Over honden en pointers

Door Mihai. CAT: Filosofie

1. Fido geeft antwoord


“Betekenis is een pavloviaanse reactie op geluiden uit de omgeving.”– antwoordde Fido op mijn vraag wat betekenis was. Fido de hond, die mijn laatste redding is als ik geen antwoorden op bepaalde vragen heb, reageert altijd met korte definities en ik moet altijd nieuwe vragen stellen om meer uit hem te krijgen. Hij heeft me leren typen en object georiënteerd programmeren. Hij vindt Pavlov en vooral zijn hond heel gaaf voor de wetenschap. Nu blijkt dat ie ook verstand van betekenis heeft. Hieronder een samenvatting van zijn uiteenzetting:


In de filosofie – begon Fido – heeft men zich afgevraagd hoe het kwam dat woorden en zinnen betekenis hadden, wat betekenis überhaupt is. De antwoorden die men bedacht zijn allemaal onbevredigend omdat de vraag niet goed is gesteld. De vraag veronderstelt namelijk dat betekenis op zich bestaat, wat niet het geval is. Waarschijnlijk door intensief en herhaaldelijk gebruik van het woord “betekenis”, is de gewoonte ontstaan om het te gebruiken alsof er een betekenis in het woord, in de zin, in de wereld of ergens in het hoofd van de spreker zou bestaan. Deze aanname van het bestaan van betekenis leidt tot verkeerde wegen. Hierdoor is Hilary Putnam in zijn artikel “The Meaning of ‘Meaning’” bijvoorbeeld ontspoord. ‘Betekenis’ is echter niets anders dan een verzamelnaam voor mogelijk menselijk gedrag als gevolg van het horen van woorden, of van ontstane gedachten in ons hoofd. Betekenis is een soort toegang tot gedrag of toegang tot meer opgeslagen kennis. Betekenis is een pointer.

1.1. Het versnelde vijfjarenplan

Voordat ik de pointers nader verklaar, wil ik eerst iets over Putnam’s positie over betekenis vertellen. Ik wil stellen dat Putnam op een niet bestaand probleem reageert. Het probleem is het gevolg van de manier waarop we met het woord “betekenis” omgaan, als gevolg van de manier waarop onze geest functioneert. Pas daarna zal ik een betere definitie en beschrijving van een pointer geven en waarom we de pointers voor betekenis aannemen. Vervolgens wil ik beweren dat ook het begrip “extensie” nergens op slaat. (Grote plannen voor een hond – dacht ik)

2. De versnelde saga van de betekenis

Putnam reageert op een lang bestaande misvatting in de filosofie, maar legt niet goed de vinger op de zere plek. Tot in de tijd van Putnam (en voor sommigen tot vandaag) veronderstelde men het volgende over betekenis: Men had een idee in de geest, een concept, “naam” of woord met een betekenis. Met “geest” bedoel ik een huis, tuin en keuken denken, het Engelse “mind”, een begrip dat voor onze verhandeling geen verdere detaillering nodig heeft. De Duitse filosoof Gottlob Frege heeft betekenis op een autoritaire manier uitgelegd. Een term (dus een woord) heeft volgens Frege een Sinn en een Bedeutung.

De term Sinn is meestal in het Nederlands vertaald met ’betekenis’, ’betekenisinhoud’ of de in de taalfilosofie gebruikte term ’intensie’. Met intensie duiden we de collectieve attributen, kwaliteiten of kenmerken van een begrip aan. Bijvoorbeeld een hond is een levend ding, met een vacht, dat blaft etc.

Bedeutung is de extensie van een begrip. De extensie duidt de verzameling van objecten aan, die onder een bepaald begrip vallen. Alle mogelijke honden zijn dus lid van deze extensie.

Zowel in de filosofie als in de volksmond veronderstelde men tot Putnam dat de intensie (de betekenis) de extensie van het woord bepaalde. Bijvoorbeeld de naam “hond” is waar van een bepaald ding zolang het ding binnen het geestesconcept valt. Betekenis kan daardoor door een individu in zijn eentje gesnapt worden, het bevindt zich als het ware in het hoofd.

Putnam brengt tegen deze opvatting in, dat kennis van betekenis mogelijk is voor een individu in isolatie. Hij wil aantonen dat kennis van de betekenis interacties veronderstelt met de wereld als interacties met andere taalgebruikers.

Putnam onderbouwt zijn argument met behulp van een gedachte-experiment. Stel je voor – zegt hij – dat er een tweelingaarde zou bestaan. Deze tweelingaarde is precies, molecule voor molecule, identiek aan onze aarde. Sterker nog, daar loopt een hond met de naam Fido rond, die identiek aan mij is. Het enige verschil op de tweelingaarde is dat wat zij daar “water” noemen niet de chemische samenstelling H2O heeft, maar een denkbeeldige ingewikkelde formule, aangeduid met XYZ. Voor de gewone zintuigen is die stof niet te onderscheiden van het water op de aarde. Het is nat, doorzichtig en dorstlessend. Welnu, als de tweeling-Fido dorst heeft en aan water denkt, dan is zijn psychologische toestand identiek aan mijn psychologische toestand hier op aarde. De extensie van het woord “water” is daarentegen verschillend op de aarde van de extensie op de tweelingaarde, want H2O is immers iets anders dan XYZ. Het kan dus niet zo zijn dat de psychologische toestand de extensie bepaalt. Er moet dus ook iets in de fysieke omgeving van de spreker zijn, dat de betekenis (en de extensie) bepaalt – concludeert Putnam. Deze betekenis is tegelijkertijd ook afhankelijk van experts, de chemici die op aarde weten hoe water in elkaar zit en op de tweelingaarde hoe het met XYZ zit.

3. Pointers

Ik wil nu beweren dat de manier waarop we het woord “betekenis” gebruiken ons op het verkeerde been zet op het moment dat we willen weten wat betekenis precies is. Door dit gebruik gedragen we ons alsof betekenis op één of andere manier, als object of eigenschap zou bestaan. Door opheldering van wat het eigenlijk is wanneer we met betekenis te maken hebben, zal het probleem, ontstaan tussen de internalisten (die denken dat betekenis in het hoofd is) en externalisten zoals Putnam, opgeheven worden.

3.1. Hoe we een woord gebruiken

Een woord is een afkorting dat staat voor verzamelde herinneringen aan zintuiglijke prikkelingen en andere soorten kennis.

Als je kinderen van een bepaalde leeftijd vertelt dat ze van de kachel af moeten blijven, zullen ze “waarom” vragen. Als je uitlegt dat de kachel heet is, zullen ze weer vragen “waarom”. Uiteindelijk worden de kinderen met een grote hoeveelheid informatie opgezadeld. Tegelijkertijd hebben ze allerlei zintuiglijke herinneringen aan de kachel ook in hun geheugen opgeslagen. De herinneringen plus de rest van de kennis die kinderen over de kachel hebben zouden tot de betekenis van het woord “kachel” moeten leiden.

In ons gebruik lijkt het alsof de betekenis vastzit binnen bepaalde grenzen, alsof we de kachel op zichzelf uitputtend kunnen beschrijven. Deze betekenis is echter nauw vervlochten met de betekenis van de onderdelen van een kachel, van de objecten aan de kachel grenzend en aan andere mentale associaties.

In je woonkamer staat bijvoorbeeld een zwart voorwerp, met rondingen, een pijp, een aansteker, een kijkraampje en allerlei ornamenten. Het kan heet worden als het brandt. Het brandt op gas. Het gas wordt via een gasleiding aangevoerd. Over het gas weet ik ook allerlei dingen, over het verbranden van gas etc., die op een of andere manier ook verbonden zijn met de betekenis van de kachel. Je kan geen betekenis van kachel bedenken zonder de betekenis van verbranding erbij te betrekken. De kachel maakt ook allerlei geluiden en als het aangezet wordt terwijl er stof bovenop ligt, dan gaat het op een bepaalde manier ruiken. Ik heb ook allerlei herinneringen aan een kachel en die hebben ook invloed op de betekenis van de kachel. Als ik alles wat een kachel voor mij betekent op papier zou moeten zetten, zou het een grote reeks worden als de reeks “Op zoek naar de verloren tijd” van Marcel Proust.

Echter als de kinderen zich later te dicht in de buurt van een kachel bevinden, zullen ze niet al hun kennis over kachels gebruiken. Daar hebben ze gewoon geen tijd voor. Want als ze alles wat ze mogelijk over kachels weten, in hun hoofd zullen herhalen, dan missen ze het avondeten (plus het toetje) en gaan ze dood van de honger. Dat wil zeggen dat we in elke situatie slechts een klein gedeelte van de kennis over iets gebruiken.

Deze betekenis verandert met elke ontmoeting die ik met een voorwerp heb, met elke gedachte over dat voorwerp, of daaraan gerelateerde voorwerpen. Iemand anders die het woord kachel gebruikt, zal het in een bepaalde context gebruiken, wat tot een verandering van mijn betekenis van kachel zal leiden. Deze betekenis verandert als ik dingen vergeet, als ik onder invloed van voedsel of geest verruimende stoffen ben, door veroudering, door weinig gebruik. Het verandert voortdurend, het is heel wisselvallig.

Tegelijkertijd is mijn betekenis van kachel een andere dan van een andere persoon. Laten we een voorbeeld uit de psychologie nemen: Wetenschappers hebben de negen maanden oude “Little Albert” met een wit rat laten spelen. Om te bewijzen dat klassieke conditionering werkt, sloegen de wetenschappers met een hamer tegen een stalen pijp net achter Albert’s hoofd, iedere keer dat Albert met de rat wilde spelen. Albert hield van dit experiment een angst over voor witte konijnen, honden en zelfs voor de baard van Sinterklas. Hiermee wil ik illustreren dat Albert’s betekenis, bijvoorbeeld van konijn, strikt persoonlijk is en heel anders dan ieders anders betekenis. (Gek genoeg noemt Fido alle witte konijnen “Gavagai”, misschien om zijn stelling nog duidelijker te maken)

Kunnen we zeggen dat de betekenis van konijn onafhankelijk moet worden gezien van Albert’s gevoelens over konijnen? Eigenlijk niet, want alles wat we leren, de kennis die we onthouden, onthouden we slechts in verband, in associatie met andere kennis. Onthouden vindt slechts plaats als het geassocieerd is met emoties die voor onze overleving van belang zijn. Strikt genomen is betekenis altijd persoonlijk.

Betekenis is niet alleen verschillend per persoon, maar ook verschillend van moment tot moment voor elke persoon. Dit is belangrijk want de manier waarop we over betekenis denken, is alsof de betekenis van iets vast zou staan, statisch en bijna onveranderlijk zou zijn. Putnam ziet bijvoorbeeld dat mijn betekenis van water anders is dan de betekenis van de chemicus, maar hij beweert dat de chemicus de echte betekenis kent en dat ik mijzelf, bij het gebruik van de term “water”, op de betekenis van de chemicus beroep. Wat Putnam vergeet is dat ook tussen wetenschappers de betekenis van H2O verschillend is. Als een wetenschapper aan waterstof, zuurstof aan atomen, elektronen etc. denkt, dan zal zijn beeld (en daarmee de betekenis) op dit niveau ook van het beeld van andere experts verschillen. Alle wetenschappelijke artikelen, de experimenten die de wetenschapper doet, zijn uitgevoerde gedachten over een elektron bijvoorbeeld, zullen tot een verschillend beeld van het elektron leiden dan het beeld van een andere wetenschapper. Daarmee is hun betekenis ook persoonlijk en verschillend.

De betekenis zou echter volgens Putnam verankerd zijn in het water vanaf het moment dat iemand het water als “water” heeft gedoopt. Om het nog vaster te maken beweert Putnam dat water een verborgen indexicaliteit heeft. Deze verborgen indexicaliteit is een eigenschap die bewaard wordt in de tijd. Het water dat ik nu drink heeft een “sameL” (same liquid) eigenschap. Deze eigenschap is een relatie met het water van toen, van tijdens de eerste doopakte. Mijn mening is dat Putnam de betekenis vast probeert te pinnen. Het is een poging om het te verzelfstandigen (substantiëren), om het een bestaansrecht toe te kennen.

Putnam doet echter niets anders dan wat wij in het dagelijkse leven doen als we over betekenis denken. Dat komt door de manier waarop onze geest functioneert. Onze geest probeert de waargenomen omgeving in onderdelen te onderscheiden. Het heeft waarschijnlijk een overlevingswaarde om de omgeving in aparte, verschillende voorwerpen te zien. Daardoor kunnen we gedeelten van de omgeving beter manipuleren voor onze behoeften. Bovendien werkt onze geest door een focus te hebben, door zich slechts op een voorwerp (object) tegelijk te concentreren. Deze focus heeft grenzen in de omgeving nodig. Zonder grenzen zou de focus niet op iets gericht kunnen zijn. Je kan je aandacht bijvoorbeeld niet op een gedeelte van een grote witte oppervlakte richten. Je moet bepaalde grenzen van iets zien om je aandacht erop te kunnen richten.

Onze geest heeft dus behoefte aan, of werkt met individuele objecten, die op zichzelf staan, onderscheidbaar zijn van elkaar en van de omgeving. Deze behoefte van de geest wordt doorgetrokken naar de abstractere objecten van het denken. “Betekenis” krijgt daardoor de eigenschappen van een object met min of meer vaste grenzen. Deze gewoonte, of gedrag van de geest om duidelijke grenzen te zien heeft ook een nadeel. (Betekenis noem ik hier een abstract object.) Door de duidelijke grenzen die we aan de abstracte objecten stellen, gaan we, voordat we het in de gaten hebben, deze abstracte objecten als daadwerkelijk bestaande objecten zien. Dat gebeurt ook met de betekenis. Betekenis bestaat echter niet. Slechts fysieke dingen die door een meetinstrument waargenomen zouden kunnen worden bestaan.

3.2. Wat is de betekenis dan?

We kunnen ons afvragen of de betekenis van “kachel” niet op een bepaalde manier gerelateerd is aan het overlevingsinstinct. Bepaalde eigenschappen van de kachel helpen mij te overleven tijdens barre winters. Andere eigenschappen kunnen me ernstig verwonden. Als gevolg van slecht onderhoud kan het dodelijke koolmonoxide geproduceerd worden. Ik kan echter niet alle kennis die ik heb over een kachel voortdurend in mijn hoofd bewust herhalen. Dat zou mij totaal verlammen. Voor het kind bijvoorbeeld is het noodzakelijke van een kachel op dat moment alleen een “gevoel” dat ze de kachel moeten ontwijken.

Deze kennis kan op twee manieren functioneren. (1) Een directe pavloviaanse reactie op de hitte van de kachel. Is het te heet, dan wegwezen. (2) Een soort samenvatting van kennis, een conclusie uit een langere redenering, wat essentieel is voor de overleving. Het kan namelijk zo zijn dat de kennis, die noodzakelijk is voor mijn overleving, een grote omvang heeft, en het resultaat is van een lange reeks redeneringen. Bijvoorbeeld de volgende redenering: “Wezens die een bepaalde gas inademen lopen een groot gevaar. De aanwezigheid van het betreffende gas kan men concluderen uit een bepaalde geur. Ik ruik die geur en daardoor heb ik een bepaald gedrag klaar staan om te handelen.” Deze redenering is slechts één keer ooit gedaan. Op het moment van het ruiken moet ik een bepaalde, kortere weg hebben tussen het signaal (dus de geur) en de handeling (weg wezen of een raam open doen), zonder de redenering en alles wat ik over kachels, gas en levende wezens weet, in mijn bewuste gedachten te brengen.

Deze kennis, of de redenering, kan uit mijn eigen leerproces komen, of van iemands anders ervaring. In ieder geval, geconfronteerd met bepaalde gebeurtenissen of voorwerpen, blijven we op dezelfde manier handelen. We zijn dus allemaal conservatief. Op het moment dat deze manier van handelen ons in de problemen brengt zoeken we naar een andere manier. We nemen dan alles wat we weten over iets onder de loep in een poging naar een andere oplossing te zoeken. Zodra er een nieuwe manier van handelen bestaat, verstoppen we de hele redenering achter een gordijn in de geest.

Dit noem ik een pointer (verwijzer).

Een pointer is vergelijkbaar met een element in bepaalde computerprogrammeertalen. Een dergelijk element verwijst naar een plek in het geheugen van de computer. Op deze plek kan zich een object bevinden met bepaalde eigenschappen. Eventueel is dit object in staat om bepaalde dingen te doen/berekenen. Bijvoorbeeld een computerprogrammeur beschikt over een pointer naar een object die specifiek iets met teksten doet. De programmeur geeft die pointer de opdracht om een stukje tekst op het computerscherm te tonen. De programmeur wil het object slechts één keer programmeren en daarna op elk gewenst moment hergebruiken, zonder zich zorgen te maken over hoe het object samengesteld is of hoe het object intern werkt. Achter die pointer, tussen de opdracht een de daadwerkelijke verschijning van de tekst, kunnen echter tienduizenden dingen gebeuren. Een pointer kan ook met andere pointers samenwerken, die andere handelingen van de computer kunnen aansturen. Desnoods, als er iets niet goed gaat tussen de opdracht en de uitvoering, kan de programmeur alles na gaan lopen en kijken waar het fout gaat. Deze manier van computer programmeren heet objectgeoriënteerd programmeren en het is door vele programmeurs als ideaal gezien. Dat komt omdat het op dezelfde manier functioneert als de menselijke geest.

3.3. What the heck is een pointer?

Een pointer is contactpunt tussen het (min of meer) bewuste denken en een nog minder bewuste verzameling kennis.

Een pointer in de menselijke geest is de plek waar de betekenis van een kachel “begint”. Met “plek” bedoel ik geen gelokaliseerde ruimte in de hersenen. Het kan bijvoorbeeld ook een groep neuronen zijn die tegelijkertijd actief zijn, in een bepaald patroon. Maar op deze plek is niet de complete kennis over de kachel aanwezig, (tenminste niet bewust) alleen een soort “conclusie” van vroegere gedachten en ervaringen. Dit geeft mij het voordeel van tijdsbesparing. In een complexe omgeving moet ik elke beslissing snel nemen anders val ik ten prooi aan de tijgers die me lekker vinden. Of anders ben ik verlamd door het herhalen van redeneringen die ik al eerder heb gedaan.

Met andere woorden de hersenen gaan niet alles opnieuw berekenen, alles opnieuw bedenken. Bij het horen of het gebruiken van het woord kachel, staat er snel een bepaald gedrag klaar. Tegelijkertijd weet ik, of ik heb het gevoel dat ik veel meer over de kachel weet. Als ik de tijd zou hebben zou ik mijn kennis in een proustiaanse werk kunnen omzetten. Dit gevoel, dat er een soort geconcentreerde kennis over de kachel in ons aanwezig is, komt overeen met wat we’ betekenis’ noemen.

De pointers zijn dus contactpunten tussen onze bewuste gedachten en plekken waar zich extra informatie, resultaten van eerdere redeneringen, kant en klare handelingen bevinden. Op het moment dat we een woord horen komt deze pointer beschikbaar voor verwerking, of voor handeling. De woorden brengen als het ware iets naar boven.

Dit is vergelijkbaar met conditionering. Op het moment dat het rode lampje aan ging, ging de hond van Pavlov speeksel produceren. Dat lichtje was voor de hond wat een woord voor de mens is. Dat lichtje had een betekenis, het betekende eten.

Op het moment dat we een woord gebruiken, gebruiken we dit als symbool of als afkorting voor de kennis, gevoelens, kant en klare handelingen, die zich achter de pointer bevinden. Betekenis is dus de pavloviaanse activering van de pointers bij het horen of gebruiken van woorden, maar betekenis bestaat niet op zichzelf. Door de betekenis als een apart voorwerp (of eigenschap) te zien, maken we een categoriefout.1

3.4. Extensie

De beste conclusie die we uit Putnam’s experiment kunnen trekken is dat we het begrip extensie moeten laten varen. Zoals we de term ’intensie’ gebruiken, of ‘betekenis’, lijkt het alsof we aan de hand daarvan van tevoren zouden kunnen zeggen welke voorwerpen aan de eigenschappen, beschreven in de betekenis, zullen voldoen.

Stel je de volgende theoretische gedachte voor: na een aantal jaren werk bepalen we met zijn allen bepalen wat de betekenis van “kachel” is. Als er een God zou bestaan, dan zouden we haar (ja “haar”) de volgende opdracht geven: “Kijk dit is de betekenis van het woord “kachel”. Ga jij maar als alleswetende een lijst maken van alle kachels in de wereld.” Dus we veronderstellen dat op het moment dat we de betekenis van een woord hebben vastgesteld, dat we een vissersnet in de kosmische oceaan kunnen gooien en alle objecten vangen, die aan die betekenis voldoen. We veronderstellen dat het aantal objecten in deze groep min of meer vast staat.

Putnam wilde alleen vertellen dat de betekenis niet alleen in het hoofd zit, maar ook in de omgeving en dat de betekenis ook afhankelijk is van de experts in een taalgemeenschap. Maar voor Putnam, blijft deze betekenis de extensie nog steeds bepalen. Putnam’s indenxicaliteit zorgt ervoor dat de extensie van water H2O is en niet XYZ. Ik denk echter dat we een fout maken met te veronderstellen dat er een extensie bestaat.

Laten we weer kijken hoe de mens pointers gebruiken.

Het is wel waar dat de mens elke ontmoete hond vergelijkt met zijn pointer over hond. Maar het is fout om te zeggen dat van een hond waar is dat het onder het concept hond valt. De hond heeft geen eigenschappen die hem een hond maken. Een hond heeft een aantal eigenschappen, die de waarnemende mens opmerkt. Zodra een ding voldoende eigenschappen heeft, die hem in aanmerking zouden doen komen om als hond herkend te worden, pas op dat moment zegt men dat het betreffende ding een hond is. Hoeveel van de eigenschappen van een ding overeen moeten komen met de kennis achter de pointer, is variabel, afhankelijk van de situatie.

Het hond zijn is niet waar van het ding zelf, maar waar van een intern besluit van de menselijke geest om het ding zelf zo te behandelen, alsof de bekende, mogelijke menselijke gedragsvormen, die door de pointer beschikbaar gesteld worden, ten opzichte van dat ding waar zijn. Met andere woorden de geest beslist ad hoc op een bepaald moment om een ding als een hond te beschouwen, en bepaalde gedragsvormen bij de hand te houden. Maar de hond zelf staat daar buiten. Welke dingen onder categorie hond zouden vallen blijft voor de geest open tot de ontmoeting met een ding dat bepaalde eigenschappen heeft. We kunnen dus als gevolg van onze pointer, of betekenis van het woord “hond”, geen verzameling honden vast stellen.

De beslissing om iets als een hond te beschouwen bevat veel contingente elementen. Het is een beslissing die van veel elementen afhankelijk is. Op een zonnige dag, in het park, tussen spelende kinderen een sneeuwwit ding wordt beschouwd als een hond. Als je dronken, ’s nachts door de bossen een donkere brullende gedaante ziet, besluit je op grond van andere criteria dat je een hond ziet en je hebt ook andere vormen van gedrag gereed staan om te handelen. Als je dichterbij komt en je ziet dat het slechts een stuk hout is die in de wind rare bewegingen en geluiden maakt, haal je een andere pointer uit de kast.

Het doel van een concept of betekenis is immers niet om een grens te stellen aan de verzameling van de dingen die in aanmerking voor die naam komen, maar om te weten hoe men het best kan handelen bij de ontmoeting met een bepaald ding. Als jij een ding met vacht van een bepaalde grootte ontmoet, wil je weten welke gedraag je klaar moet hebben om te handelen. Wat is zijn aaibaarheidsfactor? Welke eigenschappen geven je de signalen dat je snel de benen moet nemen voordat je gebeten wordt. De pointer helpt je slechts om deze beslissingen sneller te maken. De pointer vergelijkt dus elke situatie met je al bestaande kennis. De extensie bestaat dus niet omdat de geest besluit, ad hoc en aan de hand van veel (willekeurige) van de situatie afhankelijke elementen, welke positie ten opzichte van een object aangenomen moet worden. Het is niet waar van de hond dat het een hond is. Het is waar van de geest dat een ontmoet object in een hokje met de naam “hond” perst.

4. Conclusies

Fido is een beetje arrogant, zelfs voor een pratende hond. Hij heeft de pretentie dat de hele mensheid, filosoof of geen filosoof, als het om betekenis gaat, zich vergist. Betekenis bestaat niet. Het cognitieve apparaat, of de geest, heeft een manier gevonden om versneld te kunnen handelen of te denken. Ervaringen, verzamelde kennis, ingebakken genetische instincten, redeneringen uit het verleden maken bepaalde vormen van gedrag geschikt voor bepaalde situaties. Deze vormen van gedrag staan als een soort conclusies kant-en-klaar op één punt, beschreven door Fido als een pointer. Betekenis berust dus op de foute gewoonte om een pointer gesubstantieerd te gebruiken. Betekenis kan echter niet op zichzelf (be)staan, zoals de mensen het begrip “betekenis” dagelijks gebruiken. Betekenis zit noch in je hoofd, noch in de omgeving. Het probleem zit in je hoofd. This was Fido’s pointer of view.

Noten:
[1] Ik bedoel hiermee hetzelfde als Ryle bedoelde met het Universiteitsvoorbeeld. Op een dag leidde hij een buitenlandse bezoeker door Oxford. Hij liet hem de verschillende colleges zien. Na afloop van de wandeling vroeg de gast: “Mooi al die colleges, maar waar is nu de universiteit van Oxford?” Het was de gast ontgaan dat de universiteit bestaat uit de verzameling van die colleges. Op dezelfde manier is betekenis niet iets extra boven de verzameling kennis dat we over iets hebben.

Trackback from your site.

Comments (26)

  • Partout

    |

    Avatar van Partout

    ik google
    jij googlet
    hij/zij googlet
    wij googlen
    jullie googlen
    zij googlen

    googlet!

    ik googlelde
    jij googlelde
    hij/zij googlelde
    wij googlelden
    jullie googlelden
    zij googlelden

    ik zal googlen
    jij zult googlen
    hij/zij zal googlen
    wij zullen googlen
    jullie zullen googlen
    zij zullen googlen

    googledegoogledegoogle!

    Reactie is geredigeerd

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    @Partout
    Je saboteert weer een discussie.

    Reply

  • Partout

    |

    Avatar van Partout
    Bewijs het.
    En wil je de vorige twee debatten eerst eens behoorlijk afmaken?

    Reply

  • pdestappert

    |

    Avatar van pdestappert
    Interessant en belangwekkend genoeg om even de tijd te nemen dit rustig door te lezen. Geen consumptie blog, vandaar dat de uitleg wat mij betreft ook zonder Fido ook had gekund. Ik zal toe moeten kunnen redeneren naar dat ‘betekenis’ berust op "een foute gewoonte de pointer gesubstantieerd te gebruiken".
    Niet alles wat heet is, is een kachel
    ,zo denk ik.
    En:"Betekenis is niet iets extra’s boven de verzameling kennis dat we over iets hebben."
    Begrenzingen van betekenis worden aangegeven door bevattingsvermogen, denk ik. De rol van het persoonlijke subjectieve zou niet het begrenzen zijn van betekenissen?Terwijl betekenissen wel aan de buitenwereld worden ontleend. Ik heb even wat ‘denkvoer’, zo ervaar en denk ik.

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    @Partout
    Quote: ”Bewijs het.”
    Je hebt een lap tekst geplaatst dat irrelevant is voor het onderwerp van discussie. De bezoeker die komt kijken en ziet allerlei onzin als reactie, verliest zijn behoefte om verder te lezen. Dus jouw reactie werkt een vloeiende discussie tegen. Dat is sabotage.

    Quote: ”En wil je de vorige twee debatten eerst eens behoorlijk afmaken?”
    Die heb je allebei verloren. Reacties daarover moet je in de andere debatten plaatsen, niet hier.
    (deze reactie wordt binnen een paar uur verwijderd)

    Reply

  • Partout

    |

    Avatar van Partout
    Uit het boek:
    http://www.Filosofievandedood.nl

    Door het benoemen in woorden, taal, begrippen, zijn wij ons – innerlijk wel degelijk aanwezige – vermogen tot "imagination" kwijt geraakt.
    Wie de werkelijkheid in zijn geheel wil ervaren, moet zichzelf de taal afleren.
    Alles is benoemd, het geluid van de vogel, het rood van de zon, de geur van de boom, de streling van de hand, de smaak van de kus.
    Laat dit alles varen, zuig nu als een spons de naakte werkelijkheid in je op, alsof je opnieuw geboren wordt.
    Wij hebben met taal onszelf een Ik verschaft, een zogenaamde identiteit, een Zijnswijze.
    Maar we zijn iets anders: zoek het raadselachtige, het wonderlijke in de wereld om je heen.
    Dan ervaar je je werkelijke Zijn.
    Ook ons denken gaat in taal, als je jezelf traint daarvan los te komen, en je de eeuwige dialoog met jezelf weet stop te zetten, dan gaat je innerlijke zintuig werken, je verbeelding komt op gang.

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    @Partout

    Wat is het verband met wat ik in mijn log heb gezegd? Op welke manier ondersteunt of weerlegt wat jij zegt datgene wat ik hierboven heb gezegd?

    (niet langer dan 200 woorden a.u.b.)

    Reactie is geredigeerd

    Reply

  • Partout

    |

    Avatar van Partout
    In een handvol goed doordachte eigen zinnen kom ik tot een veel bondiger formulering hieromtrent.
    M.a.w. probeer jij eens ZELF iets te bedenken, c.q. te formuleren aub?
    Ipv dat eeuwige gegoogle..sorry voor deze wat lange zin he..

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    @Partout

    Quote: ”In een handvol goed doordachte eigen zinnen kom ik tot een veel bondiger formulering hieromtrent.”
    Ik zie een paar oneliners, maar geen goed doordachte zinnen. Deze oneliners zijn vol met vaagheden, dubbelzinnigheden, onbewezen stellingen. Neem bijvoorbeeld de eerste zin: “Door het benoemen in woorden, taal, begrippen, zijn wij ons – innerlijk wel degelijk aanwezige – vermogen tot "imagination" kwijt geraakt.”

    Wat is dan een “begrip”? Wat is dat voor een vage iets “innerlijk”? Wat is dat “imagination”? Wat is dat “vermogen tot imagination”? En veronderstel je dat we dat hebben gehad?
    In deze zin vertel je eigenlijk helemaal niks. Slechts een lezer van de horoscoop van Viva zou een dergelijke zin als “goed doordachte bondige formulering” beschouwen. Het is omdat door het grote aantal vaagheden, een dergelijke domme lezer jouw zin zou interpreteren volgens zijn eigen geloof. Een tweede Vivalezer zal misschien precies het tegenovergestelde begrijpen uit je zin en het nog steeds een “goed doordachte bondige formulering” vinden. De zin is dus waardelos en dat geldt ook voor de rest van de zinnen.

    Quote: ”M.a.w. probeer jij eens ZELF iets te bedenken, c.q. te formuleren aub?
    Ipv dat eeuwige gegoogle..sorry voor deze wat lange zin he..”

    Bewijs dat mijn gedachte in mijn log van google komt.

    Reply

  • Partout

    |

    Avatar van Partout
    Quote Mihai
    Wat is dan een “begrip”? Wat is dat voor een vage iets “innerlijk”? Wat is dat “imagination”? Wat is dat “vermogen tot imagination”? En veronderstel je dat we dat hebben gehad?

    Het roept in elk geval de goede vragen op?
    Dat alles wordt in de zinnetjes erna duidelijk.
    Experimenteer een keer Mihai: probeer je denken (in taal) eens stop te zetten aub?
    Kijk eens wat dat oplevert?

    Quote Mihai
    Bewijs dat mijn gedachte in mijn log van google komt.

    Geef zelf even aan welke twee zinnen van jouzelf waren aub?

    Ik vind je een saaie ""leraar"": je komt steeds weer met nieuwe opzeglesjes, in plaats van dat jij zelf werkelijk authentiek nadenkt zit je anderen steeds na te bauwen.
    Maar je ""geleerdheid"" blijkt nergens uit, omdat je niets persoonlijk weet te maken.
    Hier spreekt vooral doodsangst uit om zelf eens wat te proberen, laat staan een foute gedachtengang te volgen.
    Je functioneert machinaal en ik voel nooit enige twijfel, die het begin van alle wetenschap corporeert.
    Zo kom je niet en nooit een steek verder!
    Ik vind dit een gaaaap verhaal omdat het niet door jou ""doorleefd"" is.

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    Partout / 01-02-2007 11:26

    Quote: ”Het roept in elk geval de goede vragen op?
    Dat alles wordt in de zinnetjes erna duidelijk.”

    Nee, het wordt in de zinnetjes erna niet duidelijk. De zinnetjes erna zijn namelijk op dezelfde manier opgebouwd: ze zijn voor het grootste deel stellingen, geen bewijzen. Ze zijn vol vage woorden, die op heel veel manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Precies zoals een Viva-horoscoop, of de uitspraken van het orakel van Delphi.

    Quote: ”Experimenteer een keer Mihai: probeer je denken (in taal) eens stop te zetten aub?
    Kijk eens wat dat oplevert?”

    Hier gaat het niet om in onze discussie.

    Quote: ”Geef zelf even aan welke twee zinnen van jouzelf waren aub?”
    Dit is een drogreden, het “Verschuiving van de bewijslast”. Diegene die iets beweert, is verplicht om het te bewijzen. Jij beweerde dat mijn zinnen van google komen, dus jij bent verplicht om het aan te tonen dat het zo is.

    Reply

  • pdestappert

    |

    Avatar van pdestappert
    donderdag 1 februari 200712:10:30

    Ik sla een debat gade tussen bewijsvoeringen gerelateerd aan feiten en persoonlijke bevindingen. De waarheidbevinding heeft zowel objectieve als naar mijn mening ook subjectieve kenmerken. Heeft waarheid betekenis zonder persoonlijke bevindingen, heeft het nut? En voor wie dan?
    Is mijn uitspraak dat een dichtersmarathon geen bijdrage levert aan mijn ontwikkeling als dichter onjuist? Of pas dan als deze zo is geformuleerd: dichtersmarathons leveren geen bijdrage aan de ontwikkeling van dichters.
    De vergelijking: wie heeft de beste tijden, wie heeft over de afstand het kortst gedaan, wie heeft gewonnen, wie mag zich staddichter noemen met het best uitgekozen gedicht, is niet door mij opgesteld. Zijn de gedichten van de staddichter de beste gedichten omdat hij de dichtersmarathon heeft gewonnen? Kan de suggestie worden opgedrongen zijnde een waarheid? Zo kan iemand die staddichter is aanspraak maken op docentschap en mij vertellen wat dichten is.
    Ik merk wel dat ‘pure logica’ naar de argumentatietheorie (juiste premissen en juiste conclusie) niet betrokken is op persoonlijke bevindingen. Is het dan de waarheidsbevinding die de persoonlijke bevinding begrenst, en aldus de betekenis is van dingen? Of is de argumentatietheorie de structuur van de waarheid en zijn waarheidsbevindingen slechts toevoegingen die betekenissen mede bepalen omwille van een nuttigheidsprincipe?
    LSD-trips vond ik eigenlijk altijd wel leuk. Egoloos de omringende werkelijkheid doormaken. Tijd en ruimte ontstijgen.
    Leven zonder logica en taal, instrumenten om mijn sociaal en persoonlijk leven in te richten, wil ik niet.
    Ga door beste debaters, ik volg u, ik probeer mee te denken, mijn eigen werkelijkheid ermee te verbinden, maar standpunten innemen vind ik moeilijk.

    Reply

  • pdestappert

    |

    Avatar van pdestappert
    Ik ben nog bezig te onderzoeken of ik met de door Mihai gegeven premissen tot de gegeven conclusie kan komen. Kan ik de conclusie weerleggen?

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    @pdestappert

    Quote: ”Ik merk wel dat ‘pure logica’ naar de argumentatietheorie (juiste premissen en juiste conclusie) niet betrokken is op persoonlijke bevindingen.”

    Logica en argumentatietheorie zijn twee verschillende dingen. Laten we argumentatietheorie als verkeersregels beschouwen. In de argumentatietheorie is logica een onderdeel van. Zoals de boorden over voorrangsregels een onderdeel zijn van de verkeersregels. Je hebt echter ook andere boorden, over snelheidsbeperkingen, over één richtingsverkeer etc.

    Daarna kan je je persoonlijke bevindingen slechts als afdwingend beschouwen als je ze volgens de argumentatietheorie presenteert. Twee voorbeelden: (1) je kan niet bij een rechter stappen en zeggen dat je buurman je kind heeft vermoord en dat je dat weet volgens jouw “persoonlijke bevindingen”, zoals bijvoorbeeld intuïtie. De rechter zegt: “Ja, maar ik zie uw kind hier in de zaal, netjes op de stoel zitten.” Jij zegt: “Ja maar dat is volgens de regels van de argumentatietheorie en ik heb persoonlijke bevindingen die iets anders zeggen.” (2) stel dat Einstein zou hebben gezegd dat we de relativiteitstheorie zouden moeten geloven omdat zijn intuïtie dat zegt, en verder had ie ons geen enkele formule of berekening of redenering gepresenteerd. Zou iemand in de relativiteitstheorie geloven (behalve de Viva-lezers)?

    Quote: ”Of is de argumentatietheorie de structuur van de waarheid en zijn waarheidsbevindingen slechts toevoegingen die betekenissen mede bepalen omwille van een nuttigheidsprincipe?”

    Argumentatietheorie doet twee dingen: zorgt dat je regels hebt waaraan je je gedachten kan toetsen, op hun geldigheid en zorgt dat charlatans geen dingen kunnen krijgen die ze niet verdienen.

    Quote: Ik ben nog bezig te onderzoeken of ik met de door Mihai gegeven premissen tot de gegeven conclusie kan komen. Kan ik de conclusie weerleggen?”

    Dat is vooral de bedoeling, om over het onderwerp van discussie te praten, dan over de argumentatieregels.

    Reply

  • anoniem

    |

    Avatar van anoniem
    Cher Mihai,

    Het kind wat voor de kachel zit; als ouder kan je proberen aan je kind uit te leggen wat een kachel is. Maar de betekenis voor het kind word zeer snel duidelijk als hij z’n jatten brand. Vandaar het spreekwoord: "wie z’n billen brand, moet op de blaren zitten".
    Mocht Pilo zich aan de kachel verbranden, heb je dan een "hot-dog"??
    Salutations, Maarten Boer

    Reply

  • evy

    |

    Avatar van evy
    @ Mihai: Even een pragmatische vraag. Waar haal je de tijd vandaan om telkes weer van die lange dialogen op te zetten. Geheel los van de inhoud.

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    @evy

    Dit was een stuk dat ik voor een toetsing van een college taal- of wetenschapsfilosofie had geschreven. Hierin wordt een (schijn)probleem opgehelderd dat Partout ergens anders had gesteld, over 2 + 2 = (soms) 5.

    Reactie is geredigeerd

    Reply

  • evy

    |

    Avatar van evy
    @ Mihai..oke. je verdient blijkaar je geld hiermee.

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    @evy

    Nee, ik studeer en ik moet dit soort stukken schrijven.

    Reply

  • zeehond

    |

    Avatar van zeehond
    je gaat toch altijd nat met dit soort dingen want wat is de betekenis van betekenis? op een gegeven moment moet je gewoon erkennen dat het geen zin heeft er nog langer over na te denken. je zult er nooit een doorbraak ofzo mee forceren. je kunt net zo goed sudoku’s gaan oplossen als tijdverdrijf.

    Reply

  • pdestappert

    |

    Avatar van pdestappert
    ‘De pointer vergelijkt dus elke situatie met je al bestaande kennis’
    ‘pointer is gevoel, pointer is betekenis’
    ‘Is betekenis dan ook geen gevoel,terwijl Pavlov’s hondje instinctief reageert?. Kan dan het gevoel vergelijkingen maken?
    ‘De pointer vergelijkt dus elke situatie met je al bestaande kennis’.
    Ik concludeer dat u het instinct van het Pavlov hondje gelijk stelt aan het mechanisme waarmee we vergelijken. Het mechanisme is in deze visie geen verstand, want doorgaans wordt gezegd gerbuikt een mens zijn verstand om te vergelijken. Instinct zou dan gevoel zijn? Maakt u dan geen categorie fout.

    Reply

  • Ruud Zweistra

    |

    Avatar van Ruud Zweistra
    Citaat:
    Noten:
    [1] Ik bedoel hiermee hetzelfde als Ryle bedoelde met het Universiteitsvoorbeeld. Op een dag leidde hij een buitenlandse bezoeker door Oxford. Hij liet hem de verschillende colleges zien. Na afloop van de wandeling vroeg de gast: “Mooi al die colleges, maar waar is nu de universiteit van Oxford?” Het was de gast ontgaan dat de universiteit bestaat uit de verzameling van die colleges. Op dezelfde manier is betekenis niet iets extra boven de verzameling kennis dat we over iets hebben.

    Reactie:
    Dat is waar op het niveau van gebouwen. Maar niet als je erboven gaat kijken. Dan zie je niet de aparte gebouwen, maar de universiteit. Analogie: water is niet gewoon een verzameling moleculen – water heeft viscositeit, een verzameling moleculen niet.

    Wat hier tussen zit heet een faseovergang. In de natuurkunde is die redelijk scherp definieerbaar, in menselijke zaken minder scherp, maar desalniettemin duidelijk genoeg in vrijwel alle praktisch omstandigheden.

    Reactie is geredigeerd

    Reply

  • Mihai

    |

    Avatar van Mihai
    @Ruud Zweistra
    Dit was een reactie van het niveau van Partout.

    Quote: ”Maar niet als je erboven gaat kijken. Dan zie je niet de aparte gebouwen, maar de universiteit.”
    Jij ziet een universiteit omdat je geconditioneerd bent om een universiteit te zien, niet omdat er zoiets zou bestaan als “universteitheid”. Een marsmannetje zal misschien een aantal vierkanten zien. Of een hoop moleculen bij elkaar. Of een hoop quarks, neutrino’s en andere elementaire deeltjes. Of een hoop krachten in werking.

    Quote: ”water heeft viscositeit, een verzameling moleculen niet.”

    Water heeft geen viscositeit. Als je jezelf afvraagt wat viscositeit is, zie je dat het niets anders is dan de manier waarop een watermolecuul zich “gedraagt” in de nabijheid van een andere watermolecuul. En dat gedrag is niet speciaal voor de andere watermolecuul uit de kast gehaald. Het is een gedrag veroorzaakt door de aanwezige krachten in de onderliggende atomen.

    Het is precies hetzelfde als het gedrag van een knikker die ik op een houtpiramide laat vallen. De knikker zal altijd aan één van de vier kanten van de piramide rollen. Stel dat ik de knikker altijd zo laat vallen dat hij aan dezelfde kant gaat rollen. Mijn hersenen zullen daarin een patroon denken te zien en een woord voor bedenken. Mijn hersenen zouden dit gedrag “knikositeit” kunnen noemen. Precies hetzelfde is het geval van de viscositeit. Er is niets extra dat ontstaat als de watermoleculen bij elkaar zijn. Slechts onze hersenen die de viscositeit bedenken als een makkelijkere beschrijving van de regulariteit in het gedrag van de watermoleculen. Maar de viscositeit op zichzelf bestaat niet.

    Reply

  • Partout

    |

    Avatar van Partout
    Mihai heeft gewoon nog nooit een universiteit van binnen gezien en dan is ie er ook niet, dus.
    Mihailositeit, dat is pas een begrip!
    U kunt nu inschrijven, maar u mag de Meester NOOOIT tegenspreken, dan ligt u er gelijk uit.

    Reply

  • klaphek

    |

    Avatar van klaphek
    Water heeft geen viscositeit

    Van De Wiki gepikt:
    Viscositeit is een fysische materiaaleigenschap, die de traagvloeibaarheid of stroperigheid van een vloeistof of van een gas weergeeft. Preciezer uitgedrukt: het is de eigenschap van een fluïdum die aangeeft in welke mate deze weerstand biedt tegen vervorming door schuifspanning. Zo is water een voorbeeld van een vloeistof met een lage viscositeit, honing een voorbeeld van een vloeistof met een hoge viscositeit. Het vloeigedrag van stoffen wordt bestudeerd in de rheologie. De naam viscositeit is afgeleid van de Latijnse naam voor de maretak (Viscum album), waarvan in vroegere tijden vogellijm werd gemaakt.

    Water is een vloeistof met een lage viscositeit. Dat hebben “we” afgesproken. Jij hoeft je daar niet aan te houden, maar dan kun je je blogs in het vervolg net zo goed in het Roemeens schrijven.

    Reply

Leave a comment