? Wint de waarderelativist alsnog? Nee. Want als Pietje denkt dat het zijn voorrecht is om mij te vermoorden maar dat ik geen recht heb om mijzelf te verdedigen, en mijn morele waarde is dat ik een recht op leven heb, volgt hieruit niet dat Pietje’s morele waarde gelijk is aan mijn morele waarde. Eerder behandelen we Pietje als een interessante kerel met een pistool; vette pech voor Pietje. We zeggen ook niet dat er geen verschil is tussen de oude Griekse overtuiging dat de Aarde plat was en onze huidige bolvormige satelietfoto’s. We hebben vandaag een betere wetenschappelijke kennis en we kunnen vandaag ook een betere kennis ontwikkelen over moraal.

Dus onze moraal is verbeterbaar en niet relatief.

De waarderelativist met negen levens
Ik wil de waarderelativist alsnog gedeeltelijk gelijk geven. Er bestaat een grote variatie in regels, zowel historisch als op wereldniveau. Een deel van deze regels kunnen we niet bekritiseren, we moeten gedeeltelijk waarderelativist zijn. Dat komt omdat we geen bewijs hebben dat ze levens verlengen of verkorten. Zolang het bewijs niet geleverd is, mogen alle individuen en groepen zelf de regels bepalen, die ze geschikt vinden.

Bovendien het verlengen van levens kan op meerdere manieren gerealiseerd worden, met een combinatie van verschillende regels. Bijvoorbeeld de wetgeving in Frankrijk verschilt met de Nederlandse wetten en toch leven de mensen ongeveer even lang.

Maar als we niks mogen/kunnen zeggen over sommige regels, volgt hieruit  niet dat we niks kunnen zeggen over alle regels. Neem als voorbeeld de orgaantransplantatiewetgeving in België. In België ben je automatisch donor tenzij je zelf een bezwaar indient. In Nederland is het andersom, je bent pas donor als je zelf aangeeft dat je donor wilt worden. Dit verschil maakt ook een aanzienlijk verschil in het aantal verlengde levens. In België zijn er veel meer organen beschikbaar en de wachtlijsten zijn veel korter.

Stel dat Pietje zegt dat de morele waarden in België beter zijn dan in Nederland en Jantje beantwoordt: ‘Nee hoor, in Nederland hebben we een heel andere cultuur, met heel andere waarden. Je kunt dus helemaal die twee culturen niet vergelijken en de waarden zijn gelijk.’ Wat ik zeg is dat Pietje een veel sterker argument heeft om de morele waarden in Nederland aan te passen, dan Jantje om ze onveranderd te houden. Het is omdat de morele regels in België in dit geval levens verlengen.

Tot slot
We kunnen dus een universele overeenstemming bereiken over de kernwaarden, want deze kernwaarden zijn historisch en geografisch constant. Deze kernwaarden zijn sterk gerelateerd aan het overlevingsinstinct, we hebben meer zekerheid over hun gevolgen voor mensenlevens. En wat betreft de satelietwaarden kunnen we iedereen in zijn waarde laten.

Geredigeerd door Pascale Esveld

Morele dilemma’s

Written by Mihai on . Posted in Filosofie

Je ontmoet een interessante kerel met een pistool. Hij zegt: ‘Bij de geboorte ben ik grenzeloos vrij. Geen enkele (morele) wet is voor mij bindend. De maatschappij heeft mij weliswaar gehersenspoeld om daarover anders te denken, maar op een bepaald moment heb ik me gerealiseerd dat er geen bindende regels bestaan. Heb je een laatste wens?’

Intermezzo
Voor de mensen die net binnenwippen, je kunt dit blogje beter begrijpen als je de volgende blogs eerst leest:

Rechtvaardigheid als levenselixer
Dwang is de enige vraag van de moraal
Waarom zou ik de wereld niet vernietigen?

Terug naar ons verhaal
Je ziet de interessante kerel zijn pistool laden en je hoort een verdovende knal. Je voelt een warme vloeistof uit je buik kolken en je realiseert je dat je een belangrijke punt in je leven hebt bereikt. Gelukkig ben je alleen maar gewond en je hebt nog voldoende kracht om de interessante kerel met jouw lasso, die je ook toevallig mee hebt, vast te binden terwijl hij zich voorbereidt voor het tweede schot.

Eenmaal in een hoekje liggend roept de interessanteling verontwaardigd en kwaad: ‘Laat me los! De vrijheid is belangrijker dan leven! Je hebt absoluut geen recht om mij met je touw te dwingen!’

Wat dan? De vrijheidsfundamentalist kan hier geen antwoord op geven. Hij moet de interessanteling zijn vrijheid gunnen. De empathiefundamentalist heeft daar ook geen antwoord op. Je moet immers empathie tonen en het vastgebonden wezen uit zijn leed verlossen. En je kunt van de interessanteling ook niet eisen dat hij empathisch is. Als we beiden empathie voor elkaar hebben, maar dat niet voldoende is, welke van onze overtuigingen moet dan voorrang krijgen? Als hij een vrijheidsfundamentalist is of gelooft dat geen enkel regel hem kan binden, kan je er weinig aan doen.

Geconfronteerd met de vraag waarom de interessanteling mij niet zou mogen doden, welke regel hem zou binden, beantwoordt enige blogger: ‘omdat elk leven onaantastbaar is.’ Maar is dat een verklaring? Heeft enige wetenschapper bewezen dat het leven heilig is? Stel je voor een krantenkop in het wetenschappelijke blad Nature: ‘Wetenschappers ontdekken nieuw elementaire eigenschap: heiligheid’. Heiligheid komt zo op de lijst van de elementaire eigenschappen, naast massa, kracht, spin, lading of whatever die tegenwoordig de meest fundamentele eigenschappen voor de natuurkundigen zijn. En heiligheid blijkt een eigenschap van het leven. Nee dus.

En als je vraagt waarom het leven onaantastbaar is, want het is niet evident dat het zo is, krijg je als antwoord: ‘In een democratie is dat WEL je uitgangspunt.’ Dus je krijgt nog steeds geen verklaring, maar een slogan met een paar hoofdletters. Nou uit het feit dat ergens een meerderheid beslist, volgt niet dat het leven onaantastbaar zou zijn. Dat is geen betere verklaring dan andere slogans, zoals ‘het staat in de Bijbel’.

We moeten niet vergeten dat het om dezelfde vrijheidsfundamentalisten ging, die eerst vrijheid heilig hebben verklaard. Nu blijkt het leven nog heiliger dan vrijheid en hun argument past zich gaandeweg aan, zonder enige consistentie en met wat ik een verschijningstruc noem: het uit je hoed toveren van een slogan of een wazig, niets verklarende principe, zoals ‘solidariteit’.

Nou roept een blogger af en toe dat ik fictie gebruik en dat er iets mis mee zou zijn. De werkelijkheid is echter precies zo. Onze vrijheden conflicteren soms met elkaar, zodanig dat we niet door dezelfde deur kunnen, zodanig dat we het ook niet aan de empathie over kunnen laten, noch aan de referenda. Een Amerikaan gelooft dat hij vrij is om Irak binnen te vallen en de stervende Irakees is er stellig van overtuigd dat hij vrij moet zijn van de Amerikaanse kogels. Welke van de twee vrijheden moet voorrang krijgen. Wie mag wie dwingen?

Dus waarom is het leven onaantastbaar? Op de voor de hand liggende verklaring komen de vrijheids en empathiefundamentalisten niet, want anders zouden ze moeten toegeven: we vinden het leven onaantastbaar omdat we terminaal bang zijn voor de dood. We zijn doodsbang om te sterven. De waarde van het leven is niet een eigenschap van het leven zelf.

Als goede darwinisten zouden we dat makkelijk kunnen snappen. Dieren die niet bang zijn voor de dood leven niet lang. Een leeuw die geen vuurangst heeft, zal snel een gebakken biefstuk worden. Een antilope zonder leeuwangst zal al gauw een rauw tartaatje worden. Dat geldt ook voor de mens: vooral de mensen die een voorgeprogrammeerd instinct hebben om leven waarde toe te kennen, zullen het leven waardevol vinden en de dood ontwijken. Het is dus een no brainer: je kunt niet in een oogopslag zien dat het leven een waarde heeft, het is niet evident, niet vanzelfsprekend. Je kunt die waarde ook niet anders afleiden. Het is een cirkelredenering: het leven is goed omdat we het goed vinden.

Als we zo weinig toegeven dat onze morele waarden afgeleid kunnen worden van ons overlevingsinstinct, tenminste de meest belangrijke, dan kunnen we morele dilemma’s oplossen. Ik mag de interessanteling zolang vasthouden totdat hij zich realiseert dat mijn leven belangrijker is dan zijn vrijheid. Ik ben daardoor vrij om hem zolang te dwingen totdat hij mij gelijk geeft; mijn vrijheid heeft voorrang op de zijne. Daarover beslist niet het electoraat, maar ik.

Inderdaad, ik weet nooit zeker of hij mij gelijk zal geven. Misschien zegt hij dat slechts zodat, eenmaal losgelaten, hij zijn loodlading op mij kan storten. Deze onzekerheid geeft mij extra vrijheid om hem nog meer op te leggen; een rechtssyteem dat hem op afstand kan houden. Een systeem dat hem van zijn vrijheid zal beroven als hij mij doodt.

Dit systeem zal slechts werken als we veronderstellen dat hij een overlevingsinstinct heeft en een biologische behoefte aan vrijheid.

Ik mag hem net zoveel dingen opleggen totdat ik er enige zekerheid heb dat mijn leven langer zou zijn dan zonder de dwang.

Nu wat anders
Een knappe kerel, met wapperende blonde haren en azuurblauwe ogen klopt op je deur. Hij vraagt beschaafd of je Anne Frank per ongeluk in je kelder hebt opgeborgen. Nou zit je alweer met de gebakken peren. Je denkt een morele plicht te hebben tegenover Anne, maar je mag ook niet liegen. Je moet empathie met beiden hebben, met haar leed maar ook met het leed van de knapperd, die met lege handen terug naar zijn Führer gaat. Je moet ook empatisch zijn met de Führer, want jouw verdwijntruc van Anne zal hem weer doen pijnlijden. Je dwarsboomt immers zijn vervulling en zelfontplooiing.

De gulden regel helpt je ook niet verder. Je kunt Anne niet aandoen wat je niet aangedaan wilt krijgen, maar je kant ook de knapperd niet teleurstellen. Immers als jij de EisernesKreuzdrager zou zijn, zou je ook niet willen dat iemand je voorliegt. Je kunt nu je theologische gaven uit je trucendoos halen en het leven heilig verklaren. Je kunt ook in hoofdletters schrijven dat leven onaantastbaar is in een democratie, maar de knapperd zal je herinneren dat er geen democratie is.

De empathiefundamentalist heeft op dat moment geen antwoord en produceert een nieuwe slogan: ‘je moet een leugentje om bestwil’ gebruiken. Maar dat is ook geen verklaring. Waarom zou ik de nazi en niet Anne een leugentje om bestwil vertellen? Bestwil vertelt ons niet van tevoren wat we moeten kiezen. Je kunt ook roepen dat de blonderds ‘the bad guys’ waren, maar dat is wat je geschiedenisdocenten je in je kop hebben gestampt. Als Hitler had gewonnen en het Nederlandse volk als Arischsuperieur verklaard, dan zouden de nazi’s vandaag ‘The Good Guys’ zijn. Is alles dus relatief en kunnen we dit niet oplossen?

Wat nu, kan niemand echt van buiten zeggen wat goed is en wat slecht?

Je kunt ook een eenvoudige principe op nahouden: wat levens verlengt is rechtvaardig, wat levens verkort is onrechtvaardig. Je hoeft de situatie slechts daaraan te toetsen. Jouw leugen zal Anne’s leven tienmalig verlengen en de voor de blonderd verloren carrièrekansen zullen zijn leven verwaarloosbaar beïnvloeden.

Alweer die moslims
Dezelfde intuïtie zou kalief Omar ibn al-Chattab hebben gehad, die ‘tijdens een jaar van hongersnood de straf op diefstal opschortte voor diegenen die stalen om te kunnen overleven, omdat niet voldaan was aan de voorwaarde dat de gemeenschap zorg moest dragen voor voldoende levensonderhoud voor iedereen.’ (bedankt Joke Mizée voor het voorbeeld). Wat zou de kalief hebben gedacht? Dat weten we niet, maar zoiets zou acceptabel zijn: ‘Vette pech voor Allah en zijn theoretische wetgeving, die niet van tevoren alle mogelijke situaties kan voorspelen, want ik vind dat het doel van morele regels is om levens te verlengen. Zeker het verbod op diefstal, want als er veel mensen veel stelen, zullen sommigen veel korter leven. Maar nu zijn we in een situatie beland dat we de morele regel moeten toetsen aan de dodelijke gevolgen, dus opschorten die handel! En als Allah het er niet mee eens is, dan is dat zijn probleem. Ik ben vrij om zelfs Allah mijn principe op te leggen.’ Dat is pas lef.

Tot slot
We weten nu in welke richting we moeten zoeken na de vragen van eerder: Waarom zou ik de wereld niet vernietigen? Welke regel zou mij, of de interessante kerel met een pistool kunnen binden? Als ik vrij ben is iedereen vrij. Dus iedereen kan mij vermoorden. Dat betekent dat de binding ontstaat als ik bang ben voor de dood en mijn levensdrang aan anderen ook wil dwingen. De dwang dat ik aan anderen opleg is dezelfde dwang die de anderen aan mij kunnen opleggen en die ik niet kan afslaan als niet bindend. Dus de binding ontstaat uit mijn overlevingsinstinct.

De (morele) wetten zijn slechts bindend als ze levens verlengen en als ze mijn leven niet aanzienlijk verkorten. Geen enkele wetgever kan mij dicteren te sterven.

Geredigeerd door Pascale Esveld


Waarom zou ik de wereld niet vernietigen?

Written by Mihai on . Posted in Geen categorie

Bij de geboorte ben ik onbegrensd vrij. Mocht ik dat willen ben ik bijvoorbeeld vrij om de hele wereld op te blazen. Dat was de eerste premisse van mijn argument. Dus hier zijn we aanbeland.

Voor de herhaling, we zijn op een zoektocht naar rechtvaardigheid. De stelling die nog bewezen dient te worden is dat de rechtvaardigheid gerelateerd is aan ons overlevingsinstinct. Toestanden, gedragsregels en gedrag zijn rechtvaardig als ze levens verlengen en bepaalde biologische behoeftes garanderen, zoals (fysieke) vrijheid.

Gisteren heb ik gesuggereerd dat vrijheid ook een onderdeel is van het overlevingsinstinct. En ik heb beweerd dat de enige vraag van de moraal is wanneer iemand vrij is om een andere personen tot iets te dwingen.

Ik beweerde gisteren dat iedereen is vrij om alles te doen wat hij zelf wil, met zichzelf en andere instemmende volwassen mensen en dieren, zolang de daad geen gerechtvaardigde belangen van derden schendt. Dat was een onbewezen stelling en vandaag wil ik aantonen dat de eerste helft waar is. We zijn bij voorbaat vrij.

Blogger Iris Kijkt beweerde gisteren het volgende: ‘VRIJHEID IS DE ENIGE VRAAG VAN DE MORAAL.’ De hoofdletters zijn door Iris Kijkt zelf gebruikt, want als je hoofdletters gebruikt, is je argument overtuigender. Je hoeft daar geen bewijs voor te brengen. Ik zal vandaag deze stelling weerleggen.

Het argument gaat als volgt:

Bij de geboorte ben ik onbegrensd vrij. Ik heb een ongebreidelde vrijheid. Er is geen enkele wet, die mij tot iets kan binden. Noch is er enige moraal dat mij iets kan gebieden.

Daardoor is Iris Kijkt weerlegd, want de vrijheid is de default, de standaard toestand. Vrijheid is geen kwestie van moraal. Daarbij is ook blogger Zelf Reflectie weerlegd in zijn stelling dat ‘[d]e vrijheid verondersteld al de ethiek, immers die moet "gerechtvaardigde" belangen dienen.’ De vrijheid bij mijn geboorte veronderstelt geen moraal, ik ben net zo vrij als alle andere dieren, zoals bomen, keien, en de natuurkundige quarks.

Het is weliswaar waar dat de natuurwetten mij op allerlei manieren beperkten of determineren. Het is ook waar dat ik bij mijn geboorte niet zoveel weet van mijn vrijheid, en fysiek kan ik mijn vrijheid slechts in mijn luier tentoonspreiden. Maar deze beperkingen zijn niet van ethische aard, noch van juridische. Wetten en ethiek kunnen mij niets gebieden of verbieden.

Nou weet ik dat de maatschappij graag misbruik maakt van mijn kwetsbare babypositie. Mijn moeder begint mij meteen te conditioneren als een Pavloviaanse hond. Als ik doe wat zij moreel vindt, krijg ik die onweerstaanbare, goedkeurende, liefdevolle glimlach. Dan weet ik dat ik goed zit. En dat heb ik ook nodig, want ik ben immers vastgebonden aan haar tiet. Zij wikt en schikt over mijn lot.

Ik hou mijn moeder ook in de gaten voor haar fronsen. Zodra ik iets immoreels doe en ik zie dat afkeurende gezicht weet ik het al: de grote, smeuïge chocolademousse van vanavond kan ik vergeten.

Hetzelfde doet mijn vader. Mijn vrienden straffen me of me voor liegen, stelen en alle andere interessante activiteiten. Leraren gaan nog een stukje verder, zij vertellen mij dat alles wat zij zeggen bij voorbaat waar is. Dus ik mag verder als een hondje geconditioneerd worden om te doen wat de maatschappij mij wil opleggen. En ze zetten me soms ook op de zweterige schoot van een predikant, om de hersenspoeling volmaakt te polijsten.

Als al deze dingen onvoldoende blijken, word ik gegooid in de kooi van dame Justitia, die met haar stok blindelings om haar heen slaat. Haar rechtvaardige belofte is om iedereen even hard aan te raken.

En zo gaat het voor een lange tijd door. Op het moment dat ik de leeftijd heb bereikt om zelfstandig te kunnen denken, is hun werk voltooid en ik kan niet meer zelfstandig denken. Bij die tijd is alles diepgebeiteld in mijn brein, al die empathies, solidariteiten, gijzultnietdodens. Ik mag niet eens geilen op de voluptueuze vrouw van de buurman, want zodra ik dat doe, switcht de pavloviaanse lamp automatisch in mijn hoofd aan en ik voel me zo ontzetten schuldig, ik leef voortdurend met de onzichtbare dreiging van het afwezige toetje, broekriem van mijn vader, opsluiting van die blinde mevrouw en God’s wraak. Doei vrijheid.

Als klap op de vuurpeil vertellen ze me ‘Nu ben je volwassen, je kan zelfstandig denken, je bent verantwoordelijk voor je daden, je bent vrij om precies zo te doen en te handelen zoals we het voor jou hebben bedacht. Snap je?’ En ik trap daarin, in extase van mijn dode mus.

Of niet soms. Want ik kan ook daadwerkelijk zelfstandig gaan denken. Per ongeluk. Het kan gebeuren dat ik me realiseer dat al die wetten en geboden geen enkele bindkracht hebben. Stel dat ik op mijn 18e roep: ‘Dag met jullie wetten. Zij hebben geen enkele bindende kracht. Ik heb geen enkele plicht om me daaraan te schikken.’ Precies zoals Mohamed B riep, in de trant: ‘Ik erken jullie rechtbank niet’. Wat dan? Wie mag wie dwingen?

Ja, achter meneer de rechter staan al die tanks, geharnaste arrestatieploegen, wittejassen met dwangbuizen, elektroshocks en wilbrekende pillen. Maar is dat rechtvaardigheid, het recht van de sterkste? Mag de rechter mijn dwingen slechts omdat hij mij kan dwingen? Of is het soms de dictatuur van de meute?

Inderdaad. Zodra ik echt zelfstandig kan denken, realiseer ik me dat ik volstrekt vrij ben. Mocht ik dat willen, bijvoorbeeld voor de lol, ben ik absoluut vrij om de sluwe wegen van de politiek te bewandelen, mijn best te doen om sluwer te zijn dan de sluwste en leider te worden van een kernmacht. Eenmaal daar beland, kan ik de knoppen van de kernkoppen toetsen en de hele wereld vernietigen.

De vraag is niet of het lukt, maar de vraag is waarom ik het niet zou doen? Welke bindende regel zou mij weerhouden elke levende cel tot as om te toveren? Die regel is zeker niet de empathie of de gulden regel.

Geredigeerd door Pascale Esveld


Dwang is de enige vraag van de moraal

Written by Mihai on . Posted in Filosofie, Politiek

In de introductie van mijn reeks blogs over rechtvaardigheid heb ik de problemen en de beweegredenen genoemd om over rechtvaardigheid te schrijven, de stelling en het vaartplan. De stelling van de reeks is “Rechtvaardigheid is gerelateerd aan ons overlevinginstinct en basis biologische behoeftes, zoals fysieke vrijheid. Toestanden, gedrag, morele en andere gedragsregels die onze levens verlengen en de basisbehoeftes garanderen zien we als rechtvaardig.”

In dit stuk wil ik eerst een paar stellingen verduidelijken, want na de introductie begon men meteen te roepen dat ik de dictatuur wil invoeren (eigenlijk een goed plan), als gevolg van mijn stelling dat de enige vraag van de moraal/ethiek is wanneer je iemand tot iets kan dwingen. Ik zal ook zeggen wat ik onder “dwang” versta.

Dwang

Iedereen is vrij om alles te doen wat hij zelf wil, met zichzelf en andere instemmende volwassen mensen en dieren, zolang de daad geen gerechtvaardigde belangen van derden schendt. Als gevolg daarvan moet ethiek slechts één enkele vraag beantwoorden: Wanneer mag ik een ander tot iets dwingen? Wanneer mag ik iets opleggen? Wanneer mag ik geweld gebruiken? En als gevolg daarvan, wanneer is dwang op mij zodanig dat ik NIET gerechtvaardigd ben om me te verzetten, om de dwang te proberen te ontwijken? Stel je bijvoorbeeld voor dat de staat mij dwingt om mee te doen met de Jodenvervolging, ben ik vrij om deze dwang te proberen te ontwijken of me te verzetten? Ben ik vrij om de dwang te ontwijken als de staat mij dwingt om belasting te betalen?

Dus de enige vraag van de moraal is wanneer is iemand vrij om dwang te gebruiken.

Voor de duidelijkheid, ik gebruik het woord moraal als synoniem voor ethiek.

Maar wat is dwang? Dwang komt voor in verschillende soorten, maten en geregistreerde merken.

De meest basale dwang is fysieke dwang; ik pak je hand vast, duw ze om een pistool en ik druk je vinger om de trekker. Fysieke dwang is ook als ik je ergens opsluit. Dwang is ook als ik je dreig met allerlei gevolgen als je niet doet of laat wat ik je beveel.

Dwang is ook maatschappelijke druk. De maatschappij kan jou vermoorden door je simpelweg te negeren. Als niemand contacten met je wil hebben, niemand ruilt met je, niemand helpt je in nood, zal je leven niet lang duren.

Behalve een totale ontkenning van je bestaan, kan de maatschappij je dwingen op een zachtere manier. Populaire mensen, die de goedkeuring krijgen van de gangbare morele normen, worden geholpen, krijgen betere beloningen, hebben een grotere kans om het meisje met de aerodynamische lijnen te neuken. Mensen die voortdurend tegen de wil van de groep handelen, tegen de heersende normen, raken gemarginaliseerd. Als de populaire mens ziek is, staat iedereen klaar om hem te verzorgen. Als de impopulaire ziek is, zal de hulp aanzienlijk minder zijn. Dat kan het verschil tussen leven en dood zijn en een verschil in levenslengte.

Beloning is ook een vorm van dwang. Je bent niet meer vrij om alle pro’s en contra’s van een handeling te overwegen, maar je wordt persoonlijk uitgelokt om iets te doen. Beloning kan onweerstaanbaar zijn als je kwetsbaar bent. Neem een paar negers uit het getto, beloof ze een universitaire opleiding en ze zullen alle oorlogen voor je bevechten. Dat is dwang.

Anderen, zoals blogger Zelf Reflectie, zullen alles doen voor een klein beetje liefde, respect, empathie. Dus verzamel voldoende liefde en hou de hondenlijn gereed.

De dwang is dus gradueel, van zachte dwang zoals belonen tot fysieke dwang.

Oké, dit is een beetje flauw, om beloning dwang te noemen en sommigen zullen betwijfelen of ook beloning een dwangvorm is. Dus voor de rest van mijn argument moet je veronderstellen dat ik verschillende dwangvormen begrijp, van maatschappelijke druk, tot het meest keiharde die er bestaat. Ik sluit slechts marteling uit.

Vrijheidsextremisme?

Sommigen beschouwen vrijheid als het ultieme doel. En sommige bloggers laten zich ook uitlokken om vrijheid boven het leven te zetten. Ik heb een dergelijke blogger daardoor het volgende gedachte-experiment gegeven: ‘Iemand dwingt je het volgende te doen, om een schakelaar links of rechts te draaien. Als je niets doet, blaast de hele aarde op, dus al het leven verdwijnt, inclusief jij. Als je de schakelaar naar links draait vermoord je Pietje. Als je de schakelaar naar rechts draait, blijft Pietje in leven maar wordt Jantje in slavernij gedreven voor de rest van zijn leven. Wat ga je doen?’ Als de vrijheid belangrijker is dan leven, dan zou deze keuze makkelijke zijn: vette pech voor Pietje, hij moet ontruimd worden, opdat Jantje lekker rond kan huppelen. Maar onze vrijheidsblogger koos uiteindelijk voor het opblazen van de hele wereld, vernietiging van al het leven. Bedankt hoor.

Van Dale kan zo een nieuw woord noteren: vrijheidsfundamentalisme. Respect voor onze blogger want hij verkeert in de goede compagnonschap van de gerespecteerde filosoof Robert Nozick.

Ik zou eerder zeggen dat vrijheid niet een doel op zichzelf is, maar slechts een middel tot een doel; vrijheid helpt ons langer te overleven.

Als we darwinistisch denken zit hier een logica in. Stel je voor dat er twee soorten gedrag ontstaan, als gevolg van toevallige genetische mutaties. Twee dieren vallen in een kuil. Een dier heeft een neiging op zijn kont te zitten en niks te doen. Een ander dier raakt in een soort paniek, heeft een drang om zich te bevrijden, door heen en weer te lopen, op zoek naar een ontsnapping, om allerlei dingen te proberen. Dit dier lijdt in gevangenschap. Denk bijvoorbeeld aan de dolfijnen die verdoofd dienen te worden in dolfinaria, want anders kunnen ze de streshormonen niet overleven. Ik zou zeggen dat dit laatste dier een grotere kans van overleven heeft dan het eerste dier. En dit dier zal waarschijnlijk ook zijn (vrijheids)genen doorgeven aan de kinderen.

Hetzelfde zou bij de mens ook gaan. Welke waarde zou de vrijheid anders hebben? Is een kei op een open veld waardevoller dan een kei in een doos? Als je in de gevangenis zit, zal je het meisje met de aerodynamische contouren nooit ontmoeten, dus ook geen nakomelingen hebben. In gevangenis kan je ook niet zelf bepalen of je eten krijgt en wat voor soort eten, gezond of slecht eten, dat je leven korter maakt. Of je (voldoende) medische zorg krijgt is ook afhankelijk van een ander. Je overleving is volstrekt afhankelijk van de willekeur van een cipier, die ook nog vijandig kan staan tegenover je persoon.

Het is niet rationeel om de lengte van ons leven te laten afhangen van anderen, vooral als deze anderen andere belangen hebben, soms tegenovergestelde belangen. Daarom willen we niet gevangen zijn van anderen, afhankelijk. Daarom willen we niet dat anderen alles voor ons beslissen, dat ons woord en argumenten verboden worden.

Hetzelfde geldt voor politieke vrijheid. Toen we in opstand zijn gekomen tegen de dictator Ceausescu, ging het ons niet om de vrijheid om te stemmen op wie we wilden stemmen, of te roepen wat we wilden roepen. Want roepen is ook goedkoop. Het ging ons om de vrijheid om coca-cola te drinken en Levi’s te dragen, vrijheid in de hoop op een beter materieel leven, voedselzekerheid.

Het verschrikkelijke van de dictatuur is dat een andere alles voor je bepaalt. Als hij beslist dat het hele land morgen in een ravijn springt, dan is dat de wet. Als hij de economie laat instorten, dan moet jij je schikken. Het gaat dus om overleven, niet om vrijheid.

Als we nog steeds Darwinistisch denken, voor bewegende dieren, moet er voorgeprogrammeerd gedrag bestaan, om zich regelmatig te verplaatsen. Dieren, die als gevolg van willekeurige genetische mutaties, geen neiging hebben om zich te bewegen, zullen minder eten vinden. Er moet dus een neiging bestaan om ons te bewegen, om de omgeving te verkennen, om vlucht-, aanval- en jaagroutes te leren, om te weten of er geen voedsel ergens anders te vinden is, een andere schuilplaats voor het geval dan onze hut door de wind wordt meegenomen.

Als ik zeg dat overleven belangrijker is dan vrijheid, roepen sommigen met een toon van superioriteit dat ik de Nederlandse cultuur niet begrijp. Het gaat de Nederlanders om de politieke vrijheid als opperwaarde.

Soms noemen ze een soort Maslowiaanse piramide en beschouwen ze zich als staand op de bovenste trede. Zij, De Nederlanders, doen alles voor vervulling en zelfontplooiing. Dáár hebben ze de vrijheid en de rechtvaardigheid voor nodig! Zij hebben geen beestachtige instincten als negers en allochtonen.

Desondanks zie ik de Nederlanders niet voor principes stemmen, maar op de partijen die volle portemonnees beloven. En de regerende partijen weten dat ze weinig kansen maken als het slecht gaat met de economie in de periode voor de verkiezingen. Ik zou zeggen dat geld is voedsel, onderdak, gezondheidszorg en dingen gerelateerd aan het overlevingsinstinct in de eerste instantie. Ja, het geld gebruiken ze niet om te lezen, vijf studies af te maken, wonderbaarlijke wetenschappelijke ontdekkingen of uitvindingen in hun eentje te produceren. Dat geld gebruiken ze voor bergen chips en de nieuwste LED-tv. En deze hebben ook iets met het overlevingsinstinct te maken.

Dezelfde vrijheidsfundamentalisten kunnen mij niet uitleggen waarom wij rijken meer belasting dwingen te betalen dan armen. Ten eerste willen sommige rijken helemaal geen belasting betalen. Als zij op een snelweg willen rijden, dan willen ze dat de snelweg privébezit is, dat zij tol betalen en dat er aparte rijbanen zijn, speciaal voor de rijken. Filevrij. Of waarom betaalt niet iedereen hetzelfde bedrag aan belasting, bijvoorbeeld 30.000 euro? Of waarom niet hetzelfde percentage? Waarom zouden de rijken een hogere percentage belasting betalen? Is dat geen dwang? Op zulke vragen antwoorden ze: “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.” Maar dat is niet een verklaring, is niet een antwoord op de vraag “waarom,” maar het is slechts een linkse propagandaslogan. Het is Alah’s wil.

Betrapt op manipulatiepropaganda beroepen deze vrijheidsfreaks zich op een nog  paradoxalere verklaring: “solidariteit.” Nou solidariteit is ook geen verklaring, noch een rechtvaardiging om belasting, veel meer belasting, aan de rijken op te leggen. Je kunt de rijken niet dwingen om zich solidair te voelen en de uitkering van luie negers uit liefde te betalen.

Dus terwijl men mij voor Hitler en Stalin uitmaakt omdat ik het woord “dwang” in de mond neem, gebruiken ze andere eufemismen, zoals “solidariteit,” om dwang onder het tapijt te schuiven.

Tot slot.

We hebben gezien dat de dwang de enige vraag van de ethiek (of moraal) is. Wanneer ben ik vrij om anderen iets op te leggen en wanneer heb ik geen rechtvaardiging om hun dwang op mij te ontwijken? Daarna zien we dat de vrijheid een onderdeel is van het overlevingsinstinct. We hebben vrijheidsdwang, fysiek en politiek, in de veronderstelling dat we daardoor langer en comfortabeler zullen leven.


Geredigeerd door Pascale Esveld

Rechtvaardigheid als levenselixer

Written by Mihai on . Posted in Uncategorized

‘s Werelds meest gerespecteerde charlatan – Aristoteles – zegt dat we, desgevraagd, geen definitie van rechtvaardigheid kunnen geven, maar geen enkele moeite hebben om onrechtvaardigheid te herkennen. Hier op het blog, zien we dat men tot dezelfde conclusie komt, na mijn uitnodiging om rechtvaardigheid te definiëren. Bijvoorbeeld Elsje Dijkstra: “Het lukte mij ook niet om een lezenswaardig stukje te schrijven.” Desondanks haar onvermogen om rechtvaardigheid te definiëren, schrijft Elsje regelmatig blogs over onrechtvaardige toestanden.

Anderen doen ook hun best om de definitie te geven, maar ze komen niet veel verder dan het vervangen van het woord “rechtvaardigheid” met andere woorden, die min of meer synoniem zijn, of tenminste even wazig en ongrijpbaar, zoals “billijkheid”, “gelijkwaardigheid”, “liefde”, “empathie”.

Nog steeds hier op het blog heb ik herhaaldelijk het volgende gezegd over de liberale vrijheid: “Iedereen is vrij om alles te doen wat hij zelf wil, met zichzelf en andere instemmende volwassen mensen en dieren, zolang de daad geen gerechtvaardigde belangen van derden schendt.” Ik dacht dat na honderd keer herhaling van deze mantra, iemand mij ooit zou uitdagen en roepen: “Tja, maar wat is een gerechtvaardigd belang? Wat is het verschil met een gewoon belang? Wanneer is een belang gerechtvaardigd en wanneer niet?” Je kunt dus hier op het blog oneindig wazig zijn en niemand heeft dat in de gaten. Ik zal  hiermee duidelijk maken wanneer een belang gerechtvaardigd is en wat het woord “gerechtvaardigd” betekent; voor het geval dat iemand mij ooit, voor mijn mantra ter verantwoording roept.

Voor sommigen gaat het anders in de relaties tussen landen, dan tussen individuen. Als je vraagt “waarom heeft land X iets gedaan” antwoordt men “het was in het landsbelang om X te doen”. En het feit dat het in het landsbelang is, is voldoende. Blijkbaar kan men nu het volgende gedeelte weglaten: “zolang de daad geen gerechtvaardigde belangen van derden schendt”. Dit argument komt hier op het blog voor, bij de politici, maar ook veel bij gerespecteerde juristen in internationaal recht, in gerespecteerde juristenbladen. Als ik diamanten nodig heb, mag ik geen oude lieve dame haar halsband onverwacht, van haar tere hals rukken, vanaf mijn razende brommer, maar ik mag wel Antwerpen platbombarderen en mijn zakken in de Diamantbuurt vullen. Nou ja, dat gaat voor sommigen ook te ver, maar als ik Antwerpen vervang met Zwartenegersland in Afrika, dan is mijn daad plotseling niet alleen koosjer maar ook halal.

Ik wil dus deze drie problemen oplossen, een definitie van rechtvaardigheid geven, uitleggen waarom je in de meeste gevallen de gerechtvaardigde belangen van derden niet kan schenden, en beweren dat we de internationale relaties aan dezelfde voorwaarden moeten toetsen als de relatie tussen individuen.

Als ik een definitie van rechtvaardigheid kan geven, waarin iedereen zich kan vinden, kan ik de rechtvaardigheid ook als premisse gebruiken om aan te tonen dat we op het internationaal niveau individuen de mogelijkheid moeten geven om andere individuen, organisaties en landen bij rechtbanken aan te klagen en eisen dat de aangeklaagde iets doet of laat, een schade herstelt, eventueel een straf krijgt. Bijvoorbeeld als een Irakees vrouwtje dacht dat de Amerikaanse invasie in 2001 een schending was van internationaal recht, van haar gerechtvaardigde belangen, dan zou dat vrouwtje naar een rechter moeten kunnen stappen en eisen dat de Amerikaanse bommenwerpers en raketten aan de handrem trekken en terug naar huis vliegen. En als de rechtbank beslist dat ons vrouwtje gelijk heeft, dan moet Amerika ook doen wat de vonnis gebiedt.

Dat is de stelling van mijn master scriptie, dat individuen iedereen in de wereld moeten kunnen aanklagen, want op dit moment is dat niet echt mogelijk.

De bedoeling is om een naturalistische definitie van rechtvaardigheid te produceren, en desondanks voor alle mensen acceptabel te maken, ook voor minder naturalistische mensen, acceptabel voor rijk en arm, blank en zwart, gelovigen, agnostici, atheïsten. En voor Ruud.

Wat bedoel ik met naturalistisch? Het moet berusten op wetenschappelijk controleerbare feiten over de fysieke eigenschappen van de mens en sommige van zijn psychologische trekjes, die wetenschappelijk aantoonbaar zijn. Zoals wat? Ik zal het argument stoelen op het overlevingsinstinct en bepaalde fundamentele behoeftes die we hebben, zoals de behoefte aan (fysieke) vrijheid.

De stelling van mijn reeks blogs zal daardoor zijn: Rechtvaardigheid heeft iets te maken met ons overlevingsinstinct. Toestanden in de wereld en gedrag, die levens (van mensen) verlengen, beschouwen we als rechtvaardig. Wat levens verkort is onrechtvaardig. Dus zo simpel.

De bedoeling is wazigheid te schuwen, om de zwakste filosofische argumenten, zoals “onze intuïtie zegt dat…”,  voor zover mogelijk te vermijden. Maar ook girly argumenten, zoals empathie, compassie, medelijden, naastenliefde en alles wat te maken heeft met deugden. Het is vooral omdat je dit soort dingen niet van anderen kunt eisen. Je kunt niemand dwingen om van een andere te houden.

En waarom moeten kunnen dwingen? Omdat ethiek slechts één vraag moet beantwoorden: wanneer mag ik een ander tot iets dwingen? Als deze vraag is beantwoord, mag de andere zelf weten wat hij doet. En als het iets is wat je mag opleggen, dan is het iets waarop je recht hebt. De houding in de discussie over “De Internationale Rechtbank” is dus niet van smeken of onderhandelen, maar van een eis stellen.

Mijn definitie van rechtvaardigheid zal dus afdwingbaar moeten zijn. Ik mag deze rechtvaardigheid aan anderen opleggen. Ik ben niet verplicht om rekening te houden met hun wensen, voorkeuren, overtuigingen. Als ik een knop zou hebben, die de wereld om zou toveren in een wereld rechtvaardige eigenschappen, zou ik die knop kunnen indrukken en de wereld omtoveren, ondanks alle mogelijke protesten. Dus de rechtbank voor individuen kan opgelegd worden aan de weigeraars, aan diegenen die zich niet door een rechtbank willen laten beperken of tot iets dwingen, bestraft worden.

Het aanvalsplan is als volgt, dus je kunt de volgende blogs verwachten:

Premisse 1:
Bij de geboorte ben ik absoluut vrij om te doen wat ik wil doen, zelfs de rest van de mensheid uitroeien, mocht ik dat willen.

Premisse 2:
Moraal/ethiek berust op het overlevingsinstinct. Moraal die niet gerelateerd is aan het overlevingsinstinct is irrelevant en kan desnoods afgeschaft worden. Het kan in ieder geval niet aan anderen opgelegd worden.

Conclusie:
Vrije en rationele personen zouden een contract met elkaar afsluiten over hoe de wereld eruit zou moeten zien, over wat je anderen mag dwingen te doen of te laten. De wereld moet zodanig eruit zien, dat de levens van iedereen verlengd worden in vergelijking met een natuurtoestand, waar alle overlevingsmiddelen gelijk verdeeld zijn tussen deelnemers. De gedragsregels voor onderlinge omgang dienen de levens te verlengen. De regels die levens verlengen zijn rechtvaardig, en de regels die levens verkorten zijn onrechtvaardig. Hetzelfde geldt voor hoe de wereld fysiek bestaat. Een omgeving, die je in staat stelt om langer te leven is rechtvaardig. Een omgeving die je leven korter maakt is onrechtvaardig. Hetzelfde geldt voor de bovengenoemde basisbehoeften, zoals (fysieke) vrijheid.

Gevolgen
Het concept van rechtvaardigheid als alles wat levens verlengt, helpt ons morele dilemma’s op te lossen, waar verschillende morele waarden met elkaar in conflict komen.

Uit de conclusie kunnen we zien dat de grenzen van de democratie, of wat de meerderheid kan beslissen, getrokken mogen worden aan de hand van de vraag of de beslissingen levens verlengen of verkorten.

We kunnen onze onderlinge conflicten op de beste manier oplossen door neutrale derden, rechters, te laten beslissen. Zijn de regels die we hebben, ons gedrag, en de toestand in de wereld rechtvaardig of niet? Het bestaan van rechtbanken en het volgen van de vonnissen kan je met dwang aan anderen opleggen.


Geredigeerd door Pascale Esveld